Zaterdag 14/12/2019

Design

Waar Apple de mosterd haalt? Bij Dieter Rams, een 86-jarige Duitse ontwerper

Beeld rv

Dieter Rams kun je gerust de invloedrijkste grondlegger van het hedendaagse design noemen. Maar in een nieuwe docu toont de 86-jarige Duitse ontwerper zich extreem kritisch voor zijn eigen werk. ‘Als ik opnieuw mocht beginnen, zou ik geen designer worden. Er zijn al te veel overbodige spullen in de wereld.’

Als u ooit een appelsien hebt geperst, ongewenste haargroei hebt afgeschoren of een elektrische tandenborstel hebt gebruikt, dan maakte u ongemerkt al kennis met het levenswerk van Dieter Rams. Niemand anders heeft zo’n sterke stempel gedrukt op de gebruiksvoorwerpen die met ons dagelijks leven verweven zijn. Zijn meest baan­brekende werk leverde de Duitser als productdesigner bij Braun, de elektronicagigant waar hij meer dan vier decennia aan verbonden was. Ook voor Vitsoe ontwierp hij enkele iconische meubelstukken, maar zijn invloed reikt veel verder dan dat. Bij Apple maken ze er geen geheim van dat Rams een grote inspiratiebron is. Zonder hem hadden uw smartphone en desktop er ongetwijfeld heel anders uitgezien.

Het is geen toeval dat Dieter Rams vandaag weer volop in de belangstelling staat. Zijn uitgepuurde, functionele ontwerpen sluiten perfect aan bij deze tijd, waar minimalisme een streefdoel en ‘ontspullen’ een werkwoord zijn geworden. Zijn mantra ‘Weniger, aber besser’ (‘Minder, maar beter’) is vandaag minstens even relevant als 40 jaar geleden.

Braun ‘SK4’, Platen- en radiospeler, 1956. Een van Rams’ eerste grote successen bij Braun in samenwerking met de Ulm Design School. Beeld rv

Deze maand wordt de ontwerper 87. Voor het eerst zei Rams zijn medewerking toe aan een bijna drie uur durende documentaire over zijn leven en werk. De film Rams biedt een overzicht van zijn hele carrière, maar gaat veel verder dan dat. Onze consumptiecultuur wordt er in vraag gesteld, net als de toekomstperspectieven van de designwereld.

Rams begint zijn carrière in de jaren 50, in het woelige na-oorlogse Duitsland dat in een diepe morele crisis verkeert, maar tegelijk een enorme economische boom beleeft dankzij de wederopbouw. Het zogenaamde wirtschaftswunder brengt eindeloze mogelijkheden mee op het vlak van techniek en innovatie. “Ik was een oorlogskind”, vertelt Rams in de documentaire. Als jongen woont hij bij zijn grootouders in Wiesbaden, waar Rams zijn grootvader, die timmerman is, mag helpen in zijn atelier. “Hij haatte machines en deed alles met de hand. Zijn duim was zijn instrument, dat vond ik erg bijzonder.”

De kleine Dieter zit er uren hout glad te schuren. Het tactiele, hoe een materiaal vraagt om aangeraakt te worden, het zal hem decennia later nog altijd boeien. Later, als student, raakt Rams in de ban van de Bauhaus-leer, en de heilige overtuiging dat design een maatschappelijke impact heeft. Terwijl het hele land wordt heropgebouwd, wordt alles in vraag gesteld, ook wie de mens is, hoe hij leeft, waar hij woont. Design moet in dienst staan van de gebruiker, en mensen in de eerste plaats vrijheid bieden.

Wanneer Rams reageert op een jobadvertentie van Braun, is dat een nog onbeduidend bedrijf uit Frankfurt dat vooral grote, oubollige radio’s maakt. De bazen, broers Artur en Erwin Braun, laten Rams voor zijn ontwerpen samenwerken met de befaamde designacademie uit Ulm (Hochschule für Gestaltung in Ulm), opgericht door een Bauhaus-alumnus, en nog radicaler in de ‘vorm volgt functie’-filosofie. Alle overbodige opsmuk wordt geweerd.

Radio’s hebben tot dan toe een stoffig ‘tapijtje’ voor de speakers, dat Rams weghaalt. “Om het geluid natuurlijker te laten klinken”, zegt hij. Zijn metalen behuizing met gaatjes vind je nog altijd terug in ontelbaar veel muziektoestellen. “Het was een unieke tijd”, zegt Rams. “Iedereen kende elkaar. Ik had het gevoel dat ik echt deel uitmaakte van iets.” Bij Braun ontmoet de ontwerper trouwens ook zijn vrouw Ingeborg, die er op de fotografie-afdeling werkt. Ze zijn nu meer dan 50 jaar getrouwd.

Dieter Rams tijdens zijn hoogdagen als designdirecteur bij Braun (Frankfurt-Main, Duitsland, 1979). Beeld Corbis via Getty Images

In 1961 wordt Rams hoofd van de designafdeling. Zijn geheim? Goed communiceren en samenwerken met het technische team. “Kan je een plaat ook afspelen als de naald onder de plaat zit in plaats van erbovenop?”, vraagt hij op een dag. Ja, dat kan, zo blijkt. Het resultaat is een draagbare stereo waar je singles op kan spelen, een walkman avant la lettre. Dit is de succesformule voor de gouden jaren van Braun en Rams. Design wordt een integraal onderdeel van het hele ontwikkelingsproces. Niet langer wordt er, wanneer het werk van de ingenieurs en techniekers erop zit, zomaar een glanzende verpakking rond een ding getekend. De esthetiek van een toestel en de werking komen voortaan samen tot stand – vorm en functie, dus. Het is een complete verschuiving, die nog steeds zijn weerslag vindt in de productontwikkeling van vandaag.

Luidspreker ‘L2’ uit 1958 met daarbovenop de ‘T 1000 World Receiver’ uit 1963. Beeld rv

De sfeer van toen bij Braun is er een van openheid en samenwerking. Er geldt totale transparantie in een heldere bedrijfscultuur, die de producten ten goede komt. Elke Braun-collega die in de film aan het woord komt, zegt hetzelfde: er heerst een vriendschappelijke sfeer en veel respect. Na het werk eindigen ze samen regelmatig in een jazzkelder. Dat werpt zijn vruchten af. Tegen het begin van de jaren 80 heeft Rams met zijn team al 22 iconische toestellen ontworpen die nu in de collectie van het New Yorkse MoMA (Museum of Modern Art) zijn opgenomen. Dat ze hem naderhand ‘Mr Braun’ beginnen te noemen, vindt Rams zelf maar niks. Personencultus is hem vreemd: “Ontwerpen is teamwork.”

De Apple valt niet ver van de boom

Het is geen geheim dat Rams kwaad en verontwaardigd is wanneer Braun door het Amerikaanse Gilette wordt opgekocht. De warme, familiale groep met wie hij grootse innovaties heeft bereikt, valt uit mekaar. “Op den duur moest ik aan tien verschillende chefs verantwoording afleggen. Als je niemand hebt die achter je staat, vergeet het dan maar.” Aan een ontwerp prutsen omdat de marketing­afdeling dat eist, druist volledig in tegen alles waar hij voor staat. Het draait uit op een afscheid in mineur. In 1995 wordt Rams opzijgezet. Hij verlaat het designteam en krijgt een nietszeggende promotie met de pompeuze titel Executive Director Corporate Identity. Hij spuwt de woorden uit wanneer hij het vertelt. Twee jaar later is hij weg.

Bovendien is het tijdperk van de sobere ontwerpen tegen dan al lang voorbij. Vergelijk de raketvormige citroenpers die Starck ontwierp voor Alessi – een iconisch stukje ninetiesdesign – met de citruspers die Rams tekende voor Braun. Producten die modieus, frivool en speels ogen, verdringen het utilitaire en sobere design van de Duitser.

Pas begin deze eeuw wordt Rams’ levenswerk in ere hersteld. De link met verschillende Apple-producten (waarin Rams’ heldere lijnenwerk en afgeronde randen ontegensprekelijk doorschemeren) brengt zijn naam opnieuw onder de aandacht, en een reeks tentoonstellingen, boeken, hommages verhogen zijn status als designgoeroe. Zowel Steve Jobs als Apple-hoofddesigner Jonathan Ive hebben er nooit een geheim van gemaakt dat Dieter Rams een grote inspiratiebron voor hen is geweest. Dat blijkt niet alleen glashelder uit de eerste iPod-modellen, ook voor de iMac en de calculator-app van de iPhone werd de mosterd zichtbaar bij Braun gehaald. 

Apple ging overduidelijk ‘te leen’ bij de Duitse top­designer voor de eerste iPod-modellen uit 2001. De zakradio rechts is een ontwerp uit 1958. Beeld rv

 Voor critici zal Rams’ esthetiek kil en klinisch overkomen, liefhebbers zien de soberheid juist als een kwaliteit: op een blank canvas kan de gebruiker zijn eigen persoonlijkheid projecteren. Het is geen object dat de aandacht opeist. “Design mag nooit dominant zijn”, vindt Rams. Ontwerpen begint vanuit bescheidenheid: “Een product staat in dienst van de gebruiker, niet omgekeerd.”

De calculatorapp van Apple is een dikke knipoog naar een Rams-design. Voor Braun ontwierp Rams in 1987 de eerste rekenmachine die door iedereen makkelijk te gebruiken was: de ‘ET66'. Beeld rv

Stoppen met werken doet hij nooit. Het is zijn enige grote passie, al zijn hele leven. Nog steeds werkt Rams samen met meubelbedrijf Vitsoe. Op zijn 27ste begon hij aan een ‘bijbaantje’, samen met ontwerper Otto Knapf (die later naar Knoll vertrok) en Niels Vitsoe, een Deense meubelverkoper. Samen brengen ze een wandrek en zetel op de markt, de allereerste modulaire meubels, specifiek voor de kleine woningen van toen. “Het doet me plezier dat ik nog steeds bij alles betrokken word”, zegt hij.

Bij een bezoekje aan het bedrijf in de documentaire oppert iemand of ze een ‘602 Chair’ misschien ook met stoffen bekleding zouden kunnen uitbrengen? Met een minimale maar kordate handbeweging van Rams wordt het voorstel afgevoerd. “Nee. Enkel leder. Zo blijven alle ontwerpen consistent. Ze moeten één familie vormen.”

‘606 Universal Shelving System’ voor Vitsoe, 1960. Een meubelontwerp dat 60 jaar later nog steeds in productie is en erg populair bij designpuristen. Beeld rv

Begin jaren tachtig al ziet Rams hoe de massaproductie van gebruiksvoorwerpen uit de hand dreigt te lopen. Hij ziet meer kwantiteit dan kwaliteit. “Een ondoordringbare wirwar van vormen, kleuren en geluiden.” Het inspireert hem tot het neerschrijven van zijn ‘tien principes voor goed design’ (zie kader hieronder). Het neerpennen van deze tien geboden is ook een vorm van zelfreflectie. “We moeten grondiger nadenken over wat we doen, hoe we het doen, en waarom we het doen”, aldus Rams. Hij durfde toen al enkele van zijn eigen praktijken in vraag te stellen, en was doordrongen van de nood aan duurzaamheid en ecologisch bewustzijn.

Goed design volgens Rams...

1. is innovatief

2. maakt een product nuttig

3. is esthetisch

4. maakt een product makkelijk in gebruik

5. is onopvallend

6. is eerlijk

7. is duurzaam

8. is grondig, tot in de details

9. is milieuvriendelijk

10. is zo weinig mogelijk design

In de nieuwe documentaire lijkt hij enkel nog radicaler te zijn geworden. “Het tijdperk van hersenloos design voor hersenloze consumptie is voorbij”, zegt hij. Zijn taal is even spaarzaam en uitgebeend als zijn ontwerpen. Minder, maar beter. Het maakt zijn persoon alleen maar enigmatischer. Als een soort Yoda-van-de-designwereld, lijkt elke zin die Rams uitspreekt een sleutel tot een hoger inzicht.

Wanneer een student hem om advies vraagt over productdesign, zegt hij: “Je moet je afvragen hoe de samenleving er in de toekomst zal uitzien. Je moet breder denken dan enkel datgene waar jij zelf voor verantwoordelijk bent.” Hij is aardig en beleefd, maar lachen doet hij op geen enkel moment. Het woord ‘design’ is besmet geraakt, zegt hij. “Design wordt steeds meer geassocieerd met Schönmacherei (mooimakerij, red.). “Ik haat dat woord. Ik heb nooit het doel gehad iets moois te maken, ik wil iets beters maken.” Wanneer iemand hem een vraag stelt over auto’s en polst naar zijn mening over Tesla, laat hij zijn afkeer duidelijk blijken: “We gaan toch geen tijd, geld en energie stoppen in het ontwerpen van nieuwe auto’s? De vraag die we ons moeten stellen is: hoe gaat onze mobiliteit eruitzien binnen 50 jaar?”

Je ziet hem in het Vitra-museum rondwandelen, en met zijn wandelstok genadeloos aanwijzen welke stoelen hij allemaal brol vindt. “Leuk geprobeerd, maar totaal nutteloos.” Dat kritische oordeel geldt trouwens ook voor zichzelf. Mocht hij opnieuw beginnen, dan koos hij voor landschapsontwerp. “Onze leefomgeving vormgeven, dat is het belangrijkste wat er is. Stads­ontwerp, mobiliteit, infrastructuur. Dat zijn de wezenlijke dingen, niet het ontwerp van een machine of een gebruiksvoorwerp.” Voor iemand die dezer dagen zo bejubeld wordt, blijkt er vooral veel spijt aanwezig. “Als ik opnieuw mocht beginnen, zou ik geen designer worden”, zegt hij. “Er zijn al te veel overbodige spullen in de wereld.”

Dieter Rams ontwierp ooit een handtas, als cadeautje voor zijn vrouw Ingeborg: Tsatsas ‘931’. Ze is sinds kort ook te koop. Beeld rv

Erg mooi zijn de scènes waar je hem in zijn werkkamer ziet typen – heel traag, met twee wijsvingers – op een rode Valentine, de iconische typemachine ontworpen door Ettore Sottsass. Een computer gebruikt hij niet (al kreeg hij tal van Apple-producten opgestuurd als cadeau). Verder is alles in zijn werkkamer sober wit en zwart: aan de muur zijn iconische ‘606’-rekken, zwarte vlinderstoelen van Fritz Hansen, een witte, metalen tafel. Een palm in de hoek, een stapeltje boeken, maar weinig tot geen opsmuk of visuele afleiding. Door het raam kijkt hij uit op zijn sobere minimalistische Japanse tuin met veel keien en enkele bonsais – zijn enige hobby. Hij woont al een halve eeuw in hetzelfde huis. Op archiefbeelden zie je hem op zijn 42ste in net dezelfde huiskamer zitten, met precies dezelfde inrichting en hetzelfde Vitsoe-salon, het bewijs hoe tijdloos zijn meubels kunnen zijn. “We moeten af van die non-cultuur van overdaad. Er is geen toekomst met zoveel overbodige spullen. ‘Minder, maar beter’ is niet enkel een designconcept, het gaat ook over ons gedrag.”

‘Rams’, documentaire van Gary Hustwit, met muziek van Brian Eno. Tegen betaling te bekijken op Vimeo en via hustwit.com.

De docu wordt voor het eerst vertoond in België op 6 mei in C-Mine.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234