Zaterdag 25/05/2019

Taal

Vroege mens deed het zonder v, w en f – want die kon zijn gebit niet aan

Jager-verzamelaars uit de steentijd met hun afgesleten tanden en rechte beet konden geen ‘v’ of ‘f’ uitspreken. Beeld Science, D. Blasi

Doe uw onderkaak iets naar voren, zodat onder- en boventanden precies op elkaar vallen. En zeg nu hardop: ‘Roofovervallen vallen vrij vaak voor.’ Lastig? U heeft zojuist ontdekt waarom onze voorvaderen tot zo’n tienduizend jaar geleden de v en de f waarschijnlijk niet konden uitspreken.

Dat moderne mensen de klanken wél kunnen uitspreken, komt doordat we een lichte overbeet hebben en onze voortanden iets naar voren staan. Daardoor kunnen we onze onderlip makkelijk tegen de boventanden doen en de subtiele lipklanken voortbrengen die dan ontstaan: f, v, w.

Maar bij onze jagende en verzamelende voorouders zat dat anders. Omdat men het gebit veel intensiever gebruikte dan landbouwers met hun papjes en gemalen granen, sleten hun voortanden af. Met als gevolg een iets andere stand van de tanden, geen overbeet, en dus ook geen woorden met v, f of w erin, concludeert een Zwitsers-Duits onderzoeksteam nu na gedetailleerde analyse van oude schedels en hedendaagse stammentalen. Frivool zal vóór de opkomst van de landbouw hebben geklonken als ‘riool’, en de originele Fred Flintstone zal Red hebben geheten en een andere vrouwennaam hebben geroepen: ‘Ilmaaaaaa!’ Ook lipklanken als p en b zullen voor de jagers ‘ingewikkeld’ zijn geweest, aldus de onderzoekers.

Een diepzinnige ontdekking, vindt de groep onder leiding van vergelijkend taalkundige Damián Blasi van de Universiteit van Zürich zelf. Tot dusver ging men er immers van uit dat ons spraaksysteem een half miljoen jaar geleden ongeveer ‘af’ was. Maar klanken die domweg nog niet bestonden voordat we landbouw gingen bedrijven, dat is andere koek. ‘Ons onderzoek suggereert dat taal mede wordt gevormd door cultureel opgewekte veranderingen in de menselijke biologie’, zoals het team plechtig noteert in vakblad Science.

Tastbaar verschijnsel

Volgens de linguïst van het Zwitserse team, Balthasar Bickel, bewijst de studie ook dat je taal kunt bestuderen als een tastbaar, biologisch verschijnsel. ‘De grote uitdaging is, simpel gezegd, dat linguïstisch gedrag niet fossiliseert’, aldus Bickel eerder deze week op een telefonische persconferentie. ‘We hopen dat ons onderzoek dat beeld een beetje bijstelt.’

De culturele evolutie heeft effect gehad op onze beet, daardoor kregen we minder ruimte in de mond, en dit team koppelt daar weer spraak aan. En dat is weer heel biologisch: we zijn echte verhaaldieren, gebruiken taal om partners te imponeren, als de veren van een pauw. Alles hangt met alles samen.

De groep bestudeerde onder meer tot op de tiende millimeter nauwkeurig wat er gebeurt in de mond van iemand met en zónder de overbeet. In een ander deel van het onderzoek stelde men vast dat de v, de w en de f ook bij hedendaagse jagersvolkeren minder vaak voorkomen. Een constatering, die overigens in 1985 ook al eens werd gedaan door de invloedrijke linguïst Charles Hockett.

Keukengerei

Dat de tanden van jager-verzamelaars zo slijten, komt waarschijnlijk omdat men het gebit vaker gebruikt als werktuig en als ‘keukengerei’, bijvoorbeeld om noten en botten te kraken of vlees te scheuren. Dat zorgt voor een karakteristieke vorm van slijtage, met afgestompte onder- en boventanden die recht op elkaar, in plaats van langs elkaar happen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.