Zaterdag 20/07/2019

Wetenschap

Vleermuisachtig oerreptiel had mogelijk kleurrijke veren

Reconstructie van de oer-pterosauriër uit China. Beeld Yuan Zhang

In Jurassic Park zijn ze kaal en zwart: de pterosauriërs, een soort reusachtige prehistorische vleermuizen met leerachtige uitklapvleugels en een griezelige puntkop. In werkelijkheid waren de dieren misschien overdekt met primitieve, kleurrijke veren. Dat althans suggereert de ontdekking, in China, van twee kleine pterosauriër-fossielen.

De vliegende reptielen, zo’n 160 miljoen jaar oud en per stuk niet groter dan een dwergvleermuis, hadden niet één, maar liefst vier verschillende soorten uitgroeisels uit hun huid, schrijven Chinese en Britse onderzoekers in Nature Ecology & Evolution. Sommige daarvan lijken “duidelijk” op veren, stelt onderzoeksleider Mike Benton van de Universiteit van Bristol, “net zoals je die ziet bij moderne vogels en verschillende groepen dinosauriërs.”

Een diepzinnige ontdekking, zegt vogelpaleontoloog Dennis Voeten (Naturalis), niet betrokken bij de studie. “Aangezien pterosauriërs een heel andere groep zijn dan de dinosauriërs, zou dit betekenen dat hun gemeenschappelijke voorouder ook al primitieve veren had.” Dat zou het ontstaan van de veer liefst 70 miljoen jaar terugduwen in de tijd, naar zo’n 250 miljoen jaar geleden, de dageraad van het tijdperk van de dinosauriërs.

Warmbloedigheid

Bovendien zou het erop duiden dat die voorouders “mogelijk al een primitieve vorm van warmbloedigheid hadden”, zegt Voeten. Veren ontstonden immers niet om te vliegen, maar vermoedelijk als isolatie. En isolerende veren wijzen op dieren die van binnenuit worden verwarmd. Belangrijk voor het begrip van de dinowereld, want warmbloedige dieren zijn over het algemeen actiever dan koudbloedige.

Dan moeten de uitsteeksels die Benton en zijn collega’s beschrijven alleen wel veren zíjn, benadrukt Voeten. Daarvan is hij nog niet helemaal overtuigd: zo zijn er aanwijzingen dat de uitsteeksels bestaan uit hetzelfde materiaal waarvan haren zijn gemaakt. Anderzijds: op hun vleugels en poten had de pterosaurus een wel heel raar type haar, met uitsteeksels aan de zijkanten. “Dat vind ik vrij spectaculair en doet inderdaad erg denken aan veren”, zegt Voeten.

Partners lokken

Behalve de veren zelf vonden de onderzoekers versteende pigmentkorrels in de uitsteeksels die erop duiden dat de dieren rood of paarsachtig waren gekleurd. Mogelijk dat de ptesosauriërs die gebruikten om partners te lokken, denken de kenners. Eén van de verensoorten, een soort spriet met kwastjes aan de zijkant, zat vooral rond zijn bek: een aanwijzing dat hij ze misschien gebruikte als een soort tastzintuigen, een beetje als de snorharen van een muis.

Als de voorouder van de dino en de pterosaurus echt veren had, zal dat betekenen dat ‘kale’ dinosauriërs zoals de langnekdino’s en de gepantserde dino’s hun verengroei zijn kwijtgeraakt, redeneert het team. Zoiets gebeurt vaker: ook bij zoogdieren als olifanten, walvissen en nijlpaarden is de haargroei wel in hun dna aanwezig, maar onderdrukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden