Dinsdag 17/05/2022

InterviewHydrologe Marijke Huysmans

Vlaams grondwater staat eindelijk weer op peil: ‘De Vlaming denkt te vaak dat wat hij doet niets uitmaakt’

Marijke Huysmans: 'Het grondwater staat weer op peil, maar we hebben daar wel tonnen regen voor nodig gehad.' Beeld Wouter Van Vooren
Marijke Huysmans: 'Het grondwater staat weer op peil, maar we hebben daar wel tonnen regen voor nodig gehad.'Beeld Wouter Van Vooren

Na een kletsnat jaar staat het Vlaamse grondwater eindelijk weer op peil. Toch wanen we ons maar beter niet veilig, zegt professor hydrologie Marijke Huysmans (VUB/KU Leuven). ‘In de tuinen en voortuinen ligt nog veel potentieel.’

Michiel Martin

Het kan verkeren. Was hydroloog Marijke Huysmans (42) in 2020 bijna dagelijks in de weer met communiceren over de droogte en de bijbehorende watertekorten – “in het nieuws moesten we enkel de lockdowns voor ons dulden” –, dan zette 2021 die wereld op zijn kop. In een jaar van neerslagextremen, met de overstromingen in juli in het oosten van het land als exponent, voegde ze zich bij het expertenpanel dat Vlaanderen moet voorbereiden op een gelijkaardige ‘waterbom’.

Beide extremen zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille, zo zal Huysmans tijdens dit gesprek duidelijk maken – en dat zou je met een beetje verbeelding zelfs ‘positief’ kunnen noemen. Bovendien mogen we een schietgebedje richten aan al die regen: in januari 2021 gaven liefst 65 procent van de Vlaamse meetpunten een ‘zeer laag’ grondwaterpeil voor de tijd van het jaar aan, in december was dat cijfer gekelderd naar 4 procent.

We begonnen al te denken dat het nooit meer goed zou komen. U ook?

“Jazeker. In 2018, 2019 en 2020 zijn we in Vlaanderen hard geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het ondiepe grondwater tijdens die lange en intense periodes van droogte. Niet alleen zakten de grondwaterstanden snel weg, we zagen ook dat bij ‘normalere’ maanden het aantal meetpunten met een lage tot zeer lage grondwaterstand zorgwekkend hoog bleef.

“Komt het herstel er nog, en wat is daar voor nodig? Die vragen stelde ik mezelf ook. Nu blijkt gelukkig dat we die jaren van droogte hebben kunnen overbruggen. We hebben daarvoor wel tonnen regen nodig gehad. Geen gewoon jaar, maar een kletsnat jaar met een kletsnatte zomer. Het blijft een dubbel gevoel.”

Zijn we nu niet beter gewapend tegen de droogte?

“Mocht zo’n periode er komen in 2022, dan is onze uitgangssituatie een pak beter dan vorig jaar aan het begin van de lente. Die buffer is positief, maar is wel geen garantie om te zeggen: we zijn safe. De meerjarige statistieken tonen op dat vlak weinig genade: het grondwaterpeil kan snel weer wegzakken als het een aantal weken of maanden droog is.”

Intense periodes van droogte tasten de sponsfunctie van gronden aan. Is dat de reden waarom 4 procent van de meetpunten, ondanks alle regen, een zeer lage stand aanduidt?

“Daar speelt een ander verhaal. Het gaat voor alle duidelijkheid over 4 procent van ongeveer 150 meetpunten, dus slechts een handvol locaties. Bij de meeste daarvan bevindt het grondwater zich heel diep, zo’n 20 à 30 meter onder het oppervlak. Dan is het geen kwestie van weken, maar van maanden of zelfs jaren tot een regendruppel helemaal doorsijpelt door die bodem om het grondwater te bereiken. Het is dus vrij normaal dat we daar geen snel herstel zien.

“Bij een paar meetpunten ligt de uitleg minder voor de hand. Dat kan te maken hebben met de ondergrond. Of met een waterwinning, gekend of niet gekend. In principe zijn meetpunten zo gekozen dat ze zo veel mogelijk de natuurlijke context weerspiegelen, en dus niet vlak bij zo’n winning liggen.”

In Vlaanderen blijkt dat soort gesjoemel hardnekkig, zo toonde Pano vorig jaar.

“Iedereen in de sector weet dat niet elke waterwinning volgens het boekje verloopt. Het probleem is dat die overtreders vaak zeer inventief zijn in het om de tuin leiden van inspecteurs. Ze zijn bijvoorbeeld zo slim om een paar putten wel te vergunnen, en de rest weg te moffelen. In die context vergt het veel extra mensen en middelen, om dan wellicht af en toe een illegale put te vinden. In veel gevallen gaat het bovendien over een klein debiet, al zijn er zeker ook winningen met een impact op het grondwatersysteem.”

De situatie is toch urgent? Periodes van droogte zullen ons steeds vaker treffen.

“Dat is inderdaad een van de vrij directe gevolgen van de klimaatverandering hier, en dat voorspellen wetenschappers trouwens al lang. Zeker in Vlaanderen is dat lange tijd weggewuifd met ‘het regent hier zo veel’ of ‘er is water genoeg’. Dat dachten we. De verschillende jaren van blootstelling aan droogte hebben de ogen geopend. Dit is geen rampscenario in de verre toekomst, het gebeurt hier en nu.”

Volgens de Nederlander Henk Ovink, waterexpert bij de Verenigde Naties, blijft Vlaanderen ‘kampioen in het snel afvoeren van water’. Hoe komt dat eigenlijk?

“Het is heel lang een bewuste strategie geweest. In het verleden hadden we vooral last van overstromingen of gronden die té nat waren. Dergelijke ‘waterzieke’ gronden kon je niet gebruiken om landbouw op te bedrijven, of om wijken op te bouwen. Om Vlaanderen te kunnen ontwikkelen, is ons watersysteem dus zo ingericht dat we de grondwatertafel zijn gaan verlagen. Dat betekent vooral: water zo snel mogelijk afvoeren, door bijvoorbeeld meanderende rivieren recht te trekken.

'In de tuinen en voortuinen ligt nog veel potentieel. Samen vormen die 12 procent van de oppervlakte in Vlaanderen. Hoe groener we die ruimte maken, hoe beter het water lokaal kan infiltreren.' Beeld Wouter Van Vooren
'In de tuinen en voortuinen ligt nog veel potentieel. Samen vormen die 12 procent van de oppervlakte in Vlaanderen. Hoe groener we die ruimte maken, hoe beter het water lokaal kan infiltreren.'Beeld Wouter Van Vooren

“Dat heeft echter niet alleen voordelen gehad. Onze natuur en vegetatie lijden onder die lagere grondwaterstanden. Onze weerbaarheid tegen droogte is duidelijk aangetast. En bij extreme hoeveelheden neerslag blijkt het evenmin de slimste strategie. Voor die hoogwaterbeveiliging is het slimmer om water traag af te voeren en de kans te geven om in de grond te infiltreren.”

Wat als de waterbom van afgelopen zomer pal op Vlaanderen valt?

“Via overstromingskaarten van De Vlaamse Waterweg en de Vlaamse Milieumaatschappij zijn een aantal scenario’s uitgerekend. Die simulatie laat zien dat een dergelijke hoeveelheid neerslag ook in Vlaanderen tot enorm veel schade kan leiden. Dan krijg je overstromingen in verschillende steden, en van kritieke infrastructuur zoals spoorwegen of ziekenhuizen. De context is natuurlijk moeilijk te vergelijken. In Vlaanderen wonen we niet in van die smalle valleien. Wellicht zou het menselijk leed wel minder dramatisch zijn, maar de financiële tol torenhoog (tot 2 miljard euro, MIM).

“Dat we niet weerbaar genoeg zijn, is overduidelijk. Zelfs in juli was het al kantje boord op een aantal plekken, zoals in Leuven. Terwijl de hoeveelheden neerslag veel minder extreem waren in die regio. Daarom is het expertenpanel hoogwaterbeveiliging in het leven geroepen, onder leiding van Henk Ovink: hoe kunnen we het tij keren?

“We kijken dan bijvoorbeeld naar informatiedoorstroming, het tijdig alarmeren van mensen en diensten. De voorbije zomer is de versnippering van bevoegdheden op dat vlak erg nadelig gebleken, maar dat is wel iets wat je op vrij korte termijn kan verbeteren. Andere oplossingen realiseer je niet in een paar maanden. We moeten opnieuw ruimte geven aan water, zoals valleien die je kan laten overstromen. Dan mogen daar natuurlijk wel geen woonwijken of gewassen van hoge waarde staan.”

Vind maar eens zo’n plek in Vlaanderen.

“We zitten met een hoge bevolkingsdichtheid, met veel landbouw en industrie. Maar zelfs als je dat allemaal in rekening brengt, blijft onze verhardingsgraad erg hoog als je die naast gelijkaardige regio’s in Duitsland of Nederland legt. Ook op dat vlak zijn we, helaas, kampioen in Vlaanderen en dat speelt ons natuurlijk parten. Zowel in het verhaal van wateroverlast als van droogte, want het water kan door die verharding niet goed in de bodem dringen.”

Dat betekent wel dat we wateroverlast en droogte op dezelfde manier moeten bestrijden?

“De maatregelen overlappen voor een groot stuk, en dat is in zekere zin goed nieuws. Neem nu de Blue Deal die in 2020 in het leven is geroepen (door Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA), MIM). Die heeft voor een enorme versnelling gezorgd en zet in grote mate in op het beter vasthouden van water, niet alleen in de ondergrond maar ook in het landschap via bufferbekkens of overstromingsvlaktes.

“Bij beide extremen, droogte en neerslag, helpt dat ons vooruit. Het laten meanderen van rivieren, zoals een aantal projecten in het zuiden van Leuven al hebben gedaan, heeft ons in juli al geholpen om die stad droog te houden.”

Het devies lijkt vaak: we moeten de natuur in ere herstellen. Biedt technologie geen uitweg?

“Het is een combinatie van de twee. In de Blue Deal staan inderdaad een heleboel nature based solutions, die teruggrijpen naar hoe natuurlijke watersystemen werken. Tegelijkertijd zit er, zeker in het verhaal van droogte, ook veel innovatie in de pijplijn. Bedrijven kunnen hun verbruik enorm naar beneden halen via waterzuiveringstechnieken, waardoor ze hetzelfde water telkens opnieuw kunnen gebruiken. En door data over het grondwaterpeil te koppelen aan vergunningen, zouden we illegale waterwinningen wél efficiënt kunnen opsporen.

“Zo’n slimme monitoring kan ons trouwens ook bij overstromingen helpen. In juli zagen we dat een heleboel beslissingen nog manueel gebeuren: op welk moment zet je welke stuw open, en waar laat je gecontroleerde overstromingen toe? Hoe beter we data kunnen analyseren, hoe beter we voorspellingen kunnen maken en die beslissingen ondersteunen. Daar valt zeker nog winst te boeken.”

Zijn alle sectoren al mee in dit verhaal?

“Dat is toch de filosofie waar die Blue Deal op bouwt, dat iedereen zijn steentje bijdraagt en daar ook mee van profiteert. De landbouwsector is een mooi voorbeeld. Die is een groot slachtoffer – bij droogte zijn er minder opbrengsten en meer kosten voor irrigatie – maar tegelijk deel van de oplossing. De grachten en drainagesystemen in landbouwpercelen zijn vaak nog gericht op snelle ontwatering, maar er zijn ook peilgestuurde systemen die enkel water afvoeren als het écht nodig is. Dat hoeft niet extreem duur te zijn.

“Ik merk alleszins een kentering in de hoofden. Ook in de industrie, waar vooral potentieel is om de vraag naar water te verminderen, is al veel winst geboekt. En de drinkwatersector heeft ingezien dat er stappen nodig zijn voor een robuuste voorziening in de toekomst. Zo denken de maatschappijen in het Antwerpse, waarbij de een uit grondwater en de ander uit oppervlaktewater tapt, aan een fusie om beter gewapend te zijn.”

Dreigt anders een scenario waarin de waterkraan wordt dichtgedraaid?

“Dat is niet onrealistisch. Wanneer kanalen en rivieren onder hun minimale peilen en debieten dreigen te zakken, kunnen we geen water meer onttrekken. We zijn daar al heel dicht bij geweest de voorbije jaren. Zeker omdat in die periodes van droogte de vraag naar water enorm stijgt. Op hete dagen zien we soms 30 à 50 procent meer vraag naar drinkwater, want mensen gaan zwembaden vullen, vaker douchen of hun gazon besproeien.

“Op dat vlak hebben natuurlijk ook de gezinnen een rol te spelen. Meer dan 50 procent van de grondwaterwinning is bestemd voor drinkwater, en dat verbruik kan dalen door wat zuiniger te zijn of meer regenwater te gaan gebruiken. De Vlaming denkt nog te vaak: wat ik doe, maakt niet zoveel uit.”

Wat kan de modale burger nog doen?

“In de tuinen en voortuinen ligt nog veel potentieel. Samen vormen die 12 procent van de oppervlakte in Vlaanderen. Hoe groener we die ruimte maken, hoe beter het water lokaal kan infiltreren. Als je gaat wandelen, dan valt het helaas op hoeveel voortuintjes helemaal dichtbeklinkerd zijn.

“Je kan denken: wat gaan die paar vierkante meter nu uitmaken? Wel, als elke Vlaming gemiddeld tien vierkante meter zou ontharden, dan zou er jaarlijks 15,6 miljoen kubieke meter extra in de bodem dringen. Als je weet dat we ongeveer 300 miljoen kubieke meter grondwater per jaar oppompen, is dat allesbehalve verwaarloosbaar.”

Ondertussen blijven we bouwdriftig. Er zijn zelfs steden en gemeenten die in overstromingsgebied vergunningen blijven uitreiken.

“Dat is inderdaad het laatste wat we nu nodig hebben. Openbare besturen vergeten nog weleens dat ze een voorbeeldrol te vervullen hebben. Dan zie je bijvoorbeeld dat ze bewoners aansporen om te ontharden, maar zelf een plein herinrichten als betonvlakte.

“Toch zie ik dat steden zoals Mechelen en Gent steeds vaker uitpakken met een project om te ontharden of te vergroenen, of heel recent ook in een gemeente als Lubbeek. Ze zien het als iets om mee te pronken, en dat kan ik alleen maar toejuichen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234