Vrijdag 24/01/2020

Groen Licht

Van 110 euro maandelijkse energiekosten naar 10 euro in tien dagen

Beeld Tim Dirven

Geen energiekosten meer, maar hetzelfde maandelijkse bedrag voor een duurzame renovatie. Met dat plan wil de Nederlandse organisatie Energiesprong 100.000 woningen renoveren. In een Tilburgse wijk kunnen we zien hoe zo'n zuinige facelift eruitziet.

"Koken op gas mag niet, maar voor koffie maak ik toch een uitzondering", zegt Eva Holtzer een beetje beschaamd terwijl ze een oud espressomakertje op zo'n typisch blauwe camping­brander zet. Duurzaam is het niet, en vooral een geweldig contrast met de hypermoderne installatie die haar huis een paar maanden geleden heeft omgetoverd van energievreter tot ultra­zuinig pand. Wel leuk dat ze het inefficiënte gasbrandertje nog heeft, want de koffie smaakt.

Holtzer woont in een Tilburgse sociale woonwijk, waar zeventien huizen in sneltempo duurzaam zijn gerenoveerd. Stuk voor stuk bouwsels uit de jaren 50. Aan de buitenkant zou je dat niet zeggen, want met een nagelnieuwe gevel en strak grijs dak geplaveid met zonnepanelen ziet de rij huizen er vandaag uit als nieuwbouw. Pas aan de binnenkant geeft het pand zijn ware leeftijd prijs: vergeelde stopcontacten en schakelaars, meermaals overschilderde muren die de decoratiedrift van vorige passanten dragen en een mengelmoes van afgesleten hout, vinyl en tegels. Wat dit huis zo duurzaam maakt, zit allemaal onder de motorkap.

"Eigenlijk is het een theemuts die we over het huis zetten", legt Jan Willem van de Groep uit. Hij werkt voor Energiesprong, een Nederlands innovatieprogramma dat de aannemers en sociale verhuurder in de Tilburgse wijk bij elkaar bracht. "Er komt een buitenschil op de bestaande structuur, waarin de energiemodule, kabels, leidingen en een hoop sensoren zitten die de energiemeter uiteindelijk op nul moeten brengen." Het streefdoel: 111.000 Nederlandse woningen energieneutraal maken tegen 2020.

Aan de buitenkant ziet de theemuts eruit als een doorsnee bakstenen muur, maar meer dan een goede twee centimeter steen is het niet. Daaronder zitten dikke panelen met iso­lerend materiaal, dat ook op het dak ligt. De oude, flinterdunne ramen zijn vervangen door drie­voudige beglazing: de warmte blijft binnen en geluid komt er nauwelijks in.

Binnen zijn de radiatoren verdwenen. Een geothermische installatie zorgt voor warm water en blaast warme lucht naar binnen via kleine gleufjes aan weerszijden van het raamwerk. In de zomer wordt gekoelde lucht die in de grond is opgeslagen in het huis geblazen zodat je in principe het hele jaar door dezelfde temperatuur kunt aanhouden.

Elektriciteit wordt opgewekt door de zonnepanelen op het dak. Wie meer produceert dan hij verbruikt, verkoopt de overschot aan de energieleverancier. Als er extra stroom nodig is, dan begint de meter weer te lopen. Die duurzame energie in combinatie met goede isolatie moet de energierekening uiteindelijk op nul houden.

Beeld Tim Dirven

Van Lego naar Playmobil

Een muts over het huis trekken en alle energieslurpers vervangen, het lijkt de logica zelve. Toch is de aanpak in Tilburg nieuw. "Meestal worden alle toestellen in een huis als aparte systemen beschouwd, met elk een eigen stroomtoevoer, behuizing en sensoren", zegt Van de Groep. "Dat kost geld, neemt onnodig veel plaats in en levert niet het beste resultaat op. In deze huizen hebben we ervoor gezorgd dat alle systemen naadloos op elkaar aansluiten. Alles wordt goedkoper, kleiner en beter."

Dat is alleen maar gelukt omdat Energie­sprong de verschillende fabrikanten en aan­nemers rond de tafel heeft gekregen en hen samen heeft laten nadenken over een compleet, geïntegreerd systeem.

De technologie is nog relatief jong en er is nog veel ruimte voor verbetering, maar ze staat wel al op punt. De echte uitdaging begint bij de bouwindustrie; die werkt vandaag nog sterk gecompartimenteerd. Eerst de elektriciteit, dan het water, daarna de vloer, muren, ventilatie en ga zo maar door. Die verschillende onderdelen op elkaar afstellen gebeurt nog te weinig.

Hoe er vandaag meestal wordt gebouwd, kun je met Lego vergelijken, zegt Van de Groep. Kleine bouwstenen waar je om het even wat mee in elkaar kunt zetten. Hij ziet veel meer heil in een Playmobil-model, met voornamelijk afgewerkte producten. "Bij de ene fabrikant lukt dat natuurlijk beter dan bij de andere. Maar eigenlijk kan het niet anders: ze moeten samenwerken."

Eenmaal het systeem is ontworpen, wordt de hele constructie in een fabriek gebouwd en kan de renovatie beginnen. Verwarmingsketel, radiatoren en ramen gaan de deur uit, maar ook gasfornuis en al te oude wc's en douches worden door spaarzame modellen vervangen. Het dak gaat eraf, de buitenschil wordt met een kraan over het huis geschoven en een nieuw, verhoogd dak vol zonnepanelen maakt de woning weer dicht.

In principe neemt het tien werkdagen in beslag, maar dat blijkt in Tilburg te optimistisch geschat. De wijk net buiten het centrum is dan ook een van de eerste die op deze manier wordt gerenoveerd, met onvermijdelijke kinderziektes tot gevolg. "Alles bij elkaar heeft het twee of drie maanden geduurd", zegt Holtzer, die al die tijd met haar drie kinderen zowat moest kamperen in hun eigen huis.

Beeld Tim Dirven

Futuristisch labo

We staan in de verhoogde zolderruimte, waar het kloppend hart van haar duurzame woning staat. Het ziet eruit als een futuristisch minilabo, met watertank, buizen, metertjes en flikkerende lampen aan alle kanten. Rondomrond lopen er dikke buizen door de ruimte met aftakkingen naar alle kamers om verse buitenlucht aan te voeren en de vuile lucht weer buiten te krijgen. Het ventilatietoestel verwarmt of koelt die buitenlucht af en stuurt de verse lucht via het netwerk aan buizen het huis rond.

Wat opvalt, is dat de machines bij Holtzer best wat geluid maken. Om de trillingen op te vangen, staat alles op een metalen plaat met gedempte pootjes, maar in de kamer recht onder het gevaarte, waar Holtzers oudste dochter slaapt, klinkt het gezoem door. "Alsof je in een kajuit zit", merkt de fotograaf op.

Holtzer trekt er zich weinig van aan. Zij is helemaal gewonnen voor het systeem. "Straat­lawaai heb ik met die dikke ramen niet meer, de lucht voelt fris aan en zelfs op hete zomerdagen blijft het binnen heerlijk koel."

Veel werk brengt het systeem evenmin met zich mee. Om de paar maanden moet Holtzer de filters in het ventilatieapparaat uitkloppen of er even met de stofzuiger overgaan. In principe kan ze haar eigen verbruik online in het oog houden, "maar de website hapert. Binnenkort moet het in orde zijn, is me verteld." Als er problemen zijn, dan kan Holtzer kiezen uit de lijst met noodnummers die ze heeft gekregen. "Eén keer heb ik moeten bellen omdat het hier snikheet was. Het bedrijf uit Noord-Holland kon op zijn schermen meteen zien dat er wat scheelde met de software. Die hebben ze aan­gepast, waardoor alles nu weer prima draait."

Beeld Tim Dirven

Vandaag staan er al 500 dergelijke woningen in Nederland. Volgend jaar komen er nog eens 3.500 bij, voornamelijk in de sociale huisvesting. Een mooi aantal, maar met de beoogde 100.000 ligt er nog veel werk op de plank. Een van de grote struikelblokken is de kostprijs. Hoewel een nul-op-de-meterwoning in principe geen energiekosten heeft en dat vrijgekomen geld naar de renovatie kan, schrikt het prijskaartje van de hoogtechnologische renovatie mensen af. Voor de kleine sociale woningen in Tilburg is het 30.000 euro meer dan een gewone renovatie.

"We hadden een paar geslaagde experimenten rond energieneutraal bouwen, maar het bleef te duur omdat we de renovaties niet op grote schaal konden doen", legt Van de Groep uit. "Dus hebben we woningcorporaties (Nederlandse socialehuisvestings­maatschappijen, AF), aannemers en overheid bijeengebracht."

De huisvestingsmaatschappij neemt de renovatiekosten als eigenaar op zich. De inwoner betaalt een vergoeding en de overheid schept het kader waarbinnen dit mogelijk is. "Vroeger betaalde ik 110 euro per maand aan energie", zegt Holtzer. "Vandaag betaal ik 85 euro aan de huisvestingsmaatschappij om de renovatiekosten te dekken en 10 euro aan het energiebedrijf." Het contract met de energieleverancier is nodig om te vermijden dat het licht uitvalt op dagen met weinig zonlicht, maar evengoed om het overschot op goede dagen weer op het elektriciteitsnet te krijgen.

In de praktijk komt het voor Holtzer en haar buren dus neer op een verschuiving van de kosten. In de plaats van een energiefactuur komt een vergelijkbare afbetaling aan de sociale verhuurder. Van de Groep wil het huizenbestand volgens dat systeem volop renoveren. "Als je energiefactuur 175 euro per maand is, dan kun je met dat bedrag 45.000 euro lenen voor de renovatie. Wie een groter huis heeft en 300 euro aan energie kwijt is, kan het dubbele lenen voor de renovatie."

Beeld Tim Dirven

Fermettes en chalets

Vandaag zijn er in Nederland amper een handvol gemeentes en provincies die burgers helpen om de energierekening in te wisselen voor een nul-op-de-meterlening. Volgens Van de Groep moet de overheid die financieringsarrangementen overal in het land mogelijk maken. En hij gaat meteen een stapje verder: "Wie vandaag een lening afsluit moet 20 tot 30 jaar betalen zonder te weten of de investering haar waarde behoudt. Voor veel mensen is dat een drempel. Het zou beter zijn om leningen aan het huis vast te hangen, en die kost als een vast bedrag in de energierekening op te nemen."

In de eenvoudige economische logica zal de kostprijs van zo'n renovatie zakken als ze op grote schaal kan gebeuren. Op dat vlak heeft Nederland al een voordeel, omdat er niet zoveel verschillende woningtypes bestaan. Met een beperkt aantal soorten huizen hoef je namelijk maar een beperkt aantal concepten te maken.

In België is de situatie helemaal anders. Onder meer door de minder strakke regulering zitten we opgescheept met een versnipperde woningvoorraad. Een woonwijk met identieke huizen is een pak efficiënter te renoveren dan de typisch Belgische straat van fermettes en chalets. Toch gelooft Van de Groep dat dit type renovatie op termijn ook in België kan. "Huis per huis opmeten lijkt nu inefficiënt, maar ik schat dat het nog slechts een paar jaar duurt voor we huizen met 3D-software eenvoudig in kaart kunnen brengen."

Ondanks de minder evidente context zijn er een aantal Belgische organisaties die zich op duurzame renovatie richten. Een ervan is Dubolimburg, het provinciaal steunpunt duurzaam bouwen en wonen. "Tien jaar geleden ging het vooral over duurzame nieuwbouw, vandaag zien we vooral interesse bij renovatie."

Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Dubolimburg is daarom in 2014 gestart met De Huisdokter. Een specialist komt aan huis en stelt gratis het ideale scenario op voor zo'n renovatie. "Het bezoek duurt een uur of twee", zegt coördinator Kris Asnong. "We maken een plan op voor kleine en grote investeringen, rekening houdend met prioriteiten, wensen en budget."

Sinds de start van het proefproject, dat wordt gesteund door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), heeft Dubolimburg 500 renovaties opgestart. Asnong: "In het begin zijn mensen heel enthousiast, maar al snel zien ze door de bomen het bos niet meer. Daarom begeleiden we van begin tot einde, zelfs bij praktische zaken als de zolder opruimen. Alles moet zo draagbaar mogelijk blijven."

Om het financieel draaglijk te houden, heeft Limburg in juni de DuwolimPlus-lening in het leven geroepen. Dat is een aanvulling op de Vlaamse energielening. Met die laatste kunt u maximaal 10.000 euro lenen in vijf jaar en tegen een lage rentevoet (kwetsbare groepen zelfs tegen 0 procent), maar heel erg ver komt u daar niet mee. De Limburgse lening doet er 30.000 euro bij en de looptijd is verlengd tot tien jaar.

De provincie mikt de komende vijf jaar op 1.250 van die leningen. Een toe te juichen initiatief, maar om echt impact te hebben moet onze woningvoorraad op grote schaal worden gerenoveerd. Zelfs al wordt renovatie vandaag vertraagd doordat huis per huis wordt aangepakt, zijn er instrumenten voorhanden om Vlaamse huizen energieneutraal te maken. "Waarom zet de overheid de woonbonus niet in om huizen zuiniger te maken?", vraagt Asnong zich af. "Jaarlijks gaat het om een substantieel bedrag dat veel mensen gebruiken als extraatje. De overheid kan hen verplichten om het weer in hun huis te steken."

De Huisdokter is vandaag nog kosteloos, omdat het project in een testfase zit. Over een goed jaar hoopt Dubolimburg het verder uit te rollen. Zal het gratis blijven? "Het eerste bezoek willen we gratis houden, daarna zal het wellicht betalend zijn", vertelt Asnong. "Wie de kosten moet dragen - de eigenaars, de sector of beiden -, daar zijn we nog niet uit."

Behalve de nauwe samenwerking in de bouwindustrie zal dat de grote uitdaging zijn om de burger helemaal te overtuigen: een­voudige en goedkope financiering. Het Nederlandse Energiesprong is intussen de grens met Engeland en Frankrijk overgestoken. En met de tientallen miljoenen woningen over heel Europa is het potentieel enorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234