Maandag 18/10/2021

achtergrondtechnologie

Uitgeschakeld na een update: hoe apparaten steeds minder van ons worden

null Beeld Antonia Hrastar
Beeld Antonia Hrastar

Tesla geeft je auto een update waardoor deze minder ver kan. Sonos wil je oude speaker onklaar maken, Amazon verwijdert een gekocht e-boek en Apple maakt je smartphone trager. Van wie is een slim apparaat eigenlijk na aankoop?

De bel gaat. Voor de deur staat de vriendelijke mevrouw van de lokale boekhandel die altijd met precies de juiste tips komt. Dit keer kijkt ze minder vrolijk en behulpzaam. Ze wil een kijkje nemen in je goedgevulde boekenkast. Het is geen vraag maar een mededeling. Ze wacht je antwoord niet af en beent de huiskamer in, recht op haar doel af. Razendsnel schieten haar ogen over de planken: Nabokov, Nescio… Orwell! Daar is het boek dat ze zoekt: 1984, de toekomstroman over een overheid die elk aspect van het menselijk leven bewaakt en controleert. Zonder aarzelen pakt ze het stukgelezen exemplaar uit de kast en steekt het in haar grote tas. Je kunt nog net zien dat deze tas al uitpuilt met andere exemplaren van 1984 en van die andere dystopie van George Orwell, Animal Farm.

Fictie, uiteraard. Toch loert de waarheid om de hoek. Zo wiste onlineboekhandel Amazon al eens op afstand de digitale exemplaren van 1984 en Animal Farm op de Kindles (de e-reader van Amazon) van klanten. Die reageerden verbijsterd: “Ik had er geen moment bij stilgestaan dat Amazon het recht, de toestemming of zelfs maar de mogelijkheid had iets weg te nemen wat ik al had gekocht”, zei een van hen tegenover The New York Times.

Het feit dat het juist om de boeken van Orwell ging, maakte het incident des te ironischer. De reden van de opmerkelijke ingreep was een stuk prozaïscher: iets met rechten. Amazon mompelde wat excuses, maar bleek bij dit incident, zo’n twaalf jaar geleden, aan het begin van een trend te staan. Eigenaren van moderne apparaten kijken er niet meer gek van op als de maker op afstand meekijkt, updates uitvoert, nieuwe mogelijkheden toevoegt of misschien juist wel het apparaat onklaar maakt of minder krachtig.

Technisch is dat allemaal een fluitje van een cent, want of het nu om telefoons, auto’s, speakers, e-books of beveiligingscamera’s gaat: ze functioneren niet zonder de bijbehorende software en steeds vaker zit er een goedkoop chipje in waarmee ze aan het internet zijn gekoppeld. Maar van wie is het apparaat dan eigenlijk? En wie heeft de zeggenschap over wat er op en met dat apparaat gebeurt?

Harde schijf

Sonos, de Amerikaanse fabrikant van slimme speakers, zit in zijn maag met zijn eerste producten, zoals de Play 5-speaker, die vanaf 2011 werd verkocht. Eigenaren, die destijds honderden euro’s neerlegden, moeten een nieuwer model kopen. De hardware van de vroegere modellen loopt volgens de fabrikant tegen zijn limieten aan. Klanten kregen een kortingsbon van 30 procent voor een nieuw exemplaar. Sonos zou er daarna via een update voor zorgen dat de oude speaker compleet onklaar werd gemaakt. Ophef natuurlijk, alleen al uit duurzaamheidsoogpunt.

Patrick Spence, de baas van Sonos, kwam vervolgens met excuses. “We hebben dit vanaf het begin niet goed aangepakt.” Er kwam een compromis: de apparaten blijven werken, maar zijn geen onderdeel meer van de rest van het netwerk met slimme speakers.

Het kan ongemakkelijk voelen. Vroeger kochten we een hifi-stereotoren, auto of boek zónder verbinding en daar kon niemand dan meer bij. Volgens Esther Keymolen, techniekfilosoof aan de Universiteit Tilburg, is er iets wezenlijks veranderd sinds apparatuur aan het internet is verbonden. “Voor het eerst heeft technologie toegang tot onze privésfeer gekregen. Apparaten weten meer van ons dan andersom. Van oudsher maakte de mens gebruik van gereedschap om de wereld toegankelijk te maken. Nu worden wij toegankelijk gemaakt voor techbedrijven, via hun apparaten.”

Natuurlijk hebben die slimme apparaten ook voordelen. “Ze worden op afstand beter en veiliger gemaakt. En ze brengen je veel gemak.” Hiertegenover staan minder grijpbare waarden die in de verdrukking komen: privacy, zeggenschap en autonomie. “Als je tv kapot was, ging je ermee naar de reparateur. Het verlenen van toegang was een bewuste keus.” Die is er nu niet meer, betoogt ze. Enerzijds omdat apparatuur te ingewikkeld is geworden om zelf te repareren of zelfs bewust ontoegankelijk wordt gemaakt (denk aan moderne auto’s zonder motorkap die open kan, of de potdichte iPhones), maar ook omdat de fabrikanten zelf wél die toegang hebben, via de permanente internetverbinding.

Keymolen: “Het gemak als waarde is verweven geraakt met een verlies aan autonomie.” Daarbij is het volgens de filosoof ook nog eens de vraag in hoeverre de consument geholpen is met die vermeende slimheid, waarmee apparaten overigens ook een dankbaar doelwit worden voor hackers. Alles wat aan internet verbonden is, is immers in de basis kwetsbaar.

Transparantie zou al wat schelen, denkt ze. “Mijn robotstofzuiger zuigt niet alleen stof, maar brengt ook de plattegrond van mijn huis in kaart en stuurt deze door naar de fabrikant.” Toezichthouders zouden moeten afdwingen dat fabrikanten dat soort informatie duidelijk op de doos zetten, vindt Keymolen. Maar uiteindelijk draait het vooral om vertrouwen. “We moeten de topmannen van al die techbedrijven maar op hun blauwe ogen geloven dat ze het beste met ons voorhebben.” Dat vertrouwen krijgt met enige regelmaat een flinke knauw, als ingrepen van diezelfde bedrijven ons gevoel van autonomie ondergraven.

Neem de Amerikaan David Rasmussen, trotse bezitter van een Tesla Model S. Nadat hij in mei 2019 updates op zijn auto heeft geïnstalleerd, bemerkt hij dat zijn elektrische auto minder bereik heeft: Tesla heeft zonder zijn medeweten de capaciteit van de accu teruggeschroefd. Pas afgelopen zomer erkende Tesla-baas Elon Musk dat zijn bedrijf fout zat door niet de reden van die update te vertellen aan klanten. Nadat enkele Tesla’s spontaan in brand waren gevlogen, moest de update de accu veiliger maken.

Dat een beslissing ook de andere kant op kan vallen, bewijst het besluit van Tesla in het najaar van 2019 om Tesla’s in de gebieden in Californië waar op dat moment bosbranden woedden tijdelijk juist méér capaciteit te geven. Fijn voor de eigenaren, maar opnieuw een bewijs van verlies van autonomie.

Verantwoordelijkheid

Een fundamenteel verschil tussen een oude Opel Omega ten opzichte van zo’n Tesla (of een ouderwets draaischijftoestel ten opzichte van een smartphone) is dat moderne apparaten voor hun functioneren afhankelijk zijn van software. En het is aan de leverancier van die software om hem up-to-date te houden, te zorgen dat het apparaat blijft werken of om kwetsbaarheden te dichten.

Maar tot waar gaat de verantwoordelijkheid van laten we zeggen Apple om updates uit te blijven voeren? In hoeverre is Apple er niet alleen verantwoordelijk voor dat het aanraakscherm werkt, maar ook dat de software blijft werken?

Koop je een telefoon, dan is het apparaat van jou, zegt universitair hoofddocent burgerlijk recht Pieter Wolters van de Radboud Universiteit. Bij software ligt dat anders: je kúnt geen eigenaar worden omdat het geen fysieke zaak is. Wel mag je van een apparaat verwachten dat het doet wat de fabrikant belooft, zegt Wolters. “Als Tesla zegt dat je met een volle accu 400 kilometer ver kunt rijden, dan mag dat niet opeens naar beneden worden teruggeschroefd naar 350 om de accu te sparen.”

Dat is de minimumbescherming die je als consument mag verwachten, zegt Wolters. “Verder moet het product geschikt zijn voor normaal gebruik en de eigenschappen bezitten die de consument ‘redelijkerwijs’ mag verwachten. Wat dit precies betekent voor de meegeleverde software is nog nieuw terrein.”

Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de updates voor een smartphone. Telefoonmaker Samsung bracht onregelmatig updates uit voor telefoons en slechts een korte tijd voor nieuwe modellen. De consumentenbond vocht dat in 2016 aan en wilde – tevergeefs – via de rechter afdwingen dat Samsung op zijn minst garandeerde dat de telefoons langer veilig bleven door updates.

Verliesaversie

Wat in veel van de genoemde voorbeelden opspeelt, is de menselijke verliesaversie, zegt Deborah Nas, hoogleraar innovatie aan de TU Delft. Iets verliezen doet ons meer pijn dan dat we genot ervaren door een functie extra. We worden bozer als blijkt dat onze oude telefoon iets trager is gehouden door Apple om de batterij te beschermen, dan dat we plezier ervaren van veel langer met onze batterij te kunnen doen door slimme software.

“Voor een fabrikant is het ook moeilijk”, zegt Nas. “Het houdt namelijk nooit meer op. Sonos maakte al speakers voordat de smartphone bestond. Hoelang moet Sonos er redelijkerwijs voor zorgen dat die blijven werken?”

Verplaats je ook eens in de fabrikant, wil Nas maar zeggen. Apple kwam onder vuur te liggen in wat ‘batterij-gate’ is gaan heten. Oude modellen iPhones werden bewust trager gehouden met software-updates om de batterij te sparen. Zie je wel, zo dwingt het miljardenbedrijf consumenten een nieuwe, snellere iPhone te kopen, luidde de kritiek. “Dat belang is er ook”, zegt Nas. “Maar met de nieuwe software, die veel meer rekenkracht vroeg, konden onaangepaste oudere telefoons opeens midden in gebruik uitvallen. Dat willen gebruikers niet, en dat is ook niet in het belang van Apple.”

Het kan oneerlijk voelen als je een nieuwe Tesla koopt die wel ver kan, maar het van de software niet ‘mag’. Maar, zegt Nas, sommige klanten zijn niet bereid om voor een grote actieradius te betalen en andere klanten wel. Als het voor de fabrikant voordeliger is om één type auto te produceren waarbij softwarematig bepaald wordt hoe ver hij kan in plaats van twee verschillende auto’s, dan is dat een logische keuze. “Bijkomend voordeel is dat een klant die nu niet extra wil betalen later wel kan upgraden.”

Wel is het de vraag hoe je omgaat met vragen of klachten van klanten over apparaten. Google kocht de start-up Revolv, die apparaten maakte waarmee gebruikers slimme technologie in huis konden bedienen. Vervolgens besloot het de stekker uit het project te trekken, waardoor bezitters van een dure, geavanceerde smarthomehub opeens met een totaal nutteloos apparaat kwamen te zitten. Punt uit.

Je moet mensen wel een alternatief bieden, zegt zowel Nas als Keymolen, door op zijn minst te zorgen dat de oude versie van een apparaat blijft werken bijvoorbeeld. Of door uit te leggen waarom een telefoon trager is geworden.

Controleverlies

Veel iPhone-bezitters bekroop onlangs een groot gevoel van controleverlies toen Apple aankondigde de verspreiding van beelden met kindermisbruik te willen aanpakken door de afbeeldingen die op iPhones zijn opgeslagen te vergelijken met beelden afkomstig uit databases van kindermisbruik.

Dat juist Apple deze stap wilde nemen, zagen velen niet aankomen. Hetzelfde Apple werpt zich immers de laatste jaren op als privacyvoorvechter par excellence, waarmee het zich overtuigend kan afzetten tegen bedrijven als Facebook of Google. Een gigantisch billboard dat Apple in 2019 tijdens ’s werelds grootste technologiebeurs CES in Las Vegas aan een hoog gebouw ophing, illustreert deze inzet perfect. ‘What happens on your iPhone, stays on your iPhone.’

Tenzij het om iets nobels als de bestrijding van kindermisbruik gaat dus. De systemen van Apple voorzien alle foto’s die zich op een iPhone bevinden van een unieke code, een zogenoemde hash. Zodra er een match is tussen deze hash en de code die aan een van de 200.000 afbeeldingen uit een bekende database van seksueel kindermisbruik vastzit, gaan de alarmbellen af. Op dat moment nemen medewerkers een kijkje in de cloudopslag van de verdachte gebruiker.

Een prachtige, privacyvriendelijke oplossing, aldus Apple. Andere techbedrijven controleren immers gelijk al de cloudopslag, zónder die ingewikkelde hash-vergelijking. Maar deze boodschap lijkt niet goed aan te komen bij de vele critici, die vinden dat Apple hiermee massasurveillance faciliteert via het allerpersoonlijkste gadget dat bestaat: de smartphone. Begin deze maand kondigde Apple aan de introductie van het systeem toch maar uit te stellen. De fabrikant zegt na ‘feedback van klanten, rechtenorganisaties en onderzoekers’ meer tijd te nemen om zijn software te verbeteren. Een ander veelgebruikt argument van de critici is dat van de glijdende schaal: nu is het nog kindermisbruik, maar straks gaat Apple ook op zoek naar afbeeldingen van terrorisme.

Privacyjurist Jeroen Terstegge noemde het Apple-dossier in een artikel op LinkedIn een ongemakkelijke discussie omdat het over de bestrijding van kindermisbruik gaat. “Maar”, vervolgt hij, “dit is het zoveelste voorbeeld van de sluipende ontwikkeling waar je als eigenaar van een slim apparaat steeds minder eigenaar bent van de functionaliteit daarvan.”

De jurist wil een discussie over de grenzen van eigendom en privacy bij slimme apparaten, waarbij fabrikanten de functionaliteit na aankoop ingrijpend kunnen veranderen. “Wie is er eigenlijk de baas op jouw telefoon?”, zo vraagt hij zich af. Apple’s zogenaamd privacyvriendelijke oplossing schendt volgens hem een belangrijk principe: dat private partijen niet zonder toestemming in andermans spullen zitten.

Wil je zeker weten dat dat niet gebeurt, dan is er eigenlijk maar één praktische oplossing, suggereert Keymolen. Namelijk: apparaten helemaal loskoppelen van internet, net zoals bijvoorbeeld bij kritische systemen in kerncentrales gebeurt. Dan heb je wel weer een dom apparaat – al is dat dus soms zo gek nog niet.

Functies ‘on demand’ en slimme horloges die opeens niet meer werken

Tractor-hacking
Amerikaanse bezitters van een tractor van John Deere konden hun eigen tractor niet repareren: de fabrikant had dat onmogelijk gemaakt via de software in moderne tractoren. Een medewerker van John Deere moest softwarematig goedkeuren dat een onderdeel werd vervangen. Dat is veel duurder dan zelf repareren en bovendien hadden de boeren niet de tijd om te wachten tot iemand van John Deere tijd had om langs te komen. Een groep tractorbezitters heeft daarom de tractors gehackt met Oekraïense software die tegen betaling op internet aangeboden werd, zodat ze zelf reparaties konden doen.

Onbruikbare horloges
Een van de eerste echte smartwatches werd gemaakt door Pebble. Dat bedrijf werd overgenomen door concurrent Fitbit en hield zelf op te bestaan. Daarmee zouden de honderdduizenden Pebble-horloges praktisch onbruikbaar worden. Kort na de ondergang van Pebble richtte een groep oud-medewerkers en programmeurs Rebble op, dat eigen software ontwikkelde om te horloges te kunnen blijven gebruiken.

Internet-garagedeur
Handig, dacht een Amerikaan een paar jaar terug: een apparaatje om via de smartphone de garagedeur te kunnen openen. De app (Garadget) viel tegen en de eigenaar liet op de site van de fabrikant een kritisch commentaar achter: “Ik vraag me af wat voor piece of shit ik net heb gekocht.” Hij kreeg vrijwel direct een reactie van de eindbaas. Maar niet die hij verwachtte: van afstand werd zijn gadget compleet onklaar gemaakt.

Audi
Functions on demand noemt Audi het: extra functies in auto’s waarvoor eigenaren een maandelijks bedrag moeten betalen. Zaken als een uitgebreid navigatiesysteem of fancy ledverlichting zijn al op alle auto’s aanwezig, maar kunnen dus (na betaling) op afstand worden geactiveerd en ook weer uitgezet als je je abonnement niet betaalt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234