Vrijdag 22/11/2019

HIV

Twee op de drie seropositieve mensen ervaren discriminatie

Bij Stephanie werd de diagnose 'hiv-positief' twee jaar geleden gesteld. "Ik ben er altijd eerlijk over." Beeld Florian Van Eenoo Photo News

Wie seropositief is, kan vandaag een normaal leven leiden. Medisch gezien dan toch. Want het stigma is met geen pilletje uit te wissen: 65% van de mensen met hiv werd ooit slachtoffer van discriminatie. “Terwijl het niet meer of minder is dan een chronische ziekte die ook 'normale' mensen treft.”

“Je kan niet verwachten dat mensen slimmer worden over hiv en seropositiviteit als je zelf de uitleg niet wil geven. Als we niet met ons verhaal naar buiten komen, blijft het beeld van de 'jaren 80-aidspatiënt' hangen.” Dáárom wil de West-Vlaamse Stephanie (29) over haar ervaringen vertellen. En om te tonen dat het werkelijk iedereen kan overkomen. Ook blanke heteromeisjes zonder 'speciaal beroep', zoals ze het zelf omschrijft.

“Als je positief bent, kan je er maar beter ook zo mee omgaan”, lacht onze getuige, die liever niet met haar familienaam in de krant wil. Stephanie is sterk en goed omringd door haar lieve familie en vrienden. Een gelukkige uitzondering, want uit een rondvraag van Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid, bij 505 mensen met hiv blijkt dat het hen vaak anders vergaat. Op de vraag wat nodig is om beter met hiv te kunnen leven, antwoordt 41% spontaan 'minder stigma in de samenleving'. Net geen twee op de drie (65%) waren ooit het slachtoffer van discriminatie. Door een nieuwe (seks)partner (36%) of vrienden (21%), maar één op de drie kreeg zelfs moeilijkheden in de zorgsector, bijvoorbeeld bij de tandarts of in het ziekenhuis.

Naïef

Gelukkig loopt het soms ook anders. Niet dat het leven van Stephanie elke dag over rozen loopt sinds haar diagnose. “17 november 2017, dat was de dag. Ik ben verpleegster en ik had een prikaccident op het werk. Volgens de standaardprocedure liet ik alles testen. Hiv-positief. Mijn wereld stortte in, ik dacht dat ik zou doodgaan.”

“Bleek dat ik niet besmet was door de naald. Dan bleef er maar één optie over. 'Je bent aan het missen', zei ik tegen de dokter. Ik heb geen 30 partners gehad, hè. Maar ik was naïef, besefte niet dat één keer onbeschermd vrijen genoeg kan zijn om hiv op te lopen.”

Stephanie lichtte meteen haar hele familie in. “We zijn heel hecht. Gelukkig. Mijn mama, papa, broer, schoonzus... Voor niemand hield ik het verborgen. Het moest eruit. Uiteraard schrokken ze, maar slecht reageren? Niemand.” Nog dezelfde dag contacteerde ze ook Sensoa, de week nadien ging ze al brunchen voor Wereldaidsdag en korte tijd later trok ze op 'lotgenotenweekend'. “Ik wilde me normaal voelen. Ik moést weten of 'normale' mensen dat ook kregen. Ik besef nu dat dat heel cru klinkt, maar pas daar zag ik dat het iedereen kan overkomen. De mensen die naast me aan tafel zaten, konden mijn zus zijn, m'n oma, m'n nonkel. Ze waren geschoold, hadden geen speciale beroepen.”

Altijd eerlijk

Twee keer in twee jaar tijd, rekent Stephanie, werd ze geconfronteerd met een slechte reactie. “Toen ik bloed moest laten trekken, kreeg ik door de persoon die het zou doen de nogal brute opmerking dat ze voor mij wel handschoenen moest aantrekken. En op mijn vorige job reageerden niet alle collega's even goed. Nu wel. Ik geef zelfs vormingen over wat hiv anno 2019 inhoudt.” En dat is: één pilletje per dag. “Daarvoor zet ik het alarm in mijn gsm. Ik ben niet meer besmettelijk en ik kan een normaal leven leiden. Mensen met kanker of diabetes zijn veel erger af.”

Ook al is haar seropositiviteit dankzij de medicatie niet meer detecteerbaar en mag ze in principe vrijen zonder condoom, toch is Stephanie altijd eerlijk. “Ik heb sinds mijn diagnose relaties gehad en dan moet je elkaar alles kunnen vertellen. Ik heb er zo mijn eigen manier voor gevonden. Dat drieletterwoord komt pas helemaal op het einde van mijn uitleg - anders horen ze hetgeen erachter komt toch niet meer. Er is nog nooit iemand weggelopen. Al stap je nooit meer onbezorgd in een relatie. Altijd moet ik zeggen dat ik een chronische aandoening heb.”

“Wat dat is het: een chronische ziekte. Eén die aandacht nodig heeft, want mensen moeten weten dat we niet besmettelijk meer zijn. En als ik nu het stigma krijg van 'dat normale meisje met hiv', dan zou ik dat niet eens zo erg vinden. Hiv is maar een deeltje van mij, het is niet mij als persoon.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234