Maandag 24/06/2019

Sociale media

Toppsycholoog luidt alarmbel: zijn sociale media een rem op sociale ontwikkeling?

Beeld iStock

Technologie en sociale media remmen de sociale ontwikkeling van onze adolescenten af. Dat zegt de toonaangevende Hongaars-Britse psycholoog Peter Fonagy. Hij linkt die fenomenen aan verhoogde emotionele problemen, gewelddadig gedrag en zelfverminking bij adolescenten. ‘We moeten dit debat voeren.’

Of we het nu willen of niet, smartphones, tablets, sociale media en andere technologieën hebben ons dagelijkse leven veranderd. Zeker voor kinderen en adolescenten. Pakweg twintig jaar geleden was het vooral de televisie die de aandacht van de (pre-)puberende zoon of dochter afleidde. Vandaag is dat wel anders. Een nieuw filmpje van Enzo Knol of Dylan Haegens op YouTube, een uurtje of twee Fortnite spelen, even op Snapchat met de schoolkameraden, nog snel even door Instagram scrollen en ga zo maar door. 

De prikkels zijn exponentieel toegenomen en regelmatig worden er vraagtekens geplaatst bij die nieuwe realiteit. Wat doet die explosieve opkomst van sociale media en nieuwe technologie met de jeugd van tegenwoordig? Zo werden en worden onder andere overgewicht, depressies, een verkorte aandachtspanne en zelfs bijziendheid gelinkt aan die fenomenen. De Hongaars-Britse psycholoog Peter Fonagy (University College London), een levende legende in zijn werkveld, breidt dat lijstje nu uit.

Volgens Fonagy kunnen die sociale media en technologieën de sociale ontwikkeling van adolescenten in de weg staan. “Ik heb de indruk dat jonge mensen vandaag minder face-to-facecontact hebben met volwassenen”, uit hij zijn bezorgdheid in The Guardian. Gezinnen zitten minder samen aan tafel, jongeren spenderen meer tijd met hun vrienden op het internet. Nochtans hebben zij nood aan volwassenen, die hen ondersteunen in hun sociale ontwikkeling. Die functie is eigenlijk niet weggelegd voor leeftijdsgenoten.”

Dat kan forse gevolgen hebben volgens Fonagy. Hij legt de link met enkele ernstige fenomenen die steeds vaker voorkomen bij jongeren. Zo verwijst hij naar de enorme toename van emotionele stoornissen bij meisjes en vrouwen tussen de 14 en 19 jaar, de stijging van het aantal spoedopnames na zelfverminking bij jongeren en het gewelddadig gedrag dat we vandaag vaker vaststellen bij opgroeiende jongens. De psycholoog zet zo een nieuw item op de agenda.

Moedig

Professor Patrick Meurs, ontwikkelingspsycholoog bij Odisee en KU Leuven, juicht dat toe. “Dit is een moedig statement”, reageert hij. “Smartphones, sociale media en andere technologieën maken vandaag deel uit van ons leven, alleen lopen we soms in een grote boog heen om hun mogelijke neveneffecten. De impact van sociale media op hoe adolescenten zich ontwikkelen is daar een van. Dit is een debat dat we moeten voeren.”

“Sowieso is de adolescentie een erg gevoelige fase, natuurlijk hebben sociale media daar een impact op”, legt Meurs uit. “Jongeren maken op daar kennis met verschillende fenomenen: bepaalde ideaalbeelden, het verschil tussen echt en fake nieuws, manieren waarop je met conflicten omgaat. Het is duidelijk dat sociale media op dat vlak niet altijd de juiste of beste lessen leren. Dan is het belangrijk dat die adolescent volwassenen in zijn omgeving heeft, die hem of haar kan ondersteunen, bepaalde ideaalbeelden kaderen, uitleggen dat er verschillende manieren zijn om met conflicten om te gaan. Het is goed dat we daar eens over nadenken.”

Die mening deelt ook Wim Van den Broeck, professor onderwijs- en ontwikkelingspsychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. “Sociale media hebben ons veranderd: hoe we communiceren, hoe we sociaal interageren. Studies tonen aan dat sociale media een indirecte link hebben met autistiform gedrag (op autisme lijkend gedrag waardoor kinderen problemen hebben in de omgang met anderen, BVS). We hebben vandaag een haat-liefdeverhouding met sociale media, maar het is belangrijk om al die aspecten onder de loep te nemen.”

Morele paniek

Experts ontvangen dit debat met open armen, al is er ook voorbehoud nodig. Momenteel ligt er een stelling op tafel, nog geen wetenschappelijk feit. En uiteraard bestaan er ook tegenargumenten. “We moeten toch voorzichtig zijn met zulke uitspraken. Morele paniek is hier niet gerechtvaardigd”, zegt professor Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Gent. “Er zijn studies die zulke stellingen tegenspreken.” Daarvoor verwijst hij onder andere naar een onderzoek van de Universiteit van Oxford, bij 355.000 jongeren. Daaruit blijkt dat de negatieve impact van digitale technologie op het welbevinden bij adolescenten nagenoeg verwaarloosbaar is. 

“Ik denk niet dat de technologieën op zich een invloed hebben op de sociale ontwikkeling van adolescenten, maar misschien wel de drijfveren erachter”, oppert Soenens. “Neem nu een jongere die veel gamet. Onderzoek toont dat veel jongeren dat doen omdat ze er gevoelens van competentie aan overhouden, omdat ze er iets van leren en kunnen dat perfect combineren met de rest van hun leven. Dan is dat een positief verhaal. Anderen doen het dan weer heel compulsief, bijna als een verslaving. Misschien is heeft de achterliggende motivatie wel een invloed op de sociale ontwikkeling? Ik denk dat de nieuwe generaties onderzoeken over dit onderwerp zich daarop moeten concentreren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden