Zaterdag 23/11/2019

Toegang tot het internet is geen mensenrecht

Beeld UNKNOWN

Vinton G. Cerf bestrijdt de stelling dat internet een onmisbaar instrument is geworden om mensenrechten te realiseren. Cerf wordt wel eens de vader van het internet genoemd. Hij is onderzoeker aan het Institute of Electrical and Electronics Engineers en vicevoorzitter en 'chief internet evangelist' van Google.

Of het nu plaatsvond in de straten van Tunis, op het Tahrirplein of elders, het protest van vorig jaar stoelde op het internet en de vele toestellen die ermee in verbinding staan. De demonstraties waren een succes omdat duizenden mensen eraan deelnamen, maar dat was nooit gebeurd zonder de mogelijkheden die het internet biedt om overal en direct te communiceren, te organiseren en te publiceren.

Het is dan ook niet verrassend dat het protest de vraag oproept of toegang tot het internet niet beschouwd moet worden als een burger- of mensenrecht. De kwestie is vooral acuut in landen waar de overheid de internettoegang aan banden legde in een poging het protest te onderdrukken. In juni verwees een rapport van de bijzondere rapporteur van de Verenigde Naties naar de opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Hij ging zelfs zo ver te stellen dat het internet een "onmisbaar instrument is geworden om een scala aan mensenrechten te realiseren". In de voorbije jaren hebben rechtbanken en parlementen in landen zoals Frankrijk en Estland internettoegang uitgeroepen tot een mensenrecht.

Maar dat argument mist, hoe goedbedoeld ook, een ruimer punt: de technologie faciliteert rechten maar is zelf geen recht. De lat ligt hoog om iets een mensenrecht te noemen. Het moet, grofweg, deel uitmaken van de dingen die mensen nodig hebben om een gezond, zinvol leven te leiden, zoals niet blootgesteld worden aan folteringen en de vrijheid van geweten. Je begaat een vergissing als je een bepaalde technologie in die uitverkoren categorie plaatst, want mettertijd ga je de verkeerde dingen belangrijk vinden. Zo was het ooit moeilijk een inkomen te vergaren als je geen paard had. Maar het belangrijke recht was het recht om een inkomen te vergaren, niet het recht op een paard. Als ik vandaag het recht zou krijgen om een paard te hebben, zou ik niet weten waar ik ermee moest blijven.

Om iets een mensenrecht te noemen, kun je het best vertrekken van het resultaat dat we willen bereiken. Het gaat om cruciale vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van toegang tot informatie, dingen die niet bepaald gebonden zijn aan een bepaalde technologie in een bepaalde periode. Zelfs het VN-rapport, dat alom werd toegejuicht omdat het internettoegang een mensenrecht noemde, gaf toe dat het internet een waardevol middel was om een doel te bereiken, maar geen doel op zichzelf.

Burgerrecht
Wat dan met de bewering dat internettoegang een burgerrecht is of zou moeten zijn? Hier kan dezelfde redenering gemaakt worden - internettoegang is nooit meer dan een instrument om iets belangrijkers te verwezenlijken - al moet ik toegeven dat het argument dat het een burgerrecht is sterker is dan het argument dat het een mensenrecht is. Burgerrechten zijn per slot van rekening niet hetzelfde als mensenrechten, omdat ze worden opgelegd door de wet en niet inherent zijn aan de menselijke soort.

Hoewel de Verenigde Staten nooit gedecreteerd hebben dat iedereen het 'recht' heeft op een telefoon, staan we daar toch dicht bij, met de notie dat 'universele dienstverlening' - het idee dat telefonie (en elektriciteit, en nu ook breedbandinternet) beschikbaar moet zijn in zelfs de meest afgelegen uithoeken van het land. Als we dat idee accepteren, dan benaderen we de idee dat internettoegang een burgerrecht is, want toegang verzekeren is een beleid dat ontwikkeld wordt door de overheid.

Toch gaan al die filosofische argumenten voorbij aan een meer fundamentele kwestie: de verantwoordelijkheid van ontwikkelaars van technologie zelf om de mensen- en burgerrechten te ondersteunen. Het internet heeft een enorm toegankelijk en egalitaristisch platform geïntroduceerd om op wereldwijde schaal informatie te creëren, te delen en te verkrijgen. Het gevolg is dat er nieuwe manieren zijn waarop mensen hun mensen- en burgerrechten kunnen uitoefenen.

In die context hebben ontwikkelaars niet alleen een verpletterende verantwoordelijkheid om gebruikers sterker te maken, maar ook de verplichting om de veiligheid van internetgebruikers te garanderen. Dat houdt onder meer in dat ze gebruikers moeten beschermen tegen specifieke kwalen zoals virussen en wormen die hun computer stiekem binnendringen. Technologen moeten daaraan werken.

Verantwoordelijkheden
Het zijn informatici - en professionele associaties en normerende instanties - die die nieuwe mogelijkheden creëren en in stand houden. Naarmate we de perfectie nastreven in de technologie en het gebruik ervan in de samenleving, moeten we ons ook bewust worden van onze burgerlijke verantwoordelijkheden.

Het internet perfectioneren is maar één manier, zij het een belangrijke, om het leven van mensen te verbeteren. Dat moet gebeuren met respect voor de burger- en mensenrechten die bescherming verdienen - zonder evenwel te beweren dat toegang op zichzelf een recht is.

 De technologie faciliteert rechten maar is zelf geen recht. De lat ligt hoog om iets een mensenrecht te noemen. Het moet, grofweg, deel uitmaken van de dingen die mensen nodig hebben om een gezond, zinvol leven te leiden, zoals niet blootgesteld worden aan folteringen en de vrijheid van geweten  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234