Woensdag 11/12/2019

"Sterven of het ultieme taboe doorbreken": Roberto moest zijn beste kameraden opeten om te overleven

13 oktober 1972: een vliegtuig stort neer in de Andes. Van de 45 inzittenden wisten er slechts zestien de ramp te overleven. Zij moesten na de crash gedurende 72 dagen zien te overleven in de ijskoude omgeving en braken het ultieme taboe: het vlees van hun overleden vrienden eten om zelf in leven te blijven. Het hallucinante verhaal is genoegzaam bekend geworden dankzij de vele boeken en verfilmingen, nu vertelt Roberto Canessa in een beklijvende getuigenis hoe hij die horror vanop de eerste rij beleefde. Enkele vertaalde fragmenten uit 'I Had To Survive: How A Plane Crash In The Andes Inspired My Calling To Save Lives', een boek dat vanaf 1 maart in de winkelrekken ligt.

"We keken door het raampje van het vliegtuig en voelden aan dat er iets mis was. We vlogen veel te laag, de uiteindes van de vleugels scheerden langs de scherpe en besneeuwde toppen van de Andes. Wat was die piloot toch aan het doen?"

"De sfeer aan boord was fantastisch geweest: ik was samen met mijn rugbymaten op weg naar een match in Chili. We lachten, zongen en maakten grapjes, maar plots nam de doodsangst het over. Ik voelde hoe het vliegtuig in een luchtzak belandde. En nadien nog een. Het toestel trachtte hoogte te winnen, de motoren draaiden op volle toeren maar ze waren simpelweg niet krachtig genoeg."

"Ik hoorde een vreselijk lawaai, een vleugel sloeg te pletter tegen de top, er volgde een luide explosie, metaal viel uit elkaar en we tolden naar beneden. Het leek wel alsof we in een orkaan terecht gekomen waren. Ik wist niet wat er gebeurde, het begon te duizelen en dan was er die klap tegen de bergwand. We schoven naar beneden alsof het een glijbaan was (later zou ik te weten komen dat we op het moment van de crash tegen 320 km/u vlogen)."

"Ik was er zeker van dat ik zou sterven. Ik hield me zo stevig vast dat ik met mijn blote hand een stuk van de zetel lostrok. Ik hield mijn hoofd naar beneden en wachtte op de fatale klap die me naar de vergetelheid zou sturen. Maar die kwam niet."

"We kwamen heftig tot stilstand. De zitjes kwamen los en vlogen naar voren, een kettingreactie die pas stopte toen alles tegen de cockpit gedrukt was. Maar ik ademde. Ik leefde nog!"

"Rondom mij hoorde ik de gekwetsten schreeuwen van de pijn. De romp was volledig opengescheurd, het staartgedeelte bleek verdwenen. We werden omgeven door bergen en een sneeuwstorm deed ons huiveren van de kou."

"Hoofden en handen begonnen te bewegen in de losgescheurde zitjes, als schaduwen uit een andere wereld. Achter mij herkende ik mijn vriend Gustavo Zerbino, net als ik een student geneeskunde. Hij keek me aan, alsof hij wilde zeggen: "Je leeft ook nog! En wat nu? Waar moeten we beginnen."

"We klommen samen uit het wrak. Velen waren gestorven. Anderen waren vreselijk verminkt of gekwetst. We moesten iets doen, er was geen tijd om vragen te stellen. 'Deze leeft... Die is dood', mompelde Gustavo."

"De koude was onvoorstelbaar. Van 24 graden in de cabine waren we plots naar -12 gegaan. We zochten in onze handbagage jassen en truien, T-shirts gebruikten we om verbanden aan te leggen. Gustavo en ik verzorgden de gewonden, checkten de polsslag en brachten zo veel mogelijk troost."

"God, ik ben kapot. Waarom is het zo moeilijk om te ademen. De lucht was zo dun dat ik nauwelijks kon functioneren. Voor het eerst vroeg ik mezelf af waar we in godsnaam beland waren. En hoe bestond het dat een vliegtuig vol brandstof dat tegen een bergwand knalde niet ontploft is?"

"De duisternis viel. In enkele minuten werd het pikzwart. We gebruikten een aansteker om licht te maken, in de perfecte wetenschap dat kerosine ontvlambaar was. Mijn handen zaten onder het bloed van de doden en de stervenden."

"Uitgeput trok ik me terug in een hoekje om te rusten. Wat een pech had ik om in die onvoorstelbare horror te belanden, dacht ik. Ik sloot mijn ogen, voor het eerst checkte ik of al mijn zintuigen het nog deden. En jawel, mijn lichaam voerde alle commando's uit die het van mijn brein kreeg. Dat was het moment waarop ik het licht zag: ik was er als bij wonder zonder kleerscheuren uitgekomen. Ik was de grootste geluksvogel op aarde. En daarvoor ben ik nu nog steeds dankbaar."

"Die eerste nacht leek eeuwig te duren. Ik dacht dat ik wakker werd uit een nachtmerrie, maar het bleek pure realiteit. Buiten lag een wijds amfitheater van open ruimte. Argentinië lag ten oosten van ons, dacht ik. Aan de overzijde botsten we op een onoverkomelijke muur van bergen. 's Nachts waren nog verschillende mensen gestorven, onder hen ook de co-piloot. In eerste instantie dachten we dat mijn vriend Nando Parrado ook dood was, maar hij lag in een diepe coma. Twaalf passagiers en bemanningsleden waren tijdens de crash zelf al omgekomen."

"Ondanks het grote verdriet gingen we niet wanhopen. We geloofden ten stelligste dat we gered zouden worden, ook al hadden we geen radio- of telefonisch contact. De Chileense autoriteiten wisten dat we op hun grondgebied neergestort waren, op zo'n 160 kilometer van onze bestemming. Dat hadden we nog kunnen meegeven voor het contact verbroken werd. En onze hoogtemeter gaf 2.100 meter aan (later vernamen we dat dit niet klopte, de naald was tilt geslagen door de crash. In werkelijkheid zaten we veel hoger).

"We verzamelden alles wat we van voedsel konden vinden. Hoewel het om een heel kleine hoeveelheid ging, rantsoeneerden we. Ook de kleren die we in de bagage gevonden hadden, verdeelden we op een eerlijke manier."

"Het ergste is achter de rug, vertelden we tegen elkaar. We mogen niet panikeren. We moeten sterk blijven voor diegenen die zwaargewond geraakt zijn."

"Met de lege valiezen vormden we een enorm kruis in de sneeuw. Met onze voeten schreven we SOS, met een beetje geluk was dat zichtbaar vanuit de lucht. Maar tot onze grote verbazing passeerde er geen enkel vliegtuig."

"De volgende ochtend hoorden we een straaljager, gevolgd door een kleiner propellervliegtuig. Iedereen dacht dat het eerste toestel zijn vleugel bewogen had, als teken dat hij ons gezien had. We sprongen, schreeuwden en huilden van geluk."

"Maar er kwam geen hulp. Ook de volgende dag niet. Of de daaropvolgende. We maakten onszelf wijs dat het geen makkelijke reddingsoperatie zou zijn. Met helikopters en al. Het was enkel nog een kwestie van tijd vooraleer we ze te zien zouden krijgen."

"Van de 45 mensen die aan boord zaten, waren er twaalf omgekomen tijdens de crash. In de dagen daarna zijn er nog eens zes gestorven. Er bleven dus nog 27 over, ineengedoken in de cabine. Maar we waren niet langer van deze wereld. We waren wezens van een andere planeet geworden."

"Door de sneeuwstormen in het Andesgebergte bleven we beschutting zoeken in de romp van het vliegtuig. Onze rugbygemeenschap was een familie geworden, met één gemeenschappelijk doel: overleven. Maar we kwamen voedsel tekort. We zaten al een hele tijd door onze voorraad heen, van enige vegetatie of aanwezigheid van dieren was geen sprake. We kenden het antwoord voor het probleem, maar dat was te erg om zelfs maar te overwegen."

"De lichamen van onze vrienden en ploegmakkers, die in sneeuw en ijs bewaard werden, bevatten cruciale proteïnen om ons te helpen overleven. Maar konden we dat wel doen?"

"We hebben heel lang met die vraag geworsteld. Ik trok me terug in de sneeuw en bad dat God me zou leiden. Zonder Zijn toestemming zou het voelen alsof ik de nagedachtenis van mijn vrienden besmeur; alsof ik hun zielen zou stelen."

"We vroegen ons af of we gek geworden waren. Waren we echt wilde bruten geworden? Of was dit het enige verstandige dat we konden doen? We hebben de grenzen van onze angst toen echt verlegd."

"Javier Methol -met 35 jaar de oudste van de groep- zei dat hij ook gebeden had om hulp van bovenaf. God had hem verteld om het als een Heilige Communie te beschouwen. Hij declareerde de verzen van het Nieuwe Testament: 'Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven. Neem en eet, dit is mijn lichaam'."

"Misschien kon een mirakel nog verhinderen dat we zo'n afschuwelijke misdaad moeten begaan. Nooit hadden de gevolgen van tijd zo griezelig geklonken. Maar honger lijden is afgrijselijk, noem het een oerdrang. En God zag hoe mijn ingewanden kreunden."

"Na verloop van tijd kwam er een rationeel antwoord om mijn angsten te onderdrukken en mezelf innerlijke rust te schenken. Ik moest denken aan wat anderen -inclusief mezelf- gezegd hadden na de crash: als we stierven, zou de rest onze lichamen mogen gebruiken om te overleven."

"Stel dat mijn hart gestopt was met kloppen, dan zou ik gewild hebben dat mijn armen en benen en spieren nog konden meehelpen in onze gezamenlijke missie: wegraken van die berg. Ik zou het zelfs een eer gevonden hebben: zelfs als ik overleden was, moest ik een rol blijven spelen."

"Een dood lichaam gebruiken om te blijven leven: het is een procédé dat de wereld in de komende decennia nog veel vaker zou toepassen, denk maar aan orgaan- en weefseltransplantaties. Wij waren diegenen die het taboe doorbroken hebben. Wat ooit heel vreemd was, is nu in feite een nieuwe manier geworden om de dode te eren."

"Geleidelijk aan is ieder van ons tot hetzelfde besluit gekomen. En eens we die stap gezet hadden, was het onomkeerbaar. Het was ons ultieme afscheid van onze onschuld. Daarna zouden we nooit meer dezelfde persoon zijn."

"Ik zal nooit die eerste snede vergeten, negen dagen na het ongeval. Elke man in strijd met zijn geweten, daar op die eindeloze bergtop. Het was nog kouder en grijzer dan de dagen ervoor."

"Vier van ons -Gustavo, Fito Strauch, mijn goede vriend Daniel Maspons en ikzelf- met een scheermes of glasscherf in de hand. Daarmee sneden we voorzichtig de kleren door, hun gezichten konden we niet meer aankijken. De dunne stukjes bevroren vlees legden we op een stuk metaal. En ieder van ons at het op, van zodra we de knop omgedraaid hadden. Een dag later -op 23 oktober- hoorden we via onze kleine transistorradio dat na meer dan honderd pogingen er niet langer naar ons gezocht zou worden."


Hoe een lawine nadien nog acht extra levens eiste en Canessa samen met Fernando Parrado voor de ultieme doorbraak zorgde, leest u in zijn boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234