Zondag 28/02/2021

ColumnDe schaal van Mulders

Stalagmieten groeien van de grond naar boven, terwijl stalactieten hangen als – welja – borsten

null Beeld AP
Beeld AP

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.  

Nooit denk je aan water dat bevriest, en opeens is bevroren water het ­centrum van je belangstelling. Zo gaat dat, als je de trotse bezitter bent van een buitenkraan die vatbaar is voor vorstschade.

Ik denk er te laat aan, natuurlijk. Als de sneeuw begint te vallen, hebben wij het te druk met het gooien met sneeuwballen. Ik hou niet meer zo van sneeuw als toen ik een kind was. Ik vind het gedoe en ik vind het smurrie. Je kunt er je botten in breken of botsen met de auto.

Maar niet van katten en van sneeuw houden, is het begin van de ­ouderdom. Dus maak ik een lange sneeuwwandeling met mijn dochters en jaag op ijspegels die groeien aan de spatborden van auto’s. Zijn dat  stalactieten? Of noem je het ­stalagmieten? Vroeger kon ik ze nooit goed uiteenhouden, die gesteente­kolommen in druipsteengrotten. Tot ik als kind een ezelsbruggetje bedacht: stalagmieten groeien van de grond naar boven, terwijl stalactieten hangen als – welja – borsten.

Pas ’s avonds, als de zuiveren van hart al slapen, gaan mijn gedachten naar mijn buitenkraan. Bij opendraaien blijkt daar geen drup water meer uit te komen. Ik ben kwaad op mijzelf omdat ik niet in de herfst het water heb afgelaten, zoals de goede huisvader.

Misschien valt er nog iets te redden. Er is op internet een halve bibliotheek bijeen­geschreven over bevroren kranen en buizen. Je kunt ze ­omzwachtelen met oude truien of ­versleten kousen. Je kunt ze isoleren met glaswol of polyethyleenschuim. Er ­bestaan zelfs verwarmingskabels die met een thermostaat zijn uitgerust.

Terwijl ik mij verdiep in die remedies, begint bevroren water mij te fascineren. De meeste materialen krimpen bij afkoeling, maar water zet juist uit als het bevriest. De vaststelling is simpel, de uitleg ingewikkeld. Het heeft te maken met een dipoolmoment en ­intermoleculaire trillingen. Doordat de massa gelijk blijft, maar het volume groter wordt, is ijs lichter dan water. ‘Zonder dit bijzondere effect’, lees ik, ‘zou er waarschijnlijk geen leven op aarde ontstaan zijn. Het drijvende ijs beschermt de bodem van meren en zeeën tegen verdere bevriezing.’

Zo kom ik uit bij het Mpemba-effect, dat stelt dat warm water sneller ­bevriest dan koud water. Het is vernoemd naar de Tanzaniaanse school­jongen Erasto Bartholomeo Mpemba, die het waarnam bij het bevriezen van roomijs. Dat boeide hem zo dat hij er later onderzoek naar ging verrichten. De wetenschap was sceptisch toen hij in 1969 zijn bevindingen publiceerde. Ze waren zowel strijdig met de wetten van de thermodynamica als met wat je intuïtief aanvoelt.

Nu was Mpemba niet de eerste die zich de vraag stelde. Filosofen als Aristoteles, Francis Bacon en René Descartes braken zich eerder al het hoofd over de vraag of warm water sneller bevriest dan koud water. Nog altijd schijnen geleerde hoofden daar niet uit te zijn. In 2016 deed Nature het af als een stads­legende. Niet dat de eeuwenoude vraag daarmee voorgoed beslecht is.

Het kan vriezen en het kan dooien, zegt het spreekwoord. We sturen ­ruimtetuigen naar Mars, maar heb je sneller ijs voor in je gin-tonic als je heet water in de ijsblokjesvorm giet? De wetenschap weet het nog niet.

In mijn diepvriezer lijkt het amper ­verschil te maken. Mpemba is intussen een gepensioneerde jachtopziener.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234