Zondag 24/10/2021

NieuwsDinosaurussen

Sneeuwdino’s doorstonden duisternis en vrieskou op de Noordpool

Researcher Greg Erickson bezig met opgravingen aan de oevers van de Colville River in Noord Alaska. Dinosaurussen kwamen hier niet alleen maar langs, ze leefden er permanent – ondanks de barre omstandigheden.  Beeld AFP
Researcher Greg Erickson bezig met opgravingen aan de oevers van de Colville River in Noord Alaska. Dinosaurussen kwamen hier niet alleen maar langs, ze leefden er permanent – ondanks de barre omstandigheden.Beeld AFP

Een groep aan het klimaat aangepaste pooldino’s kon waarschijnlijk het hele jaar vlakbij de Noordpool overleven. In Alaska zijn resten gevonden van jonkies die te klein waren om mee te kunnen met een trektocht naar warmere gebieden, schrijven paleontologen in Current Biology.

Het was in de dinotijd een stuk warmer dan nu, maar waar de bestudeerde fossielen zijn gevonden was de winter ook toen donker en koud – niet direct de omgeving waar je dinosaurussen in ziet rondstampen, en wetenschappers waren in eerste instantie ook verrast toen ze halverwege de vorig eeuw voor het eerst fossielen aantroffen bij de Noord- en de Zuidpool. Ging het om rondtrekkende soorten die de barre winters ontliepen, of konden ze hier permanent overleven?

Te klein voor trektochten

Amerikaanse en Canadese onderzoekers hebben nu stevig bewijs gevonden voor dat laatste. In Alaska, op een plek die 70 miljoen jaar geleden vlakbij de Noordpool lag, troffen ze botjes en tandjes aan van pasgeboren dino’s en jonkies van nog geen jaar oud. Het is onwaarschijnlijk dat de piepjonge dieren snel genoeg opgroeiden om trektochten naar warmere gebieden te ondernemen, schrijven ze.

Bovendien noteerden de onderzoekers duidelijke verschillen tussen de de tandjes en schedels van pooldinosaurussen en nauw verwante soorten die zuidelijker worden aangetroffen. Zouden deze dieren heen en weer zijn gereisd, zoals trekvogels, dan zou je verwachten dat hun resten ook verder naar het zuiden voorkomen.

Anne Schulp, hoogleraar paleontologie aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan Naturalis, is onder de indruk van het grote aantal soorten waar de onderzoekers jongen van hebben gevonden. Het gaat onder meer om vleesetende tyrannosaurussen en om planteneters die nauw verwant zijn aan de driehoornige triceratops. “En ze zijn zó jong, die gaan niet meteen trekken.”

Zo klein zijn de botjes en tanden van de baby-dinosaurussen die zijn gevonden in het noorden van Alaska. De munt, een penny, heeft een diameter van 1,8 centimeter. Beeld AFP
Zo klein zijn de botjes en tanden van de baby-dinosaurussen die zijn gevonden in het noorden van Alaska. De munt, een penny, heeft een diameter van 1,8 centimeter.Beeld AFP

In de onderzochte periode lagen er hoogstwaarschijnlijk geen ijskappen op de polen, zegt zijn collega Niels de Winter, die aan de Vrije Universiteit Brussel klimaatverandering in het verleden bestudeert. Mede op basis van de plantenfossielen die er in Alaska zijn gevonden, concluderen onderzoekers dat het er naar alle waarschijnlijkheid in de winter wel vroor. Bovendien kwam meer dan honderd dagen per jaar de zon niet op.

Of er sneeuw lag is volgens hem zeer moeilijk vast te stellen op basis van fossielen. “Maar als het in de winter onder nul kon worden, kunnen we er toch met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van uitgaan dat het daar weleens gesneeuwd heeft.”

Winterslaap

Er groeiden planten, waaronder naaldbomen en varens, maar door het gebrek aan licht in de winter kan het voedselaanbod niet groot zijn geweest, schrijven de onderzoekers. Hoe de dinosaurussen zich aan de barre omstandigheden wisten aan te passen, is niet zomaar af te leiden uit de stukjes bot. Misschien hielden ze wel een winterslaap, opperen zij.

Sporen van veren troffen de onderzoekers niet aan, maar van alle dinofamilies die in Alaska werden aangetroffen zijn nauw verwante soorten bekend die veren hadden. Het is dus goed mogelijk dat de sneeuwdino’s rondliepen met een dikke verenjas tegen de kou, schrijven de wetenschappers. “Dat lijkt mij volstrekt logisch”, aldus Schulp.

Bovendien is dit de zoveelste aanwijzing dat dinosaurussen warmbloedige dieren waren, zegt hij, “mocht iemand daar nog aan twijfelen”. Van koudbloedige dieren, zoals hagedissen of krokodillen, werd geen spoor gevonden.

Schulp: “Wat ik bijzonder vind, is dat het niet gaat om een enkele freak met een totaal unieke overlevingsstrategie. Er zat in dat koude, donkere gebied een hele dinogemeenschap.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234