Maandag 28/11/2022

Geneeskunde

Schuilt de remedie tegen alzheimer in de Boliviaanse wildernis?

De Tsimane leven diep in het Boliviaanse binnenland.  Beeld rv
De Tsimane leven diep in het Boliviaanse binnenland.Beeld rv

Ligt de sleutel tot een alzheimer-remedie diep in de Boliviaanse wildernis? Volkeren die op een pre-industriële manier leven, zoals de Tsimane, krijgen vaak te maken met parasieten. Het immuunsysteem dat ons lichaam daartegen ontwikkelde, kan een rol spelen in de ziekte. 'Door zelf parasietinfecties op te doen, kreeg ik een beter inzicht.'

Pagan Kennedy

In 2011 keerde Ben Trumble terug uit het Boliviaanse regenwoud met een rugzak die gevuld was met honderden flesjes speeksel. Hij was zes weken lang met inheemse mannen door de wildernis getrokken, terwijl zij met pijl en boog op wilde zwijnen jaagden. De mannen behoorden tot de Tsimane, een volk dat leeft zoals onze voorouders duizenden jaren geleden.

De Tsimane jagen, foerageren en bewerken kleine stukken land. Trumble had de mannen gevraagd enkele malen per dag in een flesje te spugen. Zo wilde hij hun testosterongehalte meten. Als tegenprestatie droeg hij hun buit en hielp hij hen bij het ontweien van het wild – als een soort roadie voor de jagers.

Trumble wilde nagaan of jagers die met succes een dier velden, beloond werden met een testosteronpiek. (En dat bleek zo te zijn.) Als wetenschappelijk onderzoeker bij het Tsimane Health and Life History Project werkte hij mee aan een langetermijnonderzoek naar menselijk welzijn en veroudering buiten een geïndustrialiseerde samenleving.

De dag dat hij uit het regenwoud terugkeerde, werd hij met een nieuw en nog dringender probleem in verband met de menselijke gezondheid geconfronteerd. Hij deed zijn rugzak af, belde zijn moeder op en vernam vreselijk nieuws: bij zijn 64-jarige oom was dementie vastgesteld, waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer.

Miljarden dollars aan onderzoek

Binnen enkele jaren zou zijn oom, die vroeger een gedreven advocaat was, stoppen met spreken, met eten en uiteindelijk sterven. "Ik kon hem niet helpen", zei Trumble, maar hij wilde de ziekte, die zijn oom ten slotte zou doden, begrijpen. Hij vroeg zich af of alzheimer ook bij de Tsimane voorkwam en, als dat niet het geval was, of wij dan iets van hen konden leren inzake het behandelen of voorkomen van dementie.

"Er is nog geen remedie tegen alzheimer gevonden. Er is niets wat de al opgelopen schade kan herstellen", zei Trumble me. Hoe komt het, vroeg hij zich af, dat die miljarden dollars voor onderzoek al decennia lang zo weinig hebben opgeleverd? Werden in dat onderzoek cruciale elementen over het hoofd gezien?

Trumble, een antropoloog van opleiding, gespecialiseerd in evolutionaire geneeskunde, weet dat onze leefwereld slechts een stip is op de tijdlijn van de menselijke geschiedenis. Volgens hem is er iets mis met het feit dat grote medische onderzoeken zich bijna altijd beperken tot "mensen die in steden als New York of L.A. wonen". Wetenschapsmensen hebben daar zelfs een naam voor: 'weird' (western, educated, industrialized, rich and democratic – westers, opgeleid, geïndustrialiseerd, rijk en democratisch). Ons lichaam is echter nog steeds gebouwd voor de 'non-weird'-omgeving waarin onze soort tot ontwikkeling kwam. Tot vandaag is haast niets bekend over dementie bij onze voorouders van pakweg 50.000 jaar geleden, lang voor het bestaan van antibiotica en gemechaniseerde landbouw. Volgens Trumble kon een studie van de gezondheid bij de Tsimane misschien een nieuw licht werpen op deze moderne ziekte.

De Tsimane kennen een hoge kindersterfte maar wie de volwassen leeftijd bereikt, leeft ongeveer even lang als de meeste andere mensen, zodat hun gezondheidstoestand kan worden gemeten tot 90 jaar en zelfs ouder. Meer dan vijftien jaar lang volgden de onderzoekers van het Tsimane Project hun proefpersonen, die ze ook medisch begeleidden. Hun conclusie was dat de Tsimane in veel opzichten van ons verschillen. Zo hebben zij bijvoorbeeld de zuiverste slagaders ter wereld, beter dan alle volkeren die ooit werden bestudeerd. Dat betekent dat zij in hoge mate immuun zijn voor hartkwalen.

Puzzels oplossen

Trumble was niet de eerste medewerker van het Tsimane Project die zich afvroeg of zich bij dit volk dementie ontwikkelde. In 2002 begon een van de oprichters van de groep, Michael Gurven, de mentale gezondheid van de ouderen te testen door ze puzzels te laten oplossen. Deze en andere gegevens over de cognitieve performantie van de Tsimane werden vergaard tot 2015, het jaar dat de oom van Trumble stierf. Toen besloten Trumble, Gurven en andere onderzoekers zich dieper in die uitgebreide materie te verdiepen.

Vooral het ApoE4-gen, het zogenaamde alzheimer-gen, interesseerde Trumble. Amerikanen die twee exemplaren van het gen dragen, lopen tienmaal meer risico om de late vorm van de ziekte te ontwikkelen. Bij de analyse van de verzamelde gegevens deed de wetenschapper een verrassende ontdekking: veel Tsimane die drager waren van één exemplaar van het gen, hadden betere resultaten in de cognitieve tests.

Die paradox bleef hem bezighouden in zijn zonnige labo aan de Arizona State University, nadat hij was teruggekeerd van zijn zoveelste reis naar de nederzettingen van de Tsimane. Hij had deze keer een vervelend souvenir meegebracht uit Bolivia: een darminfectie die door de campylobacter-bacterie was veroorzaakt, en twee gemene types van E. coli. "Ik was zo ziek dat ik mijn trouwpartij bijna moest afblazen!" En het was niet zijn eerste gevecht met tropische bacteriën. Jaren tevoren had hij een soort pukkel op zijn neus gekregen, die maar bleef groeien. De puist bleek uiteindelijk een leishmaniasis-infectie te zijn. Chemotherapie bevrijdde zijn neus van de vleesetende parasiet en redde waarschijnlijk ook zijn leven.

"Door die parasietinfecties op te doen, kreeg ik een juister inzicht", verklaarde Trumble. Zeventig of meer procent van de Tsimane is continu met parasieten besmet – wormen in hun ingewanden, indringers die zich in hun huid nestelen. Ook hun voorouders hadden daar ongetwijfeld al mee af te rekenen. Zouden zulke infecties een invloed hebben op het gedrag van de genen in ons lichaam?

Misschien zorgde het ApoE4-gen voor meer overlevingskansen in die oude omgevingen. Vandaag is slechts een kwart van ons drager van één exemplaar van het ApoE4-gen, en slechts ongeveer twee personen op honderd dragen twee exemplaren. Uit DNA-analyse van oude botten blijkt echter dat het ApoE4-genotype duizenden jaren geleden alomtegenwoordig was bij mensen. Het gen – dat cholesterol helpt aanmaken – kan een cruciaal element zijn geweest in de ontwikkeling van onze grote energievretende hersenen en een belangrijke rol hebben gespeeld in het verdedigen van die hersenen tegen ziekteverwekkende indringers.

Van voordeel tot nadeel?

Trumble bekeek de gegevens over de cognitieve gezondheid van alle proefpersonen die positief hadden getest op parasieten. En ja, hij constateerde dat Tsimane met infecties meer kans hadden hun mentale gezondheid te behouden als zij drager waren van een of twee exemplaren van het ApoE4-gen. Het alzheimer-gen bood dus een gezondheidsvoordeel voor hen. Maar het tegendeel gold voor de minderheid die vrij van parasietinfecties was gebleven: bij hen was er een relatie tussen het ApoE4-gen en een cognitieve achteruitgang, precies zoals bij mensen in geïndustrialiseerde landen.

"Mensen hebben zich ontwikkeld in gezelschap van verschillende parasieten, maar vandaag, in ons sedentaire stadsleven, zijn die parasieten uit de mix weggehaald", aldus Trumble. Misschien veranderde het ApoE4-gen daardoor van een voordeel in een nadeel. Die bevindingen sluiten wonderwel aan bij nieuw onderzoek in universiteitslabo’s. In studies die in 2016 en 2017 verschenen, kijken wetenschappers op een nieuwe manier naar dementie. Ze beschouwen dementie niet langer als een ziekte ten gevolge van een geleidelijke afbraak van onze cellen, maar veeleer als een aandoening waarbij de hersenen zichzelf aanvallen.

Jaren geleden, toen ik een bijdrage schreef over het Harvard Brain Tissue Resource Center, mocht ik een keer door een microscoop kijken naar een stukje hersenen van een patiënt die aan alzheimer was gestorven. Het weefsel zat vol zogenaamde amyloïde plaques die op zwarte wolken lijken. Ik zag ook tau-kluwens, die kenmerkend zijn voor alzheimer en er als haarproppen in een verstopte afvoer uitzien.

Al tientallen jaren zijn de meeste onderzoekers het erover eens dat deze plaques en kluwens de grote boosdoeners zijn in het dementieproces. Ze zijn ervan overtuigd dat je de ziekte zou kunnen afremmen of omkeren als je die smurrie uit de hersenen van de patiënt zou kunnen verwijderen. De focus lag dus vooral op het ontwikkelen van een geneesmiddel dat amyloïde plakken zou vernietigen. Inmiddels bestaan er tientallen samenstellingen die dat effect bij muizen teweegbrengen.

Maar bij mensen mislukte die aanpak. Zelfs als geneesmiddelen de plaques in de hersenen van de patiënt kunnen verwijderen, blijft de ziekte onverdroten schade aanrichten. Sommige wetenschappers beginnen nu te denken dat de gerichtheid op amyloïde plaques een vergissing zou kunnen zijn. In plaats van zich te concentreren op wat misgaat, zouden de onderzoekers beter streven naar inzicht in wat goed verloopt en waarom.

Jekyll en Hyde

Changiz Geula, professor neurologie aan Northwestern University, onderzocht hersenweefsel van mensen die op 90-jarige leeftijd of ouder waren gestorven. Hij merkte op dat sommige oude mensen die tot hun dood helder van geest waren, toch hersenen hadden die vervuild waren met het spul waar alzheimer mee geassocieerd wordt. Het is, met andere woorden, dus mogelijk ‘alzheimerhersenen’ te hebben en toch geen dementie te ontwikkelen. Geula concludeerde daaruit dat in die gevallen een actor in de hersenen – noem het de tegenhanger van alzheimer – de zenuwcellen tegen aantasting beschermt. Maar tot nog toe is over die actor eigenlijk niets bekend.

Een mogelijke kandidaat voor die rol zouden de stercellen kunnen zijn, die de zenuwcellen en synapsen ondersteunen en gezond houden, zelfs in aanwezigheid van plaques en kluwens. In een studie die in 2017 in Nature verscheen, beschrijven onderzoekers van Stanford University hoe de normaal rustige stercellen plotseling in ‘killermodus’ kunnen gaan, waarbij ze moordenaars worden die toxines afscheiden en cellen vernietigen die ze tevoren beschermden.

Volgens Shane Liddelow, een van de auteurs van de studie, ontwikkelde de ‘Dr. Jekyll en Mr. Hyde’-achtige persoonlijkheid van de stercellen zich duizenden jaren geleden als verweer tegen infecties die de hersenen van onze voorouders binnendrongen. Bij het eerste teken van narigheid gaan de stercellen in de aanval en vernietigen ze alles wat ze op hun pad vinden, soms zelfs gezond hersenweefsel. Zenuwcellen kunnen dan "onschuldige omstanders bij die beschermende moordaanval" worden, legde Liddelow uit.

Tegenwoordig, nu de meesten onder ons in een sterielere omgeving wonen, is dit leger in onze hersenen niet langer druk met het bestrijden van ziekteverwekkers. In de plaats daarvan reageert het – vaak veel te heftig – op de amyloïde plaques en kluwens die bij het normale verouderingsproces horen.

"Tien jaar geleden stelde nog bijna geen enkele wetenschapper zich de vraag of er misschien een verband is tussen het immuunsysteem en alzheimer, maar nu krijgt die vraag opeens heel veel aandacht", zei Liddelow. "De kwestie houdt iedereen bezig. Op elk wetenschapscongres dat ik bijwoon, hoor ik zeggen: hoe komt het dat sommige mensen die veel amyloïde plaques aanmaken – mensen die, volgens onze modellen, alzheimer zouden moeten krijgen – beschermd zijn tegen de op hol geslagen immuunreactie? Het antwoord zal mijns inziens gevonden worden door wereldwijd de immuuncellen te bestuderen van mensen die in verschillende omgevingen leven."

Designerparasieten

Ik vroeg Liddelow of hij het onderzoeksproject rond de Tsimane kende. Hij zei van niet – het gebied van de evolutionaire biologie ligt ver van zijn werkterrein. De hypothese dat het ApoE4-gen zich ooit ontwikkelde om onze hersenen te beschermen tegen de gevolgen van parasitaire infecties, noemde hij echter plausibel. "Dat idee is helemaal in lijn met wat wij ontdekten. Voor onze voorouders kon een ApoE4-gen nuttig zijn", deels omdat het de stercellen bij hun aanval kon helpen.

Liddelow, sinds kort assistent-professor aan de New York University, is nu zijn eigen labo aan het opzetten om de theorie aan de werkelijkheid te toetsen. Hij denkt dat deze nieuwe visie tot een "snelle productie van efficiënte behandelingen" zal leiden. Ook Trumble hoopt dat zijn onderzoek ten slotte tot een remedie zal leiden. Vandaag bedenken kankerspecialisten designervirussen die het lichaam helpen tumoren aan te vallen, waarom dan geen designerparasieten?

Kort na ons eerste gesprek stuurde Trumble een staal van zijn speeksel naar een testlabo om te weten of hij drager van het ApoE4-gen is. Het antwoord kwam niet lang nadien: hij is drager van één exemplaar van het ApoE4-gen. Voor de meeste Amerikanen betekent dat resultaat een verhoogd risico op alzheimer. Maar Trumble, die nog steeds ieder jaar enkele maanden in een tent woont, wild eet en rivierwater drinkt, is natuurlijk geen gewone Amerikaan.

Ik vroeg hem of hij dacht dat zijn vroegere infecties een soort vaccin konden vormen tegen hersenbeschadiging. "Dat weet ik niet", antwoordde hij. "Ik ga zeker niet op pad en mezelf met nog meer parasieten besmetten, want de wetenschap staat nog niet zo ver" dat zulke infecties als therapie zouden kunnen worden gebruikt. "Ik wil beslist niet dat mensen die dit artikel lezen, gaan proberen een besmetting met parasieten op te doen! Parasieten kunnen heel gemeen zijn en erg gevaarlijk."

En verder zei hij nog: "Ik hoop echt dat we, voor ik tachtig ben, het mechanisme zullen kunnen ontrafelen" dat achter een pathogene behandeling zit. Daarmee doelt hij op een geneesmiddel dat de effecten van een parasiet zou nabootsen zonder de schade van een infectie te veroorzaken – een soort muilkorf dus voor het immuunsysteem van de hersenen, die cellen zoals stercellen zou verhinderen om gezonde zenuwcellen aan te vallen bij mensen die drager van het ApoE4-gen zijn.

Ondertussen zullen Trumble en de rest van het onderzoeksteam nog veel meer gegevens moeten verzamelen, voordat ze een antwoord kunnen geven op zelfs de meest elementaire vragen: wat is het dementiecijfer bij de Tsimane? Zijn sommige parasieten eerder gunstig voor de hersenen terwijl andere schadelijk zijn? Welke mensen halen het grootste cognitieve voordeel uit een infectie?

Geen tijd te verliezen

Als de Tsimane de sleutel tot een remedie in handen hebben, dan moeten Trumble en zijn collega’s voortwerken zonder tijd te verliezen. "Wij hebben vandaag onderzoekers op het terrein om gegevens te verzamelen", zei hij me. "Zij zijn ver stroomopwaarts actief", in een afgelegen nederzetting. Trumble ontvangt geregeld updates door met de Boliviaanse hoofdvestiging te skypen, waar ze via een radio krakende berichten doorkrijgen van zijn collega’s in het regenwoud. Dit revolutiebouwsysteem heeft het onderzoeksproces versneld maar het maakt ook duidelijk dat de opdracht van het Tsimane Project mettertijd aangepast zal moeten worden.

Gsm’s, voedsel uit blik en andere producten van het hedendaagse leven sijpelen stilaan binnen in de gemeenschappen van de Tsimane. Trumble zei: "Dit is misschien onze laatste kans om te begrijpen of chronische verouderingsverschijnselen zoals alzheimer of een cardiovasculaire aandoening zich altijd bij mensen hebben voorgedaan of integendeel met de industrialisering verbonden zijn."

De Tsimane, vreest hij, zijn even weird aan het worden als wij.

© The New York Times. Pagan Kennedy is de auteur van ‘Inventology: How We Dream Up Things That Change the World’.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234