Maandag 14/10/2019

robots

Samenleven met robots, hoe moeten we dat doen?

Verpleegrobots aan het werk in een ziekenhuis in Thailand. Beeld REUTERS

Hoe zullen mens en robot samenleven? Dat is de centrale vraag waar vijftig VUB-academici zich over buigen in het boek Homo Roboticus. “Mens en machine kunnen een perfect team vormen.”

“Mijn dochter is bang voor Alexa”, zegt professor Bram Vanderborght (VUB) halverwege het gesprek. Alexa is de virtuele praatpaal van technologiereus Amazon. In de Verenigde Staten is Alexa reuzepopulair. Het ding wordt vooral gebruikt om boodschappenlijstjes op te stellen, muziek af te spelen of nieuwsberichten te beluisteren.

Waarom zijn dochter de Amerikaanse vrouwenstem in de luidspreker niet vertrouwt, weet Vanderborght niet. Misschien is ze wel onder de indruk van de manier waarop haar papa de virtuele assistent behandelt. Bijna als een slaaf. “Ik betrap me regelmatig op de gedachte dat ik de relatie tussen mijn dochter en andere robots op het spel zet. Welk voorbeeld geef ik haar wanneer ik ‘Alexa, play The Beatles’ commandeer zonder Alexa ook maar een keer te bedanken?”

Bram Vanderborght is al jaren gepassioneerd door robots en de rol die zij (zullen) spelen in onze samenleving. Wat is een gezonde interactie tussen mens en robot? Hoe kunnen ze elkaar versterken? Wat kunnen ze van elkaar leren?

“Alexa is een goed voorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet. Die artificieel intelligente assistent is ontwikkeld door een team van ingenieurs die enkel aandacht hadden voor een product dat goed werkt. Maar er werd niet nagedacht over de impact van een neutrale digitale assistent in een gezin met kleine kinderen.”

Bij projecten aan de VUB gaan ze voor een totaal andere aanpak. Zo is Vanderborght al enkele jaren betrokken bij het Dream 2020-project. Daarin wordt onderzocht of robots kinderen met autismespectrumstoornis kunnen helpen om gemakkelijker vriendjes te maken.

“We merkten al snel dat de kinderen een intieme band kregen met de Probo, de knuffelbare groene robot. Ze vertelden thuis aan hun ouders over hun nieuwe robotvriend. Maar als wetenschapper moet je je dan de vraag stellen: is dat een goede evolutie? Hoe hard mogen die kinderen zich aan de robot hechten? Zorgt die zogenaamde Robot Enhanced Therapy ervoor dat die kinderen ook in het echt minder last hebben met sociale interacties?”

Om antwoorden op zulke vragen te bieden, werkt Vanderborght al jaren samen met filosofen, psychologen en sociologen. “Dat is een enorme uitdaging. Zeker met filosofen. Wanneer wij hen een ethische vraag stellen, krijgen we een veelvoud aan vragen terug. Dat is soms frustrerend. Ik ben als onderzoeker vooral op zoek naar grenzen.”

In het Dream 2020-project kwamen de onderzoekers tot zo’n duidelijke grens. Zo moet het voor de kinderen duidelijk blijven dat de robot, hoe schattig die er ook uitziet, een robot is en blijft. Het is een gereedschap dat de kinderen kan helpen. Zo mag de robot niet gebruikt worden zonder dat er een therapeut aanwezig is. Dat is ook zo in de software van de robot geprogrammeerd.

Met deze Probo, een knuffelbare groene robot, onderzoekt de VUB of robots kinderen met autismespectrumstoornis kunnen helpen om gemakkelijker vriendjes te maken. Beeld rv

Leven en dood

Het is geen wonder dat Vanderborght een van de drijvende krachten achter Homo Roboticus is. In het boek, dat donderdag in de Munt in Brussel wordt voorgesteld, proberen vijftig VUB-academici dertig prikkelende vragen te beantwoorden over samenleven met robots.

Doet Bot De Bouwer het beter dan Bob? Krijgt u een robot als collega? Kan een robot grootmoeder in bed stoppen? Komt er een paarse zak voor robotafval? Op het eerste gezicht lijken die vragen bij de haren getrokken. België mag dan al in de top tien staan met 184 robot per 10.000 werknemers, maar op de eerste plaats staat Zuid-Korea met 631 robots per 10.000 werknemers. Het gemiddelde aantal bedraagt 69. Op dit moment doen die robots nog vooral gevaarlijk, saai en vuil werk. We bouwen er niet meteen een persoonlijke relatie mee op.

“Maar door de snelle evoluties in artificiële intelligentie en robotica zullen die robots hun kooien in fabrieken achter zich laten”, zegt Vanderborght. We zullen de technologie steeds meer in ons dagelijks leven gebruiken. Denk aan zelfrijdende wagens, virtuele assistenten die onze agenda bijhouden en ons energieverbruik optimaliseren of zelfs robots, zoals Probo, die therapeuten kunnen assisteren.

De universiteit hoopt met
Homo Roboticus een maatschappelijk debat te openen: wat doen we met robots die niet meer in kooien zitten? Hoe zorgen we ervoor dat artificiële intelligentie voor en niet tegen mensen werkt? Het wil met andere woorden voor eens en voor altijd duidelijk maken dat ‘de robot’, net zoals ‘de mens’ niet bestaat. “Van robots in de fabrieken, het ombouwen van mensen tot cyborgs, zelfrijdende voertuigen tot killerbots, de impact van de technologische ontwikkelingen is nog niet in te schatten”, zegt Vanderborght.

Alexa, de almaar populairder wordende slimme speaker van Amazon. Beeld AFP

Daarom drong hij erop aan om ook Ann Nowé uit te nodigen voor ons gesprek over de mens in een gerobotiseerde wereld. Professor Nowé is lid van het VUB Artificial Intelligence Lab. Waar Vanderborght uitzoekt hoe mens en robot twee handen op één buik kunnen worden, verdiept Nowé zich in hoe robots ‘denken’. “Wanneer we als mens willen terugvallen op artificiële intelligentie (AI) om ons te helpen, zullen we moeten begrijpen hoe AI precies werkt”, zegt Nowé. “Slimme computers moeten kunnen uitleggen waarom ze tot een bepaalde beslissing komen.”

Dat is helemaal niet vanzelfsprekend. Ze gebruikt in het boek Homo Roboticus het voorbeeld van Alpha Go. Dat is het AI-systeem van Google DeepMind dat in 2017 de achttienvoudige wereldkampioen Go, Lee Sedol versloeg. Het tweeduizend jaar oude Chinese bordspel is enorm complex. Zo is het aantal mogelijke zetten in het spel groter dan het aantal atomen in onze wereld of, anders gesteld, 10.100 maal groter dan in schaak. Men ging er altijd van uit dat een computer nooit in staat zou zijn om die complexiteit de baas te kunnen.

Dankzij een slimme combinatie van drie technieken die regelmatig gebruikt worden binnen artificiële intelligentie, wist Google DeepMind de beste Go-speler ter wereld te verslaan. De neuronen in artificiële neurale netwerken zorgden ervoor dat Alpha Go het leerproces van onze hersenen kan imiteren. Wanneer je nieuwe informatie toevoegt aan eerder opgeslagen informatie, kan het neurale netwerk daar linken mee leggen.

Daarnaast deden de onderzoekers van DeepMind een beroep op de
‘reinforcement learning’-techniek. Dat is een moeilijk woord om te zeggen dat je de computer beloont wanneer hij iets goed doet. “Die methode is handig wanneer alleen de opzet van de taak bekend is, maar niet op voorhand duidelijk is hoe die uitgevoerd moet worden. Denk aan rijden met een fiets. Niemand kan aan een kind uitleggen hoe je dat exact doet, maar je kan wel perfect aangeven dat het de bedoeling is om op de fiets te blijven zitten en niet te vallen”, legt Nowé uit.

In 2017 versloeg Alpha Go, het AI-systeem van Google DeepMind, de achttienvoudige wereldkampioen Lee Sedol in het supercomplexe Chinese bordspel Go. Beeld AFP

Tot slot was het onmogelijk om Alpha Go constant tegen menselijke tegenstanders te laten oefenen. Daarom speelde de computer constant tegen een kopie van zichzelf om het bordspel onder de knie te krijgen.

Die drie lagen samen zorgen ervoor dat wetenschappers niet kunnen achterhalen hoe Alpha Go precies gewonnen heeft. Het AI-systeem wint niet enkel dankzij pure rekenkracht, maar ontwikkelt een echte strategie. Voor een bordspel is het op het eerste gezicht niet erg schadelijk dat we niet precies kunnen achterhalen welke strategie de computer uitdokterde om Lee Sedol te verslaan. In de toekomst zullen zulke systemen berekeningen maken die mee beslissen over leven en dood.

Verkeersongeval

“Wij werken vandaag al aan modellen die de verspreiding van ziektes zoals aids of het zikavirus kunnen voorspellen”, zegt Nowé. De onderzoekers simuleren hoe de sociale contacten binnen een populatie verlopen. Op die manier kan men heel geïnformeerd beslissen hoe de 2.000 vaccinaties die ter beschikking zijn het best kunnen worden ingezet  om de verspreiding van een besmettelijke ziekte in te dijken.

“Mensen kunnen dat soort complexe data niet alleen verwerken”, weet Nowé. “Het is een mooi voorbeeld hoe mens en AI elkaar kunnen aanvullen.” Maar het is niet omdat we de data zelf niet verwerkt krijgen, dat we de uiteindelijke beslissing van een AI-systeem niet kunnen leren begrijpen.

Nowé hoopt dat we het debat over transparantie op een volwassen manier zullen voeren. Op dit moment is dat volgens haar nog niet het geval. We gooien alles nog te veel op een hoopje. “Onlangs was er ophef over een algoritme dat uit hr-data geleerd had dat je best een man kon zijn om een goede manager te kunnen worden. Maar dan bleek dat vrouwen ondervertegenwoordigd waren in de data. Natuurlijk loopt het hele proces dan fout af.”

Maar dat betekent niet dat je het kind met het badwater moet weggooien. Nowé geeft het voorbeeld van een autoverzekering voor jongeren. “Iedereen in de verzekeringswereld weet dat jongeren meer kans hebben om in een verkeersongeval terecht te komen, waardoor de verzekeringspremie hoger ligt. Of die inschatting nu door een AI-systeem gebeurt of niet, dat moet transparant gebeuren.” Klassieke algoritmes, statistieken of zelfs persoonlijke beslissingen van verzekeringsmakelaars moeten met andere woorden even controleerbaar zijn als die van AI-systemen.

Let op, dat wil niet zeggen dat de VUB-professors pleiten om mens en machine te allen tijde op dezelfde manier te behandelen. “We mogen onszelf niet onderwerpen aan dogma’s, maar ook niet aan robots of artificiële intelligentie”, zegt Vanderborght. “Robots staan in relatie tot de mens nooit op hetzelfde niveau.”

We durven in onze focus op robots als eens te vergeten wat voor een fantastische machine het menselijk lichaam in feite is. De Moravecs-paradox is een van de stokpaardjes van Vanderborght: wat mensen gemakkelijk en zelfs triviaal vinden is voor een robot aartsmoeilijk.
 Hebt u al eens een robot een hemd zien strijken? Lachwekkend is dat zeker, efficiënt allerminst. Er is een reden waarom geen enkele robot veters aan zijn schoenen heeft: hij kan ze zonder een mens niet strikken. Bovendien mogen we gerust trots zijn op het feit dat ons brein pijlsnel reageert wanneer we over een losliggende tegel dreigen te vallen. De gemiddelde robot ligt hulpeloos tegen de grond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234