Woensdag 26/06/2019

Privacy

Privacycommissie bijt in het zand tegen Facebook

Het Brusselse hof van beroep heeft de vordering die de Belgische Privacycommissie had ingesteld tegen Facebook Ierland en Facebook België, afgewezen. Het arrest stelt burgers bloot aan "massale privacyinbreuken", reageert de commissie, die onderzoekt of ze in cassatie kan gaan.

Als een internetgebruiker een website bezoekt, plaatst deze website meestal kleine bestandjes of "cookies" op het systeem van de surfer, om de communicatie van de surfer met de website te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door diens taalkeuze bij te houden of om de aankopen van de surfer in zijn "winkelmandje" bij te houden tot op het ogenblik waarop hij zijn aankoop definitief bevestigt.

Facebook plaatst echter ook cookies die bijhouden dat de internetgebruiker ooit langskwam op een facebook-pagina, bijvoorbeeld van een vriend, maar ook van een winkelketen, een politieke partij, een zelfhulpgroep of een andere vereniging. Zo bewaren deze cookies, zogenaamde datr-cookies, de mogelijke interesses en voorkeuren van de internetgebruiker. De datr-cookies blijven twee jaar bestaan en Facebook kan deze telkens opnieuw inlezen als de surfer op een andere Facebook-pagina komt of ook als de surfer een pagina van een andere website raadpleegt die hij kan "liken" of aanbevelen aan andere Facebookgebruikers.

Volgens de Belgische Privacycommissie werden op die manier de IP-adressen van computers en browser-identificatiecodes van niet-Facebook-gebruikers verzameld en opgeslagen, wat een inbreuk op de privacy van die mensen betekende. Facebook bracht daartegen in dat de datr-cookies essentieel waren voor de beveiliging tegen allerhande cybercriminelen, aanvallen van internetbots, pogingen om malware te plaatsen, pogingen om valse accounts te creëren of gegevens te stelen, en dat de cookie niet gebruikt wordt om gericht te adverteren naar niet-Facebook-gebruikers.

"Niet dringend"

De Brusselse kortgedingrechter had de Privacycommissie begin november 2015 gelijk gegeven en geoordeeld dat de gegevens die de datr-cookies verzamelen wel degelijk persoonsgegevens zijn. Facebook mocht die gegevens alleen maar gebruiken als de surfer daar ondubbelzinnig toestemming voor had. Aan surfers die géén eigen Facebook-account hadden, moest Facebook voortaan deze toestemming uitdrukkelijk vragen en daarbij ook de nodige uitleg geven.

Facebook Inc, Facebook Ierland en Facebook België gingen tegen die beschikking in beroep en het Brusselse hof van beroep heeft zijn arrest uitgesproken. Daarin oordeelt het hof dat de Belgische hoven en rechtbanken tegenover Facebook Ireland, waar de gegevens voor Europa verwerkt worden, en Facebook Inc., waar enkel gegevens verwerkt worden voor USA en Canada, niet over internationale rechtsmacht beschikken en ze dus geen kennis kunnen nemen van het geschil, zelfs niet in kortgeding. Tegenover Facebook België hebben de Belgische hoven en rechtbanken wel rechtsmacht maar is de vordering ongegrond omdat ze niet dringend is, oordeelt het hof. De praktijk van Facebook bestaat immers als sinds 2012 en de kortgedingprocedure werd slechts midden 2015 opgestart.

Facebook toont zich tevreden over het arrest dat het hof van beroep heeft uitgesproken in het kort geding. "We zijn blij met de beslissing van de rechtbank en kijken ernaar uit om al onze diensten weer online te brengen voor iedereen in België", klinkt het bij een woordvoerder van Facebook.

Privacyinbreuken

De Privacycommissie betreurt dat haar vordering werd afgewezen. "Op vandaag betekent deze uitspraak wel zuiver en eenvoudig dat de Belgische burger geen privacybescherming kan bekomen van de hoven en rechtbanken ten opzichte van buitenlandse spelers. Zodoende is die burger blootgesteld aan massale privacyinbreuken", zegt Willem Debeuckelaere, voorzitter van de Privacycommissie.

Hij verwijst ook naar de rechtszaak tegen het Amerikaanse internetbedrijf Yahoo, dat in België veroordeeld werd omdat het weigerde gegevens door te spelen aan het Dendermondse parket. Yahoo vond dat het onder de Amerikaanse regels viel, maar het Hof van Cassatie erkende toen wel de rechtsmacht van de Belgische hoven. "Het ligt dus voor de hand dat ook wij zullen onderzoeken of wij Cassatie zullen aantekenen", zo klinkt het.

De procedure ten gronde zal wellicht in september 2017 worden behandeld.

Aan de kar blijven trekken

"Deze zaak heeft ons land internationaal op de kaart gezet als beschermer van de privacy. We gaan die voortrekkersrol ook blijven spelen. Daarom heb ik beslist dat ons land zich aansluit bij een Europese procedure die loopt tegen Facebook", zegt staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer (Open Vld).

"Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over wie wel bevoegd is. Ons land moet die voortrekkersrol als beschermer van de privacy in Europa blijven spelen. Omdat België zich nog steeds ernstige vragen stelt over het privacybeleid van Facebook, heb ik besloten dat ons land zich aansluit bij een prejudiciële vraag gesteld door een Duitse rechtbank bij het Europees Hof over het cookiebeleid van de sociaalnetwerksite", zegt De Backer. "Gegevens kennen geen grenzen, bescherming van de privacy evenmin. Daarom is het belangrijk dat wij aan de kar blijven trekken om dit probleem Europees aan te kaarten. Onze privacywet is geen vodje papier".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden