Maandag 26/10/2020

Wetenschap

Primeur: nooit eerder werd de zon van zo dichtbij in beeld gebracht

Tussen de wolken op het oppervlak van de zon duiken felle witte puntjes op. Alsof je vanuit de lucht kampvuurtjes ziet, maar het zijn kleine zonnevlammen, een miljoen keer kleiner dan de vlammen die je vanaf aarde kunt waarnemen.Beeld Solar Orbiter/EUI Team (ESA & NASA); CSL, IAS, MPS, PMOD/WRC, ROB, UCL/MSSL

Alsof er kleine kosmische kampvuurtjes pruttelen op het oppervlak van de zon. Daaraan doen de ‘minizonnevlammetjes’ op de deze foto’s nog het meest denken. Nooit eerder legde een sonde, met onder meer een Belgische telescoop, onze moederster van zo dichtbij vast. 

De ruimtesonde Solar Orbiter werd gelanceerd op 10 februari en voert onder tien instrumenten zes telescopen mee waaronder de EUI-telescoop van de Koninklijke Belgische Sterrenwacht (KSB) en het Centre spatial de Liège. Toen de Orbiter zijn foto’s schoot was hij zo’n 77 miljoen kilometer verwijderd van onze moederster, grofweg halverwege de aarde en de zon. Dat klinkt als een fiks eind, maar is juist een (voorlopig) nabijheidsrecord. 

Zeker is dat de sonde zijn eigen record de komende twee jaar weer zal verbreken, wanneer hij naar een steeds lagere baan om de zon zakt. “Dit is nog maar het begin van onze lange, epische reis”, zei Solar Orbiter-onderzoeker Daniel Müller (ESA) donderdagmiddag op de persconferentie waarop men de beelden voor het eerst toonde. “De komende twee jaar komen we nog een stuk dichterbij.”

Op het punt van dichtste nadering, in oktober 2022, staat hij zelfs op zo’n 44,9 miljoen kilometer afstand. Dat is binnen de baan van Mercurius, de planeet het dichtst bij de zon. Uiteindelijk zal de sonde over de polen van de zon vliegen: de volgende primeur. Een zuivere blik op de boven- en onderkant van onze moederster is vanaf de aarde onmogelijk. 

Tientallen miljoenen graden

De vlammen die op de foto opduiken, zijn grofweg een miljoen keer kleiner dan de typische zonnevlammen die je vanaf aarde kunt waarnemen, maar nog altijd ongeveer zo groot als Frankrijk of Spanje. Bovendien zijn ze loeiheet: grofweg een miljoen graden Celsius.

“Het is nog te vroeg voor definitieve wetenschappelijke conclusies”, zegt Müller, “maar het ligt voor de hand dat deze vlammen een grote rol spelen bij het verwarmen van de corona (de ijle buitenlaag van de zon, red.).” In die buitenlaag loopt de temperatuur op tot tientallen miljoenen graden Celsius, terwijl het op het oppervlak van de zon ‘slechts’ zo’n 5.000 graden is. Hoe dat komt is een van de belangrijkste zonnemysteriën die astronomen met sondes als Solar Orbiter willen oplossen. 

“Dit soort vlammetjes zijn helemaal nieuw”, zegt Rob Rutten, emeritus hoogleraar zonnefysica. “Mij doen ze vooral denken aan een verschijnsel dat een collega in Oslo heeft gevonden in de fotosfeer, een diepere laag van de zonneatmosfeer. Maar ik kan er natuurlijk naast zitten. Want waarom datzelfde verschijnsel nu in de corona opduikt, is mij een raadsel. Ik ga de betrokken onderzoekers zo maar eens een e-mail sturen.”

De vlammen zijn zichtbaar op een gebied van de corona waarop vanaf de aarde niks te zien is. “Daar zou eigenlijk niks moeten gebeuren, maar toen we de beelden kregen zagen we allerlei gekke verschijnselen. Deze ‘kampvuurtjes’, ‘donkere geesten’: we moesten er een heel nieuw vocabulaire voor bedenken”, zei Solar Orbiter-teamlid David Berghmans (Koninklijk Observatorium België) tijdens de persconferentie. 

“Momenteel is de zon nog weinig actief”, zegt astronoom Frans Snik (Universiteit Leiden), zelf niet bij het onderzoek betrokken. “Dus dit soort minizonnevlammetjes zijn misschien wel het meest explosieve dat je nu verwacht te zien, zowel letterlijk als figuurlijk”, zegt hij.

Magneetveld

De zon kent een cyclus waarin hij van weinig actief, zoals nu, naar veel actiever gaat. Wanneer de zon actief is, bevat hij meer zonnevlekken. Dit zijn relatief koude gebieden op de zon, waar het magneetveld van de ster het kolkende plasma aan het oppervlak in een houdgreep houdt. 

Doordat het magneetveld zich in actieve periodes meer begint te roeren, ontstaan ook vaker grote zonnevlammen en krachtige deeltjesstormen, wolken van straling die de zon soms richting aarde vuurt en hier onze technologie kunnen ontregelen. Het gevolg: satellieten die ermee ophouden, communicatienetwerken die platliggen en misschien zelfs wereldwijde stroomuitval. 

Close-up van de zon. Op de foto duiken details op, die je vanaf aarde niet kunt waarnemen, waaronder de kleine kampvuurtjes (bij het witte pijltje).Beeld Solar Orbiter/EUI Team (ESA & NASA); CSL, IAS, MPS, PMOD/WRC, ROB, UCL/MSSL

Gedrag voorspellen

Het heftigste voorbeeld uit de geschiedenisboeken is een deeltjesstorm die in 1859 op een veel minder technologisch geavanceerde wereld botste en daar prompt het wereldwijde telegraafsysteem platlegde, de voorloper van ons telecommunicatienetwerk. Zou zo’n storm vandaag weer de aarde raken, dan kan de schade oplopen tot honderden miljarden euro’s, schatten experts. 

Het wispelturige zonnegedrag beter begrijpen en wellicht zelfs kunnen voorspellen is daarom een van de hoofdmissies van zonnesondes zoals Solar Orbiter en zijn Amerikaanse neefje, de in 2018 gelanceerde Parker Solar Probe. 

Die laatste onthulde vorig jaar al nieuwe details over het magneetveld van de zon. Daar komt nu dus de eerste meting van Solar Orbiter bij. In de toekomst kunnen de nieuwe inzichten van die sondes ervoor zorgen dat we ruim op tijd worden gewaarschuwd als de gezellig knisperende kampvuurtjes op de zon zich onverhoopt toch ontpoppen tot apocalyptische ruiters des doods. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234