Donderdag 20/06/2019

Interview Peter Piot

Peter Piot: 'Vijftig jaar lang hebben antibiotica mensenlevens gered en nu riskeren we terug naar af te gaan’

Peter Piot: ‘Ik houd mijn hart vast voor de gevolgen van nepnieuws en nepwetenschap rond de klimaatverandering.’ Beeld Damon De Backer

Terwijl zijn vrouw Heidi Larson voor haar werk rond vaccinaties aan de Universiteit Antwerpen donderdag een eredoctoraat ontving, strikten wij wereldvermaard microbioloog Peter Piot (70) in de coulissen voor een interview. ‘Door het internet krijgt nepwetenschap een enorme boost.’

Donderdag reikte de Universiteit Antwerpen een eredoctoraat uit aan de Amerikaanse antropologe Heidi Larson, als ‘wereldautoriteit op het vlak van gevoelens die mensen hebben bij vaccinatie.’ Larson is professor aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM) en is getrouwd met Peter Piot (70), rector van diezelfde universiteit en wereldautoriteit op het vlak van aidsonderzoek. Begin dit jaar wees het echtpaar Piot-Larson een verzoek voor een dubbelinterview beleefd van de hand. Een solo-interview zag Peter Piot dan weer wel zitten, al was dat niet voor meteen omdat hij voor het werk voortdurend onderweg was. Tot hij begin deze week liet weten deze donderdagvoormiddag in Antwerpen tijd te hebben.

Terwijl Heidi Larson samen met Nobelprijswinnaar Denis Mukwege in de Aula Rector Dhanis ter ere van hun eredoctoraat een masterclass verzorgen, beantwoordt Humo’s invloedrijkste Belg ter wereld van 2017 al staande mijn vragen. “Ik werk ook altijd rechtopstaand aan mijn bureau”, verontschuldigt hij zich. “Want van zitten krijg ik rugpijn.”

BIO

• geboren in Keerbergen op 17 februari 1949

• aids­expert

• directeur van de London School of Hygiene & Tropical Medicine

• professor aan het Imperial College in Londen

• studeerde in 1974 af als arts, behaalde een doctoraat in de micro­biologie

• was in 1976 mede­ontdekker van het ebola­virus

• werkte aan het Instituut voor Tropische Genees­kunde in Antwerpen

• was van 1994 tot 2008 assistent-secretaris-generaal van de VN en directeur van UNAIDS

U bent in de wolken met het eredoctoraat voor uw vrouw?

Peter Piot: “Zeker. Nu ben ik haar man in de schaduw, die haar hier in Antwerpen begeleidt. Ik vind het trouwens heel fijn dat De Morgen afgelopen maandag naar aanleiding van Heidi’s eredoctoraat haar werk rond vaccinaties zo in het zonnetje zette.”

Uw vrouw probeerde de voorbije tien jaar ‘anti-vaxxers’ en hun negatieve gevoelens tegenover vaccinatie te begrijpen. Mijn inmiddels gepensioneerde huisdokter was eind jaren tachtig, begin jaren negentig, geen fan van vaccineren tegen mazelen. Met als gevolg dat ook mijn kinderen daar niet tegen gevaccineerd zijn. Hij was toen niet de enige dokter die dat soort vaccinaties overbodig vond.

“Daarom zitten we nu opnieuw opgezadeld met epidemieën van ziektes zoals mazelen. Vorig jaar zijn er in Europa meer mazelen gesignaleerd dan in heel Afrika. Er stierven ook mensen aan. Wie niet tegen mazelen vaccineert omwille van ‘de natuurlijke weg’, zet zijn kinderen op weg naar blindheid, hersenontsteking of de dood.”

Mijn volwassen kinderen zijn nu in gevaar en moeten dat vaccin zo snel mogelijk gaan halen?

“Ja, want misschien komen ze op reis wel in contact met iemand die mazelen heeft. De gevolgen voor volwassenen kunnen best ernstig zijn. In 2015 raakten zo 70 mensen besmet met de mazelen na een bezoekje aan Disneyland Californië. Eén drager van de ziekte had in een dag tijd al die anderen die nog niet gevaccineerd waren, aangestoken. Omdat die besmetting in het massaal bezochte Disneyland plaatsvond, verspreidde het mazelenvirus zich over de hele Verenigde Staten.”

Een ander acuut gezondheidsprobleem: in 2017 besliste minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) om de kostprijs van antibiotica voor patiënten te verhogen. Ze wilde zo de overconsumptie tegengaan. Haar redenering was dat patiënten duurdere antibiotica links zouden laten liggen. Uit onderzoek van de Christelijke Mutualiteit (CM) blijkt nu dat die prijsverhoging geen effect had. Geen enkele patiënt smeekt zijn dokter geen antibiotica voor te schrijven.

“In België wordt veel meer antibiotica voorgeschreven dan in Nederland, het Verenigd Koninkrijk of Scandinavië. Alleen Frankrijk is nóg erger. Die overconsumptie is zeer gevaarlijk. Ik heb daar met Maggie De Block over gesproken. Er zijn steeds meer infecties in ziekenhuizen die door resistentie aan antibiotica niet meer te behandelen zijn. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de artsen. Zij moeten zeggen: ‘Sorry, maar voor uw verkoudheid schrijf ik geen antibiotica voor.’ In Engeland zijn de dokters daar zeer strikt in. Terecht. Hier in België lijkt dat niet te lukken.”

Peter Piot (70): ‘Verplicht pensioen is een verkwisting van talent.’ Beeld Damon De Backer

Herman Goossens, microbioloog aan het UZ Antwerpen, vindt dat dokters die te veel antibiotica voorschrijven, desnoods beboet moeten worden. ‘Het RIZIV weet perfect welke artsen dat zijn’, zegt hij.

“Als er echt niets anders helpt, moet er inderdaad misschien wel gepenaliseerd worden. We moeten er dringend iets aan doen, anders zadelen we de volgende generatie op met een regelrechte ramp. Een Amerikaanse kennis van ons van amper 40 jaar oud overleed aan een onbehandelbare ziekenhuisinfectie. Vijftig jaar lang hebben antibiotica mensenlevens gered en nu riskeren we terug naar af te gaan, naar een tijdperk waarin zware chirurgie onmogelijk is en mensen aan infecties sterven. De ziekenhuizen zijn zich de laatste jaren bewust geworden van de gevaren en nemen wel maatregelen. Nu moet nog het voorschrijfgedrag van artsen aangepakt worden. Het heeft geen zin om door een prijsverhoging de verantwoordelijkheid bij de patiënt te leggen, want als het om zijn gezondheid gaat, is hij bereid om het even welke prijs te betalen.”

U bent 70 en staat aan het hoofd van een prestigieuze universiteit: de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Had u niet al lang op pensioen moeten zijn?

“In Engeland wordt verplichte oppensioenstelling gezien als een schending van de mensenrechten. Het geldt er als discriminatie op basis van leeftijd. Waarom worden mensen op hun 65ste uit de samenleving gestoten? Natuurlijk was vroeger iemand van 65 oud; velen haalden zelfs die leeftijd niet. Wie het wel tot zijn 65ste uitzong, zwaaide af en had dan hoogstens een paar jaar om te genieten van zijn pensioen. Ons huidige pensioenstelsel is een anachronisme, want vandaag leven we veel langer. Wie nu 65 is, heeft volgens de statistieken nog twintig jaar voor de boeg. In het Verenigd Koninkrijk kun je dan zonder problemen op pensioen gaan, en toch verkiezen velen om verder te werken. Sommigen deeltijds, want je mag je pensioen combineren met een job.”

Er zijn natuurlijk ook veel Britten die niet rondkomen met hun pensioentje en dus verplicht tot op hoge leeftijd moeten bijklussen.

“Dat is waar. Het Belgische pensioen is beter dan het Britse. Maar velen blijven ook verder werken omdat de mens nu eenmaal een sociaal dier is. Natuurlijk heeft niet iedereen een even interessante job zoals ik en zijn sommige beroepen fysiek zeer zwaar. Ik kan dus heel goed begrijpen dat niet iedereen na zijn 65ste wil blijven werken. Ik pleit voor flexibiliteit, want het verplichte pensioen is een verkwisting van talent.”

Hebt u een moment voor ogen waarop u toch de riem zal afleggen?

“Het zwaarste aan mijn job is het management: politiek voeren en ervoor zorgen dat er voldoende geld is. Dat is soms vermoeiend, maar ik bulk nog steeds van energie. Ik ben fitter dan toen ik 60 was, omdat ik meer aan mijn conditie werk. Ik reis ontzettend veel, want de LSHTM is actief over de hele wereld. We hebben 3.000 mensen die voor ons werken. Meer dan de helft woont en werkt buiten het Verenigd Koninkrijk, in Afrika of Azië. Dat is interessant, maar ook heel ingewikkeld. Af en toe ga ik ze bezoeken, want als directeur moet ik ervoor zorgen dat de banden intact blijven. Dat heeft niet veel met wetenschap te maken, maar meer met diplomatie.

“Voorlopig ben ik niet van plan om te stoppen, maar ik kan me wel inbeelden dat ik binnen een paar jaar iets doe met minder verantwoordelijkheid: lesgeven of schrijven. Als prille zeventiger ben ik me heel bewust van mijn sterfelijkheid. Misschien word ik 100, maar ik kan straks ook pancreaskanker krijgen en over een paar maanden dood zijn. Daarom is elke dag belangrijk.”

U woont in Londen. Blijft u daar ook na de brexit?

“Precies twee weken geleden ben ik uit pure noodzaak Brit geworden. Naast die Britse nationaliteit heb ik nog steeds de Belgische. De eerstvolgende jaren blijven we in Londen, maar daarna? Als de brexit op termijn helemaal in vreemdelingenhaat ontspoort, vertrekken we. In Londen voelen we daar voorlopig gelukkig nog niets van. 65 procent van de Londenaars stemde in het referendum voor Europa. Ongeveer de helft van de inwoners van Londen is niet in het Verenigd Koninkrijk geboren. Je wordt er als immigrant heel makkelijk opgenomen.

“Ik voel me totaal geen migrant. Onze burgemeester Sadiq Khan is een moslim van Pakistaanse oorsprong. Zijn ouders verhuisden in 1968 van Pakistan naar Londen, waar hij twee jaar later geboren werd. Zijn vader was buschauffeur en zijn moeder poetsvrouw. Khan is ontzettend populair, zelfs bij conservatieven, ook al is hij dan van Labour. Hij was mensenrechtenadvocaat en is nu als burgemeester pragmatisch en verzoenend. Tijdens de verkiezingen in 2016 voor de burgemeester van de grootste stad van de Europese Unie, was Sadiq Khans uitdager de Joodse Londenaar Zac Goldsmith. Hun afkomst speelde geen enkele rol. Amper vijf procent van de Londenaars is moslim en toch raakte Khan met 57 procent van de stemmen verkozen. Dat wil zeggen dat zijn religie voor mijn stadsgenoten totaal irrelevant is. Ik vind dat fantastisch en dat is ook een van de redenen waarom ik zo graag in Londen woon.”

‘Wat zal het effect zijn van het fijnstof dat onze kinderen nu opsnuiven?’ Beeld Damon De Backer

Dan moet het voor u toch een bizarre ervaring zijn dat Groot-Brittannië zich met de brexit afkeert van de rest van de wereld?

“Wees daar maar zeker van. De voorstanders van de brexit vormen een bijzonder merkwaardige coalitie. Aan de ene kant bestaat die uit Britten die amper de touwtjes aan elkaar kunnen knopen: al die mensen die niet van de globalisering geprofiteerd hebben en er zelfs het slachtoffer van zijn. Je vindt hen vooral in het oude industriële bekken in Noord-Engeland. Daar heerst veel werkloosheid en volgens de inwoners is dat de fout van de Europese Unie. Hun ‘Leave’-proteststem kan ik nog begrijpen; zij hebben goede redenen om ontevreden te zijn. Maar aan de andere kant van die coalitie zijn er de zogenoemde ‘brexiteers’, met figuren zoals Boris Johnson. Zij zijn de ‘nostalgici’ die verlangen naar het oude ‘Empire’ van tussen de twee Wereldoorlogen. Goedboerende populisten zoals Johnson nemen die grote groep van arme verliezers van de globalisering op sleeptouw.”

Populisten die als een soort rattenvangers van Hamelen de deplorables met zich mee trekken, dat is toch een wereldwijd fenomeen?

“Ja, maar in Engeland komt er iets heel specifieks bij: dat verlangen naar een herstel van een glorieus verleden. Bij Donald Trump hoor je dezelfde echo: ‘Make America Great Again.’ Een van de favoriete slogans van de brexiteers is: ‘Take back control.’ De verkiezing van Jeremy Corbyn tot voorzitter van Labour ademt trouwens diezelfde nostalgie naar de tijd van toen, ‘toen alles beter was’.

“De Britse parlementsleden liggen nu zwaar onder vuur omdat ze er niet in slagen om het eens te worden over hun brexit. Zij vertegenwoordigen de verdeeldheid die leeft in de hele Britse samenleving. De Britten waren altijd zeer pragmatisch en zorgden ervoor dat de zaken goed draaiden. Het is niet voor niets dat de Londense City zoveel financiële macht verzamelde. Maar nu wordt dat allemaal weggegooid voor ‘identiteit’. In Groot-Brittannië wordt door de brexit die identiteitsdiscussie nu op het scherp van de snee gevoerd, maar ook in veel andere landen zie je dat krampachtige vastklampen aan identiteit de kop opsteken. Hoe omschrijf je zo’n fenomeen? ‘Arm maar proper?’”

Misschien beter: ‘Arm maar zuiver’?

“Misschien wel. Op het einde van de rit zullen de grootste slachtoffers in Groot-Brittannië al degenen uit de arme gebieden zijn die voor Leave gestemd hebben. Voor ons is die brexit hoogstens vervelend. Als het leven in Londen echt ondraaglijk wordt, kunnen wij altijd vertrekken. Maar voor mijn universiteit ziet het er minder goed uit. Ongeveer 20 procent van het onderzoeksgeld van de LSHTM komt van de Europese Unie. Vorig jaar was dat in totaal 60 miljoen euro. Honderden mensen werden daarmee aan het werk gezet. Als dat wegvalt, moet ik al die mensen ontslaan.

“Een derde van onze professoren komt uit Europese landen. 28 procent van onze studenten is Brits; alle anderen komen van over de hele wereld. De Europeanen betalen hetzelfde tarief als de Britten, want zij worden mee gesubsidieerd. Maar als het VK de EU verlaat, zullen wij veel meer geld aan onze overzeese Europese studenten moeten vragen. Wales kreeg de voorbije decennia ontzettend veel Europese subsidies en leefde op. Toch stemden de Welshmen overweldigend tegen Europa. Dat lijkt onbegrijpelijk, maar er was ontzettend veel fake news: via sociale media werden er regelrechte leugens verspreid, en mensen geloofden die.”

Er is niet alleen nepnieuws, maar ook nepwetenschap. Eind februari schreef de Washington Post dat het Witte Huis een groep aan het samenstellen is met geselecteerde wetenschappers die ten strijde moet trekken tegen de wetenschappelijke consensus dat fossiele brandstoffen slecht zijn voor het klimaat.

“Echt? Je vindt altijd wetenschappers die zich daartoe lenen, of er andere ideeën op nahouden. Zij beroepen zich dan soms op Copernicus: ‘Iedereen was ervan overtuigd dat de aarde plat was, maar hij zei dat ze rond was.’ Vaak kiemt wetenschappelijke kennis ook op die manier, daarom vind ik dat wetenschappers de consensus mogen aanvechten. Alleen is het voor buitenstaanders dan soms moeilijk in te schatten of de wetenschapper in kwestie tot de consensus van 99 procent behoort, of tot de critici van 1 procent.

“Ik kreeg vijftien jaar geleden zelf met de gevolgen van fake science te maken toen ik als hoofd van UNAIDS (programma van de Verenigde Naties dat de wereldwijde reactie op de hiv-/aidsepidemie moet coördineren, red.) in de clinch raakte met Thabo Mbeki, de toenmalige president van Zuid-Afrika. Hij betwistte het bestaan van hiv. Uren en uren heb ik met hem gesproken. Ik zei hem: ‘Ik heb het met mijn eigen ogen gezien.’ Het drong niet tot hem door. Hij haalde wetenschappelijke publicaties aan die door alle bonafide wetenschappers als volstrekte onzin beschouwd werden. Dat was echt een onmogelijke discussie. Het internet geeft die nepwetenschap jammer genoeg alleen maar een boost.”

Hoeveel mensenlevens heeft Mbeki’s halsstarrige geloof in fake science gekost?

“Volgens een studie van Harvard University kostte dat 350.000 mensenlevens. Door Mbeki’s houding vertraagde Zuid-Afrika de introductie van antiretrovirale therapie met minstens twee jaar. Thabo Mbeki werd in september 2008 tot aftreden gedwongen en opgevolgd door vicepresident Kgalema Motlanthe. Die begon meteen met het aanbieden van therapie tegen aids. De passage van Mbeki is des te tragischer als je beseft dat Zuid-Afrika rijk genoeg is om aids-slachtoffers te behandelen.

“Ik hou mijn hart vast voor de gevolgen van het nepnieuws en de nepwetenschap rond de klimaatverandering. Die zullen ook mensenlevens kosten. De slachtoffers van de milieuvervuiling vallen minder op dan de mensen die vroeger stierven aan aids. Maar ik vraag me af wat later het effect zal zijn van het fijnstof dat onze kinderen nu opsnuiven. Want die deeltjes dringen door tot in hun hersenen en hun bloedvaten. Wij waren ouder toen we daaraan blootgesteld werden. Ik groeide op in de bossen van Keerbergen. Daar hing toen gezonde lucht. Het was heel fijn om er als kind te ravotten, maar er gebeurde niets en op een bepaald moment wilde ik er weg. (lacht)

‘Als niets anders helpt, moeten we artsen die te veel antibiotica voorschrijven misschien wel gaan beboeten.’ Beeld Damon De Backer

Dus trok u naar Gent om daar aan de universiteit te gaan studeren?

“Alle andere jonge mensen uit Keerbergen kozen eind jaren 60 voor Leuven. Mijn grootmoeder woonde daar en als ik in Leuven ging studeren, moest ik bij haar op kot. Dat zag ik niet zitten. Ik wilde vér weg en Gent was toen nog ver genoeg. Ik was goed in wiskunde en fysica en droomde ervan om ingenieur te worden. Maar na Kerstmis schakelde ik over op geneeskunde. Ik wilde iets voor de mens doen en was gefascineerd door biologie en het lichaam. Die ingenieursstudies stonden mijlenver af van het menselijke.

“Ik besefte heel snel dat ik de verkeerde keuze had gemaakt. Is het niet absurd dat jonge mensen op hun achttiende moeten beslissen wat ze met de rest van hun leven zullen aanvangen? Ik was een jongen uit de bossen van Keerbergen en wist van niets. In Gent sprak ik die eerste maanden met andere studenten en ontdekte zo de geneeskunde. Tijdens die studies raakte ik in de ban van microben, epidemieën en infecties.”

Dat klinkt als een afwijking.

(lacht) Als kind was ik geabonneerd op de reeks Jongens en wetenschap. Misschien was ik wel een beetje een nerd. Na mijn doktersstudies volgde ik nog tropische geneeskunde. Ik voelde me als een vis in het water en wilde als ontwikkelingswerker in Afrika aan de slag. Net op dat moment kwam er een baan vrij voor een assistent microbiologie aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Ik solliciteerde en werd tot mijn grote verbazing ook aanvaard. Ik had geen enkele veldervaring. Maar dat is nu eenmaal het leven: toeval speelt vaak een grote rol. Zo isoleerden we in 1976 ook bij toeval het ebolavirus.

“Ik vertrok daarna naar het toenmalige Zaïre, het huidige Congo, om er een epidemie te onderzoeken. Dat was mijn eerste Afrika-ervaring. Mijn hele leven en carrière is een mengeling van toeval en goed voorbereid zijn. Op mijn bejaarde leeftijd geef ik in Amerika en Engeland soms career counseling aan jonge mensen. ‘Hoe moeten we ons leven plannen?’, is hun hoofdbekommernis. ‘Don’t plan anything’, zeg ik dan. ‘Zorg er wel voor dat je eerst een paar vaardigheden goed onder de knie hebt.’ Na Afrika wilde ik naar Amerika omdat zich daar de absolute top van het academische leven bevindt. In de wereldwijde top tien van universiteiten prijken acht Amerikaanse en twee Britse. In de top honderd vind je voor België enkel de universiteiten van Leuven en Gent.”

Begin jaren 80 voerde u samen met Paul Stoffels pioniersonderzoek naar hiv en aids. Stoffels is vandaag Chief Scientific Officer en Executive Vice President bij farmagigant Johnson & Johnson (J&J). Vanuit het hoofdkwartier in de Amerikaanse staat New Jersey stuurt hij wereldwijd een team aan van 15.000 wetenschappers en beheert hij een budget van ruim 8 miljard euro. Dat had u kunnen zijn.

“Paul Stoffels is nog steeds een goede vriend. Ik vind dat hij als farmabaas fantastisch werk levert. Natuurlijk moet hij zijn aandeelhouders tevreden houden en succesvolle geneesmiddelen op de markt brengen. Maar Paul is nooit zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid vergeten. Hij heeft het ebola-vaccin ontwikkeld en een medicament tegen tuberculose. Dat is het eerste nieuwe geneesmiddel tegen tbc sinds ik student was. Hij zal daar nooit geld mee verdienen. Toch investeert hij daarin. Hij maakt gebruik van zijn positie om goed te doen voor de gezondheid van de hele wereld, zonder mercantiele bijbedoelingen. Misschien had ik ook in zo’n bedrijf kunnen terechtkomen; ik ben niet tegen de farma-industrie.”

Hebben ze ooit aan uw mouw getrokken?

“Ja, vooral in Amerika. Daar is het heel normaal dat mensen overstappen van de universiteit naar de industrie of de overheid. Soms roept dat vragen over belangenvermenging op, maar die soepelheid heeft ook voordelen. Hier in België blijft iedereen vastgeroest in zijn wereldje zitten: ofwel ben je een academicus, ofwel werk je in de industrie, ofwel bij de staat. Ik vind dat niet zo goed. Als directeur van UNAIDS en assistent-secretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN) had ik ook een overheidsfunctie. Dat was een bureaucratie.”

‘Mijn hele leven en carrière is een mengeling van toeval en goed voorbereid zijn. Zo isoleerden we in 1976 ook bij toeval het ebolavirus.’ Beeld Damon De Backer

Een bureaucratie met alles erop en eraan?

“Absoluut. Ik werd eind 1994 UNAIDS-directeur omdat ik de aidsepidemie wilde stoppen, niet omdat ik een lucratieve VN-carrière ambieerde. Al betaalden ze heel goed en waren er veel voordelen. Via het Instituut voor Tropische Geneeskunde kwam ik vaak in Congo en Kenia. Ik zag de aidsepidemie groeien. Ik onderzoek graag, want ik ben nieuwsgierig van aard. Nieuwsgierigheid is de moeder van de wetenschap.

“In 1992 ging ik voor een jaar aan de slag als directeur bij de aidsprogramma’s van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat was mijn allereerste beleidsfunctie en ik merkte al snel dat ik dat ontzettend graag deed. Daarna werd ik benoemd tot directeur van UNAIDS. De VN startten dat programma in ’94 op omdat aids in Afrika een ware ravage aan het aanrichten was. Toen ze me vroegen om mijn kandidatuur te stellen, had ik daar niet zoveel zin in. Ik, bureaucraat? No way. Tot ik de namen van de andere kandidaten zag. ‘Dat is niet mogelijk’, dacht ik. Dus stelde ik als statement mijn kandidatuur. Opnieuw kreeg ik tot mijn eigen stomme verbazing de job.”

Twaalf jaar lang draaide u mee aan de top van de Verenigde Naties.

“Heel die tijd was er niet één dag zonder stress. Ik moest voortdurend schipperen en lag zelf onder de microscoop. Er werden continu machtsspelletjes gespeeld. Dat is niet uniek voor de VN, maar vind je terug in veel instellingen. Ik was nogal naïef toen ik bij UNAIDS begon te werken en had niet meteen door hoe belangrijk dat politieke gedoe was. Ik keek in het begin te veel door de bril van de wetenschapper en verloor zo kostbare tijd.”

U had meedogenlozer moeten zijn?

“Ja, en ik had ook sneller het belang van machtsverhoudingen moeten doorzien en inschatten. Ik had ook eerder in zee moeten gaan met de farmaceutische industrie, want lang zag ik hen als de slechteriken, enkel geïnteresseerd in geld. Ik begon dan toch met hen samen te werken en ontmoette zo verschillende mensen met het hart op de juiste plaats. Velen waren écht bekommerd om het lot van zwaar zieken. Of je het leuk vindt of niet: we hebben die farma-industrie nodig.

“Op het einde van mijn mandaat bij UNAIDS snakte ik naar vrijheid. In 2008 stapte ik over naar de academische wereld en werd professor Global Health aan het Imperial College London. Tot ik in 2010 directeur van de LSHTM werd.”

Aids is intussen een behandelbare chronische ziekte geworden.

“Vorig jaar stierven er wereldwijd toch nog 850.000 mensen aan aids. Ofwel omdat ze nooit een diagnose kregen, ofwel omdat ze de middelen niet hadden om zich te laten behandelen. Ook in het Westen raken nog veel mensen geïnfecteerd. In de VS zijn er een paar staten met veel nieuwe infecties. De toestand is zo ernstig dat begin dit jaar Donald Trump in zijn State of the Union aankondigde dat hij budget wil vrijmaken om de hiv-epidemie in de VS binnen 10 jaar te stoppen.

“Ook in landen als Oekraïne en Rusland is aids aan een opmars bezig. Wereldwijd zijn er jaarlijks twee miljoen nieuwe geïnfecteerden. Maar het klopt: bij ons sterven mensen normaal gezien niet meer aan aids. Dat hebben we te danken aan onze uitstekende sociale zekerheid. Het RIZIV betaalt al die medicijnen. In andere landen kunnen besmette mensen in armoede zich soms geen behandeling permitteren.”

Het is ook dankzij u dat aids onder controle is.

“Ik heb daar veel tijd in geïnvesteerd en hard aan gewerkt, maar ik was lang niet de enige.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden