Dinsdag 17/09/2019

Artificiële intelligentie

Opgroeien met de digitale butler:"Ik heb één broer. En Google en Siri wonen hier ook"

Sam en Jonas Vangampelaere met de digitale assistent Amazon Echo: "Alexa, blaf als een hond!" Beeld Karel Duerinckx

Wen er maar aan: weldra begroet u ’s ochtends uw digitale butler, vraagt u het ding of er nog melk in de koelkast staat – indien niet: bijbestellen! – en sommeert u de praatpaal om buiten de auto te laten warmdraaien. Voor kinderen met een Amazon Echo of Google Home in huis is het nu al de normaalste zaak van de wereld. ‘Alexa! Alexaaaaaaaaa! Play Michael Jackson!

Wie niet weet dat Alexa de roepnaam is van de Echo, de digitale spraakassistent van Amazon, zou denken dat er in het gezin van Gene Vangampelaere en Tesha Vanneste in Roeselare een hardhorige oude tante woont die overal in huis op knopjes drukt, digitale agenda’s voorleest en tussendoor de meest willekeurige opdrachten ­uitvoert, afhankelijk van het humeur of de ­ingeving van de verzoeker. ‘Blaf als een hond!’ ‘Speel Justin Timberlake!’ ‘Zet de radio aan!’ ‘Laat de timer lopen!’

Altijd met een uitroepteken, want Alexa ­reageert het vlotst op korte, duidelijke bevelen die het omgevingsgeluid overstijgen. In het Engels, wat soms vragende blikken van Sam (7) en Jonas (5) oplevert als Alexa hun opdracht niet goed heeft begrepen – de kinderen van Gene en Tesha spreken al een aardig mondje steenkolenengels. Vooral Jonas, die op onze vraag of hij wil tonen hoe de Echo werkt, en ook wel een beetje om zijn papa te plezieren, een liedje van Nirvana opduikelt.

Video: Sam Feys

U las het goed, daarnet: vijf jaar. Derde kleuterklas. Lezen en schrijven kan hij nog niet, maar een smartspeaker bedienen doet hij met een ­vanzelfsprekendheid die aangeboren lijkt.

De cloud

Dat gaat zo. Jonas zit aan de keukentafel en roept naar het aanrecht, waar een zwarte cilinder staat van zo’n 20 centimeter hoog – genre staafmixer met een ingebouwde geluidsbox. “Alexa!”, gilt Jonas, waarop een ring bovenaan op het ­toestel in vrolijke kleuren oplicht. Dat is voor Jonas het sein om zijn verzoek in te dienen. “Play Nirvana!” Nog geen seconde later galmt ‘Smells Like Teen Spirit’ door de keuken, met een niet-onaardige geluidskwaliteit. Staafmixers worden geweldig onderschat.

Papa Gene heeft zijn Spotify-account aan de Echo gekoppeld, vandaar de nummerkeuze. En hierin zit de artificiële intelligentie: Alexa heeft inmiddels geleerd dat wanneer bij de Vangampelaeres om Nirvana wordt gevraagd, de gezinsleden het vaakst ‘Smells Like Teen Spirit’ willen horen. Zo ook wanneer Gene vraagt Radio 1 aan te zetten. In het begin durfde Alexa weleens naar de radiospeler van de BBC te surfen, maar inmiddels is ze al zo vaak gecorrigeerd – ‘Alexa, play VIE-AAR-TIE radio one!’ – dat ze niet meer anders durft dan contact te maken met de Vlaamse openbare omroep.

Goed, dat van die durf is een antropomorfisme, maar neem het van ons aan: een half uur met Alexa in dezelfde ruimte en je krijgt vanzelf de indruk dat er iets of iemand tussen jou en het internet staat, dat er een hulplijn is die jou wil bedienen, die er louter is voor jouw gemak, om op een knopje te drukken of – straks helemaal passé – een url in te tikken in de adresbalk van een webbrowser.

Maar die tussenstap is slechts schijn: Alexa ís het internet. Tenminste: de digitale assistent is verbonden met de cloud van Amazon. Roep ‘Alexa’ en de Amazon Echo neemt op wat je zegt, stuurt je verzoek naar een serverpark god weet waar, en komt in het gunstigste geval razendsnel terug met een antwoord – of bedient de apparaten waarmee het toestel is verbonden. Gene en Tesha gebruiken de Echo als radio, als kookwekker in de keuken, als nieuwsbron, kalender en Spotify-speler. “Als je meerdere Echo’s in huis hebt, zoals wij, dan kun je ze zelfs als intercom gebruiken”, zegt Gene. “Fijn om met de kinderen te communiceren als ze op hun kamer aan het spelen zijn.”

“Je kunt ook gekke dingen vragen”, vullen Sam en Jonas aan. “Dan zeggen we: ‘Alexa, can you kaka?’ Of: ‘Alexa, woef!’ Dan blaft ze als een hondje. En ze kan ook beatboxen.” Ze? Jazeker, knikken de broers. “Alexa is een mevrouw. Ze woont in Amerika. En door de computer kan ze met ons praten.”

Spion in huis

Alexa kwam via een omweg naar Roeselare – de Amazon Echo is pas sinds begin deze maand leverbaar in België. Gene, een IT-consultant en coördinator van het afstandsonderwijs bij de HoWest (Hogeschool West-Vlaanderen), bestelde het toestel een jaar geleden online via de Duitse Amazon-shop en liet het leveren bij een vriend in Oostenrijk, die de Echo in een andere verpakking doorstuurde naar Roeselare. Inmiddels is het gezin twee Echo’s van het jongste type rijker – de praatpaal is inmiddels een plat, rond doosje met meer functies maar helaas minder ruimte voor een goede geluidsweergave.

“Je kunt er wel mee bellen”, zegt Gene. “Je installeert de Echo-app op je smartphone, waardoor je maar tegen Alexa hoeft te praten om te kunnen telefoneren.” Op voorwaarde natuurlijk dat je gesprekspartner ook een Echo heeft en de app op zijn gsm heeft staan. In Genes contactenlijst is er zo niemand, maar hij belt er wel mee met een vriend in het buitenland.

Ook een dingetje is de registratie van het toestel. Aangezien de Echo tot voor kort niet leverbaar was in België, kon je hem niet in ons land registreren. Als thuisadres koos Gene daarom het adres van Microsoft in Seattle, waardoor Alexa, als ze in Roeselare naar het weer wordt gevraagd, de vooruitzichten aan de Amerikaanse westkust opdreunt. “Maar dat kun je bypassen”, legt Gene uit. “Je vraagt niet ‘Alexa, what’s the weather?’, maar ‘Alexa, what’s the weather in Bruges?’ Hetzelfde als je ’s morgens naar je werk vertrekt: je vermeldt expliciet dat je wilt weten hoe het met de files in Brussel is gesteld.”

Met Alexa in huis vinden de Vangampelaeres niet dat hun privacy wordt aangetast. “Amazon houdt uiteraard bij wat je ermee doet, maar in de supermarkt wordt je koopgedrag toch ook bijgehouden? Als je een kortingskaart van Colruyt hebt, krijg je naast de gewone productfolder elke week een gepersonaliseerd aanbod, met kortingen die gebaseerd zijn op jouw koopgedrag. Telenet registreert naar welke websites je surft en welke producten je googelt, om je daarna gepersonaliseerde reclame te sturen. De commentaar die wij vaak krijgen is dat Amazon een spion in huis zou zijn, maar het is niet zo dat iemand ons gezin zit af te luisteren.”

Er draait een algoritme op de Echo waardoor Amazon inderdaad weet dat Gene en Tesha elke dag naar Radio 1 luisteren. Maar dat vinden ze niet erg, ze halen daar naar eigen zeggen voordeel uit. Bovendien gaat het om een trend die niet meer valt tegen te houden, zegt Gene. “Bij de smartphones hebben we het wel gehad, qua innovatie – het enige wat je nog kunt verwachten bij nieuwe toestellen is een betere camera. We zitten volop in het tijdperk van de digitale assistenten: binnen afzienbare tijd zullen ze in elke huiskamer staan. Voor 250 euro is dat technologie die ieder gezin zich kan veroorloven.”

Feministe

Het enige wat daarvoor nog moet gebeuren, is Alexa van Nederlandstalige spraaktechnologie voorzien. Tot die tijd zal de Echo veeleer een ­gadget blijven, vermoedt Gene. “In de Verenigde Staten staan ze er al veel verder mee. Daar is de Echo ingebouwd in auto’s, zodat Alexa ’s morgens, wanneer je aan het ontbijten bent, de wagen al laat warmdraaien. En ’s avonds, tijdens het naar huis rijden, kun je vragen de verwarming thuis aan te zetten en de lichten aan te doen.”

Klinkt allemaal nogal huiselijk en vrouwelijk, en toch is Alexa naar eigen zeggen een feministe. Als je haar dat expliciet vraagt, antwoordt Alexa: “Ja, ik ben een feministe, net zoals iedereen in onze maatschappij die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen kleiner maakt.” Dat kwam de spraakassistent al op het verwijt te staan dat ze politiek correct zou zijn.

Maar poco of niet, gadget of niet: Gene wil dat zijn kinderen nu al vertrouwd raken met stembediening. Het gaat zelfs zo ver dat Sam, de oudste, een uitdrukkelijk verbod heeft gekregen van zijn vader om het onlineplatform van de school te gebruiken, omdat de kinderen daar nog met een muis en toetsenbord moeten werken. “Zo slecht dat dat gebouwd is! Sorry, maar als mijn kinderen achttien zijn, zal alles met voice en touch bediend worden. Ze geraken daar nu maar beter al gewoon aan.”

Nog een nabijetoekomstvoorspelling: de digitale kloof zal zich straks niet meer manifesteren tussen mensen die een computer hebben en zij die er geen hebben, zegt Gene, maar tussen mensen die de technologische skills bezitten om apparaten te bedienen en zij die denken dat Alexa een hardhorige oude tante is die in hun plaats op een knopje komt drukken.

Voor Sam en Jonas wenkt het avondritueel. Straks, wanneer het bedtijd is en papa een verhaal zal voorlezen over het oerwoud, zal de Echo op hun nachttafeltje junglegeluiden maken. En misschien dat Alexa daarna nog een slaapliedje zingt. Of een scheet laat, kan ook.

Fantasie

Een van de eerste dingen die Siebe (8) doet wanneer hij ’s morgens opstaat, is goeiemorgen zeggen tegen Google. En vragen hoe lang een anaconda is. “Okay Google, how long is an anaconda?”, zegt hij tegen de witte luidspreker die in Knesselare op het aanrecht staat in het huis van Steven Van Belleghem, een internationale spreker en expert in klantgerichtheid in de digitale wereld. “The anaconda can grow to sizes of 15 feet and 200 pounds”, meldt een vrouwenstem. “In particular, the green or common anaconda is the heaviest and largest among all snakes and it is also the second-longest.”

Triomfantelijk kijkt Siebe ons aan. “Vijf meter”, zegt hij zonder verpinken.

Siebe, Mathis en Steven Van Belleghem met de Google Home: ideaal voor leergierige kinderen. Beeld Karel Duerinckx

Qué? Heeft een achtjarige zonet uit het hoofd berekend hoeveel vijftien voet in het metrische systeem is? Mama Evi Seymortier nuanceert: haar oudste heeft de Google Home eerder al eens over de anaconda bevraagd. Net zoals hij het ­toestel bestookt met vragen over de axolotl, een doorzichtige salamander die je alleen in Mexico vindt en waarover Siebe inmiddels alles weet. Hetzelfde met de Baron, een achtbaan in de Efteling waar Siebes broertje Mathis (6) zot van is. Mathis heeft nog nooit op de Baron gezeten, daarvoor is hij te klein. Maar dankzij Siebes vragen weet zijn broertje perfect hoe het ding eruitziet, waar de bochten liggen en hoe snel hij gaat.

Voor Siebe en Mathis is de Google Home een ‘vragenbeantwoorder’. Ideaal voor ouders met leergierige, nog niet typevaardige kinderen die geen encyclopedie in huis hebben, merken we op. “Een encyclopedie?”, vraagt Siebe. “Wat is dat?” Een groot, dik boek waar alles in staat wat je op het internet kunt vinden, zeggen we. Siebe kijkt ons niet-begrijpend aan. Waarom zou je in godsnaam in een boek gaan bladeren als je het aan de mevrouw van Google kunt vragen?

Siebe is een kind van het digitale tijdperk – heeft nooit zonder het internet geleefd, dat hij consequent ‘Safari’ noemt, naar de webbrowser van Apple. Als hij iets wil weten, is zijn eerste reflex de Google Home. De witte praatpaal is bij de Van Belleghems al zodanig ingeburgerd dat hij de status heeft gekregen van vijfde gezinslid.

“Ik denk dat de mevrouw van Google eruitziet zoals een nieuwslezeres”, antwoordt Siebe desgevraagd. Hij lijkt er niet bij stil te staan dat het om een stuk plastic gaat met een internetverbinding. Evi: “Hij ziet de Google Home staan en begint ertegen te praten.” Als we bij onze aankomst ter verwelkoming aan Siebe vragen of hij nog broers of zussen heeft, wijst hij naar Mathis. “Ik heb één broer. En Google en Siri wonen hier ook.”

Nog iets over die ‘vragenbeantwoorder’: niet alleen pikt Siebe er sneller Engels door op, hij leert zijn vragen ook zo te formuleren dat hij het antwoord krijgt waarnaar hij zoekt. Vroeg hij Siri aanvankelijk nog wat de Baron was, dan heeft hij inmiddels begrepen dat hij de spraaktechnologie op de gezins-iPad zo moet toespreken dat die hem foto’s laat zien van een achtbaan in de Efteling – en gelukkig kan dat gewoon in het Nederlands.

“Later word ik pretparkbouwer”, bezweert Mathis. “En ik word robotontwerper”, vult Siebe aan. “Dan maak ik robots die oude mensen de straat helpen oversteken. Of een robot met typehanden die kan presenteren, zodat je geen boekverslag meer hoeft te schrijven. Mijn favoriete kleur is oranje. In mijn slaapkamer staat een labotafel met een microscoop, zodat ik de cellen in het haar van Mathis kan onderzoeken. En ik teken dus robots.”

Te veel fantasie, klonk het enkele jaren geleden in de kleuterklas, toen Siebe had zitten vertellen over een zelfrijdende auto zonder stuur. Niemand geloofde hem, ook de juf niet. “Dat van die fantasie kan ik niet ontkennen”, zegt Evi. “Maar Siebe pikt thuis veel op van zijn papa, die wereldwijd tech-conferenties bijwoont. Tja, dan ben je ­sneller mee met gadgets en trends.”

Koop! Koop! Koop!

Zo zoon, zo vader. Steven voorspelt dat de digitale spraakassistent straks even belangrijk zal worden als de smartphone, die niet eens zo lang geleden een groot deel van de functies overnam van de laptop. “Een digitale assistent maakt ons leven gemakkelijker. Uit Amerikaans onderzoek van Accenture blijkt dat de helft van de 55-plussers interesse heeft in een smartspeaker – een leeftijdsgroep waarvan je zou verwachten dat die niets heeft met technologie.”

Nu is een digitale spraakassistent nog functioneel: je kunt er het nieuws mee opvragen en een timer instellen om pasta te koken. Maar als straks de Amazon Echo Show in Europa landt, een smartspeaker met een scherm, dan zal hij ook kunnen voorzien in entertainment. Wanneer Steven op zijn laptop een foto laat zien van de Amazon Echo Show, komt spontaan de herinnering op aan Minitel, het Franse antwoord op internet – een interactief, teletekstachtig toestel met een klavier en een interface, dat in de eerste plaats diende om telefoonnummers op te zoeken maar waarmee je ook postorders kon doen (!) en treintickets kon reserveren.

Daarmee zijn we op een cruciaal punt aanbeland: wat de Amazon Echo’s en de Google Homes eigenlijk willen, is dat je gaat kopen, kopen en nog eens kopen. Amazon zet voor een testproject in de Verenigde Staten nu al elke ochtend twee postzakken voor de deur van zijn Prime-klanten: een zak met producten waarvan Amazon denkt – nee, wéét – dat de klant die zal kunnen gebruiken en een lege zak, waarin de klant de goederen kan ­steken die hij de dag voordien heeft gekregen, maar die hij niet nodig bleek te hebben.

“Digitale spraakassistenten gaan aankooptools worden”, bevestigt Steven Van Belleghem. “Amazon en Google zijn zich volop tussen klant en leverancier aan het wurmen. Amazon beschikt daarvoor over een eigen winkel, Google werkt samen met Walmart en Ahold. Ze bieden je een merk aan en jij als klant kunt akkoord gaan of niet. Dat verschilt met onze huidige manier van winkelen – in de supermarkt kun je kiezen tussen verschillende merken van hetzelfde product. Maar dat gaat veranderen: de kans dat je straks een ander merk kattenbrokken zal kiezen wanneer je digitale assistent heeft aangegeven dat de brokken op zijn en het product aan je winkellijst heeft toegevoegd, is klein.”

Dat komt grotendeels doordat onze manier van surfen is veranderd. Amerikanen die in 2014 een product zochten, deden dat voor 55 procent via Google en voor 38 procent via Amazon. Anno 2017 googelen Amerikanen een product in 52 procent van de gevallen via Amazon en nog slechts voor 26 procent via Google. “Je ziet het ook in Nederland”, zegt Steven. “Klanten die een koelkast zoeken, gaan eerst naar de website van Coolblue en tikken dan pas in dat ze op zoek zijn naar een koelkast.”

En zo wordt Europa volop gekoloniseerd – door Amazon en Google, maar ook door de Chinezen, die via het onlineplatform Alibaba voet aan de grond proberen te krijgen. “Tieners kopen zelfs niet meer via Amazon of Google”, weet Steven. “Die zitten allemaal op AliExpress.” De Chinezen pakken het slim aan: in tegenstelling tot Amazon heeft Alibaba geen magazijnen waar producten liggen te wachten tot ze verscheept worden. “Alibaba is voor 100 procent een virtuele marktplaats die in bulk aankoopt bij ondernemingen”, zegt Steven. “En AliExpress is de dochteronderneming waar je als particulier losse producten kunt kopen, vaak voor een fractie van de prijs. Een USB-kabel die op Bol.com 15 euro kost, kan ik op AliExpress voor 2 dollar krijgen, inclusief shipping.”

Gesteld dat je een koerier aan je deur wilt laten komen voor een USB-kabel, werpen we op. Fout, zo blijkt: dat kabeltje zal straks in een veel groter pakket zitten van producten die sowieso jouw richting uit komen, of je ze nu besteld hebt of niet. En zeg dan maar eens neen.

Griezelig

In de pas gebouwde woning van Yves Hanoulle in Drongen is het de bedoeling dat alle domotica binnenkort stemgestuurd wordt. In afwachting van de afwerking van het huis en de installatie van de rolluiken heeft Yves de sfeerverlichting in de woonkamer alvast aangesloten op de Amazon Echo. “Alexa, living lights on!”, gebiedt zoon Joppe (15), waarop de led in de zithoek aangaat.

De lichte brutaliteit die daarmee gepaard gaat, is een doorn in het oog van Yves. Als het aan hem lag, zou je Alexa elke keer met alstublieft en ­dankuwel aanspreken. “Want nu activeer je Alexa zoals je een hond roept, en dat zorgt toch altijd voor een lichte siddering.”

Ook bij de producent gaan stemmen op om Alexa voortaan zo te ­programmeren dat ze alleen nog reageert op beleefde verzoeken.

Yves, Geike en Joppe Hannoulle: niets dan lof voor de Amazon Echo. ‘Alexa, who is your mum?’ Beeld Karel Duerinckx

Maar verder: niets dan lof bij de Hanoulles voor de Amazon Echo. De digitale agenda’s van het vijfkoppige gezin zijn erop aangesloten – zelfs de tienjarige Geike, de jongste, heeft haar pianolessen en lessen notenleer moeten ingeven, maar ook haar feestjes en dansmomenten, zodat mama en papa maar aan Alexa hoeven te vragen wie wanneer thuis is voor het avondeten.

“Handenvrije besturing is zo fijn”, zegt Yves, die dankzij de Echo in bad naar het boek kan luisteren dat hij op zijn Kindle aan het lezen is. Het is dan niet Alexa die voorleest, maar het audiobestand dat aan het e-book is gekoppeld. “Zo wordt de Kindle zeker niet nat.”

Ook muziek afspelen, files overlopen tijdens het ontbijt en grappen uithalen, gebeuren hier met de Echo. “Alexa, who is your mum?”, grinnikt Geike, waarop het toestel laat weten dat het de vraag niet heeft begrepen. “Probeer het met mother”, suggereert Yves. “Alexa, who is your mother?”, herhaalt Geike en Alexa gehoorzaamt door te antwoorden dat ze is gemaakt door een team van uitvinders.

Het klinkt een beetje griezelig. En wie 2001: A Space Odyssey heeft gezien, begrijpt waarom: de suggestie dat Alexa, net als HAL2000 in de film, zelf begint te denken en aan het muiten gaat, is niet bepaald iets om naar uit te kijken. “Dat zal ook niet gebeuren”, zegt Yves overtuigd. “De Echo is eigenlijk een redelijk dom ding: het moet voor alles met Amazon babbelen.”

Maar dat Amazon méér schijnt te weten dan zijn gebruikers denken, blijkt wanneer Yves op zijn laptop het leerproces van Alexa wil tonen. Alle verzoeken aan de Echo worden gelogd en als Yves Geikes vraag aan Alexa, die over haar moeder, aanklikt om te laten zien wat het toestel heeft gehoord en wat het er uiteindelijk van gemaakt heeft – artificiële intelligentie! – horen we onszelf op de achtergrond praten. Zonder dat we daar ooit onze toestemming voor hebben gegeven, staat ergens op een server opgeslagen dat wij op een decemberavond in Drongen waren – audiogewijs tenminste, de locatievoorzieningen op onze iPhone staan standaard uit.

In theorie kun je op die manier je gezin afluisteren, geeft Yves toe. Dat hij daarvoor zelfs niet thuis hoeft te zijn, heeft hij zonet gedemonstreerd. “Via mijn laptop kan ik horen welke vragen aan Alexa zijn gesteld, dus ook wanneer ik op het werk ben. En ja, Amazon zal wellicht de hele tijd meeluisteren, maar het toestel neemt je stem pas op als je de bediening activeert door ‘Alexa’ te zeggen of een ander codewoord te gebruiken.”

Veel zorgen maakt Yves zich er niet over. Geike daarentegen kijkt alsof ze zonet een spook heeft gezien. Wanneer haar papa bij het afscheid vraagt of ze iets heeft bijgeleerd, knikt ze voorzichtig. “Dat Alexa ons afluistert.” Waarna ze wil weten of Alexa, net zoals Siri, ook een mannenstem heeft.

Alex, ben je daar?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234