Vrijdag 22/11/2019
Beeld ANP XTRA

Column De Schaal van Mulders

Opeens wil je de es van de beuk en de cirrus van de cumulus kunnen onderscheiden

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Niet eens zo lang geleden spoelde ik aan op een vierde verdieping, met alleen maar mijzelf en zonder liefde. De woonruimte was benepen, de kruipkelders zo uitgestrekt dat je er retabels van het Lam Gods in kon verstoppen. In het gebouw woonden veel oude mensen. Achter deuren met spionnen bereidden ze schotels met makreel en knipten luidruchtig hun kalknagels.

Het appartement dat ik bewoonde, had geen tuin, wat vaker schijnt voor te vallen op de vierde verdieping. Ik betrok het niet uit vrije wil, maar na een perte totale in de liefde. Door het raam had je zicht op rijen garageboxen. Op de dag dat ik er introk, kwam een van de verhuizers naast mij naar beneden staan kijken. Het was een stoere vent met een getatoeëerde traan in een ooghoek. Hij zei: “Jij moet veel gaan wandelen, jongen. Dat heb ik ook gedaan, toen ik naar een gemeubelde studio moest na mijn scheiding. Lange wandelingen hebben mij toen het leven gered.”

Het beviel mij dat hij mij jongen noemde, hoewel hij jonger dan ik was. Hij zag dat ik niet uit wild enthousiasme naar deze schoenendoos was verkast. Hij zei ook nog iets over mannen, van wie het verstand volgens hem in de broek zat.

Verhuizers zijn een volkje apart; ze hebben die nuchtere wijsheid die je ook aantreft bij soldaten en grafdelvers. Ze kennen verraad, ze weten hoe vergankelijk de liefde is. Ze halen huizen leeg van mensen die nietsvermoedend op hun werk zitten, en ’s avonds de puinhoop overschouwen bij het licht van een kale gloeilamp.

Ik volgde de wijsheid van de verhuizer en wandelde vaak in de straten. Ik zag honden en mensen, ik zag duivenpoep die op blikjes Cara Pils gestold was. Op een keer zag ik een jonge vent een oude pijpen in het struikgewas. Af en toe zag ik zelfs iets dat het hart kon verheffen, zoals vrouwen met verbazend mooie mutsen en wolkjes adem in de vrieskou.

Als ik bovenkwam op mijn vierde verdieping, keek ik door het raam graag naar de wolken. Ik had veel aan ze in die dagen. Ik zocht ze op in een boekje met de eerlijke titel: Wolken. Praktische gids voor dagelijks gebruik. Het was geschreven door een zekere Hans Häckel, die zich uitputtend in het fenomeen verdiept had. Ik las over halo­verschijnselen, condensatie­niveaus en het optillen van luchtpakketten door convectie. Ik kwam reeksen woorden tegen – Stratocumulus stratiformis perlucidus – die leken op een toverspreuk.

Tevoren had ik in wolken eenden gezien of Scandinavië, zoals in dat prachtgedicht van Martinus Nijhoff (‘De wolken’). Nu verdiepte ik mij in hun grillige wetenschap. Zo gaat dat in het leven, of tenminste bij mij toch: jarenlang is een boom gewoon een boom, een vogel een vogel en een wolk een wolk. Dan opeens wil ik de es van de beuk, de merel van de lijster en de cirrus van de cumulus kunnen onderscheiden. Ik zag de cumulonimbus (buienwolk), de nimbostratus (slechtweerwolk) en de altocumulus (middelhoge schaapjeswolk) en begroette ze als dierbare vrienden.

De wond’ren werden woord en dreven verder. Op een dag stelde ik vast dat de tijd zijn reputatie van machtig heelmeester waarmaakte en zijn werk gedaan had. Ik genas en wou niet langer wegdrijven naar een plek achter de lucht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234