Zondag 08/12/2019

Wetenschap

Op de Filipijnen zijn extreem vroege sporen van de mens gevonden. Hoe kon de mens daar in die tijd komen?

De botten van een neushoorn, die 700.000 jaar oud zouden zijn. Detail: op de botten zijn sporen van stenen werktuigen gevonden. Beeld AFP

Een expeditie die in Leiden begon, heeft extreem vroege sporen van de mens gevonden op de Filippijnen. Hoe die vroege mens daar kon komen, is een raadsel.

Op het Filippijnse eiland Luzon zijn botten gevonden van een neushoorn, met daarop sporen van stenen werktuigen. Botten van 700.000 jaar oud. Als dit maaltijdresten zijn van vroege mensachtigen is de hamvraag: hoe konden die toen al op dit afgelegen eiland zijn gekomen?

Ze zijn in ieder geval niet over één nacht ijs gegaan. De paleontologen en archeologen die in 2014 op de Filippijnen hebben gezocht naar vroege mensachtigen, wisten dat al te drieste claims over mensachtigen ten oosten van de zogeheten 'Wallacelijn' op veel wetenschappelijke scepsis kunnen rekenen. De Wallacelijn is een denkbeeldige lijn door een diepe zeestraat, die het Aziatisch continent scheidt van Oceanië plus de Filippijnen. De lijn loopt tussen Bali en Lombok door, langs Sulawesi en buigt boven de Filippijnen naar het oosten. De Filippijnen hebben dus nooit met een landbrug aan het Aziatisch continent vastgezeten. Dus hoe kunnen primitieve mensachtigen op die eilanden terecht zijn gekomen?

De plek van de opgraving, aan de noordkant van het eiland Luzon, was zorgvuldig uitgekozen. Aan het oppervlak was eerder al een relatief grote verzameling fossielen en werktuigen gevonden. Precies op die plek is een stuk grond van vier bij vier meter uitgezet, dat vervolgens minutieus, centimeter voor centimeter werd afgekrabd, gegraven en geborsteld. "Een monsterklus", herinnert Paul Albers zich, die als gastmedewerker van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis bij de expeditie was. "Dit was primair een archeologische expeditie, dus werd er niet alleen gezocht naar grotere botten, maar ook naar potentieel minuscule aanwijzingen. Bovendien was het werkelijk bloedheet, dus niet makkelijk werken."

Verspreid over twee jaar vonden de onderzoekers onder andere een grote hoeveelheid botten van een Filippijnse neushoorn, een iets kleinere soort dan de huidige neushoorns die nog in Afrika en Azië rondlopen. "Na het nodige puzzelen konden we driekwart van het skelet in elkaar passen", aldus Albers.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Beeld Louman & Friso

Sporen op botten

Interessanter dan het skelet zelf, waren de sporen op de botten. Op verschillende botten waren veronderstelde snijsporen te zien die door stenen werktuigen gemaakt leken. In de beide opperarmbeenderen zaten ook de nodige deuken. Een van de twee botten was ook daadwerkelijk opengebroken. In de publicatie, die deze week in vakblad Nature verscheen, suggereren de auteurs dat dit door primitieve mensachtigen gedaan kan zijn, om het voedzame merg uit de botten te kunnen halen. Bovendien werden rond het skelet de nodige stenen werktuigen gevonden, waarvan een soort vuistbijl precies op de deuken in de botten paste.

Ook voor de datering van de botten hebben de onderzoekers niets aan het toeval overgelaten. Met maar liefst vier verschillende methoden werd gekeken hoe oud het materiaal kon zijn. De meest betrouwbare bepalingen kwamen uit op een kleine 700.000 jaar. De oudst bekende overblijfselen van moderne mensen, uit Marokko, zijn 300.000 jaar oud.

Ondanks de zorgvuldige datering en beschrijving van de botten en de snijsporen, blijkt daar nog wel ruimte voor interpretatie. Zo zegt de Duitse archeologe professor Sabine Gaudzinski van het archeologisch onderzoekscentrum Monrepos in Mainz, gespecialiseerd in snijsporen van 'prehistorische slagers' op botten, niet direct overtuigd te zijn door de foto's bij het artikel in Nature. "Percussiesporen, zoals de deuken en de breuken waar het merg uit een bot gehaald zou zijn, zijn altijd lastig te interpreteren", zegt Gaudzinski. "Maar ook de veronderstelde snijsporen lijken mij te onregelmatig om een aanwijzing te zijn voor slagerswerk van mensachtigen. Het zouden ook knaagsporen van dieren kunnen zijn."

De initiatiefnemer van de expeditie, paleoantropoloog John de Vos van het nationaal natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden, slaakt een diepe zucht bij de kritiek van Gaudzinski. "Dit hoor je altijd wanneer je met ongewone claims komt in de archeologie. Men wil er gewoon niet aan dat de dingen misschien anders zijn gelopen dan we altijd hebben gedacht. Precies hetzelfde gebeurde toen collega's in 2003 met de vondst van menselijke botten uit een grot op het Indonesische eiland Flores naar buiten kwamen. De hele wereld lag bij wijze van spreken dubbel van het lachen. Vroege mensachtigen op het afgelegen Flores, dat kon toch helemaal niet?! Inmiddels is die vondst breed geaccepteerd", aldus De Vos. "Latere fossielen op Flores bleken bovendien ook 700.000 jaar oud."

De botten op Flores baarden in 2003 nogal opzien. Niet zozeer de ouderdom van - in eerste instantie - 60.000 jaar was het punt, het ging vooral om de grootte van het mensje. De botten toonden aan dat het een volwassen individu was geweest, maar dan van hooguit een meter lang. Waar sceptici stelden dat het een misvormd individu van onze eigen soort, Homo sapiens, moest zijn geweest, stelde De Vos dat het een eilandvorm zou zijn van een vroege mensachtige, Homo floresiensis. "Je ziet op veel meer plaatsen dat dieren in de loop van de evolutie kleiner worden wanneer ze op een eiland terechtkomen. Op eilanden zitten doorgaans geen grote roofdieren. Bij gebrek aan dreiging evolueren dieren dan ook naar een 'ideale grootte': grote dieren als olifanten en neushoorns laten op eilanden dwergvormen zien, terwijl ratten en muizen juist heel groot worden. Van dieren wil men dat nog wel accepteren, maar dwergmensjes op eilanden, dat ligt wetenschappelijk nog steeds gevoelig", aldus De Vos.

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld AFP

Meer overblijfselen

De hamvraag blijft: wie waren deze mensachtigen en hoe zijn ze op Luzon en de andere afgelegen eilanden terechtgekomen? Na de pensionering van De Vos is het stokje in de zoektocht overgenomen door twee van zijn promovendi, de Franse archeoloog Thomas Ingicco en de Nederlandse geoloog in Australische dienst Gert van den Bergh. "Van de mensachtigen op Sulawesi en de Filippijnen zijn, op één voetbeentje na, nog geen resten bekend, anders dan de werktuigen en de snijsporen", weet Van den Bergh. "Het wachten is dus op meer overblijfselen van de mensachtigen zelf, voor we kunnen zeggen of het een Homo erectus is geweest of een andere soort."

Op de vraag hoe deze primitieve mensachtigen de oversteek hebben gemaakt, waarschuwt Van den Bergh vooral tegen al te wilde fantasieën. 'De oudste 'bootjes' van moderne mensen zijn een jaar of 10.000 oud. Je kunt natuurlijk niets uitsluiten, maar ik denk dat het niet logisch is dat Homo erectus of een andere primitieve soort al bootjes kon bouwen. Een 'natuurlijk vlot' is logischer. De belangrijkste zeestromen in dit gebied gaan van noord naar zuid. Het ligt volgens mij dan ook het meest voor de hand dat deze mensachtigen op een ontwortelde boom, bijvoorbeeld na een tsunami, de zee op zijn gedreven. Na de tsunami van 2004 zijn ook mensen levend teruggevonden die zestig kilometer ver op zee dreven op een vlot van omgevallen bomen."

Van den Bergh denkt dat de vroege Filippijnse mensachtigen een flink stuk hebben gedreven. "Wanneer je bijvoorbeeld op Bali op een vlot stapt, is het onmogelijk dat je met de sterke stroom uit het noorden spontaan op Lombok, aan de andere kant van de Wallacelijn terechtkomt. Ik denk dan ook dat deze mensachtigen eerder uit het noorden, bijvoorbeeld uit Taiwan of China zijn gekomen. Dat strookt ook met de verspreiding van enkele andere diersoorten uit het Pleistoceen. Hoe verder je naar het zuiden gaat op de eilanden ten oosten van de Wallacelijn, hoe beperkter de variatie van bepaalde pleistocene fossielen wordt."

Van den Bergh hoopt van harte dat er bij volgende expedities nog resten van de mensachtigen zelf worden gevonden. "Zulke fossielen kunnen ons vooral wat leren over de evolutie van de mens en vergelijkbare soorten. Op eilanden is de leefomgeving relatief weinig complex. Dat maakt de kans groter dat je kunt leren hoe de evolutie van mensachtigen heeft gereageerd op veranderingen in de omgeving."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234