Zaterdag 14/12/2019

Reportage

Op bosklas bij bomenfluisteraar en succesauteur Peter Wohlleben

Beeld Franky Verdickt

Bomen kunnen voelen, schreeuwen, soms zelfs maatjes worden. Boswachter Peter Wohlleben (51) schreef over het geheime leven van bomen een onwaarschijnlijke bestseller. Met de Nederlandse vertaling in aantocht, neemt hij ons mee voor een stevige wandeling.

Honden lijken weleens op hun baasje, en blijkbaar is dat soms ook zo bij bomen. Boswachter Peter Wohlleben is met zijn slordige twee meter een even imposante verschijning als de bomen waarover hij waakt: grote, slanke beuken.

Wohlleben werkt in een oerbos vlak bij Hümmel, een godvergeten negorij, diep verscholen in de Duitse Eifel. De boswachter is duidelijk met het bos vergroeid. Dat zie je aan de manier waarop hij naar zijn bomen kijkt, en dat hoor je aan de manier waarop hij over hen vertelt.

"Kijk, hier", zegt hij.

We zijn z'n bos net ingestapt, Wohlleben heeft een twijgje van een kleine, nauwelijks twee meter hoge beuk in de hand genomen. "Een baby nog. Ik schat hem een jaar of honderd oud, al kan het ook iets meer zijn."

Pardon?

Wohlleben lacht om onze verbazing. "Iedereen schrikt als ik dat vertel, maar het is wel zo. Dit beukje hier is minstens honderd jaar oud. In een oerbos als dit groeit zo'n boom ontzettend traag. Dat komt omdat naast hem zijn volwassen moeder bijna al het licht voor hem wegneemt. Het boompje zou amper kunnen groeien als zijn wortels niet vergroeid waren met die van zijn moeder. Op die manier geeft ze haar kind de nodige suikers, net genoeg om langzaam - niet overhaast - sterker te worden. Je zou kunnen zeggen dat deze boom haar kind zoogt."

Wohlleben kan het mooi en helder uitleggen, en dat zou weleens een van de belangrijkste redenen kunnen zijn waarom zijn boek Het verborgen leven van bomen zo'n onwaarschijnlijke bestseller is geworden. Met meer dan 300.000 exemplaren was dit vorig jaar het best verkochte non-fictieboek in Duitsland. Mogelijk volgt dra de rest van de wereld. Het verborgen leven van bomen verschijnt straks in 27 taalgebieden.

Laatst was The New York Times nog in Hümmel.

Beeld rv

Keiharde wetenschap

Wohlleben is er bescheiden bij gebleven. Hij noemt zichzelf "een eenvoudige autodidact". Zijn boek is volgens hem een toevalstreffer, en eigenlijk was hij ook nooit van plan om iets aan het papier toe te vertrouwen. "Als boswachter gids ik al jaren mensen door dit bos. Na afloop kwamen de mensen vaak naar me toe om te vragen of ze mijn verhaaltjes ergens konden nalezen. 'Nee', zei ik dan, 'we hebben geen brochure.'"

Het idee voor een boek kwam er pas nadat een vriendin hem had gevraagd of ze al die mooie 'boomverhalen' van hem mocht opschrijven. "Dat vond ik geen goed idee", zegt Wohlleben. "Ik was bang dat er te veel onzin zou instaan. Dus ben ik, mee onder druk van mijn vrouw, dan maar zelf gaan schrijven. Met frisse tegenzin, en zonder grote verwachtingen. Ik was zelf wel de laatste die er een bestseller in had vermoed."

Grote verwachtingen waren er ook niet bij zijn uitgeverij. De eerste druk verscheen op 4.000 exemplaren, naar Duitse normen is dat erg bescheiden.

Niet veel later kwam de stormloop. Het boek werd zelfs zo succesvol dat Duitsland op zoek ging naar een diepere verklaring. Had dit succes misschien iets te maken met die oer-Duitse fascinatie voor het woud? Vertelde het iets over de hang naar esoterie en new age?

Wohlleben zelf ziet een andere verklaring.

"Vaak is geschreven dat mijn boek mensen doet vluchten uit de boze realiteit van vandaag, maar dat geloof ik niet. Mijn boek is geen esoterie, en het is al helemaal geen sprookjesboek. Integendeel, Het verborgen leven van bomen is knallharte Wissenschaft.

"Wat volgens mij wél een bepalende rol heeft gespeeld, is het verrassingseffect. Ik schrijf over levende wezens die ons zeer vertrouwd zijn, maar waarover de meeste mensen eigenlijk weinig weten.

"Mensen weten dat bomen goed voor ze zijn. Ze zuiveren de lucht, ze zijn mooi, en ze leveren hout. Maar de allermooiste eigenschappen van bomen kennen ze meestal niet. Bomen hebben een onzichtbaar, maar ontzettend boeiend ondergronds leven. Hoe dat precies functioneert weten we niet, maar bomen kunnen met elkaar praten en ze kunnen tellen. Dat kan misschien esoterisch klinken, maar alles wat ik vertel is uitgebreid beschreven in wetenschappelijke werken. Het punt is dat niemand die wetenschappelijke werken leest omdat ze zo ingewikkeld en dor zijn geschreven. Ik heb die dorre wetenschap proberen te vertalen naar mensentaal. Ik merk dat veel lezers daardoor plots een hele wereld voor zich zien opengaan. Ze vinden die wereld zo wonderlijk dat ze soms nauwelijks kunnen geloven wat ze lezen."

Peter Wohlleben met journalist Jeroen de Preter in 'zijn' oerbos vlak bij Hümmel, diep verscholen in de Duitse Eifel. Beeld Franky Verdickt

Stenen wortels

Dat de wonderen van het bos zich soms goed verborgen weten te houden, blijkt ook hier, in het oerbos van Hümmel. Wohlleben wijst naar de grond, tikt met zijn schoen tegen iets wat op het eerste gezicht een stuk rots lijkt. Jarenlang had hij er zelf nauwelijks acht op geslagen. Tot hij plots besefte dat het geen stenen waren, maar wortels. "Het zijn de wortels van een boom die naar schatting meer dan vier eeuwen geleden is geveld", vertelt hij. "Alleen als je goed kijkt, zie je dat er nog altijd leven in zit."

Wohlleben vertelt hoe de oude stronken vier eeuwen lang in leven zijn gehouden door de beuken rondom hem. Bladeren om zonlicht om te zetten in suikers had deze boom al in de zeventiende eeuw niet meer. Overleven kon hij alleen dankzij de voeding die hij kreeg via een netwerk van wortels en zwammen onder de grond, het zogenaamde Wood Wide Web.

"Waarom bomen ook zulke oude soortgenoten in leven houden, weten we eigenlijk niet", zegt Wohlleben. "Wellicht is het een combinatie van solidariteit en eigenbelang. Aan de University of British Columbia wordt dat vraagstuk vandaag onderzocht. Het zou kunnen dat oude bomen door de jongere exemplaren worden ondersteund omdat de oude exemplaren ervaring doorgeven. Dat bomen ervaring opslaan, is al bewezen. Bomen die een droogte hebben meegemaakt, drinken minder in de winter, om de reserves in eventueel droge zomers aan te spreken."

Straffe solidariteit

Solidariteit tussen bomen dus, en het kan nog straffer. Even verderop wijst Wohlleben twee stevige beuken aan. "Het zijn vrienden", zegt hij. "Dat zie je aan hun kruinen. Hun takken groeien er van elkaar weg, om elkaar zo veel mogelijk te sparen. Je zou die vriendschapsband nog duidelijker kunnen zien als je onder de grond kon kijken. Hun wortels zijn met elkaar vergroeid. Houtvesters kennen dit fenomeen trouwens ook. Ze spreken van een groep, en ze weten ook wat er gebeurt als je een van de twee bomen omzaagt. De resterende boom zal vrijwel meteen sterven. Het is net zoals bij een oud echtpaar dat een leven lang met elkaar heeft geleefd. Als de ene sterft, zal de andere snel volgen."

Voor wie het nog niet was opgevallen: Wohlleben houdt ervan om bomen te vermenselijken. In zijn boek heeft hij het over bomen die met elkaar praten. Over bomen die schreeuwen van de dorst en bomen die pijn lijden omdat ze beschadigd worden. Hij zegt dat die antropomorfisering een strategie is om zijn zaak te verkopen aan een breder publiek. Maar het is ook meer dan alleen strategie. "Bomen kunnen echt lijden", stelt hij. "Wat ze precies voelen, kunnen wij mensen natuurlijk niet weten. Maar we weten wel dat bomen op pijnprikkels reageren. Als een boom wordt aangevreten door een insect, lopen er elektrische signalen door hem heen, en komt er meteen een afweerreactie. Dat is meetbaar.

"Sommige bomen gaan zelfs nog een stap verder. Als ze een pijnsignaal krijgen, sturen ze meteen ook waarschuwingssignalen naar naburige bomen. Olmen pakken het zelfs nog slimmer aan. Als ze worden aangevallen door rupsen, roepen ze de vijanden van die rupsen erbij."

Op zijn soms verregaande vermenselijkingen heeft Wohlleben weleens kritiek gekregen. De kritiek kwam niet van de wetenschap, maar van de houtindustrie. "Houtvesters hebben het daar lastig mee, en dat begrijp ik ook wel. Slagers spreken ook niet graag over de gevoelens van dieren. Het thema is slecht voor hun commerce. Op dezelfde manier is mijn boek natuurlijk ook geen reclame voor de houtindustrie. Ik schrijf dat bomen gevoelens hebben, en dat het onderscheid met dieren moeilijk te maken is. Dat horen houtvesters niet graag vertellen."

Het verborgen leven van bomen eindigt met een opmerkelijk pleidooi. Wohlleben schrijft in zijn slothoofdstuk over de grenzen tussen dier en plant, en hoe die soms moeilijk te trekken zijn. "Eigenlijk kun je het hele boek lezen als één groot pleidooi voor meer plantenrechten", zegt hij. "Misschien klinkt dat vandaag nog absurd, maar voor een deel is die beweging al ingezet. In de Zwitserse wet staat al dat er evenveel respect moet zijn voor planten als voor dieren. Wie in Zwitserland een bloempje langs de kant van weg wil plukken, moet daar een hele goeie reden voor hebben.

"Uiteraard zijn er grenzen aan deze evolutie. Mensen kunnen niet overleven zonder andere levende wezens te doden. Mijn punt is niet dat wij geen bomen mogen vellen. Het gaat erover dat we dat met respect moeten doen. Zoals we ook dieren zo respectvol mogelijk moeten slachten. Een houtvester die een boom wil omzagen, moet weten wat hij doet. Als hij bijvoorbeeld deze mooie beuk hier weghaalt, moet hij ook weten dat hij de moeder weghaalt van een kleine boom. Bossen zijn niet in de eerste plaats houtfabrieken. Vóór alles zijn het complexe, bijzonder waardevolle ecosystemen met een gevoelsleven."

Wohlleben: "Dit beukje hier is minstens honderd jaar oud. Een baby nog." Beeld Franky Verdickt

Complete nonsens

Wohlleben weet waarover hij spreekt. Nog tot 2006 was hij een houtvester in dienst van de staat. Hij moest ervoor zorgen dat het bos geld opbracht, en taxeerde de bomen in de eerste plaats op hun mogelijke opbrengst. "Ik deelde bomen op volgens kwaliteit. Een gladde, egale boom was kwaliteit A, en leverde 500 euro op. Een boom met vergroeiingen was kwaliteit B, en leverde maar 60 euro op. Mijn kijk op bomen is eigenlijk pas veranderd toen ik in de bossen begon te gidsen. Het viel me op dat mensen kromme, knoestige bomen die ik toen nog als inferieur beschouwde, minstens zo interessant vonden. Langzaam maar zeker kreeg ik door dat ze gelijk hadden, en dat ik alleen nog maar in termen van winst naar bomen kon kijken."

Zo veel mogelijk winst, in een zo kort mogelijke tijd. Het probleem met de houtindustrie is volgens Wohlleben dat de mentaliteit compleet haaks staat op het wezenskenmerk van bomen. Bomen, en zeker beuken, groeien van nature bijzonder traag. De hele houtindustrie is erop gericht dat proces te versnellen. In plaats van beukjes langzaam te laten groeien in de schaduw van een moeder, worden ze al van jongs af in de volle zon gezet. Dat zorgt voor sneller groeiende, maar tegelijk minder stevige en gezonde bomen.

'Woudvernieuwing' en 'woudverzorging', heet dat in het jargon. Wohlleben vindt 'kaalslag' een betere term. "De houtindustrie is erin geslaagd ons te doen geloven dat mensen tussenbeide moeten komen om onze bossen gezond te houden. In werkelijkheid is dat complete nonsens. Bossen hebben ons absoluut niet nodig. Ze waren hier al twintig miljoen jaar voor ons. Voor onze komst bedekten ze ongeveer 80 procent van onze gebieden. Dankzij de zogenaamde woudverzorging is er van dat oerbos vol stevige beuken vandaag nog nauwelijks wat over. In de plaats kwamen - in het beste geval - minder gezonde bossen, vol beuken die de tijd niet kregen om sterk te worden, of sparren die hier eigenlijk niet thuishoren en daardoor sneller ziek worden."

Wohlleben is de stroper die - in dit geval letterlijk - boswachter is geworden. Sinds 2009 werkt hij in dienst van de gemeente Hümmel. Hij slaagde erin om zijn burgemeester te overtuigen dat het ook anders kan. Langzamer, en met respect voor de rechten van de boom. De beuken in het oerbos van Hümmel worden alleen nog gerooid als de tijd er rijp voor is. In plaats van met zware oogstmachines die de bodem beschadigen, worden hier paarden ingeschakeld. Niettemin, of juist daarom, is de houtvesterij in Hümmel opnieuw een winstgevende zaak.

"Ik ga hiermee de wereld niet veranderen", zegt Wohlleben. "Ik ben ook geen fundamentalist die zich in naam van een betere wereld alle geneugten des levens ontzegt. Ik eet vlees, ik stook met hout, en ik ben mij ervan bewust dat een bestseller bepaald geen zegen is voor het bosbestand.

"Mogelijk steven wij mensen af op de grote apocalyps. Dat kan. Maar ik ben niet vergeten wat Martin Luther, de beroemde theoloog, ooit heeft gezegd. 'Zelfs al zou ik weten dat de wereld morgen in stukken uiteenvalt, dan zou ik toch nog mijn appelboom planten.'"

Kleine kinderen

Onze boswandeling is voorbij, Wohlleben moet weer aan het werk. Maar voor het afscheid wil hij nog iets laten zien. Hij wijst naar een kleine beuk die, anders dan de grotere buren, zijn bladeren niet allemaal heeft afgeworpen. "Grote beuken werpen hun bladeren af in de herfst, net voor ze aan de winterslaap beginnen. Ze moeten dat doen omdat het in de winter sneeuwt, en takken waar blaadjes aanhangen bij te veel sneeuw zouden afbreken.

"Opvallend genoeg houden kleine beukjes hun blaadjes wél vast. Dat is best slim van ze. Hun takken zijn nog te jong om te breken in de winter. En omdat de volwassen bomen hun bladeren dan al verloren hebben, kunnen ze nog wat suikers halen uit de winterzon. Ik vind dat altijd geweldig schattig om te zien. Het lijkt wel of het kleine kinderen zijn die niet willen gaan slapen, en nog even uit hun bed kruipen voor wat zoetigheid."

Peter Wohlleben, Het verborgen leven van bomen, verschijnt op 29/3 bij A.W. Bruna/LeV., 256p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234