Donderdag 25/04/2019

Sociologie

“Onze kijk op schoonheid ondergaat een ongeziene transformatie”

Cultuursociologe Giselinde Kuipers onderscheidt in haar onderzoek twee dimensies van schoonheid: aantrekkelijk versus authentiek en lief versus interessant. Zangeres Selah Sue zou in de categorie ‘authentiek’ vallen. Beeld BELGAIMAGE

‘Mooi’ zijn is belangrijker dan ooit. En grote bedrijven dicteren onze schoonheidsidealen zodanig dat ze steeds onrealistischer worden en sociale ongelijkheid verscherpen, zo ziet ‘schoonheidsonderzoeker’ Giselinde Kuipers (Universiteit van Amsterdam).

Een date die er in het echt helemaal anders uitziet dan op de liefdesapp, omdat we in de virtuele wereld onze gezichten met allerlei filters en snufjes bijwerken. Een van die apps, van het Chinese miljardenbedrijf Meitu, die ook de functie ‘authentiek’ aanbiedt waarmee je je verbeterde smoeltje van een ‘kleine’ imperfectie kunt voorzien omdat iedereen er in cyberspace anders hetzelfde uitziet. Een Japanse AI-toepassing die een schoonheidsscore geeft aan je selfies. Plastisch chirurgen die steeds meer jonge mensen met ‘preventieve’ botox behandelen en de vaak onmogelijke vraag krijgen om hun klant er ‘helemaal exact’ te doen uitzien zoals op die zwaar met digitale apps bewerkte selfies. En psychiaters die rapporteren hoe ze meer en meer mensen moeten behandelen met ‘selfie-dysmorphie’: het verschil tussen hun geperfectioneerde Instagram-gezicht en de werkelijkheid in de spiegel is zo groot geworden dat ze eronder lijden.

Er lijkt iets te veranderen aan onze kijk op schoonheid. Dat ziet ook Giselinde Kuipers, hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam, die al er al enkele jaren onderzoek naar voert en dat nu ook in een boek aan het gieten is.

Wat zijn uw belangrijkste bevindingen?

Kuipers: “Wat ik en mijn medeonderzoekers frappant vinden, is dat schoonheid erg verschilt naargelang de socio-economische klasse, leeftijd, opleiding en woonplaats. We lieten in vijf Europese landen (Frankrijk, Italië, Nederland, Polen en het Verenigd Koninkrijk) mensen foto’s zien van gezichten en lichamen. Die moesten ze beoordelen en sorteren van mooi naar niet mooi. In de lagere klasse, bij de lagere diploma’s, bij oudere mensen en mensen die niet in de stad wonen valt het schoonheidsideaal eerder samen met het heel gladde, perfect zwaar opgemaakte vrouwengezicht en ook met het mooie breed lachende model, vaak een blondine.

“Bij de hoogopgeleide, jonge, stedelijke hipsters zie je iets helemaal anders. Zij zijn aangetrokken tot een meer authentieke, minder gladgestreken en opgesmukte look met wat rommeliger haar bijvoorbeeld. En zij vinden eerder de vreemde, speciale en niet-lachende schoonheden van de high fashion-modellen interessant.

“Die grote sociale verschillen vallen echt op en ze komen zelfs overeen met de brexitscheiding: de sociale verschillen die voorspellen of een Brit pro of contra de brexit stemde. Maar tegelijk zie je in alle vijf de landen exact diezelfde smaken per sociale groepen. Tussen landen verschilt dat nauwelijks.”

Societyfiguur Astrid Bryan zou in de categorie ‘aantrekkelijk’ vallen. Beeld Dieter Bacquaert

Wat zegt dat over hoe we met elkaar omgaan?

“Het gevolg is dat schoonheid de verschillen tussen klassen nog verscherpt. Er zijn allerlei factoren die klassenverschillen vergroten, maar schoonheid doet dat nu ook omdat schoonheid op zich veel belangrijker is geworden.”

Hoezo?

“Door de esthetisering van de samenleving. In veel domeinen van het leven is esthetische (zelf)presentatie belangrijker dan ooit. Door de beeldcultuur op de sociale media is de dwang om jezelf te verpakken en te presenteren in een herkenbare stijl erg groot geworden. We zitten ook steeds meer in een diensteneconomie waarbij alles draait om die zelfpresentatie en ook esthetisch kapitaal meespeelt.

“Bovendien zijn er een paar machtige bedrijven die dit aansturen en die er belang bij hebben ons te laten denken dat er iets mis is met ons uiterlijk, waardoor daar iets aan doen steeds gewoner wordt. Om die redenen is het onvermijdelijk dat we steeds meer bezig zijn met hoe we eruitzien en het steeds perfecter moet. En daarbij willen we laten zien wat we zijn via ons uiterlijk: stedelijk, jong, hip of net niet.

“Het zorgwekkende is dat mensen zich door dat grote belang van schoonheid nog meer gaan aanpassen aan de norm om erbij te horen, om die job te krijgen, op de goeie plekken te raken. En aangezien de idealen zo uiteen liggen per sociale groep, vergroot dat proces de sociale ongelijkheid. Wie niet voldoet aan de schoonheidsnorm binnen de meest geprivilegieerde groep met de beste jobs en kansen, zal ook daardoor niet of steeds moeilijker in die groep binnenraken.”

De hippe marketeer die de sollicitant er te goedkoop vindt uitzien?

“Bijvoorbeeld.”

Waar komen die uiteenlopende schoonheidsidealen vandaan? Zijn dat internationale invloeden?

“Dat zijn we nu aan het onderzoeken. Een van de mechanismen die steeds belangrijker wordt is doelgroepenmarketing: in de internationale mode- en sterrenwereld zie je ook sterren, modellen en advertenties die typisch aan de hogere of lagere klasse gelinkt worden.”

Was het schoonheidsideaal niet grotendeels universeel?

“Wat gezichten betreft blijkt dat niet te kloppen. Kijk je naar de lichamen, dan is er wel veel meer eensgezindheid. Die moeten vooral jong en dun zijn. Dun, strak en jong is wat we verkiezen. Het enige kleine verschil is dat ze in zuiderse landen nog intoleranter zijn tegenover wie wat molliger is. Vooral Fransen en Italianen zijn daar zeer negatief over.”

Klopt het dan niet, zoals evolutiepsychologen stellen, dat altijd weer dezelfde trekken het aantrekkelijkst zijn?

“De evolutiepsychologie koppelt schoonheidsidealen aan voortplantingskenmerken. De dunne taille, volle lippen. Maar er is daarbinnen ook ruimte voor individuele en culturele variaties. De media brengen vaak een al te simplistische versie van deze benadering. Spreek je met die onderzoekers, dan zie je bij hen de nuance. Zij stellen bijvoorbeeld vast dat schoonheidsidealen verschuiven en vaak uitvergrotingen zijn van universele mooie kenmerken. Vandaag staan grote ogen en een dun lichaam voor ‘jong’, vroeger lag de nadruk vooral op de erg smalle taille – denk aan het korset – om er jong en vrouwelijk uit te zien. Binnen dat raamwerk van schoonheid als kans op voortplantingssucces is er dus veel variatie mogelijk.”

Model Yumi Lambert zou in de categorie ‘interessant’ vallen. Beeld Getty Images

Wat met die andere kloof, die tussen de digitale opgesmukte realiteit en de werkelijkheid? Wordt het ongezond?

“Ik ben geen psycholoog, dus ik houd me zelf niet bezig met effecten op geestelijke gezondheid. Maar ik zie wel dat we elkaar steeds meer vergelijken en dat dat stress opwekt. Dan is het niet onlogisch dat kwetsbare groepen en mensen in de problemen kunnen komen. De berichten over selfie-dysmorphie zijn voorlopig wel anekdotisch. Maar als je ziet dat de plastische chirurgie boomt en steeds meer mensen hun gezichten zwaar bijwerken op sociale media, dan kun je je goed voorstellen dat juist kwetsbare groepen daar nadeel van hebben.”

Sommigen zeggen: problematiseer dit niet, een botoxinjectie is gewoon de nieuwe make-up.

“Die standaardisering heeft toch vooral iets beangstigends. Het wordt namelijk een ratrace. Hoe hou je dat tegen? Want de menselijke neiging om zich te onderscheiden is zo groot. Dan zijn al je rimpels weggespoten. Wat is dan het volgende?

Rebellie? Ik hoorde een hippe dame uit de Parijse hogere klasse onlangs beweren: ‘Je haar verven en je rimpels laten wegspuiten is zo goedkoop, dat doet niemand hier nog. Echt is pas chic.’

(lacht) “Dat kan een evolutie zijn. Zo is het ook met zongebruinde huid gegaan. Toen reizen nog voor de beau monde was, was een bruin velletje het van het, toen iedereen naar Spanje ging werd dat banaal en was een blanke huid weer het ideaal. Zo’n effect kan de schoonheidsrace afremmen, maar het is moeilijk te voorspellen of die trend in de meest geprivilegieerde groep doordringt tot de brede laag, zeker als je ziet hoezeer de schoonheidsidealen tussen klassen verschillen.”

In welke mate verschilt wat er nu gebeurt van de zonnebanken en fitnessrages?

“Niet alleen is schoonheid nog veel belangrijker geworden, het is voor het eerst dat we er zoveel zeggenschap in hebben. Haarverf, make-up en zelfbruiners bestaan al lang, maar vandaag kan er veel meer, ook blijvende aanpassingen. Tot nu lag het meeste van je uiterlijk toch min of meer vast, nu kun je jezelf ombouwen. Daarbij lever je jezelf over aan een industrie die zeker niet het beste met je voorheeft. Dat is een ongeziene verandering. En de meest geprivilegieerde groep kan daar heel ver in gaan en zo nog beter de beste maatschappelijke posities verzilveren. Ik vraag me af wat dit zal gaan doen met onze samenleving.”

De Italiaanse filosofe Francesca Minerva stelt voor om lelijke mensen plastische chirurgie terug te betalen nu schoonheid zo doorslaggevend is voor je maatschappelijke positie

“Er is ook een beroemd econoom die dat voorstelt, net omdat er zo’n sterk verband is tussen schoonheid, uiterlijk aan de norm voldoen en economie, want dan verdien je meer, heb je een betere status. En omdat we dat natuurlijk al een beetje doen, lelijkheid wegwerken en dat terugbetalen.”

Hoezo?

“Extreme zaken zoals flaporen, brandwonden, grote moedervlekken, scheve tanden kun je laten herstellen; soms deels op kosten van de gezondheidszorg. Iedereen heeft nu zowat mooie tanden en dat is terugbetaald, deel van de basisvoorzieningen. Maar dit is een moeilijke discussie want wat met het hellend vlak? Waar leg je de grens en wie bepaalt dat? En moet je een maatschappelijk onrecht, namelijk dat sommigen mooier zijn dan anderen en daardoor meer kansen hebben bestrijden met een ander maatschappelijk onrecht, namelijk dat sommigen meer toegang hebben tot allerlei behandelingen dan anderen?”

WK-babe Axelle Despiegelaere zou in de categorie ‘lief’ vallen. Beeld BELGAIMAGE

Hoe zit het met mannelijke schoonheid?

“Die ondergaat een gelijkaardige evolutie. In ons onderzoek zien we dat we vrouwen nog altijd veel meer tot hun verpakking reduceren dan mannen. Ruim de helft van de oordelen over vrouwen zijn objectiverend, zoals ‘ze is te dik’, ‘ze heeft mooie wenkbrauwen’. Mensen generen zich absoluut niet. De andere helft van de oordelen zijn meer subjectiverend, zoals ‘ze kijkt lief’, ‘haar zou ik wel willen ontmoeten’. Bij mannen krijg je nog altijd vooral subjectivering. ‘Hij lijkt sympathiek’, ‘die man is stoer’. Zowel mannen als vrouwen vinden het erg moeilijk om mannen op hun lichaam te beoordelen.

“Maar dat zal snel veranderen. We zien dat de stedelijke, jonge, hoogopgeleide mensen wel al veel vaker ook mannen als esthetisch object bekijken. Zij hielden vooral van het type mannen dat veel te zien is in high fashion-modebladen: magere, bleke, wat androgyne mannen, met regelmatige trekken. Mannen ontsnappen niet aan deze wedloop.”

Wie is Giselinde Kuipers (47)?

• Hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam

• Behaalde in 2001 haar doctoraat als socioloog aan de Universiteit van Amsterdam

• Deed onderzoek naar de sociologie van humor, waarbij ze onder andere Nederlandse met Amerikaanse stijlen vergeleek. Dat leidde tot het boek
Good Humor, Bad Taste: A Sociology of the Joke. Haar onderzoek naar culturele globalisering leidde onder meer tot twee publicaties in vakblad American Sociological Review

• Deed tussen 2010 en 2015 onderzoek naar de sociologie van schoonheid in zes Europese landen. Dat resulteerde in de website 
www.sociologyofbeauty.nl

• Werkt aan een herhaling van het onderzoek in China en aan een boek over haar bevindingen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.