Zaterdag 07/12/2019

Wetenschap

Onderzoekers: "Kijk bij behandeling jonge crimineel ook naar biologische factoren"

Beeld ANP

Bij de behandeling van jonge criminelen moet meer aandacht zijn voor biologische factoren, schrijven onderzoekers van de Nederlandse Justitie. Hun hersenonderzoek bevestigt een dertig jaar oude, verworpen theorie.

Justitie moet zich bij de aanpak van jonge delinquenten meer gaan richten op biologische verklaringen voor crimineel gedrag. Jeugdinrichtingen zouden nader onderzoek moeten doen naar het effect van bijvoorbeeld voedingssupplementen, brain games en hartslagmetingen. Dat schrijft het Nederlandse wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) in een rapport dat vandaag naar het Nederlandse parlement wordt gestuurd.

Tot nu toe wordt de verklaring voor crimineel gedrag vooral gezocht in sociale en psychologische factoren. Als een risicoprofiel wordt gemaakt van delinquente jongeren wordt bijvoorbeeld gekeken of zij verkeerde vrienden hebben, of er problemen zijn op school en of ze drugs gebruiken. Terwijl er ook aanwijzingen zijn dat een lage rusthartslag een risicofactor is voor het ontwikkelen van probleemgedrag, schrijft het WODC. En dat de concentratie van het stresshormoon cortisol een rol kan spelen: wie daarvan weinig aanmaakt is mogelijk minder gevoelig voor straf. 

Nederland is een voorloper op het vlak van onderzoek naar de wisselwerking tussen biologische factoren en crimineel gedrag. Zo kondigde het land vorig jaar aan gedetineerden voedingssupplementen te zullen geven om uit te zoeken of daarmee hun agressie kan worden beteugeld. 

Het toont aan hoezeer de tijdsgeest is veranderd: toen Nederlands criminoloog Wouter Buikhuisen ruim dertig jaar geleden onderzoek wilde doen naar de biologische factoren van crimineel gedrag oogstte hij zoveel hoon en haat dat hij de wetenschap verliet.

Serious games

De Nederlandse onderzoekers namen de wetenschappelijke literatuur door en spraken met tientallen deskundigen, waarna ze inventariseerden hoe het jeugdstrafrecht de neurowetenschap kan inzetten. Zo kunnen met behulp van wearables, draagbare gadgets, regelmatig de hartslag, huidgeleiding en ademhaling van jongeren worden gemeten, wat een indicatie kan geven van hun stressniveau. 

Met speekselonderzoek kan worden vastgesteld hoeveel van het stresshormoon cortisol ze in hun lichaam hebben. Die informatie kan inzicht geven in de ernst en de aard van gedragsproblemen. Ook het verstrekken van voedingssupplementen (vooral visvetzuren) kan nuttig zijn, aldus het WODC. Er zijn aanwijzingen dat die visvetzuren bijdragen aan het verminderen van agressief en impulsief gedrag. De veronderstelling is dat ze in de hersenen de afgifte van de boodschapperstoffen dopamine en serotonine beïnvloeden.

Serious games, computerspellen met een therapeutische of educatieve insteek, blijken een positieve invloed te hebben op controle van gedrag en emotieherkenning. Daarom zouden ze volgens het WODC onderdeel kunnen worden van het behandelprogramma in jeugdinrichtingen. Bijkomend voordeel: mogelijk zijn jongeren meer gemotiveerd om een computerspel te spelen dan om mee te doen aan gesprekstherapie.

De wetenschappelijke basis voor die praktijktoepassingen is nog niet erg stevig, erkent het WODC. Ook is onduidelijk waarom delinquenten bijvoorbeeld een lage hartslag hebben of weinig stresshormoon aanmaken. Toch menen de onderzoekers dat niet moet worden afgewacht totdat de wetenschap consistent bewijs heeft gevonden. Toepassingen staan wereldwijd nog in de kinderschoenen, zeggen ze. Zij pleiten ervoor om in jeugdinrichtingen een aantal proefprojecten op te zetten en die te koppelen aan wetenschappelijk onderzoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234