Maandag 27/06/2022

Om de tien jaar kans op ernstige kernramp

Grafiek: De Morgen / Bron: Max Planckinstituut Beeld UNKNOWN
Grafiek: De Morgen / Bron: Max PlanckinstituutBeeld UNKNOWN

Het gerenommeerde Duitse Max Planckinstituut heeft berekend dat er om de tien tot twintig jaar kans is op een ernstige kernramp. West-Europa, en zeker de dichtbevolkte regio waarin ons land ligt, loopt de grootste kans op radioactieve besmetting bij zo'n ramp.

Barbara Debusschere

Het onderzoeksteam publiceert twee opmerkelijke conclusies en verbindt daar een oproep tot een internationale kernuitstap aan. Eerst en vooral is de kans op een ernstige kernramp één om de tien tot twintig jaar. Tot nu werd die kans, naargelang de bron, geschat op één keer om de 2.000 jaar of zelf een op de 100.000 jaar. Het vermaarde Max Planckinstituut voor chemie in Mainz stelt dat nu veel hoger bij. Een kans van een ramp om de 10 tot 20 jaar is 200 keer meer dan de schatting voor een oncontroleerbare kernsmelting die de US Nuclear Regulatory Commission in 1990 vooropstelde. Volgens het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) "kan de inschatting kloppen, maar we vinden de berekeningsmethodes niet altijd even duidelijk", zegt woordvoester Karina De Beule.

De onderzoekers hielden het zo eenvoudig mogelijk. Zo hielden ze geen rekening met de ouderdom van de reactoren of met de eventueel riskante locatie, omdat uiteindelijk niemand had verwacht dat een oude centrale in risicogebied zoals in Fukushima zo gehavend zou raken. Voor hun berekening deelden ze het totaal aantal draai-uren van alle 440 kerncentrales ter wereld door het aantal kernsmeltingen waar we tot op vandaag mee geconfronteerd werden. Dat waren er vier, één Tsjernobyl en drie in Fukushima. Dat betekent dat in een reactor gemiddeld om de 3.625 jaar zich een ongeval voordoet. Vervolgens rondden de wetenschappers dat getal af naar een conservatievere inschatting van één zwaar ongeval om de 5.000 jaar. Ten slotte deelden ze dat door het aantal kernreactoren, namelijk 440. Dat houdt in dat gemiddeld om de 10 tot 20 jaar ergens ter wereld een kernongeval plaatsvindt.

Een kernsmelting is één zaak, de vraag is ook wat de effecten op de bevolking zijn. Dat analyseerden de experts aan de hand van atmosferische computermodellen. Vooral voor West-Europa zijn hun bevindingen zorgwekkend. Ze stellen vast dat riskante besmetting door een kernramp in West-Europa het hoogst ligt. In onze regio riskeren we één keer om de vijftig jaar een radioactieve besmetting boven de limieten van het Internationaal Atoomagentschap. Mocht er in een van de Europese kernreactoren een kernsmelting plaatsvinden, dan zouden gemiddeld 28 miljoen mensen geconfronteerd worden met hoge radioactiviteit. Vooral de bevolking in het zuidwesten van Duitsland lijkt een zeer hoog risico te lopen op radioactieve besmetting, doordat de regio in de dominante windrichting ligt van de kerncentrales op de grens met Frankrijk, België en Duitsland.

De grote reikwijdte van de radioactiviteit heeft te maken met de manier waarop de radioactieve deeltjes zich verspreiden. Bij een kernongeval wordt volgens dit onderzoek 8 procent van de deeltjes radioactief cesium-137 in een straal van vijftig kilometer rond de kerncentrale afgezet. Maar ongeveer de helft ervan legt zo'n 1.000 kilometer af, en een kwart van de radioactieve deeltjes wordt zelfs over 2.000 kilometer getransporteerd. Cesium-137 is een van de meest problematische bijproducten van nucleaire splitsing en verliest pas na dertig jaar de helft van zijn radioactiviteit.

De onderzoekers roepen dan ook op om de risico's van kernenergie verder grondig te analyseren omdat het duidelijk is dat niet alleen de Duitse kernuitstap, maar ook beslissingen in ons land en andere omringende landen om de kerncentrales al dan niet te sluiten een belangrijk gevolg kunnen hebben voor de buurlanden. Het team roept zelfs op tot een internationaal gecoördineerde uitfasering van kerncentrales. "De Duitse kernuitstap reduceert het risico in dat land op radioactieve besmetting. Maar een scherpere daling van het risico kan gerealiseerd worden als Duitslands buren hun centrales eveneens sluiten", zegt Jos Lelieveld, de Nederlandse directeur van het Max Planckinstituut. "Met deze resulaten moet een internationale uitfasering overwogen worden."

Het FANC benadrukt alles te doen "om het ergste te voorkomen. De kans op ongevallen mag 1 procent of 99 procent zijn, wij aanvaarden dat een nulrisico niet bestaat, maar stellen alles in het werk om het ergste te vermijden, wat de modellen ook voorspellen", zegt woordvoerster Karina De Beule. "We gaan ook altijd al uit van de hoge bevolkingsdichtheid in ons land."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234