Maandag 24/02/2020

Ivoorsmokkel

"Olifanten beschermen? Dat is iets voor blanken"

Een verdoofde olifant in het Garamba-park in Congo wordt uitgerust met een zender. Beeld AFP

In Londen breken wereldleiders zich momenteel het hoofd over hoe ze de illegale handel in wilde dieren kunnen stoppen. Professor Kristof Titeca (Universiteit Antwerpen) weet op zijn minst hoe die smokkel precies in elkaar zit. Jarenlang volgde hij een tiental illegale ivoorhandelaars. "Er is echt een oorlog gaande om die olifanten te redden."

Nog geen jaar geleden zat iedereen vertederd naar een filmpje van het dierenpark Planckendael te kijken, waar ze voor het eerst de geboorte van een olifantje op video hadden vastgelegd. Het beestje kreeg een naam, Planckendael een goede week extra publiciteit en de bezoekcijfers stegen. Het staat in schril contrast met de dramatische stijging van de illegale ivoorhandel van de voorbije tien jaar. 

"Tussen 2010 en 2012 zijn er 100.000 olifanten gedood in Afrika."
 Professor Kristof Titeca (Universiteit Antwerpen) zegt het zonder een zweem van cynisme. Zes jaar lang volgde hij in het spoor van een tiental illegale ivoorsmokkelaars in Uganda. Per toeval, zo zegt hij zelf, want toen hij in 2004 zijn doctoraat begon was er van ivoor nog helemaal geen sprake. 

Kristof Titeca.Beeld Wouter Van Vooren

Hoe ging dat precies? 

Titeca: "Mijn doctoraat ging over de informele handel op het grenspunt tussen Uganda, Congo en Zuid-Soedan. Daar volgde ik handelaars die op dat grenspunt actief zijn. Een paar keer per jaar was ik in de regio aanwezig en zocht ik hen op. De luxe van academisch werk is dat je de vrijheid hebt om die contacten te onderhouden.

"Initieel waren zij helemaal niet bezig met ivoor. Ze verhandelden benzine, sigaretten, kleren, goud... dat waar op dat moment het meeste geld mee te verdienen was. Ivoor kwam nauwelijks voor. Maar in 2010 veranderde dat plots."

Hoe kwam dat? 

"Het ging om een samenloop van omstandigheden. Globaal was er plots een heel grote vraag naar Ivoor, vooral vanuit China, Thailand en Vietnam. Dat komt vooral omdat je een groeiende Chinese middenklasse had, voor wie ivoor een luxeproduct is. Je kunt het vergelijken met bont, dat hier vroeger ook erg populair was. Wel, daar was er steeds interesse in ivoor, maar nu hebben ze ook de middelen om het aan te schaffen."

Wat doen ze er dan precies mee? 

"In China heb je een resem fabriekjes waar het ivoor verwerkt wordt tot beeldjes. Die dienen als decoratie. In theorie doen ze dat enkel met legale ivoor."

Bestaat dat? 

"Toch wel. Sinds 1989 is de handel in ivoor illegaal, maar soms wordt het toch nog op een legale manier verkocht. Het gaat dan om ivoor die in beslag is genomen van smokkelaars of van olifanten die gestorven zijn. Alleen zijn de hoeveelheden ivoor die ze in die fabrieken verwerken veel groter dan wat legaal voorhanden is.

"En aangezien China geen ivoor heeft, moet het van elders komen. In dit geval Afrika, en dan meer specifiek sub-Sahara- en Centraal-Afrika."

De regio waar u onderzoek deed. 

"Klopt, dus ben ik mij daarop beginnen te focussen. Enerzijds heb ik me geconcentreerd op de weg die ivoor aflegt: van het stropen tot het verhandelen en het moment dat het Afrika verlaat, per vliegtuig of boot naar Azië.

"Daarnaast heb ik mij gefocust op het stropen in die parken en de lokale handelaars. Die vertelden me hoe ze handel dreven met Chinezen, die zich sinds de jaren 2000 in Uganda hadden gevestigd, en hoe die plots geïnteresseerd waren in ivoor. Maar ook hoe ze zaken deden met pakweg West-Afrikaanse handelaars die vroeger veeleer in drugs handelden, maar die nu geswitcht waren naar ivoor omdat het financieel veel interessanter was. Maar voor al die handelaars geldt dus dit: ze kijken naar wat het interessantste is om te verkopen. Vroeger was dat benzine en sigaretten, nu is dat ivoor.

"Die lokale handelaars, de Ugandezen, staan onderaan de trap. Daarboven heb je de Chinezen en West-Afrikanen, die meer internationale spelers zijn."

Wat brengt dat dan op voor zo'n stroper en handelaar?

"Dat fluctueert. Net zoals in de drugshandel of om het even welke illegale smokkel geldt: hoe lager op de trap, hoe minder het opbrengt. De handelaars die ik volgde, verkochten dat voor 60 tot 160 dollar per kilo in de hoofdstad. Dat prijsverschil hangt af van de hoeveelheid, de periode, maar ook de plek waar je het verkoopt. Handelaars bij de Congolese grens krijgen per kilo 30 à 50 dollar, terwijl diegenen die het tot in de Keniaanse havenstad Mombasa krijgen er al 250 dollar aan verdienen. Ga je naar China, dan brengt het duizenden dollars per kilo op.

"Je hebt verschillende categorieën van handelaars. Een eerste categorie heeft wat contacten op de grens en kent wat douanebeambten of mensen in het leger. Die kan het makkelijk oversmokkelen naar handelaars in de hoofdstad, die op hun beurt Chinezen kennen. Een categorie hoger vind je diegenen met betere contacten, niet enkel in de grensstreek maar ook in het leger. En nog eens daarboven vind je de handelaars die de smokkelwaar rechtstreeks naar de luchthaven krijgen. Hoe beter je connecties, hoe verder je het product krijgt en hoe meer je er kan aan verdienen."

Welke impact had die ivoorhandel op uw onderzoeksgebied?

"De gevolgen waren immens. In Uganda worden relatief weinig olifanten gestroopt, maar het is een erg belangrijk transitland. Het land was een honingpot geworden voor ivoorhandel, te meer omdat de autoriteiten zo laks waren. In 2013 is de overheid strenger beginnen optreden en had je enkele grote inbeslagnames.

"Vooral in Congo, Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Sudan worden erg veel olifanten gedood. Het natuurpark van Garamba, waar ik mij op concentreerde, ligt in Congo, maar grenst ook aan die drie andere landen en is dus een van de frontlinies van de ivoorhandel. In de jaren zeventig waren daar nog 22.000 olifanten. Vandaag zijn er nog 1.200 over. Daar woedt bijna echt een oorlog om die olifanten te redden."

Hoe bedoelt u? 

"Historisch gezien trekt het park heel wat gewapende groeperingen aan om de olifanten te stropen: soldaten uit Zuid-Sudan, gewapende veehouders uit de regio, Janjaweed (Arabische militie in Sudan, SV), de Lord Resistance Army van Joseph Kony (Verzetsleger van de Heer, rebellengroep in Noord-Uganda, SV), lokale stropers maar evengoed zijn Ugandese soldaten beschuldigd.

"Het park is zodanig gemilitariseerd en zodanig gevaarlijk dat er nauwelijks nog kleine, lokale handelaars actief zijn."

Hoe druk je zoiets de kop in? 

"Daar gaat het vandaag over op die internationale conferentie.  Want inderdaad: hoe stop je zoiets? Er is heel veel kritiek op de gemilitariseerde benadering, waarbij diegenen die het park moeten beschermen bijna gedwongen worden om ook de wapens op te nemen. Je kan dat park niet meer beschermen met klassieke parkwachters. Inmiddels krijgen die parkwachters militaire trainingen en vragen ze niet langer verrekijkers om naar olifanten te kijken, maar nachtkijkers om stropers te spotten.

"Voor de traditionele donoren ligt dat natuurlijk gevoelig. WWF (World Wide Fund for Nature, het Wereldnatuurfonds, SV) of de Europese Unie willen heel graag geld geven aan milieubescherming, maar in werkelijkheid is milieubescherming oorlogsvoering geworden. Dat maakt donorsteun lastiger."

Is er voor de parkwachters een alternatief? 

"Voor het park Garamba is het vijf voor twaalf. Al die gewapende groeperingen komen louter naar het park om te stropen en voor de parkwachters zit er niks anders op dan zichzelf ook steeds zwaarder te bewapenen om die olifanten te redden.

"Ter illustratie: in 2012 werd er een groep van 20 à 25 olifanten dood teruggevonden. Nergens was een spoor van stropers te vinden. Wat bleek? Die dieren waren vanuit helikopters doodgeschoten, de stropers zijn geland, hebben het ivoor buit gemaakt en zijn weer vertrokken. Het toont hoe de ivoorsmokkel steeds gesofisticeerder wordt en hoe het steeds moeilijker te beteugelen is."

Beeld DM

Deelt u de kritiek op de militaire aanpak? 

"Binnen de academische wereld is de kritiek op die wapenwedloop groot. Zelf vind ik dat in het geval van Garamba een militaire oplossing legitiem is. Maar de vraag is natuurlijk: hoe ver ga je mee in die wapenwedloop?

"In veel andere parken zijn het lokale stropers die zich bewapenen en heb je heel vijandige verhoudingen tussen het park en de lokale bevolking, die op dit moment geen toegang meer heeft tot die parken. Daarom moet er vooral een betere balans gevonden worden tussen het park en de lokale bevolking. Maar om de dieren te beschermen, is in sommige gevallen een militaire benadering nodig. De belangrijkste vraag is hoe je die benadering niet laat domineren en ervoor zorgt dat je de lokale bevolking blijft betrekken bij het park."

Hoe zorgt u er als onderzoeker voor dat ivoorsmokkelaars u in hun wereld toelaten? 

"Dat is het voordeel van het onderzoek dat ik doe: ik kan die mensen lang volgen en de dingen op mij laten afkomen. Doordat ik al lang naar dezelfde plek ging, kon ik hen bewijzen dat ik te vertrouwen ben, dat ik nooit namen noem in mijn onderzoek en dat ik hun identiteit bescherm. Zij op hun beurt vonden het wel interessant dat een blanke zich hiermee wil bezighouden."

Bent u ooit zelf mee op strooptocht geweest? 

"Nee, dat niet. Ik hou mij altijd erg ver van illegale activiteiten. Mijn onderzoek bleef beperkt tot interviews."

Hoe kijken die stropers en handelaars zelf naar die illegale ivoorhandel? Is er ooit sprake van wroeging? 

"Absoluut niet. De handelaars kan het echt niks schelen. Die staan daar totaal niet bij stil. Terwijl de stropers natuurbescherming iets voor de blanken vinden: un truc des blancs, een neokoloniaal project. Ze vinden stropen legitiem, omdat het hun land en hun park is."

Net omdat er de voorbije jaren enorm grote hoeveelheden ivoor in beslag zijn genomen, wordt de smokkel nogal eens omschreven als het werk van een strak georganiseerd internationaal crimineel netwerk.  Bent u het eens met die analyse? 

"Nee, het is veel diffuser dan dat. Het gaat om een hele reeks van kleinschalige handelaars, die wanhopig op zoek zijn naar een afzetmarkt. Er zit geen grote centrale organisatie achter. Integendeel zelfs, het is net sterk gedecentraliseerd.

"Ook wordt er soms beweerd dat terrorisme aan de basis ligt van de ivoorhandel, met spelers zoals Al Shabaab 
(Somalische islamisten, SV) of de Lord Resistance Army, die hun activiteiten ermee financieren. Ook dat is grotendeels gebaseerd op foute gegevens. Die actoren spélen een rol, maar in vergelijking met andere manieren van stropen is dat minimaal.

Thaise douaniers met in beslag genomen slagtanden (Bangkok, januari 2018). Op de Aziatische markten blijft de vraag naar ivoor. Beeld AP

"Wat zeker wel de ivoorhandel voedt, is de wijdverspreide corruptie. Een goed voorbeeld is Uganda, wat dus een belangrijk transitland voor illegale ivoor is geworden. Een paar jaar geleden werd een Congolese handelaar er betrapt met ivoor. De rechter beval de politie uiteindelijk om hem dat ivoor terug te geven, omdat het 'in transit' was en je het dus niet in beslag mocht nemen. Nonsens natuurlijk, ivoor is illegaal. Dat moet altijd in beslag genomen worden. Het toont hoe het ook op die niveaus niet hoog genoeg op de agenda staat. Al is dat de voorbije jaren wel verbeterd."

In Londen is er op dit moment de Illegal Wildlife Trade Conference, net om dit probleem te tackelen. Welke mogelijke oplossingen stelt u voor?

"Regionale samenwerking is essentieel. Ugandese politiemannen vertellen me dat het voor hen onmogelijk is om contact te hebben met hun Congolese collega's. Idem voor Aziatische landen. Landen moeten coalities vormen om dit probleem aan te pakken.

"Ook de bewustwording bij pakweg douanebeambten, politiemensen of militairen moet groter. Diegenen die ik sprak konden in vele gevallen ivoor niet onderscheiden van een koehoorn. Velen van het kon het niets schelen, ze waren onvoldoende op de hoogte van de problematiek. Dat is nu langzaam aan het veranderen, maar we zijn er nog lang niet.

"Daarnaast is het belangrijk dat die illegale ivoorsmokkel erkend wordt als een vorm van georganiseerde misdaad: een gedecentraliseerde en gefragmenteerde vorm van misdaad, maar nog steeds georganiseerd.  Vooral als een manier om financiering te mobiliseren. Net door er die term op te plakken, wint het aan belang."

Even essentieel is natuurlijk dat de vraag naar ivoor opdroogt. Hoe doe je dat? 

"In China is ivoor nog steeds een statussymbool. Met campagnes proberen ze de interesse ervoor te doen dalen. Op zich denk ik wel dat dit de goede aanpak is. Luxeproducten zijn nu eenmaal erg vatbaar voor hoe de publieke opinie ze ziet.

"In de jaren negentig speelde de diamantwinning een belangrijke rol in enkele Afrikaanse conflicten. Denk maar aan de film Blood Diamond over de oorlog in Sierra Leone. Diamant evolueerde van een 'woman's best friend' naar een financier van oorlog. Wat natuurlijk rampzalig was voor de diamantproducenten, die van dat imago af wilden. Het beeld dat de publieke opinie van een bepaald ‘natuurproduct’ heeft is dan ook cruciaal voor de waarde ervan. 

"Ik ben ervan overtuigd dat dit soort bewustwordingscampagnes een verschil kunnen maken. In China zijn er op dit moment enkele campagnes met celebrity's, net om ervoor te zorgen dat mensen hun neus ophalen als ze bij iemand thuis ivoor zien staan.  Vroeger had je in heel wat Vlaamse huishoudens even goed ivoren beeldjes, meegebracht door grootouders uit Congo. Vandaag kun je je dat veel moeilijker voorstellen."

Wie is Kristof Titeca?

- 40 jaar
- Woont in Brussel
- Doctoraat in de politieke wetenschappen (Conflict Research Group, Gent)
- Professor Universiteit Antwerpen (Instituut voor Ontwikkelingsbeleid)
- Gastonderzoekers London School of Economics (LSE) 2014
- Gastonderzoeker Makerere University Uganda 2004-2006, 2011-2013

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234