Woensdag 08/04/2020

Mannen

"Nogmaals: een penis van 11 centimeter is normaal"

'Mannendokter' Guy T'Sjoen.Beeld Tim Dirven

Te grote of te kleine penissen, erectieproblemen, onvruchtbaar­heid, een lage seksdrive... In het boek Onder de gordel bespreekt professor Guy T’Sjoen (UZ Gent) alles wat hij in zijn dokterspraktijk ziet passeren. "De penis is de kanarie in de koolmijn."

Mannendokter’ Guy T’Sjoen (UZ Gent) is dezer dagen overal. Hij is een van de Topdokters in het gelijknamige Vier-programma, hij had een hoofdrol in de Eén-reeks M/V/X en hij kwam ook in beeld als de arts die mee de transitie begeleidt van VTM-journalist Bo Van Spilbeeck. En nu wil de professor endocrinologie nog wat mannenmythes de wereld uit helpen met het boek Onder de gordel. Verhalen van de mannendokter.

Waarom dit boek?

“Herinner je je nog het boek Penseel van de liefde van Bo Coolsaet uit 1998? Ik heb dat ooit zelf gelezen. Dat was een zeer informatief boek dat enorm goed verkocht heeft, maar naar mijn mening wat wollig was geschreven. Ik wou het meer wetenschappelijk aanpakken. Want wetenschap is blijkbaar de enige manier voor mannen om over seks te praten in de media. Een man die over seks praat? Dat is een creep of een opschepper. Machomannen vinden dat je te soft bent en feministen vinden dat je je mond moet houden. Vandaar dit boek. Als ik met data en heel wat gegevens afkom, dan kan niemand daar iets op tegen hebben.”

Wat zijn volgens u de grootste misvattingen over typische medische mannenkwesties?

“De penislengte, sowieso. We zijn allemaal miskweekt door te veel porno te kijken. De mannen die daarin voorkomen, hebben allemaal een groter formaat. Anders zouden ze wellicht niet geselecteerd worden. De gemiddelde lengte van de Vlaming is 14 centimeter in erectie. Dat is een gemiddelde. Dat betekent dus dat een penis van 11 of 17 centimeter normaal is. Veel mannen hebben daar een ander idee over. Die kan ik dan met deze data geruststellen.”

Zijn ze dan opeens wel ­tevreden over hun formaat?

“Tuurlijk niet, want ze zijn gekomen met het idee dat er misschien iets kan gebeuren om hun penis langer te maken. Maar die mogelijk­heden bestaan niet. In het beste geval kun je, door allerlei ingrepen, twee centimeter bij krijgen. Dat heeft geen enkele zin. Een andere misvatting is dat mannen die te snel klaarkomen, gebaat ­zouden zijn met een besnijdenis. Dat is evenmin het geval. Onderzoek heeft dat aangetoond.”

Penisgroottes in verschillende landen.Beeld Tim Dirven

Een andere geruststelling: de penopauze bestaat niet.

“Nochtans wordt daar veel geld mee verdiend, door anti-agingklinieken of met de verkoop van testosteron. In de Verenigde Staten is dat zelfs goed voor een omzet van 3,8 miljard dollar (3 miljard euro, red.). Daalt het testosteron, dan daalt je seksueel verlangen en vermindert je ­fertiliteit. Toch is het zeker niet altijd nodig om mannen dat extra toe te dienen. Het testosteron daalt sowieso een beetje naarmate je ouder wordt. Een 60-plusser zal dus een iets lagere waarde hebben, maar als die mannen geen klachten hebben, is dat gewoon een cijfer op papier. Dat moet je niet behandelen.

“Overigens: testosteron toedienen is niet altijd de beste oplossing. Zo daalt het testosteron ook bij overgewicht. Er is maar één enzym­stap verschil tussen testosteron en oestrogeen. Dat enzym zit in vetweefsel, dus hoe meer vet, hoe meer testosteron wordt omgezet in ­vrouwelijke hormonen. Daalt het testosteron, dan daalt je seksueel verlangen en vermindert je fertiliteit.”

In uw boek valt op hoe nefast overgewicht is voor de mannelijkheid: een lage seksdrive, man boobs, (on)vruchtbaarheidsproblemen... Dat twintig kilo te veel op de weegschaal slecht is voor het hart, weet inmiddels iedereen. Dit is wellicht veel minder bekend.

“Absoluut. ‘Geef mij testosteron’, zeggen mannen mij soms. ‘Vermager eerst tien kilogram’, antwoord ik dan. We kunnen het allemaal medicaliseren. Dat is leuk voor mij, want dan heb ik een nieuwe patiënt voor de komende ­dertig jaar. Maar met een gezonde levensstijl kunnen die mannen zelf hun probleem ­oplossen. Overgewicht is een nijpend probleem. In 2030 zal een op de tien Vlamingen diabetes ­hebben, wat vaak een gevolg van overgewicht is. En het probleem is dat het heel erg moeilijk is om achterliggende gewoontes echt te doorbreken. Enkel een minderheid slaagt daarin.”

Een penis kun je maximaal 2 centimeter verlengen, weet professor T'Sjoen. 'Dat heeft dus geen zin.'Beeld Tim Dirven

Als we de vele anekdotes uit Onder de gordel mogen geloven, zijn mannen uitermate kleinzerig. Ze durven niet naar de dokter en als ze toch in de dokterspraktijk belanden, ­durven ze niet te praten over hun problemen. Hoe komt dat volgens u?

“Dat heeft wellicht met de opvoeding te maken. Jongens moeten sterk zijn, dat wordt erin geramd. Vrouwen zijn het trouwens meer gewoon om zich te laten onderzoeken in de regio. Een uitstrijkje bij de gynaecoloog? Voor een vrouw is dat vaker routine. Bij mannen ligt dat gevoeliger. Nochtans bleek uit ‘Sexpert’, het grote bevolkingsonderzoek naar de seksuele gezondheid van de Vlaming, dat een op de tien mannen een klacht heeft. Het komt dus vaak voor. Maar amper een op de acht zoekt hulp.”

Wat is het grootste taboe bij de mannen­dokter?

“Dat vind ik een moeilijke vraag, want dat heb ik nooit onderzocht. Puur op basis van mijn ervaringen zou ik zeggen: praten over gevoelens. Alles wat technisch is – pillen, onderzoeken, inspuitingen – gaat meestal vlot. Maar gaat het over gevoelens, angsten, dan klappen mannen vaak dicht.”

Ik zou denken: erectiestoornissen.

“Dat is misschien de grote uitzondering in de wereld van de seksuele klachten. Net omdat mannen weten dat er iets aan te doen valt, gaan ze hier wel mee naar de dokter. Ze weten: er bestaat medicatie en als ik naar de dokter ga, kom ik negen kansen op tien buiten met een ­pilletje. Sowieso loont het om erectiestoornissen steeds te onderzoeken. Het kan een aanwijzing zijn van diabetes type 2 of van hartproblemen. De penis is de kanarie in de koolmijn, het kan een indicatie zijn van andere problemen.”

U roept mannen met fertiliteitsproblemen ook op om hun zaad te laten onderzoeken. Waarom precies?

“We merken dat koppels naar IVF willen grijpen ­zonder dat het sperma is onderzocht. Dat is jammer, want we halen er echt diagnoses uit. Zo kan het een probleem van de hypofyse zijn of een spatader rond de teelbal. Door dat te behandelen kun je bij een volgende poging misschien wel spontaan zwanger raken. Het is altijd de moeite waard om het te onderzoeken. Akkoord, klaarkomen in een potje is niet fijn. Maar al die gynaecologische onderzoeken die vrouwen moeten ondergaan zijn dat ook niet.”

Ik zou denken dat klaarkomen in een potje leuker is dan een gynaecologisch onderzoek.

“Wellicht wel.” (lacht)

Blijkbaar maakt u soms erg vreemde dingen mee in uw kabinet. Mannen die agressief worden omdat ze geen testosteron krijgen voorgeschreven, mannen die opscheppen over hun scheve schaatsen en een vasectomie willen omdat ze hun minnares niet zwanger willen maken... Wat is het vreemdste dat u ooit hebt meegemaakt?

“Het eerste wat in me opkomt, is een triest ­verhaal. Zo begeleid ik ook mannen die in de gevangenis zitten wegens seksuele delinquentie. Een van die mannen had een beslissing gekregen van de rechter dat hij zich moest laten behandelen, mits zijn toestemming, met testosteron­remmers. Dit om zijn seksueel verlangen te ­temperen of stil te leggen. Bij het klinisch onderzoek merkte ik dat er een tatoeage op zijn penis stond. Met mijn stomme kop vroeg ik: ‘Wat staat er precies op?’ ‘De naam van mijn dochter’, antwoordde hij.

Wat zegt u op zo’n moment?

“Niks. Helemaal niks.”

Formaten van teelballen.Beeld Tim Dirven

In uw boek vermeldt u meermaals het Klinefelter-syndroom, iets wat relatief vaak voorkomt maar nauwelijks bekend is. Waarom is het zo belangrijk dat dit syndroom aan bekendheid wint?

“Ik vind het zelf heel bizar hoe weinig mensen dit kennen. Een op de vijfhonderd mannen heeft het. Het is een genetische variatie, waarbij mannen geen 46 maar 47 chromosomen hebben. Meestal hebben die mannen kleine, harde ­teelballen. Je zou denken: een huisarts, het CLB, de partner... Iemand zal dat ooit opmerken. Maar we zien geregeld mannen van 25 à 30 jaar, die geen kinderen kunnen krijgen of vinden dat ze er niet mannelijk genoeg uitzien. Vaak hadden ze leerproblemen op school. Voor die mannen is het jammer dat het al die tijd onopgemerkt is gebleven. Het Klinefelter-syndroom kun je weliswaar niet genezen, maar je kunt die mannen wel goed begeleiden en coachen.”

U verwijst ook naar #MeToo. Wat vindt u van de hele discussie?

“Ik verwacht wel dat #MeToo impact zal hebben. Sowieso vind ik dat we veel meer moeten spreken over de solidariteit tussen mannen en vrouwen. De man is altijd de boosdoener in het #MeToo-verhaal. Dat vind ik een beetje jammer want de meeste mannen hebben hier niets mee te maken. De communicatie is heel erg eenzijdig. Vrouwen spreken over seks, en mannen hoor je bijna nooit. Als je maar één stem hoort, dan is dat per definitie een slechte communicatie.

“De verschillen tussen mannen en vrouwen worden veel te veel uitgelicht. Er zijn meer ­gelijkenissen dan verschillen, ook qua anatomie. Dat moeten we leren beseffen.

U schrijft: het ideaalbeeld van de man moet op de schop. Wat bedoelt u daar precies mee?

“Het traditionele beeld van de man, met alle fysieke kenmerken én de sociale rollen die ­daarbij horen. De maatschappij is veranderd. Ik denk dat dat fysieke ideaalbeeld veel mannen ongelukkig maakt, omdat je er per definitie bijna niet aan kan beantwoorden. Daar moeten we vanaf.”

Als u mannen één raad zou kunnen geven, wat zou die dan zijn?

Een gezonde levensstijl, zonder twijfel. Misschien een weinig sexy boodschap, maar je seksuele functie weerspiegelt je fysieke gezondheid. En dat fysieke: daar moet je aan werken. Niet roken, niet te veel alcohol drinken, bewegen en gezond eten. En op emotioneel vlak: meer en beter praten. Daar kunnen mannen alleen maar wel bij varen.”

Onder de gordel, Guy T’Sjoen, Van Halewyck, 224 p., 21,99 euroBeeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234