Vrijdag 09/12/2022

AchtergrondSociale media

Niemand weet waar Instagram nog echt voor dient. Is het einde van de app nabij?

null Beeld AP
Beeld AP

Instagram kreeg een nieuwe update waarin Reels centraal staan, tot groot ongenoegen van gebruikers. Onder meer beroemdheden als Kim Kardashian en Kylie Jenner, reageren ontevreden over deze TikTok-achtige update. In het voorjaar zag Katrin Swartenbroux, journalist van De Morgen, de bui al hangen: ‘Instagram is ten dode opgeschreven’, schreef ze toen.

Katrin Swartenbroux

Het vergt bijzonder veel vertrouwen in je onderrugspieren om iets ten grave te willen dragen dat nog hevig tegenspartelt. Bijzonder veel ego, dat ook. Dankzij vier jaar intensieve pilates en alle mogelijke manieren waarop ik mijn dopaminetekort probeer aan te pakken, heb ik van beide niet te klagen. Maar toen ik tijdens een redactievergadering pedant verkondigde dat Instagram ten dode opgeschreven was, vroeg mijn chef toch even een autopsieverslag.

Het is immers één ding om een vinger aan de pols te houden en na een overdaad aan flat whites een flatline waar te nemen, het is iets helemaal anders om een app die zowat iedereen en uw moeder – voorál uw moeder – op hun smartphone heeft staan als levenloos te verklaren.

Welaan dan. Een lijkschouwing avant la lettre.

Cijfermatig lijkt Instagram nog steeds springlevend. De app kan nog steeds een groei optekenen, zij het een groei die aanzienlijk vertraagd is in vergelijking met de jaren ervoor. Generatie Z downloadt de app wel, zoals je dat nu eenmaal doet met gevestigde waarden in het applandschap, maar gebruikt ze voornamelijk om berichten te sturen. Een onderzoek uit 2021 van financieel dienstverleningsbedrijf Piper Sandler noteerde dat slechts 22 procent van de ondervraagde tieners aangaf dat Instagram hun favoriete sociale medium was, op een derde plaats na Snapchat en TikTok. In 2015 stond Instagram nog op de eerste plek.

Gedaanteverwisselingen

Op zich zou dit artikel een kroniek van een aangekondigde dood moeten zijn. Net zoals ik wegvluchtte van Facebook toen oudere familieleden er plots over de status van hun mezenbollen begonnen te posten, is het volledig gerechtvaardigd dat de tieners en twintigers van nu niet geconfronteerd willen worden met captions als ‘Rosé all day’.

Alleen, dat is niet het enige wat er aan het gebeuren is.

Ook millennials sturen steeds verder weg van de app. Lees: we gebruiken de app nog, maar we gebrúíken de app niet meer. Net zoals ik nog af en toe naar Facebook surf om verjaardagen in de gaten te houden en events aan mijn agenda toe te voegen, wordt Instagram alleen nog open geklikt om de accounts van mijn favoriete vastgoedmakelaars te checken in de hoop dat er nieuwe panden op de markt zijn gekomen. Als ik heel erg dronken ben, durf ik nog weleens een story te plaatsen, alleen om die de volgende dag prompt weer te verwijderen want wat voor onmens lives laughs loves terwijl gezinnen door oorlog uit elkaar gescheurd worden.

Instagram heeft nooit beweerd iets anders te zijn dan wat het is: fake. Dat is een doodvonnis in een door authenticiteit verblinde maatschappij. Beeld Studio Ski
Instagram heeft nooit beweerd iets anders te zijn dan wat het is: fake. Dat is een doodvonnis in een door authenticiteit verblinde maatschappij.Beeld Studio Ski

Foto’s heb ik al maanden niet meer gepost. De laatste dateert van kerstavond, en die is louter online verschenen om te bufferen dat de foto die ik daarvoor had uitverkoren om met de godganse wereld, mijn schoonouders en bovenvermelde makelaars te delen er eentje van mijn blote kont was, en ik bang was dat die mijn kansen op de vastgoedmarkt aanzienlijk zou verkleinen. Een selfie met konijnenoren straalt toch meer ‘grootgrondbezitter’ uit. Denk ik.

Ach.

Ik troost me met de wetenschap dat niemand vandaag nog echt weet waarvoor Instagram dient. Op de eerste plaats Instagram zelf niet.

Toen de app in 2010 gelanceerd werd, was het allemaal nog duidelijk. Instagram was een digitaal fotoalbum, eentje dat onze toen nog krakkemikkige camera’s op onze gsm’s ondersteunde door ook enkele filters aan te bieden.

De afgelopen vijf jaar echter heeft Instagram al meer gedaanteverwisselingen ondergaan dan David Bowie. De chronologische feed werd vervangen door een algoritme en vervolgens weer omgewisseld; er werd in-feed shopping geïntroduceerd, alsook een uitgebreide messagingfunctie en een discover tab met gesponsorde, sorry, ‘aanbevolen’ content.

In een poging relevant te blijven in een wereld die steeds meer naar video pivoteerde, lanceerde het medium eerst InstagramTV als concurrentie voor Youtube, vervolgens Stories naar analogie met Snapchat, en in 2020 kwam er ook Instagram Reels, de slechte versie van TikTok, op het platform.

Volgens wijlen Alf Ramsey, die het Engelse nationale voetbalelftal in 1966 aan een Wereldbeker hielp, is het belangrijk om een winnend team niet te wijzigen. Vanuit die wijsheid kun je deduceren dat een team dat constant wijzigt, aan de verliezende hand is.

Op het hoogtepunt van zijn existentiële crisis wil Instagram de plek zijn waar we tegelijkertijd videocontent maken en consumeren, we onszelf en andere producten te koop aanbieden, we op zoek gaan naar inspiratie en o, waar we ons dagelijks leven delen. De app wil alles zijn, behalve datgene wat wij willen.

De allergrootste verandering werd immers in gang gezet door de Instagramgebruikers zelf. De zeven jaar durende trendcyclus kwam ten einde en mensen begonnen genoeg te krijgen van het tot in de puntjes gestylede plaatje en de zogenaamde influencer aesthetic die perfect vervat wordt in Bo Burnhams satiresong ‘White Woman’s Instagram’: jonge vrouwen die voor felroze muren poseren, perfect gemanicuurde handen die rond een kopje latte art gevouwen liggen, een flatlay van een vergeelde roman op kraakwitte lakens, goudkleurige cijferballonnen en uiteraard (uiteráárd) de avocado toast.

Kim Kardashian

In 2020 werd op TikTok opgeroepen “om Instagram opnieuw casual te maken”, zeker nu we toch massaal aan onze zetels gekluisterd waren, niet konden reizen of brunchen en, je weet wel, mensen massaal stierven aan een onbekend virus. Kim Kardashian, die lange tijd het posterkind was van de influenceresthetiek, bleek pijnlijk toondoof voor deze mentaliteitswijziging. Op haar veertigste verjaardag, op het hoogtepunt van de tweede golf die ervoor zorgde dat mensen hun geliefden niet meer mochten zien, postte ze een familiekiekje op een exotisch strand. ‘After 2 weeks of multiple health screens and asking everyone to quarantine, I surprised my closest inner circle with a trip to a private island.’ Riant mememateriaal, dat wel, maar het rolmodel had afgedaan.

Vandaag ligt de wereld aan de voeten van influencers als Emma Chamberlain en Jazzy Anne, jonge meisjes die morsigmooie foto’s van zichzelf posten, ogenschijnlijk achteloos genomen in de tuin bij hun ouders, bestudeerd onbekommerd alsof ze toevallig nog ergens een glimp van zichzelf waren tegengekomen op het einde van een rolletje in een wegwerptoestel. Onder hun invloed werd de photo dump een dingetje: in plaats van één goed gekozen foto op de grid te plaatsen, deel je meteen een stuk of acht beelden die een overzicht geven van de voorbije maand, week of weekend. Een terloops kiekje van je outfit, zeker, maar evengoed afval van fastfood op de voorbank van je auto, een screenshot van een sms-uitwisseling met een vriendin en een wazig sfeerbeeld van een avondje uit.

Ook de ‘gewone’ posts ondergingen een gedaanteverandering. Foto’s van vetrolletjes, peuters vol markeerstift en stapels korstige afwas naast rommelige bedframes gingen gepaard met centimeters­lange bijschriften over Het Echte Leven en onze worsteling ermee, niet zelden ingeleid door de hashtag realtalk. In zijn boek The Age Of Sharing (2016) beschrijft communicatiedeskundige Nicholas A. John het belang van het delen van zulke ervaringen: “het zorgt voor een catharsis bij jezelf en de mensen met wie je het deelt. Zij voelen zich minder alleen met hun angsten, hun ervaring van het moederschap, hun lichaamsbeeld, en door dat aan jou te bevestigen via likes of comments, voel jij je ook minder alleen.”

Laffe nietsnut

Dit wegsturen van de picture perfect was belangrijk en broodnodig. Onderzoek heeft veelvuldig aangetoond dat deze hevig gefilterde beelden massaal bijdragen aan depressies en eetstoornissen, aan gevoelens van eenzaamheid en dat het de vraag naar plastische chirurgie bij (heel) jonge vrouwen doet toenemen. Niet verrassend bleek uit een grootschalige metastudie van de Britse Royal Society for Public dat Instagram de app was die het slechtste is voor je mentale gezondheid.

Vandaag post zelfs Kim Kardashian wazige selfies, doet Dua Lipa uit de doeken dat ze heel veel last heeft van acne en maakt supermodel Bella Hadid selfies tijdens een huilbui. Een kniesoor zou kunnen opmerken dat het een tikkeltje wrang smaakt dat die onzekerheden gedeeld worden op het medium dat deze juist heeft verergerd. Dat het ironisch is dat casual posting een esthetiek op zichzelf is geworden, een weloverwogen trend waarbij gepercipieerde echtheid vermarkt wordt.

Maar eigenlijk dacht niemand ooit dat Instagram echt was. Niet écht.

De eerste ‘Instagram vs Reality’-meme verscheen al twee jaar na het ontstaan van de app en benadrukte wat we ergens allemaal wel weten: Instagram veronderstelt curatie, het selecteren van de (juiste) beelden. Zelfs wanneer we niet bezig zijn met filters of fotoshoppen kiezen we nog altijd vanuit welke hoek we een foto nemen, op welk moment we afdrukken en welke foto’s we vervolgens online plaatsen. Er is geen enkele huilselfie die echt onflatterend is, en dat zouden we er ook niet van mogen verwachten.

In een virale video zegt Tiktokker @cozyakili dat het vergelijken van casual Instagram met gewone Instagram van vroeger hetzelfde is als reality-tv vergelijken met normale tv. Reality-tv is nog steeds niet echt, maar het is gemaakt om de kijker te overtuigen dat wat we zien echt is. En omdat de kijker geëntertaind wil worden, gaat die daarin mee. In de theater- en televisiewereld heet dat suspension of disbelief. Het is daarom dat we ons nog steeds laten vangen door casual Instagram, ook al weten we dat het allesbehalve casual is.

Kunnen we nog een foto van ons lief posten zonder in de caption te moeten bekennen dat je ook in een relatie eenzaam kunt zijn? Beeld Studio Ski
Kunnen we nog een foto van ons lief posten zonder in de caption te moeten bekennen dat je ook in een relatie eenzaam kunt zijn?Beeld Studio Ski

“De pseudorealteit van casual Instagram is echter nog steeds gevaarlijk juist omdat het zoveel dichter bij de realiteit leunt dan bijvoorbeeld een foto van een idyllische strandvakantie”, schrijft ene Jill Risberg in het tienermagazine Lithium. Vroeger voelden we ons slecht over ons gewicht, ons shopbudget, onze vakanties, maar we wisten dat wat we te zien kregen ook slechts een hoogtepunt was in het leven van dat van de ander. Vandaag gaat het kutgevoel volgens Risberg dieper, en is het meer op jezelf als persoon gericht. Niet op wat we hebben, maar op wat we zijn. We voelen ons laf omdat we onze striemen niet durven te posten. Een nietsnut omdat we tijdens onze depressie niet de woorden vonden om deze te delen, laat staan in staat waren er een foto van te nemen. Waardeloos omdat een dag in het gewone saaie leven van een andere gewone tiener spannender lijkt dan jouw mooiste dag.

En dat is dus het ding.

Ik post, dus ik ben

In wezen ligt het probleem immers niet in wát we op social media posten, maar waaróm we op social media posten.

Net zoals de generaties voor ons dat deden met kleding, met posters op hun kamer of met lyrics op hun agenda, boden platformen als Blogger, Tumblr en MySpace tieners rond de eeuwwisseling de kans om hun identiteit vorm te geven in de openbare arena en zo die identiteit bevestigd en gevalideerd te zien door anderen – via vriendschapsverzoeken, via likes, via de ‘Top 3 vrienden’-functie. Millennials waren de eerste generatie die leerde om zichzelf op een gecontroleerde manier online te presenteren. Ze schreven simpele codelijnen om hun profiel te kunnen voorzien van een glitterend, draaiend yin-yangteken en vervatten wat ze die dag voelden in schreeuwerige MSN-statussen die hun diepste zielenroerselen moesten projecteren naar de schermen van hun klasgenoten en crushes.

In haar essay The I in Internet (2019) omschrijft Jia Tolentino het verschil tussen Web 1.0 en Web 2.0 als ‘naarmate meer mensen hun bestaan digitaal begonnen te registreren, veranderde een tijdverdrijf in een verplichting: je moest jezelf digitaal registreren om te kunnen bestaan.’

‘Ik ben, dus ik post’, met andere woorden.

Vandaag lijken we aanbeland bij Web 3.0: ik post, dus ik ben.

Een aantal jaar geleden was het ondenkbaar dat je je perfect gecureerde grid zou doorbreken met een zwart vierkant, in 2020 was het onontbeerlijk om te kunnen signaleren dat je een persoon bent die tegen racisme is. Wanneer het niet online staat, bestaat het ook niet. Voor existentialisten betekende authenticiteit de mate waarin iemands daden iemands geloofsovertuiging en passies kon reflecteren, wars van druk van buitenaf. Vandaag wordt authenticiteit gemanifesteerd door druk van buitenaf en is het opmerkelijk genoeg mainstream geworden, schrijft Pandora Sykes in The Authentic Lie (2019). “Authenticiteit is nu iets wat we in onszelf, in onze voeding, onze relaties, onze merken en onze aanwezigheid op sociale media moeten verwachten. We zien het als een essentieel onderdeel voor het leiden van een beter, volwaardiger, rechtvaardiger leven. Per definitie zijn curatie en authenticiteit elkaars tegenpolen, maar naarmate de middelen om onszelf (zowel on- als offline) te cureren toenemen, raken we meer en meer geobsedeerd door authenticiteit.”

De opkomst van ‘Casual Instagram’ heeft dat gevoel alleen maar in een stroomversnelling gebracht omdat het inherent impliceert dat je alles kan, mag en misschien zelfs moet delen – behalve dat wat fake is uiteraard. Je wordt zo niet alleen afgerekend op wat je wel post, maar ook op wat je niet post.

Je stilte is oorverdovend, je visie is eurocentrisch, je medelijden is makkelijk.

Het is om die reden dat mensen die bijvoorbeeld dapper genoeg zijn om hun striemen of trauma te delen, ook steeds vaker screenshots op hun story zetten van mensen die in de comments bevestigen hoe dapper dat was. Enerzijds als bevestiging aan zichzelf dat het daadwerkelijk dapper was, anderzijds in een poging om de lens waardoor ze zelf worden waargenomen al op voorhand vorm te geven: denk niet dat ik fake ben, denk niet dat ik om aandacht vroeg, wat ik net heb gepost is dapper. Posten op social media is zo niet alleen een performance voor goedkeuring van anderen, maar ook van jezelf geworden.

Tavi Gevinson, de Amerikaanse schrijfster en actrice die in 2008 op elfjarige leeftijd een wereldberoemde modeblog en later het veelgelezen onlinetienermagazine Rookie uit de grond stampte, beschrijft haar verkilde relatie met het medium in een essay voor The Cut, waar ze uit de doeken doet dat ze op een gegeven moment drie Instagram-accounts had: een professionele, eentje voor haar dichte vrienden (ook wel ‘finsta’ genoemd) en eentje puur voor zichzelf, waar ze de foto’s plaatste die ze eigenlijk wilde posten. Foto’s van een moment waarop ze haar outfit leuk vond, een selfie met een van haar theaterhelden, een screenshot van een gepubliceerde column. “Het account bestond alleen maar om een deel van mezelf te bevredigen dat had geleerd dat een ervaring pas écht wordt als die ook openbaar gezet wordt, klaargemaakt voor publieke consumptie, gemonitord door een ander deel van mezelf dat wist dat het daadwerkelijk delen van dit soort beelden me onoprecht zou doen lijken.”

Maar wat is er oprechter dan het willen delen van je mooiste momenten? Mag dat enkel nog als ze zij aan zij gaan met je meest morsige? Kunnen we nog een schattige foto van ons lief posten zonder in de caption te moeten bekennen dat je ook in een relatie eenzaam kunt zijn? Mogen we een zonsondergang delen puur om de reden dat een zonsondergang mooi is, of maakt je dat cliché en daarom inauthentiek?

In The Catcher in the Rye verzucht Holden Caulfield, niet vies van wat cynisme, dat hij omringd wordt door phonies, zich onbewust van zijn eigen inherente neiging tot nepheid. Een gevoel dat vandaag misschien wel het beste verwoord wordt door een meme waarbij verschillende figuren in Spidermankostuum in een kringetje naar elkaar wijzen. Zijn het allemaal verschillende mensen die elkaar ervan beschuldigen vals te zijn? Of zijn het allemaal versies van dezelfde persoon, die zelf niet weet wie of wat er nog echt is omdat we het verlangen naar authenticiteit geïnternaliseerd hebben?

‘Er zijn heel veel verschillende, goed beargumenteerde redenen om Instagram te wantrouwen – het platform waar alles personal branding is, waar je data verliest en waarop je geld geeft aan Facebook’, aldus Gevinson in haar essay. ‘Het meest verontrustende is echter de manier waarop Instagram me ertoe gebracht heeft om mezelf te wantrouwen.’

Instagram was niet de app die we nodig hadden, dat zijn apps meestal nooit, maar het is vandaag wel de app die we er zelf van gemaakt hebben. In tegenstelling tot zijn gebruikers heeft Instagram nooit gepretendeerd iets anders te zijn dat het was: fake. In een maatschappij geobsedeerd door authenticiteit is dat echter een doodvonnis.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234