Zaterdag 28/03/2020

Wetenschap

Neuspeuteren is om problemen vragen: “Er zijn mensen die een gat in hun tussenschot krabden”

Beeld RV JORNE DAEMS

U zoekt een verklaring voor een mysterie over mens, dier, voeding, gezondheid? Hier moet u zijn.

Volgens een Amerikaans ­onderzoekje uit 1995 maakt bijna iedereen zich er schuldig aan: in je neus peuteren. Slechts 9 procent gaf aan het nooit te doen, ook niet als niemand kijkt. Hoe (on)gezond is al dat ­gepeuter eigenlijk?

Om maar meteen een misverstand uit de weg te ruimen: het eten van de neus­inhoud – een tijdverdrijf dat vaak volgt ná het neuspeuteren – kan weinig kwaad. De Oostenrijkse longarts Friedrich Bischinger noemt snot een gezond tussendoortje dat het afweersysteem versterkt. “Als je een bolletje opgedroogd snot opeet, werkt het in de darmen als een medicijn.” Ouders zouden hun kinderen dus niet moeten verbieden om in hun neus te peuteren, zegt Bischinger, integendeel: hij vindt dat ouders hen moeten aanmoedigen om dat juist vaker te doen.

Ook volgens de Amerikaanse biochemicus Katharina Ribbeck, in snot gespecialiseerd, heeft onze neusinhoud ten onrechte een negatief imago. Snot zorgt voor een balans tussen gunstige en potentieel schadelijke bacteriën, stelt ze. En daarom zoekt Ribbeck naar manieren om eiwitten uit snot te verwerken in allerlei handige toepassingen, zoals tandpasta met snot. Nou ja, geen menselijk snot, maar een synthetische variant daarvan.

Hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde Wytske Fokkens onderschrijft de belangrijke functie van snot en vertelt waarom we eigenlijk altijd door de neus zouden moeten ademen: “De neus is een geweldige airconditioner die de lucht die we inademen verwarmt, bevochtigt en reinigt. Snot vangt alle troep die we inademen op. Daarna voeren trilhaartjes het geheel van slijm, bacteriën en potentieel schadelijke stoffen af via de neus- en keelholte. En dat slikken we dan gewoon in.” Hoeveel? “Minstens een halve liter per dag. En nog veel meer als je verkouden bent.” Fokkens vindt het dan ook niet erg zinvol om snot uit je neus te halen en dat vervolgens op te eten: “Dat er afweerstoffen in slijm zitten, is waar. Maar met het doorslikken van die halve liter per dag krijgen we die stoffen toch al binnen. Daarvoor hoef je echt niet in je neus te peuteren.”

En juist dat gepulk is vragen om problemen. De tere binnenkant van de neus gaat makkelijk kapot. Er ontstaan kleine wondjes en daarna korstjes. Die korstjes kunnen ontstaan door een verkoudheid of na een vliegreis, maar dus ook door neuspeuteren. En zo ontstaat een vicieuze cirkel: door het korstje weg te halen, ontstaat er een nieuw wondje. “Op een gegeven moment heb je echt een wond in de voorkant van het neustussenschot, dat is gemaakt van dun kraakbeen. Dat is heel gevoelig voor infecties. Er zijn mensen met een gat in hun tussenschot omdat ze telkens het korstje eruit krabben.”

Pardon? Ja, en het komt behoorlijk vaak voor: “Iedere kno-arts heeft patiënten die door hun tussenschot hebben gekrabd.” Of je dat kunt zien? “Wij kno-artsen wel”, zegt Fokkens. “Mensen zelf voelen meestal alleen een korst, of hebben last van een fluittoon in hun neus bij het inademen.”

Oké. Maar wat als je een zakdoekje gebruikt? Is er ook een verstandige manier om in je neus te... “Nee! Niet doen! Stop!”, roept Fokkens. Heb je een erg droge neus, spoel dan met zout water. Daarna zalven. Geen crèmes, want die kunnen het slijmvlies irriteren. En die vinger mag er dus écht niet meer in. “Veeg een beetje speciale neuszalf of gewone vaseline af aan je neus en snuif die dan met korte halen naar binnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234