Zondag 20/09/2020

InterviewDaniel Levitin

Neurowetenschapper Daniel Levitin: ‘Het falende geheugen is een mythe’

Neurowetenschapper David Levitin: 'Als je tussen je 65ste en 85ste jaren kunt beleven die even interessant zijn als die tussen 45 en 65, dan is dat toch fantastisch?'Beeld Mike Roelofs

Iedereen denkt dat ons geheugen ons in de steek laat zodra we ouder worden. Maar iedereen heeft het mis, stelt Daniel Levitin (62). ‘Het falende geheugen is een mythe. Iemand van 50 jaar dénkt alleen maar dat hij meer vergeet dan een student van 20.’

Neurowetenschapper, muzikant en voormalig muziekproducer Daniel Levitin is gefascineerd door het brein. Hij schreef er al vijf boeken over, die allemaal bestsellers werden. Verwacht bij Levitin geen droge literatuur. Hij verzamelt de recentste wetenschappelijke inzichten over de hersenen en lardeert die met voorbeelden, anekdotes en goede raad.

Voor zijn nieuwste boek, Successful Aging, ploegde Levitin door honderden studies en interviewde hij een tiental bekende oudere mensen, van de dalai lama tot antropologe Jane Goodall en zangeres Joni Mitchell. De Nederlandse vertaling kreeg Hoe ouder, hoe beter mee als titel. Wanneer Levitin in beeld verschijnt via Skype, in zijn kantoor aan de Minerva University in San Francisco, waar hij decaan is van de faculteit Arts & Humanities, hoeven we over de eerste vraag dan ook niet lang na te denken.

Hoe ouder, hoe beter: dat lijkt contradictorisch. En toch beweert u de wetenschap aan uw zijde te hebben.

“Oud is uit. Zeker in Europa en de Verenigde Staten drijven films, restaurants, bars en mode op jongerencultuur. Mijn moeder is 86 en levendiger dan ooit. Ze schrijft boeken en toneelstukken. Toch zegt ze dat ze zich oud voelt: ‘Mensen zien me niet meer staan.’

“Van alle vormen van discriminatie in onze maatschappij krijgt leeftijdsdiscriminatie de minste aandacht. We nemen aan dat het zo is; we geloven de mythe. Maar de wetenschap vertelt ons iets anders. Naarmate we ouder worden, wordt het brein statistisch gesproken beter in bepaalde dingen: empathie, verdraagzaamheid, dankbaarheid. Oudere mensen zijn ook beter in het oplossen van problemen, zeker wanneer het persoonlijke conflicten betreft.”

Als het oude brein beter is, waarom spreken we dan van ‘het brein jong houden’?

Daniel Levitin: “Jonge breinen hebben voordelen, maar oudere hebben die ook. Baby’s hebben een ander brein dan kleuters, die weer een ander brein hebben dan tieners, die roekeloos kunnen zijn. Dertigers en veertigers zijn zich aan settelen, dat zijn weer andere breinen. Het mature brein erkennen we niet als een brein in een bepaalde fase, maar als een in verval: je geheugen laat je in de steek, je wordt trager, je leert niet snel nieuwe dingen.

“Om de zoveel tijd krijgen mijn ouders, allebei tachtigers, een ongevraagde update van Apple op hun telefoon, waardoor ze er niet meer mee overweg kunnen. Voor iemand van pakweg dertien jaar is dat een fluitje van een cent. Maar met wat uitleg kunnen mijn ouders net zo goed met die nieuwe technologie overweg.

“Het omgekeerde is ook waar: een jongere kan een oudere die aan goede doelen geeft, stom vinden. Maar de dalai lama, die op zijn zesde werd aangeduid en zijn functie opnam op zijn veertiende, zegt dat jonge mensen evengoed empathisch kunnen zijn. Alleen, we streven er niet naar, en dat is de fout van onze cultuur en onze opvoeding.”

Op hun twintigste zijn veel mensen student. Ze gaan naar de les, schrijven papers, studeren voor hun examens. Dat lijkt me veeleisender voor het brein dan het leven van een zestiger, die veel minder te maken krijgt met nieuwe informatie.

“Een ouder brein is potentieel beter als je het juist gebruikt. Maar je hebt een handleiding nodig. Je moet bijvoorbeeld nieuwe dingen proberen. Onze hersenen zijn zo geprogrammeerd dat we boven een bepaalde leeftijd geen nieuwe ervaringen meer opzoeken. Op hun vijftigste of zestigste worden de meeste mensen zelfgenoegzaam en minder geïnteresseerd. Tieners daarentegen willen alles proberen. Dat heeft veel te maken met dopamine, een stof die in het lichaam vrijkomt als beloning voor het nemen van risico’s en het leren van nieuwe dingen. Tieners hebben er te veel van, oudere mensen te weinig.”

Kunnen we door ons gedrag te veranderen op latere leeftijd de biologie misleiden?

“Meer zelfs, door nieuwe dingen te proberen, bouwen we nieuwe zenuwbanen. Wanneer je studeert voor examens, bouw je massa’s nieuwe zenuwbanen. Het brein stopt nooit met nieuwe connecties maken, zolang jij het de mogelijkheid daartoe geeft. Als je telkens opnieuw dezelfde dingen beleeft of herinneringen vertelt, zul je nooit van dat voordeel genieten. Maar als je op latere leeftijd een instrument leert spelen of een nieuwe taal onder de knie probeert te krijgen, als je vrijwilligerswerk opneemt of vogels gaat spotten, dan is dat gezond voor je brein. Het zal alzheimer niet tegenhouden, maar het kan wel de symptomen vertragen.”

Toch krijgen steeds meer mensen alzheimer. Als het oude brein beter is, waarom zijn er dan zoveel mensen die de ziekte krijgen?

“De grootste voorspeller van alzheimer is of je tijdens je kindertijd veel op je hoofd bent gevallen. Als je een balcontactsport hebt gespeeld, hebt gebokst of als je een auto-ongeval hebt gehad, dan maak je meer kans.

“Vroeger zou je gestorven zijn voor je alzheimer kreeg. Je stierf aan een hartziekte of een infectie – tweehonderd jaar geleden waren er nog geen antibiotica. De medische wetenschap heeft ons opgezadeld met een paradox: we hebben de meeste ziektes overwonnen die onze voorouders velden voor hun zestigste. De prijs die we daarvoor betaald hebben, is dat we lang genoeg leven om ziektes te krijgen waar we vroeger niet aan stierven omdat we er helemaal niet aan toekwamen, zoals kanker en alzheimer.

“De tweede grootste voorspeller van alzheimer is leeftijd. Hoe langer je leeft, hoe meer risico je loopt. Oudere breinen zijn beter tot op zekere hoogte. Ik zou nooit stellen dat het brein van een honderdtwintigjarige beter is, maar het is wel beter in bepaalde dingen. Je hoort weleens zeggen dat 50 het nieuwe 30 is. Vijftigjarigen zijn nog energiek en willen nieuwe dingen doen. Ze hebben vijftig jaar lang beter gegeten en van een betere gezondheidszorg genoten dan hun voorouders. Die dynamiek zet zich door: 70 is het nieuwe 50 en 80 het nieuwe 60.

“Ik spreek veel met negentigers die het goed doen. Ze zeggen wel dat ze trager worden, maar als je tussen je 65ste en 85ste jaren kunt beleven die even interessant zijn als die tussen 45 en 65, dan is dat toch fantastisch?”

Daniel Levitin: ‘Als je op pensioen gaat, zorg dan dat je iets hebt om voor op pensioen te gaan. Word mentor, ga vrijwilligerswerk doen, zoek een hobby.’Beeld Mike Roelofs

U schrijft dat mensen op hun 82ste het gelukkigst zijn. Hoezo?

“Dat blijkt opnieuw uit onderzoek. Veel heeft met dankbaarheid te maken. Tieners zijn ongelukkig omdat ze niet de rechten en de privileges hebben van volwassenen. Twintigers en dertigers hebben de neiging om zich down te voelen omdat ze hun doel nog niet gevonden hebben in het leven. Vijftigers en zestigers hebben een midlifecrisis: hun leven is niet uitgedraaid zoals ze gehoopt hadden.

“Maar tegen dat we 82 zijn, nemen we de wereld op een andere manier waar: plots heb je aandacht voor die mooie boom in de tuin. Je bent blij als het goed weer is, je apprecieert de kleine dingen. Je kijkt terug op een leven dat misschien niet is gelopen zoals je het had gepland, maar je bent toch maar zover gekomen.”

Dankzij de wetenschap kun je bij die 82 jaar gemakkelijk tien jaar optellen, stelt u. Hoe doe je dat?

“Door mentaal actief te blijven. Onderneem breinbevorderende projecten, zoals iets nieuws leren. Zoek een hobby, ga lesgeven – iedere oudere persoon weet of kent wel iets wat een jongere niet weet. Ik merk dat lesgeven de effectiefste manier is om mijn brein jong te houden, als je het zo wilt noemen – zelf heb ik het liever over een bezig brein.

“Er is ook het coach-principe, dat stoelt op vijf pijlers: consciëntieusheid, openheid, ontmoeting, nieuwsgierigheid en gezondheid (in het Engels: conscientiousness, openness, association, curiosity, healthy habits).

“Vooral gewetensvol zijn, is belangrijk: consciëntieuze mensen doen wat ze zeggen. Ze zijn georganiseerd en betrouwbaar. Ze gaan naar een dokter als ze ziek zijn en nemen hun medicijnen zoals voorgeschreven. Het lijkt vanzelfsprekend, maar consciëntieusheid is niet gelijk verdeeld over de bevolking. Je kunt consciëntieuzer worden, je kunt jezelf motiveren. Naar een therapeut gaan helpt. Psychotherapie kan een geweldige manier zijn om jezelf te veranderen. Sommigen doen het met mindfulness, anderen hebben kunst of literatuur nodig. Nog anderen vinden soelaas in antidepressiva. Mensen van mijn generatie kunnen motivatie vinden in het nemen van hallucinogene middelen.”

Lichaamscellen hernieuwen zich voortdurend. Hersencellen ook?

“Jazeker. Bij een zeventigjarige worden elke dag zevenhonderd nieuwe hersencellen gecreëerd. Maar om ze te laten werken, moeten hersencellen met elkaar communiceren en die connecties moet je oefenen.”

Zijn er delen van het brein vatbaarder voor veroudering dan andere?

“Helaas wel. Het brein krimpt naarmate je ouder wordt, tot wel 10 procent, waardoor het niet meer zo goed in je schedel past. Vooral de hippocampus, de zetel van je geheugen, wordt kleiner. Daarom moet je je brein trainen en veel cognitieve reserve hebben. Je moet kennis hebben die je elke dag kunt gebruiken, zodat je je brein kunt versterken.

“Als je een auto-ongeval hebt meegemaakt en door elkaar bent geschud, dan zal dat je brein beïnvloeden – en meer op je zestigste dan op je dertigste. Het is bij mij gebeurd: iemand is op mijn auto ingereden. Mijn hoofd heeft niets geraakt, ik droeg mijn gordel. Maar door de impact heeft mijn brein mijn schedel twee keer geraakt. Ik had een hersenschudding en zes maanden lang was het alsof ik alzheimer had. Ik was verward, liet de koelkast openstaan. Ik sliep veel en vergat dingen. Ik speel al vijftig jaar gitaar en plots kon ik geen enkel akkoord meer spelen.

“Mijn brein wist wel wat ik moest doen, maar op een of andere manier raakte het niet tot in mijn vingers. Het was bizar. Maar met kinesitherapie raakte ik er weer bovenop. Mijn neuroloog raadde me ook aan elke dag op mijn gitaar te oefenen alsof ik weer acht jaar was. Dus haalde ik mijn oefenboek met akkoorden boven van toen ik jong was. Ik loste ook kruiswoordraadsels op.”

Toch zorgen kruiswoordraadsels en sudoko’s niet voor een breinboost, schrijft u. Waarom niet?

“Het helpt niet als je altijd al kruiswoordraadsels of sudoko’s invulde – het werkt alleen als ze nieuw zijn. Omdat ik na mijn ongeval moeilijk woorden terugvond, waren kruiswoordraadsels, die ik al twintig jaar invulde, een manier om sneller mijn woordenschat terug te krijgen.”

Tekenen helpt om te herinneren. Hoezo?

“Dat geldt ook voor dingen neerschrijven. De pen ter hand nemen, spreekt het brein op een dieper niveau aan. Als je je iets moet herinneren en je schrijft het op in plaats van het op je telefoon te typen of in te spreken, dan hoef je er niet meer naar te kijken, want het zit in je geheugen. Tekenen dwingt je om zaken in detail te bestuderen. Hoe dieper je iets bestudeert en hoe meer details je in je opneemt, des te beter je het zult kunnen oproepen.”

Een klassieker van het falende geheugen is dat je thuis naar boven gaat en totaal vergeten bent wat je daar kwam doen. Op de trap naar beneden herinner je je weer iets anders. Is dat normaal?

“Ja. Ouder worden begint vanaf de geboorte. Bij pasgeborenen draait het allemaal om waarneming. Peuters kennen weinig mentaal leven, behalve wat zich voor hen afspeelt. Ze zijn gemakkelijk afgeleid: een nieuwe geur of een schitterend object heeft meteen hun aandacht. Op die leeftijd leef je naar buiten toe. Met het ouder worden keer je je steeds meer naar binnen – na je veertigste breng je meer tijd door in je hoofd. Toen ik op mijn zesde boven iets moest gaan halen, was dat nieuw en dacht ik er de hele tijd aan. Maar als ik nu de trap neem, denk ik aan van alles, behalve aan dat wat ik nodig heb. Dat komt omdat je niet mindful bent, je zit niet in het moment.

“Het is ook zo dat we ons bij het ouder worden meer zorgen maken over gaten in ons geheugen. Twintigjarigen hebben die gaten ook, alleen vertellen ze er anders over. Studenten vergeten voortdurend dingen – hun gsm, het lokaal waar ze les hebben, computerpaswoorden. Maar zij lachen dat weg. Een vijftigjarige denkt: o mijn god, alzheimer. Het begin van het einde!

“Sonia Lupien, destijds een collega van mij aan McGill University in Montreal, vergeleek de slechte resultaten van een geheugentest bij ouderen met hetzelfde onderzoek bij universiteitsstudenten. Wat bleek: als Sonia de testomstandigheden gelijk maakte, waren hun uitslagen precies hetzelfde.

“Je moet weten dat cortisol, het stresshormoon, een rol speelt in veroudering. Studenten die naar het labo kwamen voor een test, vertoonden lage cortisolwaarden. Bij de 75-jarigen gingen ze door het dak. We weten dat cortisol het geheugen beïnvloedt – hoe meer geheugenproblemen je hebt, hoe meer stress je krijgt. Sonia onderzocht waarom die oudere mensen zo gestresseerd waren. Wat bleek: de proefpersonen werden rond het middaguur getest, wat voor jonge mensen vroeg op de dag is. Ze waren alert als ze het labo binnenkwamen. Maar voor een 75-jarige, die al op is van vijf uur ’s ochtends, loopt de dag dan al op zijn einde en presteert je geheugen minder.

“Een andere variabele was dat de studenten naar een gebouw gingen dat hen bekend was – ze studeerden aan de universiteit waar ze getest werden. De 75-jarigen moesten de bus of de auto nemen naar een deel van de stad dat ze niet goed kenden. Ze kwamen op een parking terecht en moesten via een kaart het gebouw zien te vinden, terwijl ze bang waren dat ze te laat kwamen. Tegen dat ze in het labo aankwamen, waren ze al gaar.

“Sonia liet hen een week op voorhand al eens langskomen om kennis te maken, zodat ze wisten waar ze aan toe waren. Overigens: het zijn vaak assistenten die zulke testen afnemen. Jonge mensen dus, die universiteitsstudenten als hun gelijke beschouwen. Voor een 75-jarige is een twintiger met een witte labojas en een klembord bedreigend: ‘Ze gaan vast iets fouts bij mij vinden.’ Sonia huurde een 75-jarige assistent in en alle geheugenverschillen verdwenen als sneeuw voor de zon.”

U ontmoette de dalai lama, intussen 85. Hoe ervaart hij het verouderende brein?

“Het was zo leerzaam om tijd met hem te kunnen doorbrengen en te zien hoe hij leeft, te luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Negen uur per nacht slapen is een van zijn geheimen, zei hij, en dankbaarheid uiten.

“Hij raadt je ook aan om te mediteren, omdat dat het brein traint. Maar zijn belangrijkste boodschap is dat hij elke dag nieuwe mensen ontmoet en naar hun verhalen luistert. Hij schrijft ook veel: hij publiceerde net zijn 125ste boek. Voor mijn boek had ik een lijst met tien namen van mensen die ik wilde spreken over beter ouder worden. Het beste advies kwam van Jane Goodall: don’t stop, don’t stop, don’t stop. Blijf bezig, vooral geestelijk. Ga niet met pensioen, het is funest voor je brein.”

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Op hun 65ste, en vaak nog vroeger, willen en gaan de meeste mensen in ons land met pensioen.

“Je moet zorgen dat je iets hebt om op pensioen voor te gaan. Word mentor, ga vrijwilligerswerk doen, zoek een hobby. Een vriend van me is op zijn zestigste met piano begonnen. Hij is nu 75 en speelt best goed. Hij zal nooit optreden, maar hij vindt het fijn om te doen. Ik ben bij het begin van de coronapandemie ukelele gaan spelen. Ik kocht hem tien jaar geleden al, maar ik begreep het instrument niet en gaf het op – het is niet hetzelfde als een gitaar. Tijdens de lockdown heb ik het opnieuw geprobeerd. Na een paar weken werd ik op een ochtend wakker met het idee: o, zo moet het!”

Merkt u ook bij uzelf dat uw brein met het ouder worden beter wordt?

“Ja en nee. Het duurt langer om een boek te schrijven of nieuwe partijen op mijn gitaar of piano te spelen. Ik heb mezelf opgelegd elke dag een nieuw liedje te leren, op welk instrument dan ook. Om eerlijk te zijn, doe ik er twee of drie dagen over. Maar ik houd vol. Ik kijk ook anders naar de dingen die ik tien of twintig jaar geleden schreef – meestal kon het beter. Ik heb meer vaardigheden, zowel in de wetenschap als in het schrijven. Het duurt langer, maar ik ben er beter in.”

In een vorig leven was u muzikant en producer. U schreef een boek over hoe ons brein op muziek werkt. Waarom is muziek een van de laatste herinneringen die ons geheugen verlaat?

“Oude herinneringen blijven het langst bestaan – geheugenverlies werkt achterwaarts, te beginnen vanaf het heden. Mensen met alzheimer kunnen blijven zingen, zelfs als ze niet meer spreken. Behalve liedjes zullen ze zich wellicht ook andere dingen uit hun kindertijd herinneren, maar zingen is nu eenmaal gemakkelijk om te doen. Muziek bevat cues die elkaar versterken: er is melodie, ritme, rijm. Liedjes zijn gemakkelijk te onthouden vanwege de structuur. Je zult niet meer elke noot kennen, maar genoeg om ze te zingen. Het brein onthoudt patronen en muziek is een patroon.”

Op de cover van uw boek staan jaarringen van bomen. Door die te bestuderen, kunnen we een deel van de geschiedenis traceren. De vergelijking met de groeven in ons geheugen is snel gemaakt.

“Klopt: als we de verbindingen in ons brein zouden bestuderen en hoe die in de loop der tijden veranderd zijn, dan kunnen we onze geschiedenis reconstrueren. Er loopt nu een onderzoek, The Human Connectome Project, dat alle hersenconnecties bestudeert zoals bij het genoom.

“Ik was opgetogen toen ik de cover zag, de jaarringen zijn een geweldige vondst van de vormgever. Een boom die ouder wordt, krijgt meer ringen. Een brein dat ouder wordt, krijgt meer connecties. Maar jaarringen kunnen we beter lezen dan het menselijk brein – daar is nog werk aan.”

Daniel Levitin, Hoe ouder, hoe beter, 600 p., 27,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234