Vrijdag 13/12/2019

Vaccintwijfel

Nee, van het mazelenvaccin krijgt u geen autisme (en andere mythes over vaccinaties doorprikt)

Beeld KAAN

Wie via Google op zoek gaat naar meer informatie over vaccins, komt al snel terecht op sites die bol staan van de onwaarheden. Opdat u door de bomen het bos nog zou zien, doorprikt De Morgen enkele hardnekkige mythes. Dit met de hulp van een panel wetenschappelijke experts van de drie grootste Vlaamse universiteiten.

‘Een baby van acht weken is toch veel te jong om in te enten’

Het lijkt tegennatuurlijk om een baby van amper enkele weken oud een spuit te moeten geven tegen polio, difterie of kinkhoest. Toch is het volgens wetenschappers noodzakelijk dat kinderen op die jonge leeftijd meteen hun vaccins krijgen, omdat niet te voorspellen valt of en wanneer ze zullen blootgesteld worden aan een infectieziekte. De vaccins die op acht weken toegediend worden, zijn bovendien gericht tegen ziektes die voor baby’s levensgevaarlijk kunnen zijn.

Ook wijzen wetenschappers er telkens op dat sommige vaccins meerdere keren toegediend moeten worden, vooraleer de bescherming optimaal is. “Het is van belang om de periode waarin een kind niet of minder beschermd is, zo kort mogelijk te houden”, klinkt het.

Het argument, dat het immuunsysteem van zuigelingen nog niet volgroeid zou zijn en daardoor niet klaar voor vaccins, gaat niet op. Studies leren dat ze voldoende afweercellen hebben om op een inenting te reageren. “Wat een vaccin doet, is eigenlijk heel erg natuurlijk. Het activeert het immuunsysteem zoals dit ook gebeurt als je in contact komt met

een ziekmakende virus of een bacterie”, zegt vaccinoloog Corinne Vandermeulen (KU Leuven). Volgens haar is die activatie beperkt. “Een namiddag in de crèche is voor het immuunsysteem van een baby een veel grotere uitdaging.”

In Vlaanderen staan de eerste prikken vanaf acht weken gepland, maar het kan trouwens ook vroeger. In heel wat ontwikkelingslanden krijgen kinderen van zes weken en soms zelfs al meteen na de geboorte een vaccin, omdat de kansen op besmetting er hoger zijn dan bij ons.

Conclusie: niet waar

‘Een baby die borstvoeding krijgt, heeft geen vaccins nodig’

Een baby krijgt heel wat antistoffen mee van de moeder tijdens de zwangerschap. Via de moederkoek krijgt het ongeboren kind de antistoffen die de vrouw nog heeft. Hoeveel antistoffen de moeder precies doorgeeft, hangt af van de hoeveelheid antistoffen die bij haar aanwezig zijn en van de doeltreffendheid van het transport via de placenta. Maar sowieso blijven die antistoffen maar twee à vier maanden in het lichaam aanwezig.

Het klopt dat borstvoeding bijdraagt aan de bescherming van zuigelingen voor bepaalde ziektes, zoals darminfecties. Maar die bescherming is tijdelijk en veel minder krachtig dan een vaccin. Voor een aantal infectieziekten die op heel jonge leeftijd kunnen voorkomen, zoals kinkhoest en Haemophilus influenza B, biedt moedermelk geen bescherming.

Conclusie: niet waar

‘Vaccins hebben ernstige nevenwerkingen’

Vaccins kunnen bijwerkingen hebben. Een pijnlijke arm, een rode vlek, een zwelling op de plaats van de prik zijn daar allemaal voorbeelden van. Doordat er zoveel onderzoek gebeurt naar vaccins zijn de meeste bijwerkingen bekend. Bij een vaccinatie schiet het immuunsysteem in actie tegen de deeltjes van een virus of bacterie, of de verzwakte versie ervan. Op die manier bouw je een weerstand op tegen de infectieziektes. Maar door die afweerreactie kun je je hangerig voelen of koorts krijgen. Bij een dood vaccin (vb. pneumokokkenvaccin) ontstaan die verschijnselen doorgaans 24 uur na vaccinatie. Na het geven van een levend afgezwakt vaccin (vb. mazelen-bof-rubellavaccin) kunnen die bijwerkingen na vijf tot twaalf dagen ontstaan.

Soms treden er na toediening van levend afgezwakte vaccins symptomen op die lijken op de ziekte waartegen het vaccin werkt. Dan krijg je bijvoorbeeld een huiduitslag die lijkt op mazelen, na het mazelenvaccin. Na enkele dagen gaat dat doorgaans over.

Ernstige bijwerkingen zijn uitermate zeldzaam. Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten kreeg de voorbije tien jaar 989 meldingen binnen van bijwerkingen na de vaccinatie van een kind of adolescent. Het gaat om meldingen die door artsen gemaakt worden. In ongeveer de helft van de gevallen ging het over onschuldige nevenwerkingen, zoals koorts, een onbehaaglijk gevoel of reacties ter hoogte van de injectieplaats. Slechts vijftien keer was er sprake van een anafylactische reactie. Die aantallen zijn erg beperkt, als je weet dat in de afgelopen tien jaar naar schatting miljoenen vaccins zijn gezet.

Conclusie: eerder niet waar

‘Allergisch? Dan geen vaccin’

Bij een allergische reactie reageert ons lichaam overdreven sterk op een stof waarmee we in aanraking komen. Dat hoeft niet per se gevaarlijk te zijn: meestal blijft het bij wat huiduitslag of jeuk. Ernstige allergische reacties door vaccinaties zijn heel erg zeldzaam. Het gaat over één kans op 600.000 of 1.000.000. Stoffen waarvan bekend zijn dat ze een reactie kunnen uitlokken zijn antibiotica, kippenei-eiwit en latex.

In sommige vaccins kunnen hele kleine sporen zitten van antibiotica (neomycine, streptomycine, polymyxine b, gentaminice en kanamycine). Wie ooit enorm slecht reageerde op een van die antibiotica en een zogenaamde anafylactische reactie deed, mag daarom deze vaccins niet meer krijgen. Deze mensen moeten kunnen rekenen op de groepsimmuniteit.

Griepvaccins worden gemaakt op basis van eieren, waardoor er hele kleine restjes van kippenei-eiwit aanwezig kunnen zijn. Maar omdat het om zodanig kleine concentraties gaat (grootorde van 0,00000001 milligram), mag zelfs wie gevoelig is aan eieren, hiermee gevaccineerd worden.

Kinderen die heel wat ingrepen hebben ondergaan, hebben een verhoogd risico op een latex-allergie. De naaldbeschermers en stampers van de spuitjes worden soms vervaardigd uit rubber. Wie ooit een ernstige allergische reactie had bij latex, krijgt beter geen vaccin waarvan de naaldbeschermer of stamper latex bevat.

Conclusie: eerder niet waar

‘Vaccins tijdens de zwangerschap zijn gevaarlijk’

Het klopt dat vrouwen die zwanger zijn niet zomaar alle vaccins mogen krijgen. Levend afgezwakte vaccins bijvoorbeeld, zoals dat tegen mazelen, bof en rubella, mogen niet toegediend worden.

In ons land krijgen zwangere vrouwen de raad om de griepprik te zetten en een vaccin tegen

kinkhoest. Onderzoek heeft aangetoond dat dit volkomen veilig is, zowel voor de moeder als voor het ongeboren kind. Recente studies bij grote groepen zwangere vrouwen tonen aan dat er geen onverwachte nevenwerkingen optreden.

De vaccinatiecampagnes hebben bovendien hun nut. Onderzoek toont aan dat kinkhoest en griep zowel bij zuigelingen als bij zwangere vrouwen minder voorvalt en dus minder voorkomt. Dat is een wenselijk effect. Een zwangere vrouw loopt meer kans dat ze door griep in het ziekenhuis belandt en het virus kan ook de gezondheid van haar ongeboren kind ernstig aantasten. Door tijdens de 24ste en 32ste week van de zwangerschap ingeënt te worden tegen kinkhoest, geeft een aanstaande moeder ook antistoffen door aan haar toekomstige zoon of dochter. Die is dan meteen vanaf de geboorte beschermd tegen deze bacteriële infectie dat hem of haar dodelijk ziek kan maken.

Conclusie: eerder niet waar

‘Voor je immuniteit is het beter om de ziekte door te maken’

Wie een infectieziekte op een natuurlijke wijze doormaakt en er zonder al te veel kleerscheuren vanaf komt, kan levenslang beschermd zijn tegen de ziekte. Dat is bijvoorbeeld het geval bij mazelen of rubella. Meestal bouw je dan meer antistoffen op dan na vaccinatie. Al geldt dat niet voor elke infectieziekte. Griep, klem, kinkhoest… Dat zijn allemaal ziektes die je telkens opnieuw kunt doormaken.

Sommige vaccins, zoals het HPV-vaccin, wekken net meer antistoffen op en bieden daardoor een betere bescherming dan wanneer je de ziekte zou doormaken.

Een ziekte doormaken houdt overigens enkele belangrijke risico’s in. Je kan niet kiezen aan hoeveel bacteriën en/of virussen je wordt blootgesteld, net zomin je kunt beslissen wanneer je besmet raakt. Een zuigeling die kinkhoest krijgt, kan daaraan sterven. Een puber met mazelen riskeert ook te overlijden of kan een hersenletsel oplopen. Bij een vaccin heb je daarentegen de dosis en het tijdstip onder controle. Sommige vaccins bieden levenslange bescherming, andere moet je regelmatig herhalen.

Conclusie: eerder niet waar

‘Niet iedereen is na vaccinatie beschermd’

Alles hangt af van wie gevaccineerd wordt en met welk vaccin. Over het algemeen zijn vaccins doeltreffender dan eender welk geneesmiddel. De meesten die een prik krijgen, zijn dus beschermd. Bij sommige vaccins uit het basisprogramma in België gaat het zelfs om een bescherming van 100 procent. Twee dosissen mazelen-bof-rubella garanderen een bescherming van 95 procent, wat betekent dat dus een klein aantal mensen nog steeds vatbaar is voor de ziektes ondanks de inenting. Ook de leeftijd of medische toestand van iemand bepaalt hoe effectief een vaccin is. Zij moeten dan rekenen op de groepsimmuniteit, om zo onrechtstreeks beschermd te krijgen.

Bij sommige vaccins is de bescherming niet levenslang en moeten er herhalingsdosissen gegeven worden.

Conclusie: eerder waar

‘Vaccins beschermen tegen onschuldige kinderziektes’

De infectieziektes waartegen vaccins beschermen, kunnen zware verwikkelingen veroorzaken of zelfs fataal aflopen. Een behandeling is vaak niet mogelijk of slaat niet snel genoeg aan. Infecties met meningokokken, pneumokokken, tetanus of difterie evolueren zodanig snel dat het sterftepercentage aanzienlijk is. En wie het overleeft, loopt risico op restletsels zoals doofheid, mentale retardatie of amputatie van meerdere ledematen.

Voor virale aandoeningen zoals mazelen, griep, hepatitis B of ebola geldt hetzelfde: er is geen behandeling en in sommige gevallen kan het dodelijk zijn.

Conclusie: niet waar

‘Van het mazelenvaccin krijg je autisme’

‘Het mazelenvaccin veroorzaakt autisme.’ Het is een hardnekkige mythe die op verschillende websites circuleert. Het verwijst naar een frauduleuze studie van Andrew Wakefield die eind jaren 90 in het gerenommeerde vakblad The Lancet verscheen. Wakefield beschrijft daarin een link tussen het MBR-vaccin en autisme, maar achteraf bleek dat het desbetreffende artikel mee gefinancierd werd door tegenstanders van vaccins en dat hij onderzoeksresultaten had aangepast en patiëntengegevens had gemanipuleerd. Het artikel werd vervolgens teruggetrokken door The Lancet, iets wat hoogst uitzonderlijk is.

Als antwoord op de Wakefield-fraude zijn er verschillende grootschalige studies opgezet bij gevaccineerde en niet-gevaccineerde kinderen. De conclusies waren telkens opnieuw duidelijk: er is absoluut geen verband tussen het MBR-vaccin en autisme.

Wat mee verwarring veroorzaakt, is dat de leeftijd waarop de diagnose van autisme voor het eerst gesteld wordt, vaak ook de leeftijd is waarop de eerste dosis van het vaccin wordt toegediend.

Conclusie: niet waar

‘Er zit aluminium in vaccins’

Aluminium is een van de meest gebruikte hulpstoffen in vaccins. De aluminiumverbindingen zorgen ervoor dat ons afweersysteem beter reageert op de prik, waardoor de werkzaamheid stijgt. Wat mensen vaak niet weten is dat aluminium in zowat alles zit, ook in de lucht, in ons voedsel en in drinkwater. Per dag krijgen we ongeveer vijf tot tien milligram aluminium binnen door te ademen en te eten. Het is pas als we erg hoge dosissen binnen krijgen, dat het schadelijk kan zijn. De Amerikaanse Voedselautoriteit (FDA) schat dat we dagelijks zo’n 0,10 tot 0,12 milligram/kilogram innemen via voedsel. Het minimale risiconiveau is volgens diezelfde FDA 1 milligram/kilogram, ook voor baby’s. Een vaccin bevat, naargelang de soort, 0,1 tot 0,5 milligram per dosis. De concentratie aluminium in het lichaam na een vaccinatie blijft dus ver onder de toelaatbare niveaus.

Conclusie: waar

‘Van het griepvaccin krijg je griep’

Er zijn wel wat mensen die klagen dat ze zich grieperig voelen na een griepvaccin. Toch is het onmogelijk om na die prik de griep te krijgen. In dat vaccin zit een dood virus, terwijl je de ziekte enkel kan krijgen van een levend virus.

Wat daarom niet betekent dat wie zich ziek voelt zich dat inbeeldt. Je lichaam reageert op dat vaccin, wat ervoor kan zorgen dat je je hangerig, moe en slap voelt.

Bovendien is het niet helemaal uitgesloten dat je na het vaccin alsnog griep krijgt. Het duurt twee weken vooraleer de prik bescherming biedt. En soms wordt er nog in het griepseizoen gevaccineerd, vandaar de mogelijke verwarring.

Daarnaast is het vaccin een beredeneerde gok. Farmaceutische bedrijven ontwikkelen elk jaar een nieuw vaccin op basis van de voorspellingen van de Wereldgezondheidsorganisatie over een aantal griepstammen. Vaak zijn die juist, maar af en toe valt het voor dat een vaccin niet de juiste stammen bevat en daardoor onvoldoende bescherming biedt.

Conclusie: niet waar

(Bronnen: RIVM, interviews met Pierre Van Damme, Corinne Vandermeulen, Heidi Theeten, Isabel Leroux, Marc Van Ranst, Laatjevaccineren.beKritische vragen vaccinaties: factchecks UAntwerpen, Gezondheid en Wetenschap, WHO, Lancet, CDC, Sciensano, FAGG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234