Zondag 19/05/2019

Buitenaards leven

Nederlandse vondst “veelbelovend” voor zoektocht naar buitenaards leven

Met de ontdekking van Lucas Patty kunnen we volgens astronoom Frans Snik uiteindelijk licht uiteenrafelen op zoek naar tekenen van leven in het heelal.

Ontdekken we straks buitenaards leven dankzij een Nederlandse uitvinding? Dat zou kunnen, nu een promovendus van de Vrije Universiteit heeft gemeten dat organisch weefsel een unieke handtekening achterlaat in licht.

Schijn een zaklamp op een ­kamerplant en na aanraking met de plant maakt het licht een soort kurkentrekkerbeweging, toont bioloog Lucas Patty in het proefschrift dat hij maandag verdedigt. Het mensenoog merkt daar niets van, maar het apparaat dat Patty ontwikkelde, pikt dit voor het eerst op.

De kurkentrekkerbeweging ontstaat doordat leven orde schept in chaos, legt Patty uit. Zoals de linker- en de rechterhand elkaars spiegelbeeld zijn, zo bestaan er moleculen die elkaars spiegelbeeld zijn maar verder niet verschillen. Normaal gesproken, zitten de verschillende vormen willekeurig door elkaar heen, maar levende weefsels ‘kiezen’ tijdens hun groei consequent voor één vorm. Bijvoorbeeld bij de aanmaak van eiwitten. Door die systematiek weerkaatst licht op een kenmerkende manier.

Nu meet zijn apparaat nog bomen vanaf het dak van de universiteit, maar over twintig jaar gaat het om buitenaards leven vanaf een reuzentelescoop, hopen zijn promotiebegeleiders, astrobioloog Inge-Loes ten Kate (Universiteit Utrecht) en astronoom Frans Snik (Universiteit Leiden).

Buitenaardse wouden of alien-algen

Meet je dit, dan meet je leven, legt Frans Snik uit. Zo’n zekere methode ontbreekt volgens hem nog in de zoektocht naar buitenaards leven. “Je kan bijvoorbeeld aan het lichtspectrum zien of er zuurstof in een buitenaardse atmosfeer zit. Maar er zijn ook andere oorzaken dan leven die zuurstof verklaren.” Volgens Ten Kate is de nieuwe techniek een van de “meest veelbelovende technieken op de middellange en lange termijn”.

Want het is te vroeg om de uitvinding op de hemel te richten, op jacht naar buitenaardse wouden of alien-algen. Huidige telescopen kunnen het licht niet meten van aardachtige exoplaneten, die buiten ons zonnestelsel staan. Op die afstand verdrinkt het licht van de planeet in het fellere licht van de ster.

De eerste telescopen die wél gevoelig genoeg zijn om dit licht te meten, zijn volgens Snik binnen tien jaar af. “Vanaf dan kunnen we dit licht uiteen rafelen op zoek naar tekenen van leven.” Hij hoopt de Nederlandse vondst rond 2035 toe te passen op een telescoop die in een baan om de aarde is gebracht.

Dan nog zullen we van exoplaneten niet meer zien dan een pixel. Of dat genoeg is voor de nieuwe techniek, moet nog blijken, zegt Ignas Snellen, hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en niet betrokken bij het onderzoek. “Misschien is het daarom bruikbaarder om te zoeken in ons eigen zonnestelsel, bijvoorbeeld op de ijsmaan Europa (bij Jupiter, red.), dan bij exoplaneten”, mailt hij.

Het onderzoeksteam begint met meer metingen op aarde. Volgend jaar vanuit een vliegtuig, over drie jaar hopen ze er een meetinstrument naar beneden te richten vanaf ruimtestation ISS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.