Dinsdag 23/07/2019

Video

Nederland wint vernieuwde editie Groot Dictee

Nederland heeft zaterdagavond de 26e en vernieuwde editie gewonnen van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. De twee Nederlandse finalisten, scenarist en regisseur Frank Ketelaar en Volkskrantlezer Mark Beumer, versloegen het Vlaamse koppel Bart Cannaerts (stand-upcomedian en televisiemaker) en Bert De Kerpel.

Het NTR-programma had dit jaar voor het eerst een andere opzet dan de voorgaande 25 keer. Eerder won degene met de minste fouten. Nu namen na het dictee een Nederlands en een Vlaams team het tegen elkaar op in de finale. In die teams zaten de beste 'gewone' speler en de beste prominente speler.

Zij moesten achtereenvolgens zes moeilijke woorden spellen: tomaten-groentesoep, of-of-, caffè latte, F-16-piloot, déjà-vugevoel en gequeued. In de finaleronde maakten de Nederlanders zes fouten. De Vlamingen maakten er acht.

De zestig deelnemers maakten gemiddeld 23 fouten (de Vlamingen maakten gemiddeld 21 fouten, bij onze noorderburen waren dat er 24, red.) evenveel als vorig jaar. Beumer en De Kerpel hadden als gewone deelnemers uit Nederland en Vlaanderen allebei de beste score, met elf fouten. Cannaerts was de beste bekende Vlaming met zestien fouten. Ketelaar mocht met achttien fouten als beste BN'er naar de finale.

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris schreef de tekst voor het dictee, met de titel 'Lang leve het heen-en-weer'. De deelnemers moesten zich vastbijten in woorden als redemptorist, collocatie, caoutchouc en promiscuïteitbevorderende seksshops. Joris is vooral bekend van haar reisverhalen. Het eerste deel van haar dictee speelt zich dan ook in Congo af. Ze begon haar schrijversbestaan als journalist voor onder meer de Haagse Post en NRC Handelsblad.

Bert De Kerpel, Bart Cannaerts, Freek Braeckman, Filip Freriks, Frank Ketelaer en Mark Beumer. Beeld Men at Work/VRT

Lang leve het heen-en-weer

Ik was een pensionaatsmeisje met een goeiige nonkel die redemptorist was en 's zondags te allen tijde een soutane droeg. In de Congolese brousse praatte hij Kikongo en dronk palmwijn zo zacht als leguanenhuid.

Pontificaal gezeten in mijn bomma's fauteuil, onder de Byzantijnse afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand in haar karmozijnrode gewaad, een drupje Elixir d'Anvers op het ovale bijzettafeltje, liet heeroom tijdens zijn congé sigarenrook de kamer in kringelen.

Op mijn tweeëntwintigste verliet ik dit sacrosancte, breliaanse universum en verkaste naar Nederland, waar een kotelet een karbonade heette, caoutchouc rubber, een froufrou een pony en een brood niet grijs was maar bruin.

In Mokum voelde ik me algauw senang. Ik leerde jij-bakken pareren, linkmiegels vermijden en ervoer mijn expatriatie nooit als een collocatie. Allengs maakte ik kennis met hachee, gruttenpap en krentjebrij, maar ook met saté en spekkoek, en at niet alleen halal maar ook koosjer.

'Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?', weifelde mijn moeder. Ze prefereerde inmiddels dat ik Neerpelts sprak - alles beter dan dat gutturale Hollands. Mijn vader fulmineerde tegen het perfide drugsbeleid van de noorderburen en hun promiscuïteitbevorderende seksshops, maar hun eloquentie apprecieerde hij en het Groot Dictee miste hij niet één keer.

Jeminee, ben ik na al die jaren verkaasd? Vast en zeker, al val ik geenszins van Scylla in Charybdis wanneer ik - om te spreken met de onlangs verscheiden Drs. P - vice versa heen en weer vaar tussen beide taal- en cultuuroevers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden