Vrijdag 24/05/2019

Ruimtevaart

Na het maanplantje, de ruimtebaby: Nederlands bedrijf heeft grootse plannen

Beeld AFP

Met een katoenplantje slaagde China er vorige week in een aardse levensvorm op een ander hemellichaam te laten leven. Een Nederlands bedrijf gaat verder: het wil in 2024 een kind ter wereld brengen in de ruimte. Op weg naar de kolonisatie van het heelal.

Een Nederlands bedrijf wil in 2024 als eerste een baby ter wereld brengen in de ruimte. De buitenaardse bevalling moet de kiem leggen voor het toekomstvisioen van Elon Musk en Stephen Hawking: de kolonisatie van andere planeten. Maar voor er een tijdperk kan aanbreken van leven tussen de sterren moet SpaceLife Origin met hulp van de wetenschap nog wel drie astronomische breinbrekers zien te kraken: de schadelijke effecten van kosmische straling, G-krachten en gewichtloosheid op moeder en kind.

“Een klein stapje voor een baby, maar een reuzenstap voor de mensheid”, zo typeert SpaceLife Origin-grondlegger Egbert Edelbroek het tot ‘Mission Cradle’ gedoopte plan. Zes vrouwen hebben zich inmiddels aangemeld om over vijf jaar tijdens een 24- tot 36-urige missie de eerste ruimtebaby uit de geschiedenis te baren, vertelt Edelbroek. Tegen die tijd hoopt het 12 werknemers en 65 wetenschappelijk adviseurs tellende SpaceLife Origin al twee andere mijlpalen te hebben bereikt: volgend jaar een ‘Ark’ met duizend buisjes vol ei- en zaadcellen voor 25 jaar in een baan om de aarde schieten en in 2021 een bevruchting laten plaatsvinden in een embryo-incubator in de ruimte.

Beeld DM

Zo hoopt SpaceLife Origin, eind oktober gelanceerd tijdens de Californische innovatieconferentie Harvest Summit, de mensheid een stap verder te helpen in haar metamorfose tot ‘multiplanetaire diersoort’, zoals Elon Musk het verwoordt. De roerganger van Tesla en SpaceX bepleit de kolonisering van het vooralsnog hardnekkig onbewoonbare Mars, als ‘collectieve levensverzekering’ tegen klimaatopwarming en andere catastrofes. “Vroeger of later zullen we het leven moet uitbreiden tot voorbij onze kleine blauwe modderbal – of anders uitsterven.” De Britse natuurkundige Stephen Hawking (1942-2018) waarschuwde voor zijn dood dat de mens nog maar 100 jaar heeft om een andere planeet te bevolken, als we tenminste niet de dinosaurussen achterna willen.

Doemdag-scenario’s

Edelbroek somt wat potentiële doemdag-veroorzakers op: asteroïde-inslagen, pandemische virussen, supervulkaanuitbarstingen, robotrevoltes. “Of denk aan de nucleaire dreiging: er hoeft maar één Kim Jong-un, Trump of Poetin op het verkeerde knopje te drukken.” En je hoeft niet aan planetaire hypochondrie te lijden om in elk geval de meest urgente bedreiging serieus te nemen, zegt Edelbroek: klimaatverandering. “In tegenstelling tot een asteroïde-inslag, of de uitbarsting van een supervulkaan die nog wel 30.000 jaar op zich kan laten wachten, is klimaatverandering volstrekt voorspelbaar, en onafwendbaar als we niet ingrijpen.” Natuurlijk moet de mensheid zich vooral bekommeren om ‘plan A’ – de aarde redden – maar het is ook broodnodig om alvast een plan B te hebben, vindt Edelbroek.

Maar waarom zou de oplossing voor een probleem van galactische proporties in vredesnaam beginnen bij een organisatiekundige (Edelbroek) en een zakenman en ex-Kodak-bestuurder (CEO Kees Mulder)? Tot nu toe is SpaceLife Origin vooral een spin in een web van wetenschappers en zakenmensen, legt Edelbroek uit: 65 biologen, natuurkundigen, ruimtevaartuigfabrikanten, juristen, moraalfilosofen en andere experts staan de Nederlandse start-up met raad en daad bij.

In de eerste missie, Mission Ark, wil SpaceLife Origin duizend buisjes vol ei- en zaadcellen met een satelliet in een baan om de aarde schieten. Beeld Damon De Backer

Zoals David Cullen, hoogleraar astrobiologie aan Cranfield University. Een tiental van Cullens masterstudenten werkt momenteel als afstudeerproject aan ‘Mission Ark’. Zij breken zich bijvoorbeeld het hoofd over wat de ideale draagraket is om menselijke voorplantingscellen naar de ruimte te sturen, of over hoe hoog en onder welke hellingshoek het ruimtevaartuig het beste om de aarde kan draaien om de blootstelling aan straling van de eitjes en zaadjes te minimaliseren.

De deadline van 2020 noemt Cullen ‘extreem uitdagend’, ook omdat de financiering nog niet rond is: SpaceLife Origin haalde bij een eerste kapitaalronde 500.000 euro op, en mikt nu in ronde twee op 4 à 5 miljoen euro. Maar dat ‘Mission Ark’ binnen een paar jaar het ruimtesop zal kunnen kiezen, daar twijfelt Cullen niet aan. “Tot dusver zijn we geen overduidelijke technologische spelbrekers tegengekomen.”

Cullen ziet SpaceLife Origin als typisch voorbeeld van NewSpace, de door commerciële bedrijven gedreven renaissance van de ruimtevaart, met als bekendste representanten het in een ruimterace verwikkelde SpaceX van Elon Musk en Blue Origin van Jeff Bezos. “Er heeft een paradigmawisseling plaatsgevonden in de ruimtevaart, met veel meer snelheid en ondernemersgeest dan vroeger. Daardoor kan zoiets als Mission Ark binnen een paar jaar een feit zijn.”

Ziedende heksenketel

Heel wat meer beren op de (melk)weg zien wetenschappers voor de eerste ruimtebaby in 2024. De Amerikaanse seksuoloog Alexander Layendecker, gepromoveerd op de barrières voor menselijke voortplanting op andere planeten, maakt zich zorgen over de gevolgen van kankerverwekkende straling op moeder en kind. De sterrenhemel lijkt zo sereen vanaf onze aardkloot, maar is in werkelijkheid een ziedende heksenketel vol ioniserende straling, beschrijft Layendecker. Ook al beogen de Nederlanders een ruimtemissie van slechts 24 tot 36 uur, en zal de ingeleide bevalling plaatsvinden in de beschermende omgeving van een ruimtestation of raket, toch is de blootstelling fors, zegt hij. “Astronauten op het Internationaal Ruimtestation ISS staan bloot aan een stralingsdosis van 2,6 millisievert per dag, tegenover 2,4 millisievert voor de gemiddelde mens in een heel jaar.”

Edelbroek hoopt het stralingsgevaar onder meer in te dammen door ruimtemoeders in spe samen met hun partners en kinderen vooraf te testen op hun natuurlijke weerstand tegen straling. Ook wil hij testen hoe goed hun cellen in staat zijn om door straling veroorzaakte DNA-schade te repareren. De vrouw met de beste score zou dan de ruimte in mogen om te bevallen. Het is inderdaad mogelijk dergelijke testen uit te voeren, bevestigt de Deense geneeskundige Morten Scheibye-Knudsen (universiteit van Kopenhagen), gespecialiseerd in de gevolgen van DNA-schade voor het verouderingsproces. “Toch zou ik een vrouw op dit moment niet adviseren om in de ruimte te bevallen”, zegt Scheibye-Knudsen. “Daarvoor zijn denk ik eerst meer experimenten op andere organismen vereist.”

Ook de Belgische bioloog Angelo Vermeulen, die aan de TU Delft doctoreert op langdurige ruimtereizen, pleit voor meer proeven met dieren voordat we overhaast een vrouw laten bevallen in het bovenmaanse. Bijvoorbeeld om de gevolgen van microzwaartekracht (bijna-gewichtloosheid) te meten, zoals aantasting van het evenwichtsorgaan of een zwakker hart, doordat de hartspier in de ruimte minder hard hoeft te werken om bloed rond te pompen. Er zijn wel hoopgevende proeven geweest met onder meer poelslakken, kreeftjes en Japanse rijstvissen, maar die leven in het water en zijn dus gewend aan minder zwaartekracht, constateert Vermeulen, in 2013 gezagvoerder van een nagebootste Mars-missie van de NASA op de Mauna Loa-vulkaan op Hawaii. “Kakkerlakken kwamen ook goed uit proeven, maar ja, die overleven overal.”

Minder G-krachten 

Vermeulen verwacht dat de gevolgen van gewichtloosheid tijdens een missie van slechts 24 à 36 uur zullen meevallen, maar hij vreest wel voor wat de hoge G-krachten tijdens een ruimtevlucht zullen doen met een foetus en pasgeborene. Weliswaar zijn de maximale G-krachten op astronauten in moderne ruimtevaartuigen als de Dream Chaser inmiddels teruggebracht tot 3G – ter vergelijking: de Python in de Efteling haalt 3,5G, een Formule 1-wagen in een bocht 5G – maar dat is nog altijd te veel, vindt ook Edelbroek. “3G op een babynek, dat is onacceptabel.”

Edelbroek hoopt dat de ontwikkeling van ruimtevaartuigen met steeds lagere G-krachten doorzet. Tegelijkertijd broedt hij op manieren om de schadelijke effecten van hoge G-krachten te verzachten, bijvoorbeeld met een drukpak zoals F-16-piloten dat dragen – maar dan in de vorm van een rompertje – of door de baby in water te laten zweven. Vermeulen voelt er meer voor om het probleem simpelweg te omzeilen door zonder raket te reizen. Bijvoorbeeld met een ruimtelift, een al meer dan honderd jaar aangekondigde, maar nog steeds niet gerealiseerde uitvinding. Daarmee zou de pasgeborene via een tienduizenden kilometers lange kabel een lift naar de aarde kunnen krijgen. Maar, zegt Vermeulen, de bouw van een ruimtelift laat misschien nog decennia op zich wachten.

“Natuurlijk”, zegt Edelbroek, “we hebben de lat heel hoog gelegd met 2024 als deadline. We houden er rekening mee dat we twee à drie jaar vertraging zullen oplopen.” Maar goed, zegt hij, wat stelt een paar jaar langer wachten op de eerste ruimtebaby nu voor in het licht van de kosmos?

De missies op een rij

Missie Ark (2020): Genetisch materiaal opslaan in de ruimte in een satelliet. Tevens een soort back-up voor de mensheid mocht die ­door een catastrofe vergaan.

Missie Lotus (2021): 
Met ivf-technieken eicellen ­bevruchten in de ruimte, die na ­terugkeer op aarde teruggeplaatst worden bij de moeder.

Missie Cradle (2024): 
Een hoogzwangere vrouw reist ­samen met een medisch team de ruimte in en bevalt daar van haar kind, de eerste ruimtebaby. 

Wat staat in het paspoort van een ruimtebaby?

De nationaliteit van een ruimtebaby is onontgonnen juridisch gebied, vertelt Edelbroek. Geboortes in vliegtuigen vormen het enige vergelijkingsmateriaal. Het paspoort van Shona Owen vermeldt bijvoorbeeld ‘Houdster geboren in een vliegtuig 10 mijl ten zuiden van Mayfield, Sussex’. Haar zeven maanden zwangere moeder Debbie vloog in 1990 huiswaarts van Ghana naar Londen toen boven Algerije de weeën begonnen. Een Nederlandse dokter, toevallig aan boord, hielp Shona Kirsty Yves – oftewel S.K.Y. – ter wereld. Ze kreeg haar moeders Britse nationaliteit, maar het had anders kunnen lopen als ze niet in Brits luchtruim was geboren. Een kind kan de nationaliteit krijgen van het land waar het vliegtuig geregistreerd staat, als dit land de ‘Conventie voor het Verminderen van Stateloosheid’ heeft ondertekend. De Verenigde Staten behoren niet tot de ondertekenaars, waardoor een baby de Amerikaanse nationaliteit kan krijgen bij een geboorte in Amerikaans luchtruim.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.