Vrijdag 02/12/2022

ReportageKlimaat

Moderne technologie en traditionele kennis: zo leren Inuit omgaan met steeds dunner ijs

IJsbergen bij de floe edge, de rand van het zee-ijs bij de ingang van Pond Inlet, een zeearm in het noorden van Baffin Island.  Beeld Marlena Waldthausen
IJsbergen bij de floe edge, de rand van het zee-ijs bij de ingang van Pond Inlet, een zeearm in het noorden van Baffin Island.Beeld Marlena Waldthausen

Het klimaat verandert snel in het Canadese Noordpoolgebied, en daarmee het zee-ijs waarvan de lokale Inuit afhankelijk zijn. De wetenschap erover kwam altijd van buiten. Nu nemen Inuit de zaak in eigen hand.

Ben van Raaij

Je moet ze in vliegende vaart nemen, de scheuren in het zee-ijs. Calvin, de bestuurder van de sneeuwscooter, neemt een aanloop, geeft gas en sleept de qamotik, de traditionele houten Inuit-­slede, vrijwel zonder schokken over de metersbrede breuk in het ijs van Pond Inlet, een zeearm in het noorden van Baffin Island, in het Cana­dese hoge noorden. Onder ons vangen we een glimp op van het inktzwarte water.

We bevinden ons, gezien de vele sporen in de sneeuw, op een snelweg over het ijs. Tientallen sneeuwscooters en qamotiks zijn ons hier begin juni al voorgegaan. Aan weerszijden rijzen besneeuwde bergen en gletsjers hoog op, voor ons strekt zich een onafzienbare ijsvlakte uit, doorsneden door verraderlijke scheuren en wakken. Te water raken betekent hier een wisse dood, maar Inuit zoals Calvin weten precies wat ze doen.

Zekerheden verdwijnen echter voor de oorspronkelijke bewoners van de Cana­dese Arctic. De klimaatcrisis zet snel door. Het zee-ijs dat hier nog driekwart van het jaar ligt, wordt dunner, het vormt zich later (niet begin oktober maar begin november) en breekt eerder op (begin juni in plaats van begin juli). Scheuren verschijnen vaker en op andere plekken dan voorheen, ijsvlaktes die altijd betrouwbaar waren zijn nu riskant en zich verleggende stromingen veranderen de bevroren zee elk jaar.

Dat heeft grote gevolgen voor de vijftienhonderd inwoners van Pond Inlet (of Mittimatalik, zoals zij de plaats noemen), die nog net als hun voorouders afhankelijk zijn van het ijs: ze reizen erop om op zeehonden en narwals te jagen en contact te houden met andere nederzettingen in dit lege land. Dat wordt moeilijker naarmate het ijsseizoen korter wordt en de condities onvoorspelbaarder. Steeds vaker gebeuren er ongelukken en soms komt een jager niet terug.

Liefde en respect

Ziedaar SmartICE: een project met als doel om de inwoners van Pond Inlet en andere arctische gemeenschappen naast hun eigen knowhow een extra middel te geven om veilig over het ijs te reizen. En wel door het combineren van de in duizenden jaren opgebouwde Inuit Qaujimajatuqangit (IQ, ‘Inuit traditionele kennis en waarden’) en moderne technologie, zoals remote sensing en satellietbeelden. Zodat die laatste, federaal verzameld voor de scheepvaart, nu ook ten goede komen aan de Inuit.

En dat is ook echt nodig, zegt Andrew Arreak (37), hoofd SmartICE in Noord-­Baffin en vader van vijf. “Het jachtseizoen is door de opwarming twee maanden korter dan vroeger. Dat heeft directe gevolgen voor onze gemeenschap, die voor haar voedsel en inkomen nog steeds sterk afhankelijk is van de jacht. Het beïnvloedt ook ons welzijn. Mensen krijgen in het voorjaar, als het jachtseizoen begint, een enorm verlangen naar country food. Ze voelen zich ziek als ze niet op tijd hun ­makta (rauwe narwalhuid) krijgen, ik ook. Alles wat helpt om langer veilig het ijs op te kunnen, is van levensbelang.”

Andrew Arreak (37), hoofd SmartICE in Noord-Baffin, meet de dikte van het ijs op een strategische plek met een van de stationaire sensoren.  Beeld Marlena Waldthausen
Andrew Arreak (37), hoofd SmartICE in Noord-Baffin, meet de dikte van het ijs op een strategische plek met een van de stationaire sensoren.Beeld Marlena Waldthausen

Concreet draait SmartICE om het opstellen van actuele landkaarten, of beter zee-ijskaarten, en het delen ervan via een onlineplatform, Siku. Medewerkers voeren data in op basis van eigen metingen, weerprognoses en satellietbeelden. Gebruikers kunnen bijna realtime checken hoe goed het ijs is op hun traject (smart­phones zijn sinds een jaar of vijf alomtegenwoordig in Pond Inlet) en ook zelf gegevens uploaden, zoals foto’s van nieuwe scheuren in het ijs. Prints van de kaarten worden ook opgehangen in het dorp.

Mobiele sensor

Tijdens een tocht over het zee-ijs laat Andrew Arreak zien hoe het werkt. We denderen vooruit op zijn Ski-Doo-sneeuwscooter, de zon brandt op het ijs en in de verte lonken de besneeuwde bergen van Bylot Island, 30 kilometer ver, maar op het oog kun je ze bijna aanraken. Achter Arreaks Ski-Doo hangt de SmartQamutik, een houten slede met een mobiele sensor die ijs- en sneeuwdiktes registreert, die Arreak afleest op een schermpje op zijn stuur. Hij rijdt zo in het seizoen een- tot tweemaal per week veelgebruikte reisroutes af (en in het verraderlijke voorjaar zoveel mogelijk) en laadt de metingen daarna in op de app.

Na een halfuurtje (we moeten even zoeken met de gps) stoppen we ergens op de ijsvlakte. Bijna onzichtbaar steekt een dubbele buis enkele decimeters uit boven het ijs. Het is een SmartBuoy: een stationaire sensor, het complement van de SmartQamutik, een pvc-gevaarte van 3,5 tot 5 meter dat op strategische plekken in het ijs kan worden geplaatst en daar naast de ijsdikte ook de temperatuur van lucht, sneeuw, ijs en water registreert, en die data tweemaal daags verzendt naar een satelliet.

Arreak klopt op het instrument, waar weinig aan te zien is. “We hebben de sensor hier op verzoek van de gemeenschap geplaatst, omdat het ijs in dit deel van de Inlet in het voorjaar sneller gevaarlijk wordt dan het omringende ijs.” Het ijs is hier nu 1,8 meter dik, wat geen probleem is. “Je kunt vanaf 45 centimeter ijsdikte reizen met de sneeuwscooter. Is het minder, dan ga je te voet en gebruik je een harpoen om het ijs te peilen, net zoals vroeger.”

Het zee-ijs is voor de Inuit een deel van wie ze zijn, zegt Arreak, als we de intense stilte even op ons laten inwerken. “Ik voel een diepe liefde en respect voor het ijs. Er is niets wat ermee te vergelijken is. Het is heilzaam om op het ijs te zijn, te werken of te jagen. Weg uit de gemeenschap, buiten bereik van je telefoon, zien en ervaren wat mijn voorouders lang geleden zagen en ervoeren. Ons leven en onze gemeenschap zijn veranderd, op allerlei manieren, maar dit ijslandschap is nog steeds hetzelfde.”

‘Een geweldig initiatief’

Het idee voor SmartICE werd in 2010 geboren in Nain, Labrador, na een voorjaar met extreem gevaarlijke ijscondities. Onder leiding van Trevor Bell, fysisch geograaf aan Memorial University in Saint ­John’s (Newfoundland), werden technieken ontwikkeld die vanaf 2017 werden uitgerold over de hele Canadese Arctic. Smart­ICE is nu als een ‘social enterprise’ actief in meer dan dertig Arctische gemeenschappen en heeft 25 medewerkers in vaste dienst, plus meer dan honderd oproepkrachten in het ijsseizoen.

Een geweldig initiatief, zeggen een paar jagers die in het haventje van Pond Inlet aan hun sneeuwscooters sleutelen. In de verte blaffen de werkloze sledehonden van het dorp op het ijs. Michael Inuarak is net terug van een jachttrip en laadt de buit van zijn Ski-Doo. De twintiger was met zijn familie op het ijs bij Lancaster Sound, waar veel narwals en beluga’s te vinden zijn. Achter hem tegen het huis staat een opgespannen ijsberenhuid. Inuarak gebruikt de app, maar niet uitsluitend. “Ik kijk toch vooral zelf naar het ijs en het weer”, zegt hij. “Bij zware bewolking ziet de satelliet het ijs niet.”

Het SmartICE-project is behalve een technologische aanpassing aan een veranderend klimaat ook een middel om de lokale Inuit-cultuur te versterken door de traditionele kennis over het zee-ijs in leven te houden en over te dragen op jonge generaties. De sensoren worden ook door jonge Inuit gemaakt, in Labrador, “built for and by aboriginals”.

De gemeenschap staat in alles voorop. Arreak overlegt geregeld met een adviescommissie waarin dorpsoudsten, jongeren, jagers en lokale bestuurders zitten. Samen beslissen zij waar de sensors worden neergezet.Die inclusiviteit is cruciaal, zegt antropoloog ­Shelly Elverum, die met haar initiatief Ikaarvik (Brug) tracht westerse wetenschap en technologie en Inuit-­perspectieven bijeen te brengen. “Lang was er wederzijds onbegrip. Wetenschap was gebaseerd op westerse criteria, en Inuit-kennis werd afgedaan als anekdotisch. Ten onrechte. Het is een bewezen kennis voor het dagelijks leven, het product van een oeroud peer-reviewed proces op leven en dood. Voor de Inuit draait alles om overleven.”

‘Nu werken onderzoekers en gemeenschap meer samen’

Vroeger moesten we weinig van die wetenschappers uit het zuiden hebben, zegt ook Arreak. “Die kwamen hier voor hun persoonlijke ambitie en gewin. Ze huurden hooguit een gids, kok of ijsberenwacht in. Wij hielpen ze met hun onderzoek, maar kregen er nooit iets voor terug.” SmartICE wilde in die koloniale situatie verandering brengen, voortaan moesten de Inuit ook baat hebben bij het onderzoek. “Nu werken onderzoekers en gemeenschap meer samen. En krijg ik e-mails van wetenschappers die me vragen aan welk soort onderzoek wíj behoefte hebben.”

Arreak is trots op wat is bereikt. Smart­ICE breidt uit, ook internationaal, en krijgt erkenning, zoals met de United Nations Climate Solution Award in 2017. Hij kreeg zelf ook de nodige prijzen. En journalisten reizen de wereld over om zijn verhaal te horen. Maar het gaat niet om hem, zegt hij, het gaat om de gemeenschap. “Sommigen noemen het een onemanshow, maar het is een communityshow: iedereen draagt bij.”

Andrew Arreak leest op het scherm dat aan zijn stuur zit de gegevens af van de mobiele sensor. Beeld Marlena Waldthausen
Andrew Arreak leest op het scherm dat aan zijn stuur zit de gegevens af van de mobiele sensor.Beeld Marlena Waldthausen

Een paar dagen later vertelt Arreak hoe hij de vorige avond bij het licht van de middernachtzon naar de kop van de Inlet is gegaan om er het door de commissie gewenste weerstation op te stellen. Het gaat hard met het ijs, zegt hij, de scheuren zijn op veel plaatsen al meters breed en het is zoeken naar veilige ijsbruggen. “Het ijs zal snel opbreken. Maar je kunt de cracks nog steeds met de sneeuwscooter de baas. Als je weet hoe.”

Dat weet Calvin wel. Hij loodst ons vandaag na een blik op de ijs-app met zijn sneeuwscooter zonder problemen 65 kilometer over de scheuren in het ijs naar de floe edge, de rand van het zee-ijs bij de ingang van de Inlet. Een overgangsgebied tussen ijs en zee dat ’s zomers dankzij zonlicht en opwellend voedselrijk water wemelt van plankton, vis en ander zeeleven, en het favoriete jachtterrein is van ijsberen en Inuit.

We passeren een vastgelopen ijsberg en twee jagers die een net geschoten zeehond villen, en staan dan ineens bij de rand van het ijs. In de verte duiken Groenlandse walvissen op, hun ademhaling hoorbaar tussen het gekrijs van de meeuwen door. Later is het stil en hoor je alleen nog het werken van het ijs. Het breekt bijna. Over een paar weken zal het weg zijn. En zien de Inuit weer reikhalzend uit naar de herfst.

65 woorden voor ijs

Zoveel woorden als de ‘Eskimo’s’ (de koloniale benaming voor Inuit) volgens de onuitroeibare mythe hebben voor sneeuw (honderden) zijn het niet, maar de taal van de Canadese Inuit, het Inuktitut, kent zeker 65 woorden voor zee-ijs en zee-ijscondities. Het probleem is dat de jongere generaties dat mondeling overgeleverde vocabulaire steeds minder beheersen. Om te voorkomen dat met de woorden ook de kennis verloren gaat, stelde SmartICE een interactief woordenboek in drie dialecten op.

Het is fascinerende lectuur. zee-ijs (siku) is nooit zomaar ijs. Er zijn woorden voor jong en oud ijs, dun en dik ijs, ijs met sneeuw of water erop, voor ijs waarop je kunt lopen en ijs waarover je met de sneeuwscooter kunt reizen (tuvaq), voor scheuren en wakken en voor de stukken open water die zich vaak elk jaar op dezelfde plek vormen, voor gesmolten en weer bevroren ijs, papperig en ruw ijs, ijsschotsen, ijsbergen en blauw meerjarig ijs, en voor alle stadia van het opbreken, de gevaarlijkste situatie. O ja, het woord voor klimaatverandering is silaup asijjiqpallianinga.

Opwarming in Nunavut

De klimaatverandering gaat snel in Nunavut, het autonome Inuit-gebied in het noorden van Canada waarvan Baffin Island deel uitmaakt, veel sneller dan elders in het land. Volgens cijfers van de Canadese overheid is de gemiddelde temperatuur er tussen 1948 en 2016 met 2,7 graad gestegen, tegen 1,7 graad in de rest van Canada. De verwachting is dat de opwarming van de Canadese Arctic in 2050 zal zijn opgelopen tot 4 graden.

De opwarming heeft grote invloed op het gebied en zijn bewoners. Het zee-ijs neemt af: het wordt steeds dunner en onbetrouwbaarder om op te reizen, het vormt zich later en het smelt eerder weg. In het noorden van Baffin Island gaat het om zes tot acht weken minder zee-ijs per jaar. En dat is niet alles: de gletsjers krimpen, permafrost smelt en neerslag neemt toe, sneeuw zowel als regen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234