Zaterdag 15/08/2020

WetenschapDinosauriërs

Minifossiel blijkt ontbrekende schakel in ontstaan van vliegende reuzenreptielen

Reconstructie van de Kongonaphon kely, ‘kleine insectenvreter’. Beeld Alex Boersma

Gigantische dinosaurussen en de vliegende reptielen pterosauriërs hebben een extreem kleine voorouder. Dit blijkt uit de eerste analyse van een fossiel uit Madagaskar van de Kongonaphon kely, ook wel kleine insectenvreter genoemd. 

Het dier heeft lange, dunne poten, kleine, kegelvormige tanden en een maximale lengte van slechts 10 centimeter. Dat kleine formaat levert volgens de onderzoekers cruciale inzichten in de oorsprong van vliegen en het ontstaan van de donsachtige bedekking die bij zowel dinosauriërs als pterosauriërs voorkomt. 

Wanneer het dier precies leefde, is lastig te achterhalen, maar de beste schatting van het internationale onderzoeksteam ligt op zo’n 237 miljoen jaar geleden; een tijdperk waarvan opvallend weinig fossielen bekend zijn. Zeker is wel dat deze nieuwe soort leefde rond de tijd dat er onderscheid kwam tussen dinosauriërs, die op de grond bleven, en pterosauriërs, de reptielen die het luchtruim kozen.

Al in 1998 groeven onderzoekers in Madagaskar het fossiel op, schrijven de onderzoekers in wetenschappelijk tijdschrift PNAS. Sinds deze vondst kreeg het jarenlang weinig wetenschappelijke aandacht. Pas recentelijk raakten onderzoekers van onder meer het American Museum of Natural History er weer in geïnteresseerd.

Stamboom

Het onderzoeksteam van Christian Kammerer, onderzoeker aan het North Carolina Museum of Natural Sciences, maakte een stamboom van het dier door het te vergelijken met andere fossielen. Daarbij keek het team onder meer naar de lengte van de dijbenen, de vorm van de heupkop en de structuur van tanden. Conclusie: de kleine insecteneter zit dicht bij de laatste gemeenschappelijke voorouder van de dino’s en de pterosauriërs.

Het kleine formaat verklaart volgens de onderzoekers goed hoe pterosauriërs op den duur zijn gaan vliegen. Grote dieren komen moeilijk van de grond door hun gewicht en zullen daarom ook niet snel vleugels ontwikkelen. Kleine en lichte dieren, daarentegen, hebben de eigenschappen om te kunnen evolueren tot vliegende dieren. Tot nog toe ontbrak deze miniatuurfase in de tijdlijn van pterosauriërs, aldus de onderzoekers.

Ook voor het ontstaan van dons biedt de kleine insecteneter een tot nu toe ontbrekende schakel in de evolutie. Kleine dieren kunnen namelijk lastig warmte vasthouden. De onderzoekers denken dat de dons als een soort isolatie is ontstaan, net zoals de bontvacht bij zoogdieren voor isolatie zorgt. Voor het dier was dit cruciaal, omdat het leefde in een periode gekarakteriseerd door klimaatextremen. Het is volgens de onderzoekers aannemelijk dat de dons op deze manier is doorgegeven aan de dinosauriërs en pterosauriërs.

“Een goed en interessant onderzoek”, zegt Anne Schulp, paleontoloog van Naturalis en hoogleraar paleontologie aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem zijn er nog tergend weinig goede fossielen bekend uit de periode van voor de oorsprong van dino’s en pterosauriërs. “Het bevestigt hoeveel we nog over evolutie kunnen leren.” Schulp heeft dan ook een duidelijke boodschap naar aanleiding van dit onderzoek: “Terug naar dat veld in Madagaskar en doorgraven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234