Woensdag 16/10/2019

Interview

Lucy, de dochter van Stephen Hawking: "Mijn vader was gek op vuurwerk en feestjes"

Lucy met haar vader in februari 2015. "Als we samen over straat liepen, staarden mensen wel eens naar hem. Dat vond ik zó onbeschoft." Beeld EPA

Hij overleed zeven maanden geleden, maar Lucy Hawking mist haar vader Stephen nog elke dag. Met het laatste boek van de natuurkundige die zo beroemd werd als een popster, hoopt ze hem een passend eerbetoon te geven.

Wanneer Lucy Hawking zich voor het eerst realiseerde dat haar vader anders was? Op de basisschool. Een jaar of 6 was ze, toen ze zo’n klassieke tekening moest maken van haar gezin. Lucy tekende haar vader zittend, terwijl de vaders van alle andere kinderen gewoon stonden. “Dat was het moment waarop het ineens binnenkwam”, herinnert ze zich. “Ik denk dat iemand zelfs nog aan me vroeg: waarom zit jouw vader? Maar dat was wat hij deed. Mijn vader zat.”

Ze werd al snel enorm beschermend. “Als we over straat liepen, staarden mensen weleens naar hem. Dat vond ik vreselijk. Ik vond dat zó ­onbeschoft. Ik probeerde dan terug te staren, ze laten voelen hoe het is als iemand zo naar je kijkt. Maar ja, ik was 6. Het zal weinig indruk hebben gemaakt.”

Al die herinneringen... zeven maanden na de dood van haar vader komen ze terug. Haar vader, de grote natuurkundige. Bestsellerauteur. De man ook met ALS, die het grootste deel van zijn leven sleet in een rolstoel. Bewoner van een lichaam dat zodanig aftakelde dat hij op het einde nog slechts wat spiertjes in het gezicht kon ­bewegen – louter verbonden met de buiten­wereld via zijn kenmerkende stemcomputer. Maar ook gewoon haar vader, de man met wie ze op vakantie ging, bij wie ze op bezoek kwam en met wie ze diepe, intense gesprekken voerde. En altijd was er Stephens ontwapenende humor. Letterlijk onbewogen, “maar met een schittering in zijn ogen”.

Wie was Stephen Hawking?

- Britse natuurkundige (1942-2018) die zijn sporen vooral verdiende op het vlak van de theore­tische fysica. Hij lanceerde baanbrekende ideeën over onder meer de ware aard van zwarte gaten en de oorsprong van het heelal

- werd bij het wereldwijde publiek bekend met A Brief History of Time, een inspirerende bestseller over de frontlinie van onze kennis over de kosmos

- In 2014 al verscheen de biografische film The Theory of Everything. Ook was hij te zien in (onder meer) Star Trek: The Next Generation, The Big Bang Theory en in The Simpsons

- werd ondanks de slopende ziekte ALS 76 jaar oud. Hij stierf op 14 maart van dit jaar

Binnenkort verschijnt zijn laatste werk, De antwoorden op de grote vragen, een boek waarin hij nog één keer antwoord geeft op alle vragen die hij bij leven zo vaak kreeg. Na zijn dood rondde Lucy Hawking het, samen met collega’s van haar vader, in sneltempo af.

Nu staat de pers op de stoep en moet ze haar gevoelens weer oprakelen. Ze heeft er als een berg tegenop gezien, geeft ze toe, maar “het geeft ook veel troost om over mijn vader te praten”.

Op uitnodiging van de Nederlandse uitgever treffen we Lucy Hawking in Londen, op een minuutje lopen van het hectische Piccadilly Circus. In een onopvallend pand vol krappe ­gangen en kamers die tot de nok toe gevuld zijn met kleurrijke boeken, wacht ze in het kantoor van haar agent.

Lucy Hawking is bekend met de boekenwereld. Ze studeerde Frans, Russisch en journalistiek voordat ze besloot om schrijver te worden. Met haar vader schreef ze een reeks kinder­boeken over George en Annie, kinderen die ­avonturen beleven in de kosmos. Een idee dat ze kreeg nadat een jongetje op het verjaardagsfeest van haar zoon haar vader had gevraagd: “Wat zou er met mij gebeuren als ik in een zwart gat val?” “Dan verander je in spaghetti”, was zijn ­antwoord. Tot groot genoegen van de aanwezige kinderen, uiteraard.

Heerlijk heeft ze het gevonden, dat samen schrijven. Teksten uitwisselen, brainstormen over plot en personages. Iets om samen te ­ondernemen. En nu zit ze hier, voor zijn laatste boek. Ze kan nog niet geloven dat hij er niet meer is. “Nu de tijd de ruwe kanten van het verdriet heeft afgeslepen”, schrijft ze in het nawoord van De antwoorden op de grote vragen, “heb ik bedacht dat het verwerken van onze ervaringen eeuwig kan gaan duren”.

Lucy Hawking: "Altijd weer zei ik hem dat ik van hem hield. Dat was ons gebruik. Het kon elk moment afgelopen zijn." Beeld TOM VAN SCHELVEN

Vader en dochter Hawking schrijven samen een boek: hoe gaat dat in zijn werk?

Lucy Hawking: “Bij de kinderboeken die we samen schreven, richtte mijn vader zich op de wetenschap en ik op de fictie. Maar bij het derde boek ging hij ineens ook de plot schrijven. Dat had hij nooit eerder gedaan.

“We konden er samen uren over mijmeren. ‘Nee, ik denk niet dat George dat zou doen’ of ‘Ik heb het gevoel dat Annie nu eens aan de beurt is om de hoofdrol te spelen’. We praatten samen over de personages alsof het echte mensen waren.”

Waren jullie het ook wel eens oneens?

“Ik wilde graag een buitenaards wezen hebben in een van de boeken. Aliens zijn spannend, ik wilde dat George en Annie er eentje zouden ontmoeten. Dat leek me zó leuk. Maar mijn vader zei: nee, je mag geen alien.

“Volgens hem moesten de boeken een ­afspiegeling zijn van de werkelijkheid. Omdat we nog geen contact hebben gelegd met een ­buitenaardse beschaving konden we er niet ­eentje in het boek hebben. Hij had natuurlijk gelijk – al gaf ik dat niet meteen toe.”

Kon je als kind goed met je vader praten? Op een gegeven moment werd hij vanwege zijn ziekte moeilijker verstaanbaar.

“Mijn oudere broer en ik begrepen hem altijd, maar ik kreeg langzaam door dat dat voor andere mensen niet gold. Ze vroegen steeds vaker aan ons: wat zegt hij? Ook sprongen we er zelf soms tussen en herhaalden we wat hij zei. Een jaar of 9 à 10 waren we toen. Alleen moeilijke natuur­kundewoorden moest hij soms nog eens zeggen, omdat we die woorden niet kenden.

“Ik vond het erg vervelend voor hem. Stel je voor dat je zo’n briljante geest hebt, dat je zo veel te vertellen hebt, te delen met de wereld, en dat de mogelijkheid om te communiceren zo snel afneemt. De frustratie moet enorm geweest zijn.”

Totdat hij die beroemde stemcomputer kreeg?

“Ja, rond 1985 was dat, toen ik een jaar of 15 was. Het moet een paar maanden na zijn tracheotomie zijn geweest, een ingreep waarbij hij zijn ­stembanden verloor. Dat maakte het gek genoeg veel makkelijker om te communiceren. Ineens sprak hij in verstaanbare volzinnen.”

In je herinneringen aan je vader, hoor je in je hoofd dan zijn echte stem of die computerstem?

“Wow, ik geloof niet dat iemand me dat ooit heeft gevraagd... Ik denk dat ik ze allebei hoor, ­afhankelijk van waaraan ik terugdenk. Of wacht, misschien is de stem die ik in mijn hoofd hoor wel samengesteld uit beide stemmen.”

Het liep niet altijd soepel binnen je familie. Zo scheidde je vader van je moeder. Kostte het veel moeite om jullie band goed te houden?

“Het schrijven hielp. Dat was iets dat we echt samen konden doen. Maar ik bracht sowieso veel tijd met mijn vader door. Ik bleef soms slapen, kookte voor hem, en mijn zoon wilde altijd graag op bezoek bij zijn opa. Samen met m’n zoon ging ik ook met mijn vader op reis, naar congressen of gewoon op vakantie. Er waren dan altijd enorm veel mensen om hem heen. Dat was weleens lastig, een gek wereldje om in te ­zitten. Maar ik was blij dat er mensen waren die voor hem konden zorgen.”

Hoe gaat dat, op vakantie met je vader? Ga je dan naar het strand? Het is lastig om hem in alledaagse situaties voor te stellen…

“Ik herinner me een vakantie naar Californië, toen mijn vader een onderwijsaanstelling had op Caltech. Mijn zoon was een jaar of 11, 12, dus we gingen naar Universal Studios – het pretpark. Dat was geweldig. We deden de bustour, bezochten sets, gingen naar de filmvoorstelling. Mijn zoon had die dag een honkbalpetje op en een blauw T-shirt aan en deed de hele dag alsof hij zijn opa’s bewaker was. Eén hand aan de rolstoel, de ander beschermend voor mijn vader.”

Merkte je dan dat je op stap was met een bekend persoon?

“Ja. Als we ergens kwamen, waren mensen vaak enorm verbaasd. Zo nam hij mijn zoon ooit mee naar Monkey World, in Dorset. Daar hield een man de deur voor mijn vader open en zei: ‘Wow. Toen ik vanmorgen besloot naar Monkey World te gaan, had ik nooit verwacht Stephen Hawking te zien!’ Nogal wiedes, dacht ik, waarom zou je ook. Dat soort dingen gebeurden vaak.

“Als hij met mijn zoon de stoomtrein nam – wat we wel vaker met elkaar deden – zeiden mensen ook: ‘Ik kan het niet geloven, Stephen Haw­king op een stoomtrein!’ Alles werd bijzonder, wanneer hij het deed. Nadat hij op die stoomtrein was geweest, noemden ze de invalidewagon de Stephen Hawking-wagon. Bij wie gebeurt dat?

“Mijn vader hield van dat soort uitstapjes, maar bijvoorbeeld ook van barbecues, van ­feestjes. En hij kon enorm genieten van vuurwerk. Hij was bevriend geraakt met een aantal gasten die een vuurwerkbedrijf hadden. Die ­kwamen vervolgens elke keer op zijn verjaardag, in de achtertuin, een vuurwerkshow geven van professioneel niveau. Heel Cambridge wist dus wanneer mijn vader jarig was.”

Wanneer ontdekte je dat je vader beroemd was?

“Ook op de basisschool. Op het schoolplein vroeg ik een keer enthousiast tegen iemand: raad eens wie er vandaag op de thee komt bij ons thuis? En ze had het onmiddellijk goed. De koningin, zei ze. Ik was stomverbaasd. Hoe kun je dat nu weten?, vroeg ik. Gewoon, antwoordde ze, dat soort ­dingen gebeuren bij jullie thuis.

“Dat iemand van het koninklijk huis bij me thuis kwam – misschien was het de Duke of Edinburgh, bedenk ik me nu, ik weet het niet meer zeker – was natuurlijk al opmerkelijk. Maar dat mijn klasgenootje daar totáál niet verbaasd over was, dat is me altijd bijgebleven.”

Stephen Hawking met Lucy tijdens een presentatie aan de George Washington University in Washington, 2008. Beeld BELGAIMAGE

Mensen vragen je vaak naar je vader – ik ook nu. Is het niet vermoeiend dat iedereen je ziet als de dochter van Stephen Hawking?

“Gelukkig is mijn achternaam zo generiek dat niet iedereen die conclusie direct trekt. Maar ja, ik heb mezelf die vraag ook vaak gesteld. Alleen kan ik die moeilijk beantwoorden. Ik heb geen ­controle-experiment gedaan, waarbij ik een heel ander leven heb – al zou ik dat best interessant vinden.

“Ik ben vooral trots op hem. En, hoewel het een beetje gek klinkt om te zeggen omdat hij mijn vader is: ik voel me ook bevoorrecht. Het is een prachtige positie om in te verkeren. Nu hij er niet meer is, biedt praten over hem ook troost. Ik heb de afgelopen periode veel gesproken met zijn goede vrienden. We lachen en huilen een beetje en reflecteren over wie hij was. Op wat hij gedaan heeft en hoe hij dat deed. Dat biedt troost.”

En nu is er dus zijn laatste boek. Biedt dat ook troost?

“Ja, al is het ook moeilijk. Het boek is als een gesprek met mijn vader. Intens, diepgravend en humoristisch en boordevol nieuwe inzichten. Dus ja, ik voel een grote treurnis dat dit zijn ­laatste boek is. Het was tot voor kort nog niet ingedaald, dat hij echt weg is. Tot nu. Dat proces begint net pas een beetje.

“Het afronden van dit boek heeft me echt opgeslokt. Ik voelde dat we zijn levenswerk moesten vieren. En het biedt hem de kans om in zijn eigen woorden te vertellen wat hij vond van een breed scala aan onderwerpen.

“Maar nu het boek af is, is er ook een leegte. Wat nu? Dat weet ik nog niet precies.”

Je vader had een ziekte waaraan de meeste patiënten veel eerder sterven. Hoe ging je daarmee om?

“Het was lastig. Ik had oprecht het gevoel dat hij elk moment zou kunnen sterven. Maar dat deed hij niet. En dus begon ik langzaam maar zeker te geloven dat hij eeuwig zou doorgaan. Het leek gewoon niet erg geloofwaardig dat hij er opeens niet meer zou zijn.

“Tegelijk was het doodeng hoe fragiel hij was, zeker toen hij ouder werd. We leefden daardoor continu aan de rand van de afgrond. Telkens als de telefoon ging, dacht ik: is dit het gevreesde telefoontje? Met dat gevoel heb ik heel, heel lang geleefd.

“We hebben allemaal wel gewoon de dingen gedaan die we wilden, maar in je achterhoofd hield je er altijd rekening mee. Wanneer je op vakantie gaat, denk je: als ik snel naar huis moet, wat is dan mijn ontsnappingsroute?

“Het zorgde er ook voor dat ik zelfs na een ruzie – en die hadden we, want we lijken enorm op elkaar – de boel direct weer bijlegde. Altijd weer zei ik dat ik van hem hield. Dat was ons gebruik. Want het kon elk moment afgelopen zijn.”

Ook ‘gewone’ mensen doen dat: zorgen dat je niet boos gaat slapen of kwaad van huis gaat…

“Ja, want je weet het ook gewoon niet. In de tijd dat mijn vader tegen alle verwachtingen in bleef leven, zijn veel mensen die hij kende gestorven. Vaak zonder enige waarschuwing dat hun tijd er bijna op zat. Mijn vader was daarvan altijd enorm onder de indruk. Hij raakte echt van slag als iemand die hij kende onverwacht stierf. Dat zou iedereen natuurlijk hebben, maar voor hem, in zijn situatie… ik denk dat het nog eens extra heftig bij hem binnenkwam.”

Praatte je met hem over het feit dat hij er ineens niet meer zou kunnen zijn?

“Nee. Dat was te pijnlijk voor hem. Te moeilijk om dat met zijn familie te bespreken. Ik weet zeker dat hij het wel met anderen besprak, ­overigens.”

Kon je wel over je emoties praten met hem?

“Absoluut. Dat deden we vaak. Ik mis dat enorm...

“Mijn vader was een echte familieman en heel sociaal. Hij hield van feestjes, wilde graag vrienden over de vloer hebben. Hij wilde op elke mogelijke manier aan het leven deelnemen. Daarom vonden mensen hem ook vaak aardig. Hij was geen geïsoleerd figuur.”

Is dat misschien ook de reden waarom hij het zo lang heeft volgehouden?

“O, zeker. Hij wilde altijd weten welke ­spannende dingen nog gingen komen. Ik heb zijn ­artsen vaak gesproken en ik weet zeker dat zijn medisch dossier net zo uitzonderlijk is als zijn bijzondere geest. Door zijn doorzettings­vermogen en fysieke moed bleef hij maar herstellen en herstellen, terwijl zijn artsen twijfelden of iemand daar überhaupt toe in staat zou zijn. Er zat iets in hem, zowel fysiek als mentaal, dat alles tartte.”

Zag je zijn dood uiteindelijk aankomen?

“Ik wist dat hij afgelopen winter erg ziek was, maar dat was niet zo vreemd. Mensen met ­neurologische ziekten, zoals mijn vader, hebben het in de winter altijd bijzonder zwaar. Vooral de longen hebben het dan flink te verduren. Hij moest in die periode ook wel vaker naar het ­ziekenhuis. Maar ik had ditmaal wel een ­voorgevoel. Ik ben de laatste drie maanden ook bij hem gaan wonen. Dat zegt wel iets.”

In het nawoord van het boek beschrijf je de laatste woorden die je vader tegen je zei: dat je een fantastische dochter was en dat je nooit bang moest zijn. Wist hij dat het einde in zicht was?

(zachtjes, met vochtige ogen) “Ik weet het niet… ik weet het niet.

“Zoals ik al zei: we probeerden altijd goed te gaan slapen. Die laatste drie maanden zei ik elke avond tegen hem, als ik naar bed ging: ik hou van je, lieve pa. En ik zie je in de ochtend. Dat is de denkwijze van een optimist – maar hij was een optimist. Want altijd bestond die kans op een morgen. Op een nieuwe dag.”

Zijn laatste boek

Bestaat er een god? Wat zit er in een zwart gat? Kunnen we de toekomst voorspellen? Zal kunstmatige ­intelligentie ons overvleugelen? De antwoorden op de grote vragen ­(Unieboek, 19,99 euro) bundelt de vragen die Stephen Hawking keer op keer kreeg voor­geschoteld. “Mijn vader had een enorm archief”, zegt Lucy Hawking. “Daarin zit alles dat hij ooit heeft geschreven, alle antwoorden op ­vragen, elke lezing, elk interview.”

Haar vader begon zelf nog met het boek: hij koos de vragen, bewerkte zijn teksten waar nodig, maar haalde het einde van de rit helaas niet. Lucy Hawking besloot daarop het boek af te maken, bijgestaan door Stephens meest naaste wetenschappelijke vrienden.

Het laatste boek van Stephen Hawking verschijnt wereldwijd op 16 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234