Zondag 16/06/2019

Therapie

Luc Van de Ven (65), ouderenpsycholoog in ‘Therapie’: "Alcohol is een onderschat probleem bij ouderen”

Psycholoog Luc Van de Ven is officieel gepensioneerd, maar werkt nog steeds met volle zin op de afdeling voor ouderenpsychologie in het UZ Leuven, die de laatste jaren bijna overrompeld wordt. ‘Vroeger zag ik alleen mensen die van de huisarts móésten komen, nu kloppen ze uit vrije wil bij mij aan omdat ze een betere oude dag willen.’

Hoe komt dat?

“Omdat er door de vergrijzing steeds meer ouderen zijn en omdat de drempel naar de therapeut flink is verlaagd, onder andere dankzij de media.”

U hebt het in uw lezingen over de kunst van het ouder worden. Wat is daarvan het geheim?

“Leren omgaan met verlies. Dat is niet evident, want we leven in een wereld waarin we moeten blijven vooruitgaan en we allesbehalve worden aangemoedigd om te leren omgaan met verlies en tekortkomingen.”

Een wereld ook die ons constant de illusie geeft dat we eeuwig jong kunnen zijn.

“De wijze oudere kan zich wel over dat waanidee heen zetten. Maar er zijn er steeds meer die de ouderdom bestrijden: mannen putten zich uit in sportprestaties, vrouwen richten zich op hun uiterlijk. Dat is niet ongezond, zolang ze hun leeftijd in acht nemen. Ik hoop dat elk verzorgingstehuis een coiffeuse heeft en dat vrouwen en mannen hun uiterlijk blijven verzorgen, maar een vrouw van zeventig moet niet willen concurreren met een vrouw van dertig. De impact van systematische lichaamsbeweging op de gezondheid is het hoogst boven de zestig. Sporten is heel belangrijk op die leeftijd, maar een man van zestig moet niet willen blijven aansluiten bij een peloton dat 35 kilometer per uur fietst.”

U bent een fervente jogger, heb ik gehoord.

“Ja, maar ik zit nu met een knieblessure en daar word ik, eerlijk gezegd, erg chagrijnig van. Elk verlies op het vlak van fitheid zal mij zwaar vallen, dat weet ik. Iedereen heeft een andere zwakke plek. Wat voor de ene een ramp is, is voor de andere een fait divers. Ik ken veel rolstoelpatiënten met een goed moreel, maar ik mag er niet aan denken dat ik immobiel zou worden. Je hebt geluk als het leven je niet pakt op je zwakste plek, en je vooral te maken krijgt met verlies dat je kunt hanteren.”

Wanneer is het beter te kiezen voor iemand die gespecialiseerd is in ouderen, in plaats van een gewone therapeut te raadplegen?

“Dat hangt minder af van de leeftijd dan van de aard van je probleem. We werken in het UZ Leuven rond specifieke thema’s, en de pensionering is daar één van. Voor de meerderheid van de mensen is met pensioen gaan geen probleem, maar veel mannen weten toch een halfjaar tot een jaar niet meer van welk hout pijlen te maken.”

Vrouwen niet?

“Vrouwen hebben hun leven lang drie of vier fulltimejobs gehad – hun baan, de zorg voor de kinderen en hun man, hun sociale leven... Daarvan valt er bij hun pensioen maar één weg. Mannen identificeren zich nog steeds erg met hun job en als ze niet meer naar hun werk moeten, voelen ze geen passie meer en weten ze niet meer waarvoor ze moeten opstaan. Hen begeleiden we om een andere invulling van hun leven te vinden.”

Tuinieren of zo?

“Of de lijnen kalken bij de plaatselijke voetbalclub, het maakt niet uit. Wat ik vaak zie, is dat mannen zich op stamboomonderzoek storten. Ze hebben altijd in het hier en nu geleefd, en ze waren gefocust op hun carrière en financiële zekerheid. Ze zien zichzelf voor het eerst in een ruimere context en vragen zich af: ‘Waar kom ik vandaan? Wat zegt dat over mij? Wie ben ik eigenlijk?’

“Een tweede thema waarmee we veel te maken krijgen, is de gecompliceerde rouw. Rouwen hoort bij het leven en daar heb je niet per se een psycholoog bij nodig. Maar soms verloopt dat moeilijk, bijvoorbeeld als je je nog dagelijks kwaad maakt op de overledene.”

Zoals in het geval van Anna: zij mist haar overleden man helemaal niet.

“Terwijl haar omgeving haar bleef troosten en duidelijk verwachtte dat ze aan het rouwen zou zijn. Zij was niet verdrietig maar boos, telkens als ze terugdacht aan de moeilijke relatie die ze met haar man had gehad. Ze voelt zich schuldig dat ze niet rouwt zoals het hoort en schaamt zich ervoor. Dat is een van de belangrijkste factoren waarom veel ouderen mij opzoeken: ze hebben geen vertrouwenspersoon die ze durven te vertellen waarvoor ze zich schamen. Ze zoeken iemand die kan luisteren, maar die hen ook durft tegen te spreken: ‘Nu overdrijft u.’ Of: ‘Neen, uw schoonkinderen zijn niet tegen u.’”

Anna’s man had haar vijftig jaar lang niet aangeraakt. Vreselijk.

“Ja, en ze is niet alleen boos op hem maar ook op zichzelf, omdat ze het heeft laten gebeuren. Ze behoort tot een generatie vrouwen die niet zo voor zichzelf opkwamen. Veel dames zeggen me ook: ‘Ik ben alleen maar met mijn man getrouwd om zo snel mogelijk thuis weg te raken, maar dat ga ik hem niet vertellen.’ Veel senioren komen naar hier omdat ze ineens denken: ‘Potverdorie, ik ben vijfenzeventig en ik heb de indruk dat ik in mijn leven een aantal verkeerde beslissingen heb genomen.’”

Daarom grijpt het verhaal van Anna zo naar de keel. ‘Ik heb vijftig jaar van mijn leven weggegooid’, zegt ze, en ze heeft daar heel veel spijt van. Wat kun je nog doen voor zo iemand?

“Je kunt de klok natuurlijk niet terugdraaien. Die illusie ga ik hun ook niet geven. Ik kan wel proberen iemand meer gemoedsrust te geven door hem of haar te ontschuldigen en te leren omgaan met hun geschiedenis, en met het feit dat ze ook verkeerde beslissingen hebben genomen. Ik kan proberen iemand te helpen iets milder te zijn tegenover zichzelf en te denken: iedereen heeft recht op één tot twee flaters per jaar, ik merk dat ik van dat recht gebruik heb gemaakt en ik reageer daarop met de woorden van François Mitterrand: ‘Et alors!’

“Mensen die nu zeventig of tachtig zijn, hebben het er vaak moeilijk mee om zichzelf dingen te vergeven, omdat ze zijn opgegroeid in een cultuur waarin schuld en boete een prominente plaats innamen. Als je om jezelf kunt glimlachen, heb je ook ruimte voor mildheid jegens anderen. Dat maakt het leven leefbaarder. Een man zegt tegen mij: ‘Je hebt gisteren mijn jongste dochter ontmoet. Geen makkelijk karakter, hè? Maar ja, van wie zou ze het hebben?’ Hij glimlacht en staat rustig in het leven. Door die gemoedsrust kan hij meer investeren in contact met anderen, en activiteiten ondernemen met vrienden en vriendinnen. Een belangrijk deel van de therapie gaat daarover: welke opvattingen over jezelf of anderen weerhouden je ervan onder de mensen te komen? We maken ook echt plannen: wat ga je volgende week doen, en met wie?”

Omdat ouderen vaak eenzaam zijn.

“Neen. Onderzoek wijst uit dat ouderen niet eenzamer zijn dan dertigers en veertigers. Maar ik besteed veel aandacht aan finishing well, aan fatsoenlijk doodgaan. Dan heb ik het niet over omgaan met pijn of euthanasie, maar over op een mooie manier afscheid nemen van vrienden en familie die er echt toe doen. Ik zie veel families waarbij je voelt: hier moet nog gepraat worden. Ik probeer vaak mensen met elkaar te laten praten die dat misschien al dertig jaar niet meer hebben gedaan. Dat is niet altijd simpel. Ik zie nogal wat ouderen op andere manieren aandacht afdwingen in plaats van een echt gesprek te voeren. Ik grijp in als ik een man tegen zijn zoon of dochter hoor zeggen: ‘Als je me niet vaak genoeg komt bezoeken, voel ik me ongelukkig.’ Dan zeg ik hem: ‘Dat is chantage.’ Ik zal de oudere altijd op zijn verantwoordelijkheid wijzen. Er is niets betuttelender dan alleen maar zeggen: ‘Ik begrijp u, mevrouw.’ Vorige week kwam een man op consultatie die hier was opgenomen en die me zei: ‘Meneer Van de Ven, ik heb u tijdens de familiegesprekken gehaat, maar nu ben ik blij dat ik hierheen ben gekomen.’”

Wat zegt u tegen een zoon die vraagt: ‘Hoe vaak moet ik mijn vader opzoeken om een goede zoon te zijn?’

“Dan antwoord ik: ‘Zo vaak als jij denkt dat goed is.’ Dat is niet egocentrisch. Je kunt meer voor je ouders betekenen als je op bezoek gaat als je zin hebt, dan als je gaat omdat je je verplicht voelt.”

In schoonheid eindigen lukt ook beter als je op tijd durft na te denken over de mogelijkheden van ouderenzorg en over rusthuizen in de buurt, zegt u. Daar word je toch juist depressief van? Carpe diem!

“Natuurlijk moet je de dag plukken, maar dat betekent niet dat je je ratio moet uitschakelen. Veel mensen ontkennen dat ze ooit misschien zorg nodig zullen hebben, en als het zover is, stort hun wereld in. Je kunt dus beter wat sparen voor als het zover is. Geld is helaas ook een belangrijke factor in al dan niet prettig kunnen eindigen.”

Mannen kunnen moeilijk alleen zijn. Als de nood dreigt, kan ik altijd nog een rijke weduwnaar strikken, denk ik.

“Je lacht daar nu mee, maar daar komen wij meer en meer mee in aanraking. De weduwnaar heeft een nieuwe vriendin, maar de kinderen adoreren hun overleden mama en houden die vriendin scherp in het oog. Of ze zeggen: ‘Papa mag wel een nieuwe vriendin hebben, maar nu wil zij met al zijn geld naar Monte Carlo. Dat vermogen behoort toe aan de clan.’ Dat klinkt heel zakelijk, maar in familietherapie heb ik toch al een paar keer tegen een verliefde weduwnaar gezegd: ‘Luister, u hebt recht op uw geluk, maar u kunt daar meer van genieten als u de financiële zaken met uw kinderen nu regelt.’ Niet zelden komen in familietherapie de financiën op tafel. Erfenissen lijken te gaan over geld en bezit, maar door kinderen worden ze vaak ervaren als een vertaling van liefde en affectie.”

Ouderen hebben al een tijdje de datingsites ontdekt, en Hotel Römantiek viert de seniorenliefde. Zit de relatietherapie ook op uw afdeling in de lift?

“Absoluut. Er melden zich steeds meer senioren voor koppeltherapie, vooral omdat steeds meer koppels samen hoogbejaard worden. We koesteren allemaal het idee van romantisch samen oud worden, maar de realiteit is vaak anders. Er wordt veel onderzoek gedaan naar ouderenmishandeling. Die komt het vaakst voor binnen de relatie. Het gaat dan niet altijd over zware fysieke agressie, maar over bitterheid en elkaar afsnauwen.

“Niet zelden is ouderenmishandeling ook een vorm van ontspoorde zorg. Er is niets mis mee als een man zegt: ‘Ik wil per se mijn zieke vrouw verzorgen. Ik vind dat mijn taak.’ Maar we zien meer en meer mensen over de grens van het haalbare gaan en zichzelf uitputten voor de andere, terwijl ze al hun energie nodig hebben om zichzelf staande te houden. En dan worden ze agressief omdat ze het niet meer aankunnen. Na een familiegesprek gebeurt het vaak dat de zoon of de dochter mij zegt: ‘Meneer Van de Ven, vergis u niet, papa en mama zijn altijd een goed koppel geweest, maar na de opeenstapeling van haar lichamelijke kwalen is het vat af.’ Het is meestal niemands schuld. En vaak zie ik koppels weer openbloeien als ze samen naar een woon-zorgcentrum gaan en daar niet dezelfde kamer delen.

“Ik zie ook veel koppels die altijd al een conflictueuze relatie hadden, maar waar de irritaties onder de radar bleven zolang ze allebei werkten en de kinderen thuis waren. Je snapt wat er gebeurt als ze opeens de hele dag met elkaar geconfronteerd worden. Ik heb koppels gezien die elkaar echt het bloed onder de nagels vandaan haalden.

“Wat ik ook steeds vaker zie, is dat mensen elkaar op hoge leeftijd nog willen veranderen. Van jonge mensen kennen we dat – ‘Als er een baby’tje komt, zul jij wel minder drinken’, zoiets. Maar ik zie zeventigers van wie de vrouw zegt: ‘Ik kan niet met hem klappen.’ Als ik vraag sinds wanneer, antwoordt ze: ‘Meneer, ik heb nóóit met hem kunnen klappen.’ Dan denk ik: het is hier Lourdes niet, hè. Het is maar Gasthuisberg. Hier gebeuren geen wonderen. Als mensen elkaar na al die tijd nog willen veranderen, is de belangrijkste boodschap: stop daarmee en laten we proberen de situatie leefbaar te maken.”

Raadt u hun niet aan om te scheiden? Steeds meer ouderen gaan op late leeftijd uit elkaar en vinden, onder andere via datingsites, weer de grote liefde.

“Voor even, ja. De vrouw die niet met haar man kan praten, heeft hem wel zelf gekozen. Eigenlijk zou ik haar moeten vragen: ‘Waarom?’ Daar kan een onverwerkt verleden achter schuilgaan. Je ziet vaak dat zo iemand bij een nieuwe relatie kiest voor een man met precies hetzelfde ‘gebrek’, waaraan ze zich na een tijd evenzeer zal ergeren. Of misschien nog meer, want vaak zijn de verwachtingen na al die jaren ellende veel te hooggespannen. Nee, ik probeer koppels er vooral toe te brengen in te zien dat hun man of vrouw nu eenmaal zo is, en we zoeken hoe ze ondanks hun karakters toch kunnen samenleven. Mijn studenten hebben het er soms moeilijk mee als ik nadrukkelijk zeg dat we het bij oudere koppels niet over de Grote Liefde hebben. Als ik een man op consultatie krijg die zegt: ‘Ik wil dat mijn vrouw mij weer even graag ziet als vijftig jaar geleden’, durf ik soms te antwoorden: ‘Dan stoppen we er beter mee.’

“Wat ik wel heel goed vind, is dat er meer en meer aandacht is voor erotiek bij senioren. We beseffen dat je niet ook je intieme leven in een knapzak achterlaat als je met pensioen gaat, dat ook mensen op leeftijd geprikkeld kunnen worden door deugddoende contacten. We hebben pas nog een congres georganiseerd met de titel ‘Seks, drugs en rock-’n-roll in de ouderenzorg’, onder andere over de groeiende vraag naar seksuele dienstverlening voor ouderen’. Bij organisaties zoals de vzw Aditi, die die diensten aanbiedt, ervaart men dat er steeds meer nood aan die vorm van hulpverlening zal zijn. Niet alleen door de vergrijzing, maar ook omdat ouderen steeds vaker durven te zeggen: ‘Ik heb nog wel zin in het één en ander.’ De mindset van ouderen is hard aan het veranderen, ook omdat een toenemend aantal jonge senioren naar potentiële partners zoekt op het internet.”

Ze grijpen naar het schijnt ook steeds vaker naar drank en drugs. Het zijn niet meer jongeren, maar vooral ouderen die zich bezondigen aan comazuipen.

“Er is inderdaad helaas nogal wat drank- en drugsmisbruik onder ouderen.”

Ik las de getuigenis van een man die zei: ‘Ik nam dagelijks tien Temesta’s en tien Dafalgans en wist op den duur niet eens meer waarom. Ik voelde me slecht en nam een pil. Punt.’

“Een straf voorbeeld, maar voor ons is dat dagelijkse kost. Ook alcohol is een onderschat probleem bij ouderen. Er zijn steeds meer senioren met wat wij een hoog aantal pyjamadagen noemen: ze komen hun bed niet uit, en dat heeft vaak te maken met excessief middelengebruik. Onderzoek wijst uit dat het aantal pyjamadagen ook samenhangt met jeugdtrauma’s over misbruik of verwaarlozing. Die mensen kunnen een goed leven geleid hebben, maar de trauma’s zijn niet weg en kunnen op late leeftijd opeens opspelen.”

Hoe kan dat?

“Iedereen heeft een zekere kwetsbaarheid. Je kunt aanleg hebben voor extra gevoeligheid, en al dan niet dingen hebben meegemaakt in de eerste jaren van je leven die je gevoelig hebben gemaakt voor afwijzing of krenking, of die je vertrouwen in jezelf en anderen hebben beschadigd. Maar ook al ben je kwetsbaar, je kunt geluk hebben. Je kunt, bijvoorbeeld, je talenten hebben ingezet in een job die je bijzonder veel zelfbevestiging geeft. Of je kunt een partner hebben bij wie je je zo veilig voelt dat een aantal van jouw zwakke punten onder de radar blijven. Dat is prima, maar als het werk of de partner later wegvalt, kunnen de trauma’s alsnog beginnen op te spelen. Ook omdat onze hersenen veranderen als we ouder zijn.

“Het verleden ligt in onze hersenen opgeslagen, we raken het niet kwijt, en bij het ouder worden kunnen sommige herinneringen zich meer dan vroeger aan de persoon opdringen. Je kunt bijvoorbeeld verstijven door angst, uitgelokt door een geur of bepaalde geluiden, zonder dat we weten waar die reactie vandaan komt. Met de herinnering aan de kinderliedjes of geuren uit de vroege jeugd kunnen makkelijk herinneringen aan misbruik mee naar boven komen. Ik ken mensen van tachtig die hier getuigen over misbruik uit hun kindertijd waar ze nog nooit met iemand over gesproken hebben, ook niet met hun partner.

“Meestal kloppen ze bij mij aan voor een heel ander probleem, bijvoorbeeld: ‘Elke keer als ik denk aan de relatie met mijn broer, merk ik dat ik een slaappil pak.’ Waar het eigenlijk over gaat, komt zelden in het eerste gesprek op tafel. De patiënt tast de psycholoog af: kent die man zijn job? Kan ik hem vertrouwen? Ze hebben het gevoel dat niemand hen begrijpt en zullen je testen om zeker te weten dat jij dat wel doet. Pas als op alle vragen het antwoord ja is, krijg je te horen wat er werkelijk stoort. Dan moet je als therapeut heel alert zijn.

“Aan die alertheid ontbreekt het helaas nogal eens in de omgeving van ouderen. Men denkt: sombere gedachten zijn normaal op die leeftijd. Zo wordt een depressie te vaak over het hoofd gezien.”

Is depressie bij ouderen goed te behandelen?

“Ja. Als het geen depressie is als gevolg van beginnende dementie, is die ook op latere leeftijd heel goed te behandelen met antidepressiva en psychotherapie – dus met pillen én praten. De psychotherapie durft men soms wel te vergeten bij hoogbejaarden. In veel woon-zorgcentra zijn er geen psychologen en in veel centra ligt het gebruik van kalmerende medicijnen nog te hoog. Daarom wilde ik aan het programma Therapie meewerken: ouderen vinden sneller de weg naar de psycholoog, maar het kan beter, véél beter.”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden