Donderdag 17/10/2019

Klimaatverandering

Klaar met alle meningen over klimaatverandering? Dit zijn de feiten

Beeld Pixabay

De wetenschap dat onze planeet opwarmt, en dat de mens daar verantwoordelijk is, stuit geregeld nog op tegenstand van klimaatontkenners. Maar hoe zit het eigenlijk met onze kennis? Wij zetten de 17 meest prangende vragen - en antwoorden - op een rijtje.

1. Is het echt waar dat de aarde opwarmt?

Ja, daar bestaat geen twijfel over. Op de hele aarde is het de jaarlijkse gemiddelde temperatuur op het land het jongste decennium gestegen naar 1,6 °C tot 1,7 °C boven het pre-industrieel niveau. Die opwarming is niet gelijk verdeeld, blijkt uit metingen van duizenden weerstations op land en in zeewater. In ons land is de gemiddelde temperatuur 2,3°C hoger dan in het pre-industriële tijdperk. In Siberië warmt het nog sneller op, rond de tropen en boven de oceanen gaat de opwarming minder hard.

Wat ook onomstotelijk is vastgesteld: door die opwarming smelt het ijs rond de polen, vooral op Groenland. Zo is het oppervlak van de Noordelijke IJszee dat in de zomer bedekt is met ijs, sinds 1979 bijna gehalveerd.

Ook weten we zeker dat de zeespiegel stijgt: sinds 1880 met zo’n 20 centimeter. Dat komt deels door het smeltwater van gletsjers en de ijskappen in de poolgebieden, deels doordat zeewater bij een hogere temperatuur uitzet. 

2. Waar komt die opwarming door?

Door broeikasgassen. De concentratie CO2 in de atmosfeer is sinds het begin van de industriële revolutie (1750) met ruim 40 procent toegenomen. CO2 (koolstofdioxide) en andere broeikasgassen zoals methaan, lachgas en waterdamp vormen een deken om de aarde. De zonnestraling die de aarde opvangt, wordt daardoor niet meteen terug het heelal in gekaatst, maar blijft deels onder die deken hangen.

Dat 
broeikaseffect is niks nieuws. Aan de broeikasgassen die van nature in onze atmosfeer zitten, danken we het dat deze planeet leefbaar is. Zonder zou het gemiddeld 33 graden kouder zijn. Naarmate de concentratie CO2 in de atmosfeer stijgt, wordt de deken dikker. En wordt het op aarde warmer.

3. Klimaatverandering is toch van alle tijden?

Zeker. Maar dat betekent nog niet dat het argument ‘klimaatverandering is een natuurlijk proces, dus mensen hebben er geen invloed op’ klopt. Van grote klimaatveranderingen in het verre verleden is bekend dat ze samenhangen met CO2.

Bij de laatste grote ijstijd, zo’n 20.000 jaar geleden, zat bijvoorbeeld nog niet de helft van de huidige concentratie CO2 in de atmosfeer. Een hevige opwarming 56 miljoen jaar geleden, rond de tijd dat de eerste aapachtige wezens rondliepen, werd waarschijnlijk veroorzaakt door een enorme bel van het sterke broeikasgas methaan dat vrijkwam uit de zeebodem. Daardoor steeg de gemiddelde temperatuur op aarde zo’n 5 graden.

Rond de polen was toen geen ijs te bekennen. Langs de Noordelijke IJszee groeiden palmen, zo bewijzen fossielen. De tropen werden zo warm, dat veel organismen het loodje legden. Die prehistorische warmte-uitbarsting had een natuurlijke oorzaak. Waarschijnlijk gaven vulkaanuitbarstingen de eerste zet: de CO2 die daarbij vrijkwam, zorgde voor een kleine opwarming, waardoor methaanhydraten in de zeebodem smolten. Uit die enorme ijskristallen ontsnapte het methaan, wat de verhitting verder aanjoeg.

De huidige temperatuurstijging gaat veel sneller dan alle opwarmingen die in de geschiedenis van onze planeet door dergelijke natuurlijke processen zijn veroorzaakt.

De concentratie CO2 in de atmosfeer is de afgelopen eeuw al meer gestegen dan in de tienduizend jaar waarin de aarde na de laatste ijstijd ontdooide. “Dat klimaatverandering van alle tijden is, zou de zorgen erover juist moeten vergroten”, zegt prehistorisch klimaatonderzoeker Appy Sluijs(Universiteit Utrecht).

“We hebben ervan geleerd dat telkens wanneer de CO2-concentratie omhoog gaat, de planeet er heel anders uit gaat zien. Zelfversterkende effecten zoals enorme hoeveelheden methaan die vrijkomen uit de zeebodem en ontdooiende permafrost (bodems die nu nooit helemaal ontdooien, red.), kunnen ervoor zorgen dat het leven hier op aarde sterk verandert.”

Artikel gaat verder onder de foto

Een wegverzakking die veroorzaakt werd door dooiende permafrost. Beeld NOAA Central Library/Wikimedia Commons

4. Waarom zou de mens dan nu de oorzaak zijn?

Aangetoond is dat de recente toename van CO2 in de atmosfeer grotendeels is veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen zoals steenkool, olie en aardgas ontstaan uit planten waarin koolstof (C) is opgeslagen. Bij verbranding komt dit vrij als CO2. Door het type CO2 te meten, is aangetoond dat de extra CO2 in de lucht niet afkomstig is uit bijvoorbeeld oceanen of vulkanen. De broeikasgassen zijn hoofdzakelijk afkomstig van de fossiele brandstoffen die sinds de industriële revolutie in hoog tempo door onze fabrieken, automotoren en cv-ketels zijn verbrand. Ook door ontbossing komt CO2 vrij.

De hoeveelheid methaan in de atmosfeer is sinds de achttiende eeuw eveneens flink toegenomen: met 150 procent. Methaan is na CO2 het belangrijkste broeikasgas. De extra uitstoot van methaan hangt ook samen met fossiele brandstoffen en met afvalverwerking, landbouw en veeteelt. Zo boeren koeien veel methaan op. Dat komt bij het verteren van gras vrij in hun pens en is als broeikasgas ongeveer 25 keer sterker dan CO2.

5. Over de invloed van de mens op het klimaat is toch veel twijfel?

Er zijn wetenschappers, politici en denktanks die stellen dat de mens geen aantoonbare invloed heeft op klimaatveranderingHun boodschap, kort samengevat: geef geen geld uit aan peperdure klimaatmaatregelen, want er is nog te veel onzekerheid over de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. 

Hebben zij een punt? Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), het klimaatonderdeel van de Verenigde Naties dat onderzoek van duizenden wetenschappers uit de hele wereld samenvat, houdt officieel nog een kleine slag om de arm. Volgens het IPCC is het ‘extreem waarschijnlijk’ dat menselijke broeikasgassen de dominante factor in de opwarming van de aarde zijn. Extreem waarschijnlijk is niet hetzelfde als 100 procent zeker.

Klimaatonderzoeker Geert-Jan van Oldenburgh van het KNMI in Nederland legt uit waarom wetenschappers er niet meer aan twijfelen dat de mens verantwoordelijk is voor de huidige klimaatverandering. Alle andere mogelijke factoren zijn afgelopen decennia uitgebreid onderzocht, verklaart hij.

“Voor wetenschappers is er geen grotere uitdaging dan een gat slaan in een bestaande theorie. Als je een nog onbekende oorzaak voor klimaatverandering vindt, sta je meteen in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature. Alle mogelijke oorzaken – veranderende sterkte van de zon, oceaanstromingen, schommelingen van de aardbaan, vulkaanuitbarstingen – zijn dus afgepeld. Telkens blijft maar één oorzaak overeind: de door mensen veroorzaakte CO2. Geloof me: er is geen verborgen x-factor in klimaatverandering.’’

Zeker 90 procent van de wetenschappers wereldwijd is het daarover eens, blijkt uit metastudies. Onder de wetenschappers die het klimaat als vakgebied hebben, ligt dat percentage hoger dan onder wetenschappers die zich er zijdelings mee bezighouden.

Dat betekent niet dat onder klimaatwetenschappers geen onzekerheid bestaat. Hóe gevoelig het klimaat precies is voor CO2, is bijvoorbeeld nog de vraag. In modellen die voorspellen hoe sterk de aarde opwarmt, zit dan ook een behoorlijk grote onzekerheidsmarge.

Artikel gaat verder onder de foto.

Rook uit de schoorstenen van een Chinese staalfabriek. China is tegelijk de grootste producent en afnemer van steenkool, waardoor het land de grootste uitstoter is van broeikasgassen. Beeld Getty

6. CO2 zorgt toch juist voor een groenere aarde?

Klopt. Een kwart tot de helft van het aardoppervlak is de afgelopen 35 jaar groener geworden, blijkt uit onder meer satellietbeelden van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa. Die vergroening is aanzienlijk: de extra blaadjes aan planten en bomen bedekken een gebied twee keer zo groot als de VS.

Dat komt deels door de verhoogde concentratie CO2 in de atmosfeer. Om te groeien halen planten immers CO2 uit de lucht, die ze omzetten in voedingsstoffen en zuurstof - zoals u zich misschien herinnert van de les biologie over fotosynthese.

Door de opwarming zijn groeiseizoenen bovendien langer geworden, vooral in het hoge noorden. Op toendra’s groeien bijvoorbeeld meer struiken.

Daarnaast hebben de aanplant van nieuwe bossen, bemesting en efficiëntere landbouwmethodes gezorgd voor meer bladgroen. Ongeveer een kwart van de 10 miljard ton CO2 die de mens per jaar in de atmosfeer brengt, wordt tijdelijk opgeslagen in planten (en daarbij nog eens een kwart in de oceanen).

Andere effecten van klimaatverandering doen dat positieve effect deels teniet. Bij bosbranden en droogtes – die vaker voorkomen door klimaatverandering – komen juist veel broeikasgassen vrij.

Artikel gaat verder onder de foto.

Beeld imagebroker.net

7. Wat merken we nu al van het broeikaseffect?

Eén hete zomer of zachte februari wijst nog niet meteen op een veranderend klimaat. Maar de langetermijnstatistieken zijn zonneklaar: er is sprake van een opwarmende trend

Dat zien we ook in België. De gemiddelde temperatuur is de afgelopen honderd jaar al meer dan 2 graden gestegen - bijna dubbel zoveel als de gemiddelde opwarming wereldwijd. Elk decennium komen er 3 dagen bij waarop het warmer wordt dan 25 graden, om de twee decennia komt er één extra warme dag  bij met temperaturen van meer dan 30 graden. Vorstdagen komen in alle metingen dan weer minder voor.

De gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar stijgt in ons land langzaam maar zeker, met zo’n 5 mm per decennium. Sinds de jaren 50 zijn er gemiddeld dubbel zoveel dagen met veel neerslag: 6 in plaats van 3.

Wereldwijd is de kans op droogte, hittegolven en overstromingen toegenomen. Dat zorgt nu al voor schade aan ecosystemen, meer mislukte oogsten en gezondheidsproblemen.

8. Wat kunnen de gevolgen zijn van grote temperatuurstijging?

Voorspellen is natuurlijk altijd gevaarlijk. Maar mocht het ergste doemscenario van het IPCC – 6 graden opwarming – uitkomen, dan duidt alles er volgens internationale klimaatwetenschappers op dat het leven op grote delen van de aardbol erg onaangenaam, zo niet onmogelijk, wordt. Weerpatronen raken compleet ontregeld. De zeespiegel stijgt in een paar eeuwen 10 tot 12 meter.

Met projecten als het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan (GKVP) kunnen welvarende landen als België zich wapenen tegen de eerste klappen. Maar geldt dat ook voor de honderden miljoenen mensen in dichtbevolkte kustgebieden in landen als Indonesië en Bangladesh? Subtropische gebieden en steppes zullen verwoestijnen. Grote delen van de wereldbevolking zullen kampen met watertekorten. In de tropen wordt de hitte ondraaglijk: wie zich bij temperaturen van meer dan 40 graden en hoge luchtvochtigheid enigszins inspant, kan binnen een paar uur sterven aan oververhitting.

Bij een temperatuurstijging van meer dan 2 graden sterven koralen op grote schaal af. Bij verdere opwarming sterven ook andere dieren en planten uit. In Zuid-Europa en andere gebieden richting de evenaar daalt de voedselproductie. Eten wordt duurder. Ondervoeding, infectieziekten, diarree, hart- en ademhalingsziekten nemen toe. Overstromingen en droogtes maken meer slachtoffers en leiden tot burgeroorlogen – met vluchtelingenstromen tot gevolg.

Positieve gevolgen zijn er ook: zo kan in het hoge noorden meer voedsel worden verbouwd. En scheepsroutes worden korter doordat de Noordelijke IJszee ijsvrij wordt.

Een grote zorg is wat er kan gebeuren als bepaalde keerpunten (‘tipping points’) worden overschreden. Boven een nog onbekende temperatuur kunnen Groenland en West-Antarctica zo snel smelten dat het proces niet meer te stoppen is. Ook dreigen uit de smeltende permafrost enorme hoeveelheden methaan vrij te komen, die opwarming kunnen versnellen. Net als CO2 die vrijkomt als het Amazonewoud zou afsterven door droogte. Waar sneeuw en ijs smelten, blijven donkere aarde en zwart zeewater over die zonlicht absorberen en niet reflecteren. Ook dat effect kan de opwarming aanjagen. Niemand weet precies bij welke temperaturen zulke processen optreden.

Op deze pagina van ClimateCentral kan je zelf zien wat de gevolgen voor enkele wereldsteden zijn als de temperatuur met respectievelijk 2 en 4° C stijgt.

9. Kunnen we die gevaren nog afwenden?

Dat kan, volgens het IPCC. Maar dan moet de wereld nu wel heel snel in actie komen. Zonder klimaatbeleid kan de gemiddelde temperatuur in 2100 stijgen met 3 tot 6 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau. Want de wereldbevolking, de welvaart en dus de verbranding van fossiele brandstoffen, groeien zonder ingrijpen nog wel even door.

Je hoort vaak dat de opwarming van de aarde beperkt moet worden tot ‘1,5 tot maximaal 2 graden’.

2 graden is de min of meer veilige bovengrens om de aarde zoals we haar kennen nog prettig leefbaar te houden, aldus de wetenschap. Inmiddels is het ook een politiek compromis. Bijna alle landen hebben zich daar in 2015 toe geëngageerd. Dat is vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs.

Artikel gaat verder onder de foto

Klimaatactie in Parijs, 2015, aan de vooravond van het Klimaatakkoord dat door 195 landen werd ondertekend. Beeld Photo News

10. Is het niet slimmer om dijken te beginnen bouwen?

Dat zal óók moeten. Zelfs als we erin slagen de uitstoot van broeikasgassen snel in te perken, valt de in gang gezette klimaatverandering niet meteen te stoppen. Dus moet de wereld zich hoe dan ook wapenen tegen de gevolgen van een extremer klimaat en hogere zeespiegel. Dat bepleit het Global Center on Adaptation, dat opgericht werd door onder meer voormalig VN-baas Ban Ki-Moon en Bill Gates, mede-oprichter van Microsoft en weldoener.

Dat vergt miljardeninvesteringen, vooral in infrastructuur. In Nederland, waar ze véél ervaring hebben met de strijd tegen overstromingen,  zijn de Deltawerken die de kust beschermen waarschijnlijk tientallen jaren eerder dan gepland aan vervanging toe vanwege de zeespiegel die sneller stijgt dan verwacht. Dat zegt Deltacommissaris Peter Glas in het Algemeen Dagblad

Woont u in een risicogebied?
Climate Central deed in 2015 onderzoek naar de impact van temperatuurstijging op de zeespiegel. Daaruit blijkt dat ook België er helemaal anders zal uitzien in de toekomst. Hieronder kan u zien hoe ons land getroffen wordt bij verschillende scenario’s.

Tekst gaat verder onder de illustraties.

Beeld Climate Central/DM
Beeld Climate Central/DM
Beeld Climate Central/DM

11. Kunnen we het tij sowieso nog wel keren?

Dat wordt in elk geval een zware opdracht. In het verleden leidden mooie woorden over een beter milieu er niet toe dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen structureel daalde, integendeel. We zitten op recordhoogte. Traditioneel welvarende landen, zoals het onze, vinden het al moeilijk genoeg om hun eigen uitstoot stabiel te houden, laat staan terug te dringen. 

En dan is er nog het vraagstuk van de verdeling van de koek: hebben opkomende economieën, die historisch veel minder hebben bijgedragen aan de opwarming van de aarde, in de toekomst recht op meer uitstoot? En is de gevestigde orde met al zijn miljardenbedrijven bereid om daarvoor een stapje terug te zetten?

Als we morgen per direct zouden stoppen met het uitstoten van broeikasgassen stijgt de temperatuur nog met 0,1 tot 0,3 graden door, verwachten wetenschappers. In landen als China en India, die bekend staan om hun vervuilde lucht, zal een schonere industrie in eerste instantie leiden tot een stuk hogere temperaturen. De luchtvervuiling dempt daar namelijk de kracht van de zon.

De opslag van CO2 zou een steuntje in de rug kunnen zijn om opwarming van de aarde tegen te gaan. Er wordt wereldwijd druk onderzoek gedaan naar deze ‘tussenoplossing’. CO2 wordt hierbij afgevangen en opgeslagen onder land of de zeebodem. De vraag is echter of er genoeg ruimte kan worden gevonden voor de enorme hoeveelheden CO2 die moeten worden afgevangen om de temperatuurdoelen te halen. En natuurorganisaties zoals Greenpeace wijzen erop dat de techniek niet zonder risico’s is.

Kernenergie zou een andere manier kunnen zijn om de uitstoot naar beneden te krijgen. Kerncentrales hebben als voordeel dat ze geen CO2 uitstoten. De sluiting van de kerncentrales zou de uitstoot van de Belgische energiesector met 71 procent doen stijgen tegen 2030

Maar er zijn ook nadelen aan kernenergie. Tegenstanders zijn bijvoorbeeld bang voor het radioactief afval dat overblijft. Ook zouden de bouwkosten van nieuwe centrales te hoog oplopen.

De kerncentrale van Doel. Beeld Tim Dirven

12. Wie zijn wereldwijd de grootste vervuilers?

De grote olie-, gas- en steenkolenreuzen, veruit. Internationaal onderzoek uit 2017 wijst uit dat honderd (staats-)bedrijven verantwoordelijk zijn voor 71 procent van de CO2-uitstoot sinds 1988, met als koplopers het Chinese staatssteenkolenbedrijf, Saudi Arabian Oil Company en het Russische Gazprom.

Bekijk je het per sector, dan wordt een kwart van de wereldwijde uitstoot veroorzaakt door opwekking van warmte en elektriciteit. Land- en bosbouw (24 procent) en industrie (21 procent) volgen op korte afstand, voor transport (14 procent). Gebouwen – en dan vooral het verwarmen daarvan – nemen 6 procent voor hun rekening.

Zo’n 64 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen is CO2 die afkomstig is van verbranding van fossiele brandstoffen. 11 procent is het gevolg van bossen en andere natuurgronden die sneuvelen ten koste van met name de landbouw, waardoor de natuur minder CO2 kan ópnemen. Methaan zorgt voor 16 procent van de totale uitstoot, lachgas is de derde boosdoener met 6 procent.

Bekijk hier de uitstoot onderverdeeld per sector en de verdeling tussen de broeikasgassen. 

13. Hoe goed doet ons land het qua CO2-uitstoot?

Niet heel goed. Natuurlijk zijn er landen die het slechter doen. Per hoofd van de bevolking is de uitstoot van broeikasgassen in landen als Australië, Saudi-Arabië en de Verenigde Staten tot wel twee keer zo hoog. Maar in de Europese Unie (EU) behoren we tot de kopgroep. We stoten relatief minder uit dan omliggende landen als Nederland en Duitsland, maar meer dan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. 

Dat heeft, naast het feit dat we in een welvarend land met een drukke economie leven, ook te maken met onze prestaties op het terrein van groene energie. In de EU bengelen we helemaal achteraan en doen alleen Nederland, Malta en Luxemburg het slechter. Duitsland realiseert mede dankzij veel windmolens meer dan het dubbele, Scandinavische landen als Noorwegen, Zweden en IJsland zitten met hun waterkrachtcentrales zelfs boven de 50 procent. 

Het aandeel groene energie in de Belgische energiemix neemt toe, maar erg snel gaat dat niet. ‘Grey Day’, de dag waarop het aandeel aan groene energie op is, viel dit jaar op 4 februari. Behoorlijk vroeg in het jaar dus, en amper twee dagen later dan het jaar voordien. Aan dit tempo is de ambitie voor 100 procent hernieuwbare energie niet realistisch.

14. Kan China niet beter wat minder kolen stoken?

Het is een schrikbarend percentage: de Chinese steenkolenbedrijven zijn sinds 1988 verantwoordelijk voor bijna 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. In 2017 nam het land ruim de helft (!) van de wereldwijde kolenconsumptie voor zijn rekening.

Je zou kunnen denken dat al de Belgische inspanningen, die vele miljarden kosten, daarom weinig zin hebben. Feitelijk zijn we ook een klein landje, met een relatief beperkte bijdrage. Maar het beeld dat wij veel aan klimaat doen en de rest van de wereld niet is onjuist. Dat constateerden we bij de vorige vraag al.

Bovendien is het niet helemaal terecht om China weg te zetten als een land dat enkel vervuilt. De Chinezen stoten per hoofd van de bevolking 
nog altijd minder broeikasgassen uit dan wij. Het aandeel van groene energie ligt in het communistische land veel hoger dan hier.

Sinds 2014 lijkt zelfs de schier onstilbare honger naar kolen in de volksrepubliek 
gestild. De Chinese overheid probeert kolen in elektriciteitscentrales te vervangen door het minder vervuilende aardgas.

Er is bovendien geen land dat meer windmolens en zonnepanelen heeft. 
Ruim een derde van de windenergie ter wereld wordt geproduceerd in China. 60 procent van de fabricage van zonnepanelen is in Chinese handen.

Ja, China is een van de meest vervuilende landen ter wereld. Maar het land loopt tegelijkertijd voorop op gebied van hernieuwbare energie. Beeld VCG via Getty Images

15. Het is toch vooral aan de industrie om in actie te komen?

Een relatief beperkt deel van de broeikasuitstoot wordt direct veroorzaakt door consumenten. Een paar procent is het gevolg van het verwarmen van huizen, een groter deel komt door reisgedrag. Daarom, zeggen economen, kunnen de belangrijkste winsten worden geboekt bij de industrie en in mindere mate de landbouw. Maar moet de industrie zélf overgaan op milieuvriendelijker produceren? Is de overheid aan zet? De burger? Want je kan ook stellen dat al die bedrijven maken waar wij als consument om vragen. 

Iedereen moet zijn steentje bijdragen, is het logische antwoord. 

Op de manier waarop pakweg de staal- en chemische industrie hun producten maken, hebben we weinig invloed. Die bedrijven zullen zelf de handschoen moeten opnemen, eventueel onder druk van belastingmaatregelen. 

Maar wat als pensioenfondsen hun miljarden vaker investeren in vernieuwende technologie in plaats van in producenten van fossiele brandstoffen? En wat met overstappen op elektrisch rijden, iets wat nu nog in de kinderschoenen staat? De fossiele energiereuzen moeten volgen eens de consument massaal het geweer van schouder verandert. Sommigen maken daar ook al werk van, al blijft het totale aandeel van groene energie erg beperkt en zijn het vooral Europese bedrijven als Shell en BP die hier al mee bezig zijn.

Zo is het ook in de veeteelt. Eet de consument minder vlees, dan zal de intensieve veehouderij vanzelf een stapje terug doen. Goed voor de methaanuitstoot, maar ook voor tropische regenwouden in de Amazone, die kleiner worden door oprukkende sojateelt.

16. Niet meer vliegen of vegetariër worden?

Op wereldschaal is de klimaatschade van bosbouw, landbouw en veeteelt (bijna een kwart van de totale broeikasuitstoot) een stuk groter dan die van luchtvaart (zeker 2 procent). Maar dat is een vertekend beeld. Wereldwijd eten veel meer mensen vlees dan dat er vliegen.

De topman van Boeing stelde in 2017 dat meer dan 80 procent van de wereldbevolking nog nooit het vliegtuig heeft gepakt. Conclusie: regelmatige vliegers zorgen voor grote milieuschade. In de EU neemt de luchtvaart al 3 procent van de uitstoot voor haar rekening, en dat aandeel zal toenemen. Waarschijnlijk zal het aantal vluchten wereldwijd de komende tientallen jaren ook fors stijgen, vooral in China en India.Bij gebrek aan concrete alternatieven zal het aandeel van luchtvaart in de mondiale CO2-uitstoot fors stijgen, tot misschien wel 22 procent in 2050.

Wie een keer een retourtje Thailand neemt, moet volgens de Nederlandse voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal vijf jaar vegetarisch eten om dat te compenseren. Heen en weer vliegen naar Zuid-Frankrijk staat gelijk aan een jaar geen vlees. 

Al moet je voorzichtig zijn met dergelijke vergelijkingen. Over de precieze uitstoot van de veeteelt is bijvoorbeeld nog steeds veel discussie, en de veeteelt leidt ook tot andere problemen zoals aantasting van de natuur. Opvallend - en ironisch - genoeg bleek uit onderzoek dat mensen die minder vaak vlees eten, net degenen zijn die vaker een vliegtuig nemen.

Behalve minder vliegen, is met de trein naar je werk gaan ook een effectieve manier om CO2 te besparen. Ook met elektrisch rijden, het isoleren van spouwmuren en zonnepanelen op je dak valt veel te winnen. En met een waterbesparende douchekop compenseer je pas na ruim dertig jaar de trip naar Bangkok. Maar alle beetjes helpen.

17. Hoe ziet de wereld eruit als we de klimaatdoelen halen?

Nogmaals: een toekomst voorspellen is lastig. Wat warmer dan nu wordt het hoe dan ook; zelfs als we nú stoppen met uitstoten stijgt de temperatuur nog een jaar of dertig door en de zeespiegel zelfs nog een eeuw of wat langer. Ook warmt de aarde nog wat verder op doordat de luchtvervuiling minder wordt (fijnstofdeeltjes houden nu de zonnestraling deels tegen). Want de wereld wordt een stuk schoner. Zonder de uitstoot van kolencentrales, dieselmotoren en brommeruitlaten verdwijnt de vieze deken van luchtvervuiling die nu boven de steden ligt. Goed nieuws voor de zeven miljoen mensen die naar schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) jaarlijks sterven aan gevolgen van luchtvervuiling.

Zwerfafval, vuilnisbelten en de hoeveelheid plasticsoep in de oceanen kunnen slinken als plastic niet meer wordt geproduceerd uit aardolie. Wat niet betekent dat ze verdwijnen: plastic uit biomassa is (nog) niet altijd afbreekbaar. Of ons landschap mooier wordt, hangt ook af van politieke keuzes: hoeveel windmolens en zonneparken gaan we plaatsen en waar?

In een broeikasgasvrije toekomst hebben we in ons land straks dus schonere luchten en een bijna Zuid-Europees klimaat. Dat klinkt nog best aangenaam. 

Een kleurgecodeerde kaart van Nasa laat de verandering van temperatuur zien van 1880 tot 2018.

Verantwoording

Voor deze productie spraken we met klimaatonderzoekers Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI, Bart Strengers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Appy Sluijs, hoogleraar Paleoceanography (Universiteit Utrecht), aardwetenschapper Ko van Huissteden (Vrije Universiteit), econoom Rick van der Ploeg (University of Oxford), onderzoeker en publicist Rens van Tilburg (Universiteit Utrecht) en Paul Peeters, Lector Duurzaam Toerisme en Transport (Breda University of Applied Sciences).

Daarnaast raadpleegden we tal van (nationale en internationale) rapporten, wetenschappelijke onderzoeken en artikelen. Waar mogelijk, hebben we geprobeerd om daar in de antwoorden op de vragen naar te verwijzen.

Het originele artikel verscheen op de website van de Nederlandse krant Algemeen Dagblad, de Belgische referenties en cijfers werden toegevoegd voor publicatie op De Morgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234