Zondag 20/09/2020

InterviewBinu Singh

Kinderpsychiater: ‘De lockdown heeft duidelijk gemaakt wat de ratrace doet met onze kinderen’

Binu Singh: ‘Kinderen zijn niet gemaakt voor de ratrace.’Beeld Wouter Van Vooren

Dat een Unicef-onderzoek zopas aantoonde dat Belgische kinderen niet erg gelukkig zijn, verbaast kinderpsychiater Binu Singh (UZ Leuven) niet. Maar tijdens de lockdown zag ze ook veel kinderen en ouders die veel deugd hadden van de verplichte rust. 

“Het stemt toch tot nadenken: zoveel jongeren die ongelukkig zijn, terwijl wij toch in een heel welvarend land leven”, zucht Singh. Ook zij heeft het vorige week het Unicef-onderzoek gelezen (dat nog voor de coronapandemie werd afgenomen), dat stelt dat Belgische kinderen niet zo goed in hun vel zitten en dat de zelfmoordcijfers bij jongeren hier best hoog zijn. “Er zijn volgens mij heel veel factoren die maken dat ze het moeilijk hebben: de doorgedreven digitale wereld waarin we leven, ouders die het druk hebben en weinig beschikbaar zijn, een gebrek aan echt contact en verbinding. Ik denk dat we daar veel beter kunnen en dat corona dat een stukje heeft blootgelegd. Tijdens de lockdown heb ik toch gemerkt dat het leven in sommige gezinnen plots veel makkelijker liep.”

Singh is voorzitter van WAIMH Vlaanderen, dat zich inzet voor de psychische gezondheid van kinderen, en kinderpsychiater in Kleine K, een dagziekenhuis voor kinderen tot zes jaar in het UZ Leuven en UPC KU Leuven. Zelf werkt ze met baby’s en peuters, waarvan de ouders ten einde raad komen aankloppen omdat hun kinderen erg moeilijk slapen of eten, snel overstuur en boos zijn of heel veel huilen. Wat bijna al die kleine kinderen en hun ouders gemeen hebben, vertelt Singh, is dat ze erg gestresseerd en uitgeput zijn.

“Hier komen kinderen die het hoge leeftempo en stress van hun gezin moeilijk aankunnen en daarop reageren. Die stress proberen we te verlagen, dat is het grootste werk. Zodra ouders wat kunnen ontspannen, voelen ze beter aan wat hun kind nodig heeft en worden ze meer de ouders die ze willen zijn. Maar ze vinden het vaak moeilijk om te zien hoe ze hun leven kunnen vertragen: de keuze tussen werk en privé is niet gemakkelijk, ze moeten dat financieel aankunnen en de omgeving heeft niet altijd begrip voor hun keuzes. Maar dankzij de lockdown lukte het plots wel: iedereen was thuis, het werkritme was anders en de overladen agenda’s liepen leeg.”

Het idee leeft nochtans dat de lockdown voor veel gezinnen best stresserend en vermoeiend was.

“Het is een verhaal met twee kanten: er is in die periode veel broodnodige hulp weggevallen, zoals grootouders, gezins- of poetshulpen. Voor kwetsbare gezinnen die in armoede of met intrafamiliaal geweld leven, was het zelfs een gevaarlijke periode. Maar bij de modale gezinnen zag ik ook veel rust.

“We begeleiden verschillende gezinnen waarbij de kinderen echt niet kunnen aarden op de kinderopvang. Opeens konden die baby’s thuis blijven en kwamen ze helemaal tot rust. Een uitgeputte moeder die eigenlijk echt even moest stoppen met werken, maar zei dat ze dat niet kon maken, is tijdens de lockdown eindelijk kunnen herstellen van haar vermoeidheid. Haar man was ook thuis en zag voor het eerst wat er in het huishouden gebeurde en waarom de zorg voor de kinderen zo vermoeiend was. Die confrontatie heeft het koppel veel meer geholpen dan al onze gesprekken. Zo zag ik wel wat koppels die elkaar hebben teruggevonden. Er waren baby’s die plots veel beter sliepen, gewoon omdat de stress in het gezin daalde en het kind rustiger werd.

“De lockdown heeft erg duidelijk gemaakt wat de ratrace doet met onze kinderen, en wat er gebeurt als het leven wat trager gaat en de weekends niet zijn volgepropt met allerlei sociale activiteiten en we meer tijd hebben voor elkaar en onszelf. Ik denk dat die periode veel mensen tot denken heeft aangezet: wil ik die drukte nog wel? Verschillende koppels die wij begeleiden hebben ook beslist om minder te werken, nadat ze geproefd hebben van wat die rust hen bracht.”

Zag u hetzelfde gebeuren bij gezinnen die niet in uw praktijk langskomen?

“Zeker. Het was heel jammer dat kinderen zo weinig sociaal contact hadden met leeftijdgenoten en speeltuinen gesloten waren, maar ik heb kinderen gezien die floreerden, omdat ze op hun eigen tempo hun schoolwerk konden maken en de rest van de dag andere dingen konden doen. Het effect van sluiting van de scholen vond ik heel frappant. Onze kinderen moeten al vanaf 2,5 jaar ruim acht uur per dag naar school. Dat is heel lang. In Finland hebben kinderen maar een halve dag les van leraars met een masterdiploma. Ze besteden veel tijd in de natuur en leren zelfstandig zijn. Maar hier hebben we allemaal gemerkt dat onze scholen niet alleen een educatieve, maar ook een opvangfunctie hebben: ze moeten mee onze economie draaiende houden.”

U vindt dat onze maatschappij niet gemaakt is voor jonge gezinnen.

“Wij vragen aan jonge ouders om het leven zoals het was gewoon verder te zetten en de zorg voor de kinderen, wat de eerste jaren zowat een fulltimejob is, daar gewoon bij te nemen. Werkgevers verwachten dat vaders na tien dagen en moeders na drie maanden geboorteverlof even productief zijn als voorheen. Je familie verwacht dat je even vaak langskomt, je vrienden willen in het weekend nog steeds afspreken. En als je dat niet doet, dan komt er commentaar. Dat geeft ouders veel stress.

“Voor volwassenen is die ratrace amper bij te houden, maar kinderen zijn daar al helemaal niet voor gemaakt. Er zijn gezinnen waarin kleine kinderen om half zeven worden wakker gemaakt, zodat ze tegen half acht in de crèche zijn en hun ouders zich door de file naar werk kunnen haasten. ‘s Avonds moeten ze weer door de file om op tijd bij de crèche te zijn. Dat kind, dat de hele dag op een andere plek heeft gezeten zonder zijn voornaamste zorgfiguren, moet dan in sneltempo eten, in bad en in bed. En liefst nog zonder te jammeren of ‘s nachts wakker te worden. Maar zo werkt het niet. Voor zo’n baby zijn dat zware dagen, maar er is geen tijd om daarvan te bekomen. Wij willen na een lange, drukke dag ook even onderuit zakken in de zetel, voor we rustig in bed kruipen.

“Weet je waar ze ook deugd hebben gehad van de rust? In de materniteiten. Nieuwe ouders mochten er geen bezoek ontvangen, en ik heb regelmatig gehoord dat er daardoor veel minder postnatale problemen waren.”

Hoezo?

“De kersverse mama’s herstelden sneller van de bevalling, de borstvoeding kwam makkelijker op gang en de baby’s waren meer ontspannen. Eigenlijk is dat nogal wiedes. Een bevalling is een enorm stresserende gebeurtenis: een positieve stresservaring als het goed gaat, maar vaak traumatiserend als het niet vlot liep. Zowel mama, papa als kind moeten daar van bekomen.

“Maar hoe gaat dat, in normale tijden? Het bezoek staat te popelen in de gang en de jonge ouders, die ‘s nachts wellicht amper slapen, moeten de gasten ontvangen en met de cava rondgaan. Dan zie je dat het baby’tje eigenlijk wil drinken, maar dat de mama het nog wat ongemakkelijk vindt om te voeden met al dat volk erbij en dat uitstelt. Zij voelt stuwing, de baby wordt onrustig,... allemaal extra stress die eigenlijk onnodig is.”

Veel jonge moeders voelden zich, eenmaal thuis met de baby, wel erg geïsoleerd.

“Ik hou van het citaat ‘It takes a village to raise a child’. Maar de grootouders mochten niet meer komen helpen, de kraamhulp en vroedvrouwen kwamen niet of veel minder langs. Dat had niet mogen gebeuren. Hadden we die jonge ouders beter kunnen helpen en hen toch diezelfde rust van op de materniteit kunnen bieden, dan was dat voor hen heel goed geweest. Dat is echt iets wat we uit de coronaperiode moeten meenemen. Er zijn culturen, zoals in India waar ik ben opgegroeid, waar die wijsheid al lang bestaat en waar je de eerste maand na de bevalling met rust wordt gelaten. Toen mijn oudste kind geboren was, heb ik veertig dagen geborgenheid gerespecteerd, om te herstellen van mijn bevalling en mijn kind te leren kennen.”

Veel succes aan de jonge ouders die aan hun familie en vrienden moeten melden dat ze liever geen bezoek hebben.

“Ik wil niet zeggen dat alle bezoek moet wegblijven, de mensen die dicht bij mij stonden kwamen wel, maar vooral om te helpen. We zijn, alweer, niet gewend om te denken vanuit het perspectief van het kind. Op dat vlak zijn we vrij egoïstisch, hoor. We willen de baby zo snel mogelijk zien, ze vasthouden en onze cadeau’s afgeven. Maar dat kind is net uit de buik, elke prikkel is nieuw en komt binnen als een bombardement. Dus ja, je luide stem is echt storend en je geur is anders dan die van mama en heel verwarrend.

“Mijn advies is: maak het de jonge ouders zo makkelijk mogelijk. Neem een paar potten soep mee voor in de diepvriezer en vraag of er nog mand strijk ligt die je kan doen. En laat de baby vooral bij de moeder, die kan je later nog wel eens vasthouden. Want een ontspannen moeder is een ontspannen baby.”

Volgens verzorgers in de crèches bestaat er zoiets als coronababy’s: baby’s die maandenlang quasi alleen thuis waren met hun moeder en nu stilaan naar de crèche gaan, maar het daar opvallend moeilijk mee hebben.

“Dat klinkt vooral als heel goed gehechte baby’s, die meer tijden hebben gekregen om dicht bij hun ouders te zijn en hun behoeften duidelijk te maken. Als je maandenlang bij de vrouw bent geweest die je ook negen maand gedragen heeft en opeens, heel abrupt, acht uur per dag ergens anders moet verblijven, dan is het heel normaal dat je daar tamtam over maakt. Dat is voor geen enkele baby leuk, maar een coronababy toont het misschien meer.”

Sturen we baby’s volgens u te vroeg naar de crèche?

“Dat is een gevoelige vraag. Voor een kind van drie, vier maand is het te vroeg, ja. Bovendien wisselen de verzorgers elkaar vaak af en dat is moeilijk voor baby’s, die in hun eerste levensjaar eigenlijk maar vier dichte zorgfiguren aankunnen. Anderzijds klopt het niet dat een moeder alleen voor haar kind moet instaan. Maar hier is het het één of het ander: of je blijft thuis, of je besteedt je kind volledig uit. Het zou beter zijn om kinderen later en stapsgewijs naar de kinderopvang te laten gaan. Dat hebben ze in Scandinavië, waar zowel de moeder als de vader lang kunnen thuisblijven, alleszins veel beter geregeld.

“Ik ben een grote pleitbezorger van het Manifest 1.001 Kritieke Dagen, dat in Groot-Brittannië is ontwikkeld en stilaan ook hier ingang vindt. Die 1.001 dagen slaat op de periode tussen de conceptie en de tweede verjaardag van een kind, een cruciale periode. Als in die fase de ontwikkeling goed loopt, dan heeft de kind daar voor de rest van zijn of haar leven baat bij. Loopt het mis, zo weten we uit onderzoek, dan is dat een voorspeller voor bepaalde ziektes zoals diabetes, obesitas of depressies. We weten ondertussen allemaal dat roken en alcohol drinken tijdens de zwangerschap erg schadelijk zijn, maar het gaat ook over stress tijdens de zwangerschap, of verwaarlozing of een vechtscheiding tijdens de vroege kindertijd.

“Dat zijn verbanden die wij wetenschappers zeer goed kennen, maar waar preventief weinig mee wordt gedaan. Nochtans zou het effect fantastisch zijn: als we de mensen die nu een baby krijgen die eerste 1.001 dagen beter ondersteunen, dan hebben we binnen twintig jaar een generatie die veel gezonder is. Dat zou op lange termijn alvast veel gezondheidsuitgaven besparen. En dat is, voor alle duidelijkheid, geen persoonlijke overtuiging, die effecten zijn wetenschappelijk aangetoond.”

Wat zouden er dan preventief beter kunnen?

“Net zoals we zwangere vrouwen fysiek heel goed opvolgen en verzorgen, zou het goed zijn als we ze ook psychisch meer ondersteunen: ze helpen in de voorbereiding en de aanpassing aan hun nieuw leven. Ook vaders moeten, via verlofstelsels, de kans krijgen om langer thuis te blijven bij hun kind.

“In de kinderopvang moeten we ook echt meer investeren: twee begeleiders voor zestien baby’s is crimineel weinig. Als die twee verzorgers keihard werken, krijgen ze al die kinderen tijdig verschoond en gevoed. Maar ze kunnen niet de affectie en regulatie bieden die kinderen ook echt nodig hebben. Het zou ook heel goed zijn dat risicoprofielen, zoals moeders die in armoede leven, beter worden ondersteund. Dan leg je een hele mooie basis voor een gezonde bevolking, die later ook economisch veel actiever zal zijn, want nu zien we veel volwassenen op een of andere manier uitvallen.”

Weten we eigenlijk te weinig over wat hele kleine kinderen nodig hebben?

“De zorg voor kinderen is hier grotendeels georganiseerd rond economische noden, niet rond de behoeften van het kind. Maar om daar iets positief tegenover te zetten: de kinderrechten bestaan nog maar sinds de jaren vijftig, pas in de jaren tachtig zijn de ontwikkelingsnoden van kinderen wetenschappelijk uitgediept en nu voeren wij dit gesprek. Dat is een goede evolutie.”

Kinderpsychiater Binu Singh.Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234