Vrijdag 24/09/2021

ToekomstdenkerKatherine Trebeck

Katherine Trebeck pleit voor een ‘welzijnseconomie’: ‘Er bestaat niet zoiets als gratis geleverd’

Katherine Trebeck: 'In een welzijnseconomie heb je minder ziekenhuisbedden nodig. Mensen drinken zich op vrijdagavond bijvoorbeeld niet meer van ellende lazarus.’ Beeld Robert Ormerod
Katherine Trebeck: 'In een welzijnseconomie heb je minder ziekenhuisbedden nodig. Mensen drinken zich op vrijdagavond bijvoorbeeld niet meer van ellende lazarus.’Beeld Robert Ormerod

De coronacris heeft de wereld danig door elkaar geschud. Zal de samenleving ook blijvend veranderen? Elke week legt een ‘toekomstdenker’ uit hoe het morgen beter kan. Deze week: de Australische Katherine Trebeck is de drijvende kracht achter het concept van de ‘wellbeing economy’, waarbij welzijn van mens en milieu vooropstaat.

Als we Katherine Trebeck ’s ochtends zoomen in Glasgow, schuift ze net aan in haar knusse lockdown-thuiskantoor, “een hoek van onze slaapkamer”. Ze mist haar kopje thee. “Onze fluitketel is stuk.” Het zorgt meteen voor een dilemma waarmee ze haar ‘wellbeing economy’ in de praktijk moet brengen. “De reflex in onze huidige economie is: neem je laptop en bestel een nieuwe fluitketel via Amazon, waarna een onderbetaalde koerier de ‘made in China’-ketel bij je thuis aflevert. Dat mogen we niet meer doen. De transport- en milieukosten zijn veel te hoog. We moeten eerst proberen de fluitketel lokaal te laten herstellen, bijvoorbeeld door een ex-werknemer uit een oude industriële sector die zich heeft omgeschoold en die nu in de lokale circulaire economie werkt. Dat zorgt misschien niet voor economische groei, maar dient wel het welzijn van mens en milieu.”

De ‘welzijnseconomie’ is het antwoord van Trebeck en haar collega’s van de Wellbeing Economy Alliance op het model van permanente groei, met het bruto binenlands product (bbp) als heilige koe. Trebeck: “Het huidige model werkt met drie stappen. Eén: laat de economie zoveel mogelijk groeien en breng de schade aan mensen, planeet en klimaat gewoon mee in rekening. Twee: hef belastingen. Drie: gebruik die taksen om de schade van stap één te beperken. Maar dat is zo inefficiënt! De wetenschap zegt ons dat de economie niet kan blijven groeien. Mens en milieu lijden daar nu al onder. In de welzijnseconomie willen we groeien als het nodig is, niet als doel op zich.”

De aangekondigde ‘relance’ is dus niet per se al positief, want we tellen ook de schade van de pandemie mee als groei?

“De covidschade zal het bbp onvermijdelijk omhoog jagen. Omwille van de pandemie hadden we geen keus: onder meer in de publieke zorg móést worden geïnvesteerd. Maar ik hoop inderdaad dat er een debat zal ontstaan: wat rekenen we mee als groei? Want niet alle groei is goed. Neem nu de hittegolf boven het noordwesten van de VS en Canada. Mensen gaven veel meer uit aan airconditioning, aan flessen water, aan hospitalisaties wegens een zonnesteek, enzovoort. Dit wordt weggezet als ‘defensive expenditure’, maar ik noem het een gevolg van ons falen om voor een gezonde planeet te zorgen. Die uitgaven zou je niet bij het bbp mogen tellen.

“Nog een voorbeeld: hier in het VK gaat een groot deel van het welzijnsbudget naar het aanvullen van lonen, omdat sommige werkgevers niet het minimumloon betalen. Een beter en rechtvaardiger georganiseerde arbeidsmarkt zou zulke uitgaven overbodig maken.”

Waar moeten we beginnen, als we de stap naar een welzijnseconomie willen maken?

“Met een stap terug. We moeten ons eerst de vraag stellen welke economie we nodig hebben om menselijke doelen te bereiken zoals waardig werk, verbondenheid, controle over je bestaan, in een goed milieu leven... In plaats van het bbp zijn er andere maatstaven waar we ons beter op zouden richten, zoals de Better Life Index van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.) die het welzijn van een land meet op basis van elf criteria (arbeid, wonen, onderwijs, burgerschap, geluksgevoel, werk-levenbalans, inkomen, sociaal kapitaal, milieu, gezondheid en veiligheid, red.).

• Australische politicologe, influencer, economisch denker
• geboren in 1976; woont in Glasgow
• medeoprichter van de Wellbeing Economy Alliance
• helpt regeringen (in Schotland, IJsland, Finland, Nieuw-Zeeland...) met het uitbouwen van een welzijns­economie
• begeleidde Oxfam-projecten rond ‘menselijke economie’
• maakte in 2019 furore met haar boek The Economics of Arrival

“We beschikken op dit vlak over allerlei relevante cijfers, maar die gegevens blijven dikwijls in de kolommen van statistici steken. Zij moeten ze beter communiceren naar de politiek en het brede publiek, zodat we zicht krijgen op wat de werkelijke kwaliteit van ons dagelijks leven uitmaakt. Dan kun je verkozenen en regering vragen zich daarop te focussen.”

Een concreet voorbeeld: we kunnen de economie en ons welzijn letterlijk gezonder maken, door te zoeken naar verbanden tussen ongezonde leef- en voedings-gewoontes en gezondheidsproblemen in sommige buurten?

“Inderdaad. We moeten gaan inzien dat gezondheid lang niet alleen het resultaat is van persoonlijke genetica of keuzes, maar ook van omgevingsfactoren, van het soort huisvesting waarin je leeft, de kwaliteit van je job, of je straat druk is of niet, of je controle hebt over je leven of niet...

(wijst naar haar raam) “Daar, aan de overkant van de rivier, ligt het ziekenhuis van Glasgow. Een van onze bestuursleden, die hier ook gemeenschapswerker is, zei laatst: ‘Dat ziekenhuis is acht verdiepingen hoog. Misschien zal het in een welzijnseconomie slechts drie verdiepingen moeten tellen omdat er minder stress en diabetes zal zijn.’

“Ik geef hem gelijk. Mensen zullen altijd nog wel een been breken of zo, maar in een welzijnseconomie zouden ze zich vrijdagavond niet meer van ellende lazarus drinken of zich te buiten gaan aan ongezond comfort food. Ze zullen beter eten omdat ze lokale gemeenschapstuinen hebben en omdat gezonde voeding betaalbaar zal zijn. Hier is het goedkoopste voedsel het slechtste, en armere mensen kopen dan eten dat hen snel vult.

“Permanente stress heeft op termijn fysieke effecten. Een welzijnseconomie kan dat tegengaan.”

Covid legde de kwetsbaarheid van onze publieke zorginstellingen bloot. Hoe maken we ze weerbaarder in een welzijnseconomie?

“Door er meer in te investeren, bijvoorbeeld. Covid leerde ons dat we ons zorgsysteem en de zorgwerkers die dagelijks hun leven op het spel zetten moeten koesteren. Dat geld kun je ergens anders vandaan halen. Denemarken gaf tijdens de pandemie geen overheidssteun meer aan bedrijven die geld naar belastingparadijzen versluisden. Het geld dat daarmee werd bespaard, investeerde men in de zorg.”

Tegelijk legde covid ook de ongelijkheden tussen zwarte en witte mensen bloot.

“Er zijn onevenredig veel zwarte mensen aan het virus gestorven, ook in onze contreien, omdat ze door hun slechte levensomstandigheden minder makkelijk toegang hadden tot gezondheidszorg.

Graffiti in Glasgow, Katherine Trebecks woonplaats: ‘We moeten gaan inzien dat gezondheid lang niet alleen het resultaat is van persoonlijke genetica of keuzes, maar ook van omgevingsfactoren, van het soort huisvesting waarin je leeft, of je straat druk is of niet.’ Beeld AP
Graffiti in Glasgow, Katherine Trebecks woonplaats: ‘We moeten gaan inzien dat gezondheid lang niet alleen het resultaat is van persoonlijke genetica of keuzes, maar ook van omgevingsfactoren, van het soort huisvesting waarin je leeft, of je straat druk is of niet.’Beeld AP

“Als je zwart bent, heb je in het VK een grotere kans om in dichtbevolkte blokken te wonen en slechter betaalde jobs te doen die je meer blootstellen aan het publiek. Denk aan buschauffeurs. Genderongelijkheid idem. De vrouwen die thuiswerken moesten in veel gevallen ook de kinderen helpen met het huiswerk, het huiselijk geweld nam toe... Bestaande problemen zijn vergroot door covid. Een welzijnseconomie moet echt proberen die ongelijkheden weg te werken.”

Is het streven naar een welzijnseconomie niet onhaalbaar wanneer tegelijk de wereldwijde ongelijkheid groter wordt?

“In het hart van een welzijnseconomie staat globale solidariteit en rechtvaardigheid. Zoals Martin Luther King ooit zei: ‘Injustice anywhere is a threat to justice everywhere’. Als er ergens onrecht bestaat, kan dat overal de rechtvaardigheid bedreigen. Mijn moederland Australië sloot tijdens covid zijn grenzen. Hetzelfde als het over de klimaatvluchtelingen gaat. Een welzijnseconomie scheppen is onmogelijk als er globale onrechtvaardigheid blijft bestaan. Een voorbeeld. Ik werk nu thuis en ben al voor de tweede keer gevaccineerd. Ik had het gevoel dat dat gebeurde opdat de pubs hier weer zouden kunnen opengaan, terwijl ik veel liever gewacht had tot verplegers in India of Kameroen waren gevaccineerd.

“Dit toont nogmaals onze ‘eigen economie eerst’-mentaliteit. Daarom gaf ik na elke vaccinatie telkens een donatie aan Artsen zonder Grenzen, uit een soort schuldgevoel.”

De welzijnseconomie haalt wel inspiratie uit het Zuiden. Himalaya-staat Bhutan pionierde in 1972 met zijn Bruto Nationaal Geluk. Kunnen we dat hier ook toepassen?

“Sommige van de mooiste ideeën om onze economieën te hervormen komen inderdaad uit landen waar de mensen het minder goed hebben dan wij. Bhutan lanceerde zijn Gross National Health (GNH) niet toevallig in het jaar dat het illustere Grenzen aan de groei-rapport van de Club van Rome verscheen. De waarschuwingen van de Club van Rome over wat onze planeet aankan, komen vijftig jaar na dato uit.

“Bhutan interpreteert geluk wel breder dan wij. Ze meten negen domeinen, waaronder tijdgebruik, culturele vitaliteit, gezondheid,...

“Toen ze zagen dat vrouwen en landbouwgemeenschappen een lagere geluksfactor hadden, schreven ze geen Prozac of andere antidepressiepillen voor, nee, ze steunden de empowerment van vrouwen. Ze legden ook betere wegen aan, die het platteland uit zijn isolement haalden.

“Let wel, Bhutan is ook niet altijd perfect, hoor. Zo hebben ze een problematische omgang met migranten en minderheden. Ik denk dat we het beste uit alle landen moeten samenbrengen. Ook landen als Ecuador en Bolivia namen welzijnsdoelen in hun grondwet op. Costa Rica is nog zo’n voorbeeld, omdat het niveau van levens­tevredenheid, gezondheid en biodiversiteit hoog is. Het bbp per hoofd scoort niet extreem goed, maar de mensen hebben er wel een hogere levensverwachting dan inwoners van de VS. Het bewijst dat je geen hoog bbp moet hebben om je inwoners een waardevol leven te geven.

“Zo moeten ook wij stroomopwaarts durven denken. Een welzijnseconomie moet niet enkel proberen symptomen te bestrijden, maar ook de diepere oorzaken bekijken. Pas als je die onder ogen ziet, kun je je economie hermodelleren.”

Hoe breng je meer welzijn op de arbeidsmarkt, die tijdens de lockdowns zo ingrijpend veranderde?

“De ‘uberisering’ nam tijdens covid een hoge vlucht. Heel veel ondernemingen hier in het VK behandelen werknemers nu als ‘just in time’-voetvolk. Zoals een tearoom denkt aan de hoeveelheid melk die ze daags nadien moeten bestellen, klikt een manager van een ander bedrijf op een app om via ‘nuluurcontracten’ personeel te huren. Maar: drie uur ergens gaan werken en dan weer moeten vertrekken; dat is echt niet oké.”

Wij thuiswerkers applaudisseerden in 2020 voor ons ‘essentiële personeel’ in de zorg. Maar moeten en kunnen we niet méér doen?

“We moeten de politiek duidelijk maken dat onze verpleegkundigen betere lonen verdienen. Ik denk ook aan de koeriers. Zij brengen zichzelf elke dag in gevaar. Herinner je de vreselijke verhalen over de druk op hun bestaan die regisseur Ken Loach al vóór covid filmde (in de film ‘Sorry We Missed You’, eind 2019, red.)?

“Het minste wat we als consumenten kunnen doen is niet zomaar ‘free delivery’ aantikken als we online bestellen. Er bestaat niet zoiets als ‘gratis geleverd’, want die job wordt gedaan door een méns en er zijn milieu- en sociale kosten aan verbonden.”

In een welzijnseconomie is thuiswerk een recht, maar de pandemie leerde ons zowel de voor- en de nadelen. Wat is voor u het ideale scenario?

“Twee dagen bij je team op het werk en drie dagen thuis, zoiets? Onlangs zei iemand me dat thuiswerk zijn kortetermijnproductiviteit verhoogde, omdat hij niet moet pendelen en thuis sneller taakvakjes ‘tik-tik-tik’ afvinkt. Maar zijn productiviteit op de lange termijn is gedaald: het diepe denken, de reflectie... Ideeën rijpen pas als je ze laat botsen met die van je collega’s. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens.

Katherine Trebeck: 'Laten we vooral naar geluk streven. Groeien moeten we alleen doen als het echt nodig is. Het mag geen doel op zich zijn.’ Beeld Robert Ormerod
Katherine Trebeck: 'Laten we vooral naar geluk streven. Groeien moeten we alleen doen als het echt nodig is. Het mag geen doel op zich zijn.’Beeld Robert Ormerod

“In de marge: de meeste mensen kennen deze luxe dus niet. Thuiswerk blijft het privilege van een elite, vergeet dat niet.

“Wat ik wel merk, is dat thuiswerk het aanzien van de stad verandert, ten goede en ten kwade. De buurten waar mensen wonen leven op. Er gaan nieuwe cafés, restaurants, buurtwinkels open. Dat is goed voor de welzijnseconomie. Maar de andere kant van de medaille is dat de stadscentra er door dat telewerk deprimerend stil bij liggen. Daar moeten we nog iets op vinden.”

Luidt covid het einde van de wereldwijde logistiek in, ten voordele van de lokale ‘korteketen’-economie?

“Covid heeft er zeker voor gezorgd dat we de lokale, korte keten meer zijn gaan waarderen. Terwijl mensen in de supermarkten vochten om geïmporteerd toiletpapier, waren er in de Farmer Markets – die iedereen plots ontdekte – altijd seizoensgroenten en -fruit voorradig.

“Hier in Schotland wordt momenteel een breed debat over ‘community wealth building’ gevoerd. Als je mensen lokaal geld kunt laten uitgeven, zal de welvaart lokaal duurzaam blijven groeien. De Amazons van deze wereld zullen dan de lokale economie niet leegzuigen. De nieuwe Schotse regering heeft nu zelfs een staatssecretaris voor ‘community wealth building’ aangesteld.

“Iets vanaf de andere kant van de wereld bij je laten afleveren is zo 20ste-eeuws. Anno nu moeten we ons richten op de circulaire economie. Denk aan onze fluitketel.” (lacht)

Hoe bereik je een balans tussen de globale en de lokale economie zonder protectionistische reflexen, die innovatie afremmen?

“De Belgische academicus Michel Bauwens, een van de grote krachten achter peer-to-peerlending (aan elkaar geld lenen zonder dat er een bank tussen zit, red.), zei ooit: ‘Als het zwaar is, zoals een product, deel het dan lokaal. Als het licht is, zoals innovatie, deel het globaal.’ Een voorbeeld. Hier in Schotland gaat het momenteel veel over de productie van windturbines en -molens, die hier de energie van de toekomst vormen. We voeren ze nu in vanuit het zuidelijk halfrond. De milieukosten daarvan zijn groot. Die dingen zijn zwaar. We zouden ze beter hier laten maken. Door werknemers die nu nog actief zijn op de olie- en gasplatforms, bijvoorbeeld.”

Je moet die oudere industrieën en hun oudere werknemers wel mee krijgen in uw nieuwe verhaal. De menselijke reflex is: ik klamp me vast aan mijn job. Hoe begeleid je de omslag?

“We moeten eerst erkennen dat deze werknemers terecht bezorgd zijn. We kunnen hen niet zomaar aan hun lot overlaten. Als mensen zich verlaten of aangevallen voelen, zullen ze zich inderdaad tegen verandering verzetten. We hebben de verantwoordelijkheid om hen te helpen, met herscholing, met het opzetten van nieuwe handelszaken of desnoods met vervroegde pensionering.

“Het is mogelijk hen een nieuwe plek te geven. Werknemers uit de olie-industrie bijvoorbeeld kun je inzetten om onze circulaire economie te bouwen, van een nieuwe mobiliteitsinfrastructuur tot betere behuizing.”

Duurzaam wonen, dat is sinds de pandemie makkelijker gezegd dan gedaan. Vóór covid werd iedereen aangemoedigd om in de stad te gaan wonen. Dat is efficiënt en verlicht de druk op platteland en natuur. Maar na maanden van lockdown zoeken velen weer de groene ruimte op, die er steeds minder is.

“Huizen worden nog steeds te veel gebruikt als investeringsprojecten, als een object waar je winst mee maakt als je het verkoopt, of om voor een hoge prijs te verhuren. We moeten veel meer investeren in betaalbare cohousing-projecten, waaraan je ook een deeleconomie koppelt.

“Ik woon bijvoorbeeld in een appartement met negen flats. Iedereen heeft een eigen wasmachine, die we niet elke dag gebruiken. Waarom zijn er niet gewoon twee gedeelde wasmachines voor het hele gebouw? We kunnen toch ook fietsen delen, of een elektrische auto? Het is echt niet allemaal rocket science, we moeten gewoon onze verbeelding gebruiken.”

Hoe kijkt u naar de Green Deal en het covid-herstelpakket van de EU? Volstaat dit om de overstap te maken naar een welzijnseconomie?

“Nee, dat Europese plan is nog niet helemaal genoeg. Het is wel al briljant dat een groene economie nu vooraan staat. Door de investeringen in groene transitie kun je sociale resultaten genereren, zoals de omvorming van jobs. Wat me verontrust is dat het weer als een groeistrategie wordt gebracht. Dan zijn we terug bij het begin van ons gesprek. We zitten zo vast in die obsessie dat groei een doel op zichzelf moet zijn, dat we nog altijd niet zeggen: wat voor soort groei, voor wie, waarom, in welke omstandigheden hebben we het nodig?

“Veel geesten zijn nog altijd vastgeroest. Ik had liever gezien dat er éérst werd vastgelegd wat er precies moet groeien om bij te dragen aan sociale rechtvaardigheid en een gezonde planeet. Is daar wel voldoende over overlegd?”

In een welzijnseconomie is ­burgerparticipatie essentieel, maar covid leerde dat zelfs Europese democratieën in crisistijd de burgerlijke vrijheden opgeven voor een omstreden avondklok. Hoe voorkom je dat dit zich herhaalt tijdens klimaatcrisissen? Want zo’n avondklok schaadt voor een stuk ons welzijn.

“Je kunt inderdaad niet buiten een ‘recht van vergadering’, als je burgerparticipatie wilt laten werken. Maar een avondklok kan mensen ook op ideeën brengen. In Schotland hebben we online burgerparlementen georganiseerd, met honderd mensen die representatief zijn voor onze samenleving. Er werd daar heel gedurfd gereageerd op milieu- of welzijnsafbraak. Zo was er steun voor hogere belastingen op de luchtvaart, op vlees…,zaken waar regeringen aan twijfelen.

“Die burgerparlementen bewijzen dat je niet zomaar kunt zeggen dat de mensen niet klaar zijn voor een economische omslag. Een welzijnseconomie gaat daarom ook over een verschuiving van de machtsbalans. Ze kan niet alleen gedragen worden door regeringen en academici maar moet ook gebouwd worden met inbreng van gemeenschappen, waarvan de belangen vooropstaan.

“Ik heb zelf burgerparlementen begeleid, hier en in India, en mijn collega in Namibië. Blijkt dat wat telt voor je gemeenschap, wat mensen nodig hebben om goed te leven, dat dat zowat overal hetzelfde is: goede relaties, mentale en fysieke gezondheid, inkomenszekerheid, waardig werk.

“Maar dit is maar één onderdeel, hè. Er is veel meer nodig. Bekijk een welzijnseconomie als een cocktailparty. Pas als iedereen iets meebrengt, kan het een succes worden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234