Woensdag 24/04/2019

techtalks

Kan het internet de democratie redden?

Wie democratie vergelijkt met een softwaresysteem, stelt vast dat het vandaag nog op Windows 95 draait. Kan technologie helpen om de democratie een update te geven?

TED reeks internet democratie Beeld Eline Van Strien

Wanneer de Brit Jon Barnes, die bedrijven helpt om de digitale vertaalslag te maken, tijdens zijn zomervakantie verneemt dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt, wordt hij overmand door teleurstelling. “Aan de ene kant was ik kwaad op mezelf omdat ik het niet had zien aankomen, aan de andere kant vroeg ik me af hoe dit is kunnen gebeuren.”

In zijn ontgoocheling schrijft Barnes een blogpost die uiteindelijk in een boek zou resulteren: Democracy Squared. “Het internet democratiseert. Naast informatie, muziek en films kunnen we het internet misschien gebruiken om de democratie zelf te democratiseren.” Hij wil graag alle expertise en experimenten daarover samenbrengen zodat ze van elkaar kunnen leren. Het boek is nog maar een begin.

Barnes interpreteert de democratie als een manier om de wil van het volk te bekrachtigen, en daar loopt volgens hem heel wat fout. “Ik ben op dit moment niet geïnteresseerd in de inhoud van beslissingen, maar in de manier waarop die tot stand komen”, verduidelijkt Barnes.

'We stemmen nog altijd verouderd. Als we geluk hebben, zijn pen en papier vervangen door een stemcomputer.' Beeld Bas Bogaerts

Hij vindt dat er te weinig naar mensen, burgers of het volk geluisterd wordt. “En als er dan wel eens een beroep wordt gedaan op de stem van de burger, reduceren we de beslissing tot zwart of wit, in de Europese Unie of eruit. Je kunt het vergelijken met op restaurant gaan en een keuze krijgen uit twee menu’s, terwijl je eigenlijk verschillende gangen uit beide menu’s wil combineren.”

Het aanvoelen van Jon Barnes loopt gelijk met een bredere, op het eerste gezicht paradoxale, analyse: terwijl het vertrouwen in klassieke democratische instellingen lijkt af te nemen, engageren alsmaar meer mensen zich wel in spontane burgerinitiatieven. Partijtrouw kalft af, maar het lidmaatschap van burgerbewegingen neemt juist toe.

Kan technologie daarbij van dienst zijn? Pia Mancini, een Argentijnse technologieactiviste, die al een aantal jaren technologie inzet om de muren tussen burgers en politici te slopen, meent van wel.

Open source

In haar TED-talk verduidelijkt Mancini het gevoel dat bij Barnes overheerst. “Burgers doen hun uiterste best om te communiceren met systemen die uit de 19de eeuw stammen en die gebaseerd zijn op een technologie uit de 15de eeuw.” Mancini heeft het dan over de manier waarop we vandaag stemmen. Met pen en papier, achter een gordijn, waarmee we minstens om de vier jaar vertegenwoordigers kiezen. Hier en daar komt er al eens een verouderde stemcomputer aan te pas.

Daarnaast kost dat systeem ook nog eens veel tijd, tijd die we vandaag allemaal niet hebben. “Wie impact wil hebben op het beleid, moet een heel hoge ladder, met vele postjes beklimmen vooraleer je het verschil kan maken”, zegt Mancini.

Kortom, om het met de beeldspraak van Barnes te zeggen: de democratie heeft dringend een serieuze software-update nodig. Vraag is: hoe doe je dat?

Mancini lichtte in Argentinië een tipje van de sluier: ze ontwikkelde samen met collega’s de app DemocracyOS om een brug te bouwen tussen burger en politicus. Politici kunnen dankzij de app beter inschatten hoe mensen over belangrijke dossiers denken.

DemocracyOS vertrekt vanuit het opensourceprincipe. Je kunt als burger laten weten of je al dan niet akkoord bent met hangende wetgeving. Enige voorwaarde: vooraleer je een stem kunt uitbrengen, wordt er van je verwacht dat je je inleest. Je kunt ook zelf ideeën formuleren en voorstellen.

“Toen ik de app aan de politici presenteerde, lachten ze vriendelijk en bedankten ze voor het initiatief”, vertelt Mancini in haar TED-talk. Ze richtte in 2013 samen met Santiago Siri en Esteban Brenman uiteindelijk de Internet Partij op om vertegenwoordigers in het parlement te krijgen die wel open stonden voor die innovatieve manier van vertegenwoordiging. De partij hoopt in 2017 haar eerste vertegenwoordigers in het parlement te krijgen.

Niet per se bottom-up

De Brusselse ondernemer Wietse Van Ransbeek herkent de frustratie om als burger niet gehoord te worden maar al te goed. “Het kost massa’s tijd en moeite om als inwoner van een stad of een gemeente je mening te laten horen, ook al ben je sterk geëngageerd.” Hij vroeg zich af of technologie hem niet kon helpen om die drempel te verlagen.

CitizenLab is een onlineplatform dat overheden de mogelijkheid geeft om beter de vinger aan de pols te houden. Je kunt het gebruiken om beslissingen op te communiceren en discussies te organiseren over actuele en belangrijke thema’s. Mensen kunnen ook zelf ideeën pitchen om te testen hoe medeburgers daar tegenover staan.

Opvallend is dat Van Ransbeek en co. voor hun platform CitizenLab niet vertrokken van een bottom-upproces. “We willen niet gezien worden als een partizaan. Het doel is om samen te werken met overheden om te tonen hoe je de kloof tussen burger en stads- of gemeentebestuur kunt dichten.”

De grootste uitdaging voor het platform is om realtime informatie die burgers gewoon zijn te matchen met een trage overheid. Dat lijkt voor sommige steden goed te lukken. Zo deed Hasselt via Citizenlab een beroep op zijn inwoners om te beslissen hoe het Katermolenpark er in de toekomst moet uitzien. Van Ransbeek hoopt dat zijn platform ook bij meer maatschappelijke thema’s een rol van betekenis zal spelen.

Cynici zien in Citizenlab vooral een leuk marketingverhaal waar gemeentebesturen zichzelf mee op de borst kunnen kloppen. “Indien dat het enige doel is, val je snel door de mand”, weet Van Ransbeek, “je wordt als overheid verplicht om anders te werken. Je moet bereid zijn tot cocreatie. Zodra mensen het gevoel krijgen dat er niet echt naar hen geluisterd wordt, doorprikken ze dat.”

Ongelovigen overtuigen

Of je nu spreekt over bottom-upinitiatieven zoals DemocracyOS of initiatieven die uitgaan van de overheid om meer participatie te organiseren: mobilisatie blijft moeilijk. Dat vertelt Ira van Keulen, die aan het Rathenau Instituut onderzoek doet naar e-democratie en e-participatie.

Het is volgens Van Keulen belangrijk dat mensen die zich engageren, weten wat ze zelf mogen verwachten. Participatie kan bijvoorbeeld monitoring betekenen, waar ‘They work for you’ in het Verenigd Koninkrijk een goed voorbeeld van is. Aan de hand van de informatie die je krijgt, kun je proberen inschatten hoe goed of slecht parlementsleden hun werk doen. The Open Ministry in Finland is dan weer bedoeld om mee de agenda te bepalen door wetsvoorstellen te crowdsourcen. De laatste vorm, effectief impact hebben op het beleid, blijft het grootste probleem. “Mensen mogen niet het gevoel krijgen dat er toch niets met hun input gebeurt, anders haken ze af.”

Het 'democratisch experiment' G1000 in 2011: een burgertop op zoek naar een antwoord op de moeilijkheden van de democratie. Beeld BELGA

Op die manier dreigen zulke initiatieven, alle goede voornemens ten spijt, hun doel voorbij te schieten. “Uiteindelijk preken initiatiefnemers nog voor eigen kerk. Hoe gaan ze ongelovigen overtuigen om in hun verhaal mee te stappen”, vraag Ben Caudron, technologiesocioloog en professor aan de Erasmushogeschool Brussel, zich af.

Toch voelt Caudron sympathie voor de wereldverbeteraars die in technologie een bondgenoot zien, al mogen we ook niet naïef zijn. Hij was zelf nauw betrokken bij het G1000-experiment van David Van Reybrouck, een burgertop met een panel van duizend burgers.

Caudron wijst er in de eerste plaats op dat het begrip democratie allerminst eenduidig is. “Politieke filosofen en politicologen denken nu al honderden jaren na zonder er al te veel duidelijkheid te scheppen. De meeste zogenaamde democratieën verwijzen op een of andere manier naar een model dat we van de Verlichtingsfilosofen kregen, het sociaal contract waarin burgers en hun politieke vertegenwoordigers afgebakende rollen krijgen.” Zo’n model staat vrij ver af van bijvoorbeeld de participatieve democratie, die een veel actievere rol aan burgers toekent.

Internetbubbel

Caudron waarschuwt ook voor al te hoge verwachtingen van de effecten van het internet. “Uiteraard kun je met het internet mogelijkheden veel sneller met veel meer mensen communiceren, wat meer mogelijkheden om te mobiliseren biedt. Maar het is niet omdat dit kan, dat dit ook met succes gebeurt. Het is niet omdat je een pen hebt, dat je een dichter bent.” Een metafoor die om enige verduidelijking vraagt.

Hij verwijst naar de droom van Barnes, die overigens niet nieuw is en al sinds de jaren negentig bestaat. “Toen droomden we van de enorme emancipatie die het internet onze samenleving zou bezorgen. Ondertussen hebben we kunnen vaststellen dat die droom vooral een illusie is gebleken.” De technologie heeft haar volledig potentieel (nog) niet gehaald. “Het internet – of de pen – wordt vandaag niet meteen gebruikt om mensen zorgvuldig te informeren, maar om angst in te boezemen.” Met alle gevolgen van dien.

Een analyse die de Brit Barnes deelt. Hij is ook teleurgesteld in de rol die politici en media daarin spelen. “Zij hebben samen het referendum over de brexit vereenvoudigd tot een in of een uit. Terwijl ze de uitdagingen ook hadden kunnen opdelen in verschillende debatten.” Hij gelooft daarom in het decentraliseren van autoriteit. “Op dit moment is er weinig tot geen vertrouwen in politici, maar we leggen dat vertrouwen om de x aantal jaar wel vast in één silo. Als we het risico op falen willen verdelen, moeten we ook het vertrouwen opdelen.”

Barnes hoopt dat na koningen, verkozen vertegenwoordigers, het nu aan netwerken is om de plak te zwaaien in onze samenleving. Wanneer we hem vragen hoe dat er precies uitziet, moet hij het antwoord schuldig blijven.

Maar wie in het netwerk gelooft, gelooft in haar deeltjes, de mensen. Daar ligt het probleem ook niet volgens Caudron. “Als mensen zich bewust zijn van wat er voor hen echt van belang is, zullen ze daar ook naar handelen”, verwijst hij naar Noam Chomsky, emeritus hoogleraar taalkunde aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). “Dat is natuurlijk lastig voor een politicus die er vanuit gaat dat burgers te dom zijn om te helpen donderen.”

Van Keulen treedt hem bij: “Ik geloof dat burgers in staat zijn om relatief snel zelf expert te worden, als je de informatie maar toegankelijk maakt.” Ze gelooft dat de rol van politici in de toekomst wel eens zou kunnen veranderen. “Van mandataris gaan we naar een soort poortwachter: beslis je om breed gedragen ideeën van je burgers te verdedigen of niet. Indien je dat niet doet, zul je je serieus moeten kunnen verantwoorden.”

Tegelijkertijd kunnen we niet zeggen dat het internet het walhalla is vol constructieve discussies. Mochten zulke initiatieven er al in slagen om hun kerk te ontstijgen, is het maar de vraag of meningsverschillen de waan van een Twitter-tijdlijn ontstijgen en effectief kunnen bijdragen aan of zelfs het voeren van beleid. Joke De Nul, voorzitter van de Vlaamse Community Managers, is er zeker van dat er heel wat community managing aan te pas zal komen.

Je mag niet onderschatten dat er heel wat werk is voor community managers om interacties binnen de grenzen van het welvoegelijke te houden. “En daar ligt niet eens altijd kwade wil aan de oorzaak. Als je een community ontdekt, ken je niet meteen al de spelregels. Bovendien zijn mensen soms zo gepassioneerd dat ze zelf niet doorhebben dat ze bepaalde grenzen overschrijden. Ik ga constant een-op-eengesprekken aan met leden.”

Volgens De Nul is het geen slecht idee om mensen zich bijvoorbeeld met hun eID te laten identificeren. Zo gebeurt het bijvoorbeeld ongeveer op Brigade, dat Amerikanen de onlineruimte wil geven om met elkaar te debatteren over nationale thema’s. Eens er een kritische, geëngageerde massa aanwezig is op het platform, zullen politici niet anders kunnen dan luisteren, hopen de initiatiefnemers.

Experimenteren met technologie en democratie

DemocracyOS

DemocracyOS is een onlinetool die ontwikkeld werd in 2013 om jonge Argentijnen opnieuw bij het democratische proces te betrekken. Je kunt er stemmen op hangende wetsvoorstellen en nieuwe ideeën pitchen en erover debatteren.

MiVote

Het Australische MiVote vertrekt vanuit het principe dat burgers rechtstreeks moeten kunnen stemmen over belangrijke politieke issues. Leden krijgen meldingen en informatie over hangende zaken in het Australische parlement. Binnen de 36 uur wordt het resultaat van de stemming bekend gemaakt en worden de media geïnformeerd over wat mensen op MiVote denken.

CitizenLab

De Belgische start-up CitizenLab bouwde een platform om gemeenten en steden de mogelijkheid te bieden om burgers te laten participeren. Steden zoals Hasselt en Oostende gebruiken het platform.

Brigade

Het Amerikaanse platform Brigade noemt zichzelf ‘The world’s first network for voters’. De initiatiefnemers proberen een online ruimte te creëren waar op een constructieve manier over nationale wetgeving gedebatteerd wordt.

The Open Ministry

Het Finse The Open Ministry probeert initiatieven van burgers en ngo’s te ondersteunen. Ze crowdsourcen als het ware wetgeving die ze nadien proberen doorsluizen aan politici.

Crowdsource je grondwet

Een grondwettelijk comité van 25 mensen schreef samen met de IJslandse bevolking in 2012 een nieuwe grondwet. Twee derde van de IJslanders keurde de nieuwe grondwet via een referendum goed. Politieke strubbelingen zorgden ervoor dat de nieuwe grondwet nog altijd niet van kracht is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.