Zondag 07/06/2020

Digitale lessen

Ja, die meeting had een mail kunnen zijn (echt waar)

Beeld Levi Jacobs

Je hebt je vrienden, de neusgaten van oma én de kinderen van je collega’s nog nooit zo vaak gezien, maar dat digitaal communiceren begint te wegen. Welke lessen trekken we na een kleine maand babbelen in bytes? 

Als je het een beetje keurig doet, verloopt zowat al je sociaal contact tegenwoordig via een scherm. Je spreekt niet met personen, je spreekt met pixels. Een zegen, dacht je in het begin, want stel je voor dat we al die videotools niet hadden gehad. Toch begin je meer en meer aversie te krijgen voor de digitale dates met mensen die je ooit zo graag in de ogen keek. Uit traumatische gebeurtenissen vallen gelukkig altijd lessen te trekken, getuige cultklassieker SOS Piet. 

Die meeting kan inderdaad een e-mail zijn

De eerste maandagochtend van de lockdown heb ik mijn poes meteen in het gezicht van mijn hoofdredacteur geduwd. Mijn kat welteverstaan. En er zaten minstens twee schermen tussen. Schrijven dat ik enthousiast was voor mijn eerste digitale vergadering enkele weken geleden zou een understatement zijn. Ik kon meteen na de meeting aan de slag, en in principe moest ik niet eens een broek aandoen om productief te lijken. Voor mijn geshockeerde collega’s: ik draag wel degelijk een legging wanneer ik jullie spreek, een kledingstuk dat tijdens deze quarantaine gepromoveerd werd tot broek. 

Los van het feit dat sommigen gezellig inbellen vanuit hun gestreepte hangmat vergaat het telewerkers doorgaans prima. “Mensen vergaren heel wat mediawijsheid in deze tijden”, zegt Elke Boudry, communicatie- en projectcoördinator Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum voor Digitale en Mediawijsheid van de Vlaamse overheid. “Je merkt dat men zich steeds meer vragen begint te stellen over digitale privacy, en meer een onderscheid maakt tussen welke tools voor welke soort communicatie geschikt zijn.” Met andere woorden: een gesprekje met de CFO voer je best niet via Facebook Messenger. “Het was  die eerste week wel wat zoeken, maar ik heb de indruk dat de meesten nu hun draai gevonden hebben. We zijn vooral benieuwd naar wat er van deze vorm van telewerken blijft hangen na de lockdown”, aldus Boudry.

Verschillende werknemers meldden al dat er opvallend minder vergaderingen georganiseerd worden om de chaos tot een minimum te beperken. “Ik moest het dubbelchecken in mijn agenda omdat ik het zelf niet geloofde, maar dit is mijn eerste werkdag sinds 21 november waarop ik eens géén meetings heb”, zegt Thomas. “Iedereen ontdekt eigenlijk dat zo goed als elke meeting te vervangen is door een e-mail”, citeert hij de populaire meme die de ronde doet over nutteloze vergaderingen.

Omdat niemand zich wil bezighouden met de videomeeting-bingo – die bestaat uit vakjes met uitspraken als ‘sorry, je viel even weg’ of ‘je beeld blijft hangen’ proberen we zo efficiënt mogelijk te werken. Mededelingen gebeuren steeds vaker schriftelijk, en de vergaderingen die echt niet afgelast kunnen worden zijn meer gestructureerd, weet Boudry. “Het is belangrijk dat je een aantal vuistregels afspreekt. Dat er iemand is die de vergadering leidt, en dat iedereen zijn microfoon en camera uitzet terwijl iemand anders aan het spreken is.” Op voorhand de agendapunten via mail meedelen zodat medewerkers al schriftelijk kunnen inpikken vindt Boudry ook een goed idee. “En vergeet de chatfunctie niet, zodat je niet altijd mondeling moet onderbreken. Dat zorgt voor heel wat meer rust in het hoofd van de mensen die deelnemen aan het gesprek en zich een weg moeten banen tussen een wirwar van beeld en klank.”

Het is niet omdat je het een e-peritief noemt dat het plots gezellig wordt

Het is namelijk ontzettend vermoeiend, dat schermmatig sociaal leven. Ieder excuus dat je vroeger had om niet af te moeten spreken – “Sorry, ik heb dan een optreden. Nee kan niet, ik moet naar mijn ouders.” – is plots weggevallen. Uit knagend schuldgevoel en verveling schuiven we iedere avond wel digitaal bij iemand aan. Want wat is immers het alternatief? Je wilde plannen afblazen om als een kasplant in je zetel te hangen voelt rebels wanneer het je eigen keuze is, maar wanneer het wordt opgelegd door de overheid krijg je plots de neiging om uit te breken. Millennials en Gen Z spendeerden al een grote hoeveelheid tijd aan het onderhouden van hun contacten online, maar nu het plots de enige optie is, voelt het allemaal maar wat povertjes. Zélfs met onnozele filters over je hoofd. Daarom dat heel wat mensen proberen om het ‘normale’ leven zo veel mogelijk online te beleven. Ze houden een e-peritief of eten zelfs samen.

“Er wordt al een tijdje onderzoek gedaan naar telematic dining”, weet Charlotte De Backer, hoofddocent communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. “Ook voor corona was men daar al mee bezig, bijvoorbeeld om de eenzaamheid in zorgcentra te verminderen. Helaas is er nog steeds geen formule gevonden die bevredigend is. In ons team hebben we deze week samen pizza besteld voor de lunch, maar dat was toch niet zo gezellig. De microfoon vergroot ieders smakgeluiden, en toen een collega me erop wees ‘dat mijn pizza toch wel heel krokant was’ durfde ik haast geen hap meer nemen”, lacht De Backer. Of hoe het verbindende van samen eten niet ligt in het daadwerkelijk samen eten, maar het samen verpozen. Het enige wat we nu lijken te doen is samen verzuipen. In zorgen, in verveling, in tijd. Wie uitzoomt op zo’n zogenaamde quarantini ziet veelal het trieste tafereel van iemand die dronken, in zijn eentje, naar een scherm zit te roepen. Had je evengoed voetbalsupporter kunnen worden.

Wifi garandeert geen connectie

Digitale feestjes hebben nog érgens hun charme, met name dat er niemand ongevraagd in je kont knijpt en dat je niet hoeft te betalen om te gaan plassen, maar ze zijn een flutpleister voor je gapende eenzaamheid. “Ik heb mijn vrienden nog nooit zoveel gehoord als nu, maar ik heb me tegelijkertijd nog nooit zo eenzaam gevoeld”, bekent Caroline. Want zelfs wanneer we constant kunstmatig met elkaar in contact staan is de verbondenheid ver zoek. 

Subtiele lichamelijke signalen, zoals het optrekken van een wenkbrauw of het samenknijpen van je lippen gaat dezer dagen voor een deel verloren in de pixels. “Non-verbale communicatie is vooral belangrijk om feedback te krijgen op wat je zelf aan het zeggen bent – als aanmoediging of vorm van empathie. Via video komen je gesprekspartners veel ongeïnteresseerder over waardoor je eigenlijk geen bevredigend gesprek kan voeren”, aldus professor De Backer. Door het ontbreken van empathie ben je natuurlijk ook niet geneigd om je diepste gevoelens te delen, en hou je je babbels oppervlakkig. Nochtans zou een goed gesprek deugd kunnen doen nu iedereen het een beetje lastig heeft. 

Het feit dat je je gesprekspartner ook niet echt in de ogen kan kijken zonder scheel te zien (probeer maar eens recht in de lens én op je scherm te kijken) helpt de zaken niet bepaald vooruit. Bovendien word je constant met jezelf geconfronteerd, zelfs al ben je slechts enkele centimeters zichtbaar. De afgelopen weken heb ik alvast geleerd dat ik eigenlijk toch beter die beugel had genomen in het middelbaar. 

Grijsheid mediawijsheid

Wie zich allicht net iets minder aantrekt van hoe ze op je scherm verschijnen zijn de senioren. Voor corona had je nooit gedacht dat een close-up van een kin of een oor je zo emotioneel kon maken, want wat maakt het camerastandpunt uit: ze dóén het toch maar lekker. Sterker nog: de vlotheid waarmee ze WhatsApp-video hanteren doet je vermoeden dat je grootouders je vroeger enkel belden met hun ‘computerproblemen’ om je toch maar even gehoord te hebben. Uit de meest recente Digimeter, de jaarlijkse monitor van imec die onderzoek doet in Vlaanderen naar media en ICT, bezit zo’n 73 procent van de 65-plussers een smartphone, en is 78 procent van hen maandelijks actief op minstens één sociaal medium, zoals Facebook of WhatsApp. Het is aannemelijk dat de lockdownmaatregelen dat cijfer nog wat hebben opgekrikt. 

Op sociale media getuigen verschillende kleinkinderen over de techneuten die verscholen zitten in hun moeke en vake. Zo hangt iemands oma al godganse dagen aan de virtuele lijn. “Als er een groen bolleke naast hunne naam staat, dan bel ik ze op hé, suske.” Toch zijn al die mailende mémés niet per se goed nieuws. “Er zijn inderdaad veel senioren die digitaal overstag gaan, maar er blijft nog steeds een groep ouderen achter bij wie dit niet het geval is.  Omdat ze de middelen, de kennis of de drijfveer niet hebben. Die groep wordt steeds kleiner, maar de kloof tussen beide groepen wordt wél groter”, waarschuwt Boudry.

Details spreken boekdelen

Er zijn ook voordelen verbonden aan je schermtijd die als een pijl omhoog schiet. Visueel antropoloog en hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen Paolo Favero ziet steeds meer mensen zich bewust worden van het belang van storytelling. “Dat zit vaak in kleine details. Voor ik met jou gebeld heb, heb ik bijvoorbeeld wat parfum opgedaan. Het gaat om de ‘image’: waar neem je plaats wanneer je een videogesprek begint, welk camerastandpunt kies je, welke kleren draag je, welke details zie je in de achtergrond.” Dat journalisten hier meteen mee weg waren, werd duidelijk tijdens de eerste redactievergadering waar iedereen plots elkaars al dan niet imposante boekenkast op de achtergrond begon te becommentariëren. Maar het kan ook anders. Een vriendin vertelt me dat ze heel bewust geen foto’s van zichzelf in buitenlucht meer post omdat ze niet wil dat mensen denken dat ze de lockdownregels aan haar laars lapt.

“Op dit moment maken we wereldwijd allemaal min of meer hetzelfde mee. Het verhaal primeert niet, wel de manier waarop je dat verhaal vertelt, welke de invalshoek is, wat jouw persoonlijke touch is”, aldus Favero. Hij haalt aan hoe filosoof en cultuurcriticus Walter Benjamin vorige eeuw de gevleugelde woorden sprak dat de roman het traditionele storytelling had vermoord. “Er was slechts één narratief, er was geen interactie meer met het publiek, geen details die veranderden bij de overdracht. Dat we dit nu terugzien in digitale vorm vind ik fascinerend”, zegt de communicatiewetenschapper. “Hoewel we elkaar niet kunnen aanraken, lijken onze andere zintuigen extra gevoelig. Er zit een zekere poëzie in. Waar ter wereld ik ook iemand bel, op de achtergrond hoor ik altijd vogels zingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234