Vrijdag 18/10/2019

Wetenschap

Is een transplantatie het perfecte alibi om met moord weg te komen?

Beeld Thinkstock

Geen beter moment om een moord te plegen dan na een transplantatie of toch niet? We zochten uit of je bij een transplantatie andermans DNA in je lichaam krijgt en of dat je kan vrijspreken in het forensisch onderzoek. 

Stel je pleegt een zorgvuldig uitgedachte moord, maar laat daarbij per ongeluk een bloedspoor van jezelf achter. Zou het DNA van een getransplanteerd orgaan kunnen dienen als alibi, waardoor de politie je niet meer verdenkt? 

Om die theorie te onderzoeken, beginnen we bij het begin: krijg je bij een transplantatie andermans DNA in je lichaam. Antwoord: ja. Elke persoon heeft namelijk uniek DNA, dat zorgt voor unieke eiwitten op elke cel in het lichaam. Bij transplantaties kunnen die genetische verschillen tot problemen leiden, doordat het immuunsysteem van de ontvanger het geschonken orgaan als ongewenste binnendringer ziet. Vandaar dat patiënten na een transplantatie medicijnen krijgen om het immuunsysteem af te remmen.

Celverval

Dan de forensische vervolgvraag: kun je andermans DNA weken of maanden na een transplantatie ook terugzien in een bloedspoor van de nieuwe eigenaar?

In principe niet, zegt Jaap Mensink, stafarts van de Nederlandse Transplantatie Stichting, die onder meer organen toewijst aan patiënten. Toch zijn er volgens Mensink twee uitzonderingen mogelijk. "Ten eerste: wanneer een orgaan net na de transplantatie veel celverval laat zien. Doordat het orgaan even uit het lichaam is, staan de cellen onder veel stress en sterven ze af. De resten hiervan kun je aantonen in het bloed, maar de kans hierop is enorm klein."

Een waarschijnlijker scenario voor het ontstaan van een ander DNA-profiel is bij een beenmergtransplantatie. Bij zo’n transplantatie verwijdert de chirurg het beenmerg van de ontvanger, bijvoorbeeld wanneer iemand lijdt aan leukemie. Vervolgens transplanteert de chirurg stamcellen van een donor, om nieuw beenmerg te vormen in de ontvanger. In beenmerg ontstaan rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Mensink: "Daardoor neem je het DNA-bloedprofiel van de donor aan, en zou een forensisch expert je dus, alleen gebaseerd op een bloedspoor, voor iemand anders aan kunnen zien."

Het blijft in de familie

Dat bevestigt Merlijn van Hasselt, woordvoerder van bloedtransfusiedienst Sanquin. "Maar dit is dus alleen mogelijk bij een beenmergtransplantatie of stamceltransplantatie. Bij een gewone bloedtransfusie kom je geen DNA van de donor tegen, omdat daarbij alleen de rode bloedcellen van de donor naar de patiënt gaan. Alleen de witte bloedcellen bevatten DNA, rode bloedcellen hebben geen kern en bevatten dus ook geen DNA." Ook het DNA in al je andere cellen blijft bij andere transplantaties in alle gevallen van jezelf.

Maar is een beenmergtransplantatie dan geschikt als alibi wanneer je een moord plant? Waarschijnlijk niet. Om een transplantatie succesvol te laten zijn, is het namelijk zaak om iemand te zoeken die genetisch gezien zo veel mogelijk overeenkomsten vertoont, vaak familie dus. En om nu je broer voor die moord op te laten draaien…

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234