Donderdag 29/10/2020

Dossier HitteHoe overleven in betonland België?

‘In onze grote steden kan het 8 à 10 graden warmer zijn dan op het platteland’

Beeld Eric de Mildt

Nog maar net bekomen van de hittegolf van deze week? Zie het als een goeie training, want door de klimaatopwarming wordt de kans op tropisch weer alleen maar groter in de toekomst. Dat is vooral slecht nieuws voor de mensen die in steeds grotere aantallen en almaar dichter op elkaar gepakt in steden wonen. Rijden we ons straks met de fiets vast in het gesmolten asfalt? En voeren we maar beter een dagklok in, willen we niet doodvallen op de kokend hete stoep? Of is er nog hoop voor het met beton volgestorte hitte-­eiland dat Vlaanderen heet? 

Marie-Leen Verdonck (projectingenieur bij advies bureau Witteveen+Bos en expert stadsklimatologie): “De stad is een verzameling van beton, stenen en asfalt: al die gebouwen en straten nemen overdag veel warmte op. De luchttemperatuur zal overdag wel ongeveer dezelfde zijn als op het platte land, maar ’s nachts is het een ander verhaal. Dan wordt de warmte die overdag is op genomen weer af gegeven. De stad wordt ’s nachts echt een warmtebron. Het duurt lang voor ze kan afkoelen, omdat de warmte door de dichte bebouwing moeilijk kan ontsnappen. Op het platteland heb je enerzijds minder gebouwen en anderzijds meer vegetatie en water. Het koelt er dus sneller af.”

 Hoe groot is het verschil? 

Verdonck: “De grootste temperatuurverschillen zien we op dagen zonder wind of bewolking. Dan kan het verschil oplopen tot 8 à 10 graden. In kleinere steden gaat het over een verschil van 6 à 7 graden. Voor alle duidelijkheid: we hebben het over steden in België. In megasteden zijn de verschillen nog groter. 

Lees ook:  ‘Je lichaam doet er alles aan om af te koelen. Als dat niet meer lukt, kan het snel ernstig misgaan’ 

De recentste hittegolf in ons land is voorbij, maar maak u geen illusies: er staan er ons in de toekomst nog te wachten, en die dreigen nog zwaarder te worden. Wat doet de hitte met ons lichaam? Wat staat ons door de klimaatopwarming nog te wachten? Leven we hier binnen enkele decennia in een minder heuvelig Toscane of wordt het veeleer de verschroeiende hitte van Zuid-Spanje?

“Als het over hitte-­eilanden gaat, spreekt men vaak over dé stad. Maar ook binnen een stad zijn er grote verschillen mogelijk. In een buitenwijk met veel tuintjes zal het een stuk minder warm zijn dan in de binnenstad, met haar nauwe straten en hoge bebouwing.” 

Mensen moeten ’s nachts kunnen recupereren van de hitte overdag. Hoe minder dat lukt, hoe groter de hittestress en het risico op gezondheidsproblemen. 

Verdonck: “Dat is ook het probleem met hittegolven die lang duren. Na een tijdje koelen huizen ’s nachts nog amper af en zit je ’s morgens al aan een binnen temperatuur van 30 graden. Jonge en gezonde mensen zullen daar relatief weinig hinder van ondervinden, behalve dan dat ze misschien wat minder slapen en overdag minder productief zijn. Maar ouderen, heel jonge kinderen, en mensen met lucht wegaandoeningen of overgewicht, kunnen ernstige problemen ondervinden. Ze kunnen er zelfs aan sterven. 

“Daarnaast zijn mensen die in armoede leven kwetsbaar, omdat ze niet de middelen hebben om hun woning aan te passen of te investeren in airco of isolatie. Vaak wonen ze ook in slechte woningen in buurten met weinig groen.” 

Hoe zorgen we ervoor dat onze steden ondanks de klimaatopwarming toch leefbaar blijven? 

Verdonck: “Meer groen en water bieden een oplossing. Maar met wat ons volgens klimaatmodellen te wachten staat, moeten we ook realistisch zijn. De volledige stad afkoelen tot op het niveau van het platteland is onmogelijk. Je kunt wel op een andere manier gaan bouwen en meer groen en water voorzien, maar het lijkt me ook belangrijk om in te zetten op koelteplekken. Dat zijn plaatsen waar inwoners naartoe kunnen wandelen om er bijvoorbeeld onder een boom te zitten, en waar de gevoelstemperatuur overdag lager is. 

“Daarnaast kan ook de mens zich aanpassen. Tijdens de hittegolf van 2003 stierven er in Frankrijk heel veel mensen, en in 2010 werden vooral Rusland en Oost­-Europa hard getroffen. Die twee hete periodes samen hebben in heel Europa een goeie 130.000 doden gemaakt. Bij latere hittegolven lagen de sterftecijfers veel lager, omdat het beleid zich had aangepast. De steden zijn nog niet helemaal omgevormd tot groene oases, maar ondertussen zijn er wel hitteplannen, zie je hoe er in woon-zorgcentra met drankkaarten wordt gewerkt om de bewoners voldoende te doen drinken, is de communicatie beter en blijven meer mensen binnen.” 

In sommige steden speelt men met het idee om natuurgebieden vlak buiten de stad aan te leggen. Tijdens hittegolven zou koele lucht van daar dan via een soort ventilatiecorridor tot in de stad moeten raken.

Verdonck: “Die koele lucht krijg je alleen maar tot in de stad als er wind is, en net bij een hittegolf is er meestal weinig of geen wind. Als het temperatuurverschil echter groot genoeg is, kan het contrast tussen een koel natuurgebied en een warm stadscentrum wel leiden tot luchtverplaatsing, waardoor zo’n systeem toch verkoelend kan werken. 

“Daarnaast kan een natuurgebied aan de rand van de stad een belangrijke functie hebben als koelteplek. Mensen moeten er dan wel te voet of per fiets naartoe kunnen, zodat ze er niet de auto voor moeten nemen. In de stad moet je routes met veel schaduw voorzien, of routes die langs een waterloop liggen, zodat de groene zones via koele assen met de binnenstad verbonden zijn”» 

Marie-Leen Verdonck: ‘In Vlaanderen is nooit nagedacht over ruimtelijke planning: daardoor zitten we nu met één groot hitte-eiland.’Beeld RV

Een stad die op dat vlak vaak als voorbeeld wordt genoemd, is Kopenhagen. Wat maakt die stad zo speciaal? 

Verdonck: “Daar doen ze het heel goed, maar dat is ook het gevolg van een planning die al teruggaat tot de jaren 50 van de vorige eeuw. Ze hebben vooraf goed nagedacht over hoe ze de groei van de stad in goeie banen wilden leiden. Het grondplan van Kopenhagen heeft de vorm van een hand. De kernstad is de handpalm, en van daaruit vertrekken een aantal assen, als een soort vingers, waarrond wordt gebouwd, maar de ruimte ertussen is volledig ingenomen door grote groene zones. Die komen op die manier heel dicht bij de stad.

“Bij ons is er nooit nagedacht over hoe de ruimtelijke planning er moet uitzien. Daardoor is Vlaanderen eigenlijk één groot bebouwd oppervlak. Het is moeilijk om daar nu nog grote groenzones in aan te leggen. Dingen afbreken om ze door natuur te vervangen, zou hier op fel protest stuiten. Het kost bovendien ook veel geld.” 

Om echt in te grijpen in de structuur van steden, wat nodig is om ze in de toekomst leefbaar te houden, is het bij ons te laat? 

Verdonck: “Het is te laat om van nul te beginnen, maar een stad blijft natuurlijk wel ontwikkelen. In oude steden zijn er vaak nog oude industriële zones dicht bij het centrum. In Brussel heb je de Kanaalzone, die nu wordt ontwikkeld tot woonzone. Daar liggen grote kansen. Je hoeft er niet eens één groot park van te maken, maar je kunt er wel zorgen voor wateropvang en grote groene zones. Er zijn ook andere manieren van wonen mogelijk, waarbij buitenruimtes deels publiek en deels privaat zijn, maar wel één groot aaneengesloten geheel vormen. Dat zal niet de hele stad verkoelen, maar lokaal zal het wel voor een aangenamere temperatuur zorgen. 

“Op de grote sites die nu in Brussel in ontwikkeling zijn, zie je ook dat er niet gekozen wordt voor nieuwe verkavelingen, met veel huizen met een klein tuintje. Het is beter om iets hoger te bouwen, met veel meer groen ertussen. Daar moet je nu op inzetten: als je nog eens dertig jaar wacht, staat alles vol met verkavelingswoningen.” 

In steden als Berlijn of Seattle zijn projectontwikkelaars nu al verplicht om bij grote nieuwe bouwprojecten een minimum aan groen te voorzien. Dat zou men hier ook kunnen doen. 

Verdonck: “Voor hele grote projecten is dat ook hier al het geval. Men legt dan bijvoorbeeld op dat slechts 25 procent van het volledige terrein bebouwd of verhard mag worden, en dat de rest een groene zone moet zijn. En dat er ook plaats moet zijn voor wateropslag. We hebben het nu wel over de hitte, maar wateroverlast is ook een gigantisch probleem in onze steden. Een stad moet niet alleen zo weinig mogelijk verharding hebben om minder warmte vast te houden, maar ook om meer water in de bodem te laten sijpelen.”

Er beweegt hier dus toch ook al wat? 

Verdonck: “Steden en gemeenten zijn er erg mee bezig, maar ik hoor vaak dat het nog moeilijk is om de burger mee te krijgen. Die verwacht een duidelijk klimaatplan van de overheid, maar vaak vergeten mensen dat ze zélf ook veel kunnen doen. Kijk gewoon naar hoeveel voortuinen er bij ons verhard zijn. Als mensen klagen dat hun kelder vol water staat, moeten ze misschien ook eens de hand in eigen boezem steken en hun voortuin ontharden. In steden is het publieke deel van de ruimte waar het stadsbestuur iets over te zeggen heeft, zeer beperkt. Het grootste deel van de ruimte is privédomein. We kunnen dus allemaal ons steentje bijdragen.” 

Moeten we ook anders gaan bouwen? 

Verdonck: “Onze huizen warmen tijdens hittegolven nu vooral zo hard op omdat de zon door de ramen naar binnen komt. En omdat onze huizen goed geïsoleerd zijn, krijg je de warmte nog moeilijk buiten eens ze binnen hangt. Glas is op zich geen probleem: in de winter zorgt het voor wat meer natuurlijke opwarming en wil je net dat de zon wél binnenschijnt. Omdat je ’s zomers en ’s winters met een andere zonnestand zit, valt dat op te lossen met overkappingen die het zonlicht enkel in de winter laten binnenvallen.”

LEREN VAN EGYPTE 

Kunnen groendaken een verschil maken? In Toronto is het al jaren verplicht om op nieuwe gebouwen een groendak aan te leggen. 

Verdonck: “Als je een hele stad vol groendaken legt, heeft dat misschien een heel klein effect op de gemiddelde temperatuur, maar het is niet de oplossing om een stad te verkoelen. Een groendak heeft heel veel massa: het warmt tijdens de dag op en geeft ’s nachts óók weer warmte af. 

“Een groendak is wél een goeie isolatie voor je huis en zorgt voor een koeler binnenklimaat. Het draagt ook sterk bij aan de vermindering van wateroverlast. Omdat het veel water kan vasthouden, vermindert tijdens felle regenbuien de druk op de riolering.” 

Groendaken kunnen dus nuttig zijn om de binnentemperatuur te verlagen, en op die manier het gebruik van airco’s te verminderen. 

Verdonck: “Dat is positief, want die vreten energie, en zorgen bijgevolg voor een enorme CO2­uitstoot en dus nog meer klimaatopwarming. Bovendien blazen airco’s vaak ook warme lucht het huis uit, waardoor ze in de onmiddellijke omgeving de buitentemperatuur ook nog eens verhogen.

 “In Amerikaanse steden zie je heel veel airco’s: als die uitlaten allemaal uitkomen op smalle steegjes, zorgt dat lokaal voor veel warmteproductie.” 

In New York is er het CoolRoofs-initiatief: door miljoenen daken in een lichtere kleur te schilderen, hoopt men er de luchttemperatuur met ongeveer twee graden naar beneden te halen. 

Verdonck: “Als je de daken wit schildert of reflecterende materialen gebruikt, wordt het grootste deel van de zonnestralen weerkaatst en absorbeert de stad minder warmte. De vraag is hoelang dat effect duurt, want een wit dak blijft natuurlijk niet wit. Het is een quick fix, maar niet dé oplossing voor de toekomst. We moeten inzetten op een combinatie van maatregelen: meer reflecterende bouwmaterialen, minder verharding, andere manieren van bouwen, meer groen, meer water...” 

In Los Angeles experimenteert men met een speciale coating die op straten wordt aangebracht. Die zou de omgevingstemperatuur met liefst 6,6 graden kunnen doen dalen. 

Verdonck: “Als je alleen maar inzet op reflectie, blijf je natuurlijk wel de bodem verharden. Het lijkt me beter om alleen te verharden waar het echt nodig is, en voor de rest zoveel mogelijk te werken met groene elementen in de stad”» 

Midden in de woestijn in Abu Dhabi ligt Masdar City, een kunstmatige stad en een enorm testlab voor allerlei vormen van duurzame energie. Eén van de pronkstukken is een 50 meter hoge windtoren die koele lucht door de straten van Masdar City blaast en er voor een permanent zacht briesje zorgt. Gek genoeg gaat het ontwerp ervan terug op torens die in het oude Egypte al werden gebruikt. 

Verdonck: “Het verbaast me niet dat die oude technieken nog steeds interessant zijn. In Italië of Spanje zijn de huizen en steden ook volgens oude principes gebouwd, met straatjes die zo smal zijn dat er bijna geen zonlicht in kan vallen, en overal witgekalkte gevels. Je kunt altijd leren uit het verleden, en zeker ook van plaatsen die al honderden jaren op een goeie manier met de hitte omgaan. Nu, we moeten niet zomaar alles kopiëren. Kleine ramen zullen hier bijvoorbeeld minder een optie zijn, omdat wij in de winter toch graag nog wat lichtinval hebben.

In grote Japanse steden werkt men met enorme waterverstuivers. Het exemplaar in het station van Tokio zou de luchttemperatuur in de omgeving zelfs met ongeveer 5 graden verlagen. Ook een idee voor bij ons? 

Verdonck: “Vernevelen werkt supergoed. Als een oppervlakte nat is, zal die niet opwarmen, maar zal gewoon het water verdampen. Verneveling is de efficiëntste manier om de temperatuur te doen dalen. Het nadeel is echter dat het maar even werkt, en dat je er veel water voor nodig hebt. In tijden waarin we spaarzaam moeten omspringen met water, zou ik het dus niet aanbevelen. 

“In extreme omstandigheden, zoals wanneer het kwik bij ons boven de 40 graden gaat, kan het misschien een extra maatregel zijn. In het Middellandse Zeegebied zie je dat ook: als je daar in de zomer op restaurant gaat, hangen er watervernevelaars boven je hoofd op het terras. Je kunt jezelf trouwens ook gewoon met een waterverstuiver besproeien. Werkt ook heel goed (lacht).”

Beeld Eric de Mildt

Wordt er bij ons al genoeg gedaan om de steden leefbaar te houden? De betonstop die in 2016 werd aangekondigd, lijkt op de lange baan geschoven. 

Verdonck: “Tot 1997 was de ruimtelijke planning in Vlaanderen bijna onbestaande, waardoor je met een structuur zit die moeilijk aan te passen is. Ik merk bij steden en gemeenten wel dat ze beseffen dat het anders moet en dat men wil vergroenen, maar er nog niet altijd in slaagt. Mijn genuanceerde antwoord is: we zijn goed bezig in Vlaanderen, maar het is een werk van lange adem. Zo zie je dat er nu nog altijd dingen worden aangelegd die eigenlijk niet meer passen in deze tijdsgeest. 

De kaaien in Antwerpen waren een prestigeproject, maar op vlak van hittestress zijn ze geen goed voorbeeld. Het is namelijk één grote verharde vlakte. Het Operaplein in Antwerpen is nog zo’n plek. Dat zijn natuurlijk ontwerpen die misschien tien jaar geleden zijn gemaakt en pas jaren later uitgevoerd. Maar ondertussen hebben we een pak nieuwe inzichten verworven.” 

Nog een reden om binnensteden koeler te maken, is dat de inwoners dan meer zin zullen hebben om in de stad te wandelen, te bewegen, elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan allerlei activiteiten. 

Verdonck: “Volledig mee eens. Door een stad groener te maken, creëer je ook een mooiere en aangenamere omgeving waarin het veel fijner vertoeven is dan in een kale en grijze betonnen jungle. Daarom kan ook niemand tegen zulke ingrepen zijn, denk ik. 

“Wie een tuin heeft, kan ook zélf iets doen om de omgevingstemperatuur te verlagen. Je doet er dan niet alleen jezelf een groot plezier mee, je levert ook een bijdrage aan de leefbaarheid van de hele stad. Uit enkele studies in Australië, waar men al langer met extreme hitte en droogte kampt – 2019 was er het warmste jaar ooit – blijkt dat het verkoelende effect van privétuinen veel groter is dan altijd gedacht werd. Op extreem warme dagen kan het in stadsdelen met veel bomen, gras en andere vegetatie in privétuinen tot 5 à 6 graden frisser zijn. Enkele Australische steden werken nu aan plannen om het groen in privétuinen stevig op te krikken.”

EEN BOOM ALS PARASOL 

Voor wie zijn steentje wil bijdragen, heeft tuinarchitect, journalist en co­auteur van Zakboek voor de klimaattuin Marc Verachtert alvast enkele praktische tips. 

Marc Verachtert: “Dingen die werken op korte termijn: je terras besproeien en zorgen voor voldoende schaduw met een parasol of een schaduwdoek. In de schaduw is het 4 graden minder warm. Je kunt ook een nevelsysteem installeren, maar dat zijn natuurlijk slechts lapmiddeltjes. 

“Een veelgemaakte fout is het terras tot tegen de gevel aanleggen. Muren, zeker donkere of bakstenen wanden, absorberen warmte en houden die vast. Daardoor koelt je tuin ’s nachts niet meer af, en wordt er dus steeds meer warmte gecumuleerd. Ook in je eigen achtertuin heb je dus een hitte-eilandeffect, want terrasstenen slaan warmte op. De oplossing? Leg je terras aan in hout, en hou het zo klein mogelijk. Je zet er best ook wat plantenbakken op: die zorgen voor een verkoelend effect. Het loont ook om je muren in het wit te schilderen. 

Beeld Eric de Mildt

“Ook in de tuin kies je best voor zo weinig mogelijk verharding. Veel tuinpaadjes zijn volstrekt overbodig. En elke steen vangt warmte. Grindpaden zijn beter, als ze op een zandbed liggen tenminste. Gras is het beste. Dat hoeft overigens geen puur gazon te zijn, een kruidenmengsel kan ook. Het laat water door en koelt de lucht. Als je toch niet zonder tegels kunt, leg ze dan iets verder uit elkaar, met tapijt­ of tredplanten ertussen waarop je mag stappen. Sommige daarvan geven nog een aangename geur af ook.”

Welke planten zet je best in je tuin? 

Verachtert: “Het beste is natuurlijk een boom. Liefst één met een zo dicht mogelijk bladerdek. Onder een goeie boom kan het 15 graden minder warm zijn. Een boom zorgt voor schaduw, maar ook voor een airco-­effect: de bladeren onttrekken energie, dus warmte, aan de omgeving, en verdampen tegelijk zeer veel vocht. Die verdamping stuwt warme lucht omhoog, die wordt aangevuld met koele lucht van laag tegen de grond. Zo krijg je een constante luchtstroom die voor verkoeling zorgt. 

“Dat airco­-effect kun je nog versterken met een waterpartij in de buurt van een boom. Water warmt veel minder op dan de omgeving. De lucht boven het water is dus veel koeler. Als die lucht door een boom wordt aangezogen, trek je de temperatuur daar nog méér omlaag.” 

De combinatie van een boom en een kleine vijver is dus ideaal? 

Verachtert: “Het hoeft zelfs geen vijver te zijn. Een fonteintje of borrelsteen is ook goed.” 

Welke bomen bieden de beste verkoeling? 

Verachtert: “Een aanrader is de catalpa of trompetboom. Die heeft een mooie parasolvormige kruin, laat zich makkelijk bijknippen en komt zeer laat in blad. Tot mei profiteer je dus van de zon op je terras. Pas daarna vormt de boom een dik bladerdek waar geen straaltje zon doorkomt. Ook een goeie keuze is de Perzische slaapboom. Die groeit mooi breed uit, maar heeft in de zomer ook nog eens leuke penseelachtige bloempjes. 

“Of kies voor een dakboom: dat zijn bomen waarvan de takken langs een houten frame worden geleid, zodat er een mooi horizontaal vlak ontstaat. Zo’n dakboom is ongeveer 2,5 meter hoog. Het is wel een onnatuurlijke groei voor een boom: je hebt er in het najaar toch wel wat werk aan om hem opnieuw in model te krijgen. Een plataan is een goeie dakboom, maar groeit heel snel. Een daklinde of een dakmoerbei zijn makkelijker in onderhoud. 

“Ook meerstammige struiken of bomen zijn tegenwoordig erg in trek. Daarbij vertrekken er een aantal stammen uit de grond om één grote parasolachtige kruin te vormen, waaronder het aangenaam zitten is.” 

Marc Verachtert: ‘Een boom is een airco: onder een dicht bladerdek kan het tot 15 graden koeler zijn.’Beeld Wim Daneels

Is een haag nuttig om de temperatuur naar beneden te krijgen? 

Verachtert: “Elke plant is nuttig, maar als je rond je hele tuin een haag zet, zal ze als een soort muur fungeren, en hou je de warmte gevangen. Hou best een paar tochtgaten vrij, zodat er altijd een koel briesje in de tuin kan waaien. En zet de haag aan de zuidkant of de sterkste zonnekant van de tuin.” 

Welke planten zorgen het meest voor koelte? 

Verachtert: “Hoe groter en hoe talrijker de bladeren, hoe meer water ze verdampen, en hoe groter de afkoeling. Het nadeel is wel dat die grote bladeren bij extreem hoge temperaturen kunnen verbranden in de zon, omdat ze te veel vocht moeten verdampen. Je kijkt daarom beter naar hoe diep de wortels reiken. Het grootste deel van een plant zit nog altijd onder de grond. In de streek van de Douro­rivier in Portugal heeft men ooit gemeten dat een druivelaar tot 19 meter diep vocht kan opzuigen. Ook bomen gaan ontzettend diep. Hoe dieper bomen of planten wortelen, hoe langer ze vocht blijven verdampen en koelte in de tuin brengen. Prairieplanten zoals de zonnehoed hebben een streepje voor, want die gaan veel dieper dan andere planten.” 

Zijn planten die in zuiderse streken voorkomen goed voor de temperatuur in de tuin? Tegenwoordig worden olijfbomen, sinaasappelbomen en andere mediterrane soorten aangeprezen. 

Verachtert: “We weten van olijfbomen en oleanders wel dat ze goed bestand zijn tegen een warm klimaat, maar het is niet bewezen dat ze ook onze natte en misschien ooit weer koude winters zullen overleven. Het klimaat warmt wel op, maar dat wil niet zeggen dat het hier niet meer zal vriezen in de winter. 

“Kwekers hebben de vijgenplant gekruist, en dat heeft ondertussen wél iets opgeleverd dat het goed doet in ons klimaat. Zulke kruisingen verdragen zowel de droogte als zeer nat weer. De verwachting is dat er hier, ondanks de warmte, wel meer neerslag zal vallen in de toekomst. Vijgen hebben bovendien veel en ook heel grote bladeren, en zijn dus ideale aircoplanten.” 

En ze zijn ook handig als je om één of andere reden om een onderbroek verlegen zit. Een klimplant tegen de muur helpt wellicht ook? 

Verachtert: “Absoluut. Je beschermt je gevel tegen de zon en er ontstaat een luchtlaagje tussen de plant en de muur, waardoor ze minder zal opwarmen. Klimop is een geschikte klimplant. Mensen vrezen vaak dat klimop hun muur kapotmaakt, maar dat is alleen zo bij vochtige of oude en slecht gevoegde muren, waarin ze hun wortels kunnen vastzetten. Klimop is bladhoudend en isoleert dus ook in de winter. Hij bloeit bovendien heel rijk, waardoor hij heel nuttig is voor bijen. Een goeie bladverliezende soort is de wilde wingerd, een voorouder van de druif. 

“Wil je geen klimplanten, zet dan een maasdraad of een bewapeningsnet voor je muur en laat er een druivelaar, een passiebloem of blauwe regen tegen groeien. Of ga voor een muurtuin: een constructie die aan de muur wordt bevestigd en als een verticale tuin fungeert. Het kan toch flink wat graden schelen op je terras.” 

Veel mensen schrikken terug voor zo’n muurtuin op hun terras, omdat die veel insecten aantrekt.

 Verachtert: “Dat kun je nochtans ook als een voordeel zien. We hebben allemaal de mond vol van biodiversiteit, maar als er een spinnetje of een kever over ons terras kruipt, zijn we bang. Klimplanten bieden schuil­ en nestplaatsen aan vogels, en die zorgen ervoor dat er niet te véél insecten rond je terras vliegen. Zo’n groenmuur brengt alleen maar meer leven in je tuin. Daar kun je toch moeilijk tégen zijn?” 

Onze bomen zijn al besteld!

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234