Zaterdag 16/11/2019

Anorexia

"In jezelf uithongeren zit ook kracht"

Beeld © Inge van Mill

Anorexia lijkt niet direct een onderwerp waar je als filosoof iets mee kunt. Sanne van Driel (29) schreef er toch haar scriptie over. Uit verzet tegen een canon van denkers waarin verhalen van meisjes niet meetellen.

Toen ze tien, elf jaar oud was, was Sanne van Driel (29) een 'anorexiet', zoals ze het zelf noemt, een meisje dat zichzelf uithongerde. Zoals veel lotgenoten groeide ze over haar eetstoornis heen en toen ze filosofie ging studeren had ze ervoor kunnen kiezen die crisis te vergeten. Als een pijnlijke vergissing die je graag achter je laat. Maar ze deed het omgekeerde: ze ging erover nadenken. Wat had ze eigenlijk willen zeggen, als elfjarige? En zou ze nu nog hetzelfde willen zeggen, maar dan via de filosofie?

Haar denkwerk over dat 'meisjesprobleem' mondde uit in een scriptie waarmee ze in Nederland de Van Helsdingen-aanmoedigingsprijs won, een prijs voor teksten op het grensgebied van psychiatrie en filosofie.

"Het is niet makkelijk uit te leggen, maar achteraf vond ik die anorexiaperiode fascinerend. Ik geloof nu zelfs dat ik die tijd miste."

Miste? Hoe kun je het missen ziek te zijn?
"Het klinkt raar, maar er zit ook een kracht in anorexia: jezelf uithongeren is een manier om te laten zien dat je kwaad bent. Kwaad over de manier waarop allerlei machten je in een vorm proberen te persen. Die woede wilde ik weer opzoeken. Om te onderzoeken wat daar achter zat."

Is het typisch een woede van vrouwen? Uit onderzoek blijkt dat zeker 90 procent van de anorexiagevallen vrouw is.

"Ja, als een meisje vrouwelijke vormen begint te krijgen, wordt dat meteen opgemerkt. Je krijgt de hele tijd ongevraagd commentaar. Ben je afgevallen, ben je dikker geworden? Als je iets in je mond stopt: zou je dat nou wel doen? Ik was als elfjarige erg bezig met dun zijn, met video's kijken en die lichamen zien en denken: oh, wat dun zijn die vrouwen. Maar ik voelde me geen slachtoffer, het was vooral een strategie om te ontsnappen."

Dus door zich uit te hongeren laten anorexieten zien dat de druk die op vrouwen wordt uitgeoefend te zwaar is. Maar dat klinkt als psychologie, niet als filosofie.

"Je kunt er ook als filosoof naar kijken", zegt ze vriendelijker en bedachtzamer dan je zou verwachten van een tegendraadse jonge filosoof. "Dat laat Heidegger mooi zien. Pas als iets kapot is, schrijft hij, een hamer bijvoorbeeld, ga je over zo'n ding nadenken. Eerst pakte je hem gewoon en ging aan het werk. Nu denk je: wat is het en waarom gebruiken we het op die manier? Zo werkte het ook bij mij. Door zo intensief bezig te zijn met mijn lichaam kwamen de regels waar je anders niet bij stilstaat bloot te liggen. Wat er van een meisje geëist wordt."

U maakt het zich als filosofe ook niet makkelijk. U lijkt te houden van duistere denkers als de Fransman Gilles Deleuze.

"Dat moeilijke trekt me inderdaad aan. Je krijgt heel slecht vat op zulke duistere teksten. Eerst denk je dat je ze begrijpt en achteraf denk je dan: wat stond daar nou eigenlijk? Alsof die teksten zelf aan je willen ontsnappen. Ze verzetten zich misschien op hun manier: tegen het gezond verstand, tegen een verhaal met een begin, midden en einde."

Maar het is toch de bedoeling dat we teksten begrijpen? Helder schrijven, dat is toch wat een filosoof wil?

"Ook bij die helderheid kun je als filosoof je bedenkingen hebben. Dat zie je bij de differentiedenkers van de jaren 80, zoals Jacques Derrida en Jean-François Lyotard en bij feministische denkers. Ze laten zien dat de filosofische traditie afwijkende manieren van denken en praten buitensluit. Als je het niet zus en zó formuleert, dan mag het geen filosofie heten. Maar daarmee censureer je ook gezichtspunten die misschien de moeite van het overdenken waard zijn. Volgens filosofen als Michel Foucault en Deleuze is praten op zich zelfs al iets gewelddadigs. Door iets te beweren, sluit je automatisch iets anders uit."

Dat klinkt heel theoretisch.

"Maar het komt juist voort uit de dagelijkse ervaring. Als meisje zat ik echt met dat probleem. Ik probeerde alle indrukken die op me afkwamen de baas te worden. Maar wat je ook zegt, je doet nooit recht aan alles. Daar zit ik nog altijd mee, met al die mogelijkheden."

Soms moet je nu eenmaal kiezen.

"Maar het is toch vreemd dat er enerzijds niets anders bestaat dan allerlei verschillende perspectieven op het leven, zoals Nietzsche zegt, maar dat je in het leven tegelijkertijd één perspectief, je eigen perspectief in moet nemen. Laatst bedacht ik nog dat ik Nietzsche in dat opzicht ook eens beter moet gaan begrijpen - ik bedoel concreet in mijn leven."

Bedoelt u dat je het moet accepteren dat je nu eenmaal vrouw bent?

"Dat maakt het zo lastig. Officieel heeft het feminisme zijn strijd gestreden. Ik ben opgevoed met het idee dat het niet uitmaakt dat je een meisje bent: je mag worden, doen en denken wat je wil.

"Maar toen ik een scriptie over anorexia wilde maken, dacht ik: dit is wel echt een meisjesonderwerp, dat is niet filosofisch hoogstaand. Ik las daarover alleen in vrouwenbladen."

Geen beroemde man had erover nagedacht.

"Dat is inderdaad wat me boos maakte tijdens mijn studie: de canon bestaat uit mannelijke denkers. Ik heb in die tijd ook een heleboel romans gelezen, allemaal van mannen. De vrouwen die daarin voorkomen: ik snap die niet. Wat zijn dat voor vrouwen? Ik ken ze helemaal niet."

Hoe viel uw scriptieplan aan de universiteit?

"Mijn scriptiebegeleider, Henk Oosterling, vond anorexia een tof onderwerp, want het ging over de praktijk, maar hij stuurde er heel erg op aan dat het niet alleen zou gaan over meisjes, dat ik het breder zou maken. Hij is geëmancipeerd en vrouwvriendelijk, maar vond kennelijk dat we aan die genderfilosofie van de jaren 80 wel zo'n beetje voorbij gedacht hebben, dat het geen probleem meer is. Voor mannen is het natuurlijk ook geen probleem. En dan wordt het moeilijk uit te leggen waarom ik het nog altijd lastig vind weinig vrouwelijke voorbeelden te hebben. Dat je daardoor moeilijker het woord neemt. Dan krijg jet te horen dat mannen ook wel eens last hebben van spreekangst. Maar dat is een heel vervelende manier om een gesprek uit de weg te gaan." Van Driel wil ook graag door in de filosofie, al blijft de praktijk haar interesseren. Op dit moment werkt ze in Rotterdam met mensen die een (eet)stoornis hebben.

"Inmiddels denk ik wel: ik hoef niet filosofisch te funderen waarom we vrouwen zouden moeten lezen. Maar het blijft moeilijk het persoonlijke filosofisch uit te drukken. Daarvoor moet je een hele toer maken in je hoofd. Er komt iets op en dan moet je het eerst zo formuleren dat je als gelijkwaardige gesprekspartner mee kunt doen. Je moet eerst de taal leren die er al is. Ik vind dat echt lastig."

En als er op de universiteit meer vrouwen waren?

"De cultuur zou dan wel veranderen, denk ik. Ik wilde als tweede lezer van mijn scriptie een vrouw, en dat was lastig want zoveel vrouwen waren er niet op de faculteit. Toch werd er een gevonden: Elke Müller." Met een lachje: "Toen ik op haar kantoor kwam, stelde ze me gerust en vroeg of ik een kopje thee wilde. En ik dacht: oh, ik kan hier wel praten."

De scriptie van Sanne van Driel heet 'De strijd van het kleine meisje. Een filosofie van anorexia'. De Van Helsdingenprijs wordt sinds 1991 jaarlijks toegekend aan goede essays, artikelen en boeken over het grensgebied van psychiatrie en filosofie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234