Maandag 14/10/2019

Wetenschap

"In het aso word je te veel bij het handje gehouden. In het tso leer je creatiever nadenken”

Beeld Marco Mertens

Onderzoekster Hannelore Bové van de Universiteit Hasselt kwam begin 2016 op het idee om een laser op een buisje bloed te richten. Als ze korte lichtflitsen op het bloed afvuurde, gingen roetdeeltjes fonkelen. Een doorbraak: voor het eerst hadden wetenschappers een methode om schadelijk roet in het menselijk lichaam op te sporen. Het leverde haar een plaats op in de lijst van het zakenblad Forbes met de dertig invloedrijkste wetenschappers onder de 30: “De Nobelprijs, dat zou wel cool zijn, ja.”

Gefeliciteerd. Hoe hebt u het nieuws vernomen?

“Via Twitter (lacht). Pas daarna heb ik de mail van Forbes in mijn mailbox gevonden, die die ochtend zéér goed gevuld was.” (lacht)

Wist u dat u in de running was?

“Ja en nee. Ik heb mezelf niet genomineerd, iemand anders heeft dat gedaan. Ik heb nog altijd geen flauw benul wie het was.

“In december heeft Forbes dan contact met me opgenomen en gevraagd of ik een vragenlijst wilde invullen. Ik was aangenaam verrast, en ik ben er twee dagen mee bezig geweest. Ze wilden werkelijk alles weten.”

New Scientist had u eerder al in de bloemetjes gezet voor uw methode om roetdeeltjes in het menselijk lichaam op te sporen. Tot dan moest het via een omweg geschat worden: als je klimop of aardbeiplantjes voor de deur zette en die onder de microscoop legde, kon je hoogstens vaststellen aan welke concentraties mensen waren blootgesteld.

“Klopt. Wetenschappers wisten niet in welke mate en tot waar die deeltjes doordrongen in het lichaam. Het bijkomende probleem is dat mensen niet de hele tijd voor hun deur bij de plantjes zitten. We hadden al verschillende technieken uitgeprobeerd: wij hebben longcellen onder een gewone microscoop gelegd, en een andere onderzoeksgroep heeft vrijwilligers hoge dosissen roetdeeltjes met radioactieve labels laten inhaleren. Maar geen enkele van die methodes was wat we zochten.”

En toen dacht u: we halen de laser boven.

“In een onderzoeksgroep voor microscopie heb je nu eenmaal verschillende soorten lasers staan. Laten we het eens proberen, dachten we.” (lacht)

Was er geluk mee gemoeid?

“Het was geen nattevingerwerk, maar we hadden evenmin een vastomlijnde hypothese.

“We hebben een speciale laser gebruikt, die korte, energierijke lichtflitsen uitzendt. Een gewone laser met een ononderbroken lichtstraal zou de deeltjes opwarmen en verbranden. Dat is ook wetenschap: proberen en nog eens proberen. Vaak mislukt het, maar als het wel lukt, is het fantastisch.”

Dat moet een geweldig gevoel zijn.

(droog) “Het maakte mijn dag wel goed, ja. Normaal gaat het in de wetenschap heel traag: je bedenkt een hypothese en verzamelt veel gegevens over een lange periode. Daarna blijkt of de hypothese klopt of niet. Bij ons was het meteen raak. Maar eigenlijk begon ons werk dan pas, want we moesten doorgronden waaróm die deeltjes oplichtten. Eind 2016 hadden we onze theorie klaar en hebben we een paper gepubliceerd.”

En toen wenkte de eeuwige roem.

“Zo snel is het niet gegaan (lacht), in eerste instantie was het immers maar een theoretische doorbraak.

“In 2017 hebben we urinestalen van schoolgaande kinderen getest, want tijdens ons onderzoek was gebleken dat de deeltjes het lichaam weer verlaten. Tegelijk blijven er altijd deeltjes achter in het bloed, omdat we constant roet inademen.”

Wat hebben jullie bij die schoolkinderen vastgesteld?

“Eerst hebben we een driehonderdtal Limburgse kinderen onderzocht, en de concentraties roet waren niet spectaculair hoog. Later hebben we voor het tv-programma 'Pano' op Eén een tiental kinderen uit Brussel onderzocht, en toen zagen we een groot verschil: de gemiddelde waarden waren bij hen bijna drie keer zo hoog als bij de Limburgse kinderen. Vervolgens hebben we de urine van kinderen uit Opwijk bekeken, en die bevatte 78 procent meer roet, dus bijna een verdubbeling in vergelijking met de Limburgse waarden.

“Binnen de steden zijn er ook grote variaties, naargelang de plek waar je woont. Doorgaans is het niet goed om dicht bij een drukke weg te wonen. Limburgse kinderen kunnen in de buurt van een drukke weg meer roet binnenkrijgen dan kinderen in een verkeersluwe wijk in Brussel. Dat klinkt logisch, maar nu kunnen we het ook zwart op wit bewijzen.”

Beeld Marco Mertens

Zijn die waarden een momentopname?

“De waarden in je urinestaal tonen het effect op lange termijn. Je vindt erin terug wat je een maand tot een jaar eerder hebt ingeademd. Bij Chinese studenten die uit sterk vervuilde regio's naar hier verhuisd waren, zagen we dat het honderd dagen duurt voor de concentraties zich op het Belgische niveau bevinden. En als jij naar China verhuist, duurt het ook zo lang.”

Paard van Troje

Waarom is roet zo'n probleem?

“Roet valt onder wat we fijnstof noemen. Of roet zelf schadelijk is, weten we nog niet zeker, maar roetdeeltjes absorberen heel makkelijk andere stoffen die wél schadelijk zijn, zoals benzeen en zware metalen. Ze zijn als een paard van Troje, waarmee schadelijke stoffen ons lichaam binnendringen.”

Fijnstof zou ons een jaar van ons leven kosten.

“Dat is het gemiddelde voor België. Fijnstof is de oorzaak van een hele reeks gezondheidsklachten. Op korte termijn kan het hoofdpijn en kortademigheid veroorzaken en longaandoeningen zoals astma verslechteren. Op lange termijn kan het permanente longschade aanrichten. We kunnen fijnstof ook steeds meer in verband brengen met hart- en vaatziekten en hersenaandoeningen zoals dementie. We weten nog niet precies hoe dat gaat. Het zou kunnen dat de deeltjes ontstekingen in de longen veroorzaken, die dan de rest van het lichaam aantasten. Maar het zou ook kunnen – en dat denken wij – dat de deeltjes de longen verlaten, zich ergens anders nestelen en daar een direct effect hebben.”

U doet nu onderzoek bij zwangere vrouwen.

“We willen weten of de roetdeeltjes tijdens de zwangerschap doordringen tot in de foetus. We hebben ze al teruggevonden in de placenta, maar we weten nog niet of ze tot in het ongeboren kind raken. Dat is belangrijk, want als je op jonge leeftijd al nadelige effecten ondervindt, draag je dat je leven lang mee.”

Kan uw ontdekking bijdragen aan de genezing van de schadelijke effecten?

“Moeilijk, het zal altijd een kwestie van preventie blijven. Maar als we bij een astmapatiënt hoge concentraties vaststellen, kunnen we hem aanraden bronnen van roetdeeltjes te vermijden.”

Wat zijn die bronnen?

“Bij elke onvolledige verbranding van brandstof komen er roetdeeltjes vrij. Dieselmotoren en houtkachels zijn belangrijke bronnen, maar ook de industrie.”

Bestaat er een plek op de wereld waar je geen roet inademt?

(denkt na) “De Faeröer-eilanden? Maar dan moet de wind wel juist zitten, want ook daar zal altijd iemand een houtkachel hebben branden.”

Er is ook goed nieuws: de luchtkwaliteit is de laatste jaren verbeterd.

“De concentraties fijnstof zijn gedaald tussen 2000 en 2016. Dat is het gevolg van maatregelen zoals het verplichten van roetfilters voor dieselwagens en het promoten van milieuvriendelijker voertuigen. Ook de energiesector heeft inspanningen gedaan. Maar het is allemaal absoluut nog niet voldoende: we zitten wel onder de Europese grenswaarden, maar die zijn veel te hoog. De normen van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn veel ambitieuzer: die liggen ongeveer twee keer zo laag, en die overschrijden we dan ook op alle plaatsen in ons land.”

Ik zie ook stikstofdioxidewaarden op uw grafiek. Die stof werd gemeten tijdens de grootschalige Curieuzeneuzen-actie.

“Klopt. Stikstofdioxide komt ook vrij bij allerlei verbrandingsprocessen, zoals bijvoorbeeld in de motor van een auto. NO2 is dus een goede indicator voor luchtvervuiling door het verkeer.”

U woont in Pelt: hebt u opgezocht hoe dramatisch de situatie daar is?

“Ja (lacht). In de Heerstraat, de weg die door het dorp loopt, zijn hoge concentraties gemeten. Daar staan aan weerskanten hoge huizen, waardoor het fijnstof er blijft hangen. Er is ook een druk kruispunt, waardoor er vaak verkeer stilstaat. De rest van de gemeente doet het zeer goed.”

Waarom doet u eigenlijk onderzoek naar luchtvervuiling?

“Ik heb biomedische wetenschappen gestudeerd, maar ik was altijd meer geïnteresseerd in technologie en hoe die een antwoord kan bieden op biologische problemen. Daarom heb ik als afstudeerrichting bio-elektronica en nanotechnologie gekozen. Daar heb ik geleerd wat het effect van nanoscopische deeltjes op het menselijk lichaam is.”

Beeld Marco Mertens

U bent te jong, gok ik, voor de generatie die rondliep in de iconische T-shirts van Greenpeace, met als opschrift 'No time to waste' of 'This body is in danger'.

(lacht) “Nee, toch niet. Maar nu ben ik er veel bewuster mee bezig. Ik ben blij dat de luchtkwaliteit vandaag op de agenda staat.”

Het klimaat is meer dan ooit een hot issue, ook dankzij de klimaatspijbelaars. Hoe kijkt u naar hen?

“Ik kan alleen maar bewondering voor hen opbrengen. Ik vind het knap dat de jonge generatie ambitieus is en zich wil inzetten voor echte veranderingen.”

Nog steeds vinden sommigen het nodig om de opwarming van de aarde te ontkennen, ondanks de verpletterende wetenschappelijke bewijslast. Ergert u zich daaraan?

“Ik kijk altijd met een wetenschappelijke bril, en ik zie dat er een probleem is waar iets aan gedaan moet worden.

“Alle stemmen moeten aandacht krijgen in het debat, maar nu komen de luidste roepers meer aan bod. Ik denk dat de journalistiek daar een rol in kan en moet spelen.”

Geen Gouden Schoen

U bent geboren in 1990: u behoort tot de generatie Y. Hoe zou u die typeren?

“Ik denk dat we toch ambitieus zijn. Er zal veel veranderen, en mijn generatie wil daar een rol in spelen. Anuna De Wever en de scholieren die nu betogen, zijn misschien nóg ambitieuzer, maar ook bij mijn leeftijdsgenoten leeft het idee dat er een kentering nodig is. We zijn bewust bezig met de wereld.”

Amerikaanse sociologen omschreven millennials met zeven karakteristieken. Ik haal er twee uit die elkaar lijken tegen te spreken: ze staan onder druk, en ze presteren uitstekend.

“Ik voel ook druk, ja: het wordt erin gehamerd dat je moet presteren. Maar ik ben tegelijk ook een achiever, al heb ik niet het klassieke traject gevolgd. Ik zat in het technisch onderwijs. Dat was een bewuste keuze. Ik had geen voeling met taal, en in het aso ligt daar sterk de nadruk op. Vijf uur Frans, drie uur Duits: dat ben ík niet. Ik wilde ook iets met mijn handen doen: zo ben ik in het tso beland.”

U bent het levende bewijs dat het aso niet heiligmakend is, wat veel ouders ook mogen denken.

“Ik ben tegen de stroom ingegaan. Mijn ouders zijn geen wetenschappers, maar ze hebben er nooit problemen mee gehad en me altijd zelf laten kiezen. Ik besef nu dat ik het aso ook had aangekund, maar heb ik daarom onder mijn niveau gepresteerd? Veel mensen zullen zeggen van wel, maar ik vind van niet. In het aso word je te veel bij het handje gehouden. Je krijgt er theoretische kennis ingestampt, die je moet napraten. In het tso leer je creatiever nadenken. Ik heb bewust gekozen voor de praktische richting techniek-wetenschappen. Daar is mijn wetenschappelijke interesse alleen maar aangewakkerd, en vooral voor de typische bèta-wetenschappen haalde ik goede punten.”

Veel jonge mensen gruwen van fysica en scheikunde.

(leeft op) “Ik vond die vakken fantastisch. Vooral het laboratorium, omdat dat praktijkgericht is. Theoretische fysica en fundamentele natuurkunde – de relativiteitstheorie, bijvoorbeeld – kunnen me minder boeien. Tijdens mijn doctoraat was ik lid van de onderzoeksgroep biofysica: wij zitten op het raakvlak van theorie en praktijk, we gebruiken de wetten van de fysica om biologische vraagstukken op te lossen.”

Hoe hebt u de stap van het tso  naar de universiteit gezet?

“Door mijn klastitularis. Zij zag dat ik goede punten haalde en zei me vlakaf: 'Jij moet naar de universiteit.' We zijn toen naar de open dagen gegaan en ze heeft me voorgesteld aan iemand die biomedische wetenschappen studeerde. Zo is de bal aan het rollen gegaan.”

Was u in het technisch onderwijs niet één van de weinige meisjes?

“Het was bijna fiftyfifty, met iets meer jongens.”

En speelt het aan de universiteit in uw voor- of nadeel dat u een vrouw bent?

“Laten we zeggen dat het geen overdonderend voordeel is.” (lacht)

Op de hogere academische echelons zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. Maar sommige wetenschappers zeggen dat de kloof stilaan gedicht is bij de jongere generaties, zelfs in de STEM-richtingen.

“Tot aan de doctoraten is het min of meer in balans, maar daarna – bij de postdoctoraten en zeker bij de professoren – ontstaat er een onevenwicht. Dan vallen of haken veel vrouwen af. En hoe hoger je gaat, hoe meer mannen je tegenkomt. Maar er worden wel veel inspanningen geleverd om de kloof te dichten.”

Filosoof Willem Lemmens vermoedt dat vrouwen ook een brede interesse hebben en zich minder makkelijk jarenlang op één onderwerp kunnen concentreren. Hij beschouwt dat voor de duidelijkheid als een kwaliteit.

“Ik weet niet of het een voorwaarde is om je te kunnen handhaven in de wetenschappelijke wereld, maar ik kan dat wel goed. Ik vind het niet benauwend, nee, ik vind het net heel fijn. Tijdens mijn studie leerde ik van alles een beetje, en ik vond het soms frustrerend dat ik me niet in één onderwerp kon verdiepen. Nu kan dat wel. Ik vind het een prettige gedachte dat ik veel weet over mijn onderwerp en ik voel me comfortabel om erover te praten, omdat ik weet dat ik het beheers.”

Ik neem aan dat u de ambitie hebt om prof te worden: bent u bang om tegen het glazen plafond te botsen?

“Je moet je dromen najagen, maar je moet er altijd rekening mee houden dat het kan mislukken. Het belangrijkste is dat er geld moet zijn. Ik word nu betaald door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Over tweeënhalf jaar loopt het mandaat af, en ik moet afwachten of zich andere mogelijkheden aandienen.”

Zelfs als u het tot op de lijst van Forbes hebt geschopt?

“Ik vind het een hele eer, maar het is niet zoals bij de Gouden Schoen, hè: dan schiet je transferwaarde de hoogte in en staan de clubs aan te schuiven.” (lacht)

U sprak daarnet over vrouw zijn in de wetenschap. Staat u er soms bij stil hoe een kinderwens invloed kan hebben op uw carrière?

“Ik ben er soms wel mee bezig, maar ben er nog lang niet uit. Ik kom in het laboratorium in aanraking met giftige en kankerverwekkende stoffen, dat is niet ideaal als je zwanger zou zijn. En ik realiseer me ook dat het moeilijker zal worden als ik kinderen heb, maar dat geldt ook voor mijn man. Ik zal niet meer zoveel uren kunnen kloppen als tijdens mijn doctoraat. Het was toen eerder regel dan uitzondering dat ik om acht uur 's morgens in het lab begon en pas om elf uur 's avonds mijn laptop dichtklapte nadat ik mijn mails had beantwoord.”

Hoe ontspant u zich?

“Amper. Ik ben daar heel slecht in. Wandelen lukt nog het best, en lezen. Maar ik ben constant met mijn werk bezig, ook via sociale media. Ik word betaald door het FWO, dus door de overheid en de belastingbetaler, en ik probeer mijn onderzoek op die manier tot bij de mensen te brengen. Ik geef ook lezingen, en dan krijg ik veel vragen uit het publiek. Mensen maken zich duidelijk zorgen, maar als ze zien dat iemand ermee bezig is, zijn ze gerustgesteld.”

U bent van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de weer: wat vindt uw partner daarvan?

“Ik heb het geluk dat hij zelf heeft gedoctoreerd – hij is ook biomedicus van opleiding. Hij doet intussen iets anders, maar hij weet wat mijn job inhoudt.”

Ik vraag me nu af of ik hem naar zijn kinderwens gevraagd zou hebben, als hij hier had gezeten.

“Misschien niet, nee. Ik denk dat we ambitieuzer kunnen zijn. Móéten zijn. Een regeling voor het vaderschapsverlof zou wel zoden aan de dijk kunnen zetten. En het is ook niet zo dat er níéts gebeurt. Als je financiering aanvraagt, kun je als vrouw motiveren waarom je minder publicaties hebt, of waarom je loopbaan zes maanden onderbroken was. Er zit schot in de zaak en dat zal zeker de volgende generatie vooruithelpen.”

Tot slot: wie is uw lichtende voorbeeld bij de wetenschapsters?

“Moeilijke vraag.”

Ik had gehoopt dat u zou zeggen: Marie Curie.

“Dat is het standaardantwoord, nee? Maar ze is zeker een voorbeeld, ook omdat ze met haar man Pierre heeft samengewerkt. Toen mijn man nog doctoreerde, lachten we daar thuis weleens mee: 'Wij worden het nieuwe echtpaar Curie.’” (lacht)

Wat is uw ultieme ambitie?

“Ik hoop dat ik ooit zonder werk val, want dat zou betekenen dat er geen luchtvervuiling meer is. Dat is het wellicht té idealistische antwoord (lacht). Ik hoop dat ik kan blijven doen wat ik graag doe. Maar nogmaals: het kan snel gedaan zijn.”

Droomt niet elke wetenschapper stiekem van de Nobelprijs?

“Dat is natuurlijk de ultieme bekroning. Je mag je dromen najagen, maar je moet ook realistisch blijven, hè. (Stilte) Dat gezegd zijnde, zou het wel cool zijn.” (lacht)

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234