Dinsdag 20/10/2020

ColumnDe schaal van Mulders

In de wereld kom je verder met een beetje stank dan met een hoge aaibaarheidsfactor

De Tasmaanse duivel (Sarcophilus harrisii) is een vreemde snuiter in het dierenrijk. Velen hebben er al eens van gehoord, maar haast niemand weet er het fijne van. Beeld AFP

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Mijn dochter van acht kijkt naar ­Karrewiet. Ik ben een grote fan van Karrewiet; weinig vind ik heldhaftiger dan een poging om onze onbegrijpelijke wereld voor de tere kinderziel begrijpelijk te maken. Het ontroert mij als zij uitpakt met haar pas verworven kennis. Soms leert ze mij ook nieuwe dingen. Zo zei zij onlangs dat de Tasmaanse duivel terug is opgedoken in Italië. Ik vond dat vreemd, maar we leven nu eenmaal in tijden die onalledaags zijn.

De Tasmaanse duivel (Sarcophilus harrisii) is een vreemde snuiter in het dierenrijk. Velen hebben er al eens van gehoord, maar haast niemand weet er het fijne van. Mijn dochter vindt hem ‘een cutie’. Ik heb de neiging om haar oordeel te betwijfelen.

De omschrijving ‘roofbuideldier’ is onheilspellend, zoals ook ongeveer al de rest van wat ik terugvind over de Tasmaanse duivel. Un train peut en cacher un autre, maar niet bij deze demon van de fauna: ‘Het dier is bekend omdat het er erg woest uitziet en dat ook is. Voor zo’n klein beest is hij erg sterk. Hij jaagt makkelijk op prooien die veel groter zijn dan hijzelf. Hij durft kangoeroes, knaagdieren en hagedissen aan te vallen.’

Hoe meer ik over hem lees, hoe meer ik hem een sympathieke schurk vind: ‘Sommige mensen proberen Tasmaanse duivels te temmen en ze te houden als huisdier. Alleen stinken ze en laten ze zich niet graag aaien.’

Dat vind ik slim van de buidelduivel. In de wereld kom je verder met een beetje stank dan met een hoge aaibaarheidsfactor.

Dat ver komen, blijkt echter tegen te vallen voor de meeste Tasmaanse duivels. Het wijfje kan tot veertig jongen in één keer werpen, maar door een diabolische gril van de natuur heeft ze maar vier tepels in haar buidel. De rest van de jongen sterft van de honger. Zelfs van de vier die een tepel verschalken, zal er maar één het eerste jaar overleven. Je zou van minder een driftig baasje worden.

‘Tasmaanse duivels hebben vaak last van kanker’, kom ik ook nog te we­ten, alsof het zo nog niet lastig genoeg was voor het beestje. ‘De kanker zet zich op de snoet van het dier, zodat het niet meer kan jagen en eten.’

Waar je ook kijkt op deze wijde wereld, overal kom je drama en tragedie tegen. Er valt gelukkig ook een hoop plezier te beleven, als je erin slaagt om tussen de dorre wei de sappige plekjes te blijven zien. Soms is dat lastig, in tijden waarin cafés hun deuren sluiten en het leven van een jaar geleden opeens paradijselijk lijkt.

Sommigen overdrijven wel met hun geklaag over ontberingen. Er zijn mensen die het vliegen zo missen dat ze voor de lol zeven uur in een Boeing 787 Dreamliner gingen zitten. Ze betaalden tot 2.300 euro voor een vlucht van Sydney naar Sydney.

Ik denk aan mijn grootvader, die in zijn leven één keer met de trein naar Lourdes en één keer met de boot naar Walcheren gereisd is.

Veertig jongen en slechts vier spenen: dát is pas schaarste.

Als mijn dochter op school zit, kom ik erachter dat zij Italië heeft verward met het vasteland van Australië. Het is daar dat de Tasmaanse duivel voor het eerst in drieduizend jaar in het wild is teruggezien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234