Woensdag 06/07/2022

ReportagePompeï

Illegale schatgravers leggen spectaculaire slavenkamer in Pompeï bloot

De slavenkamer in een Romeinse villa.   Beeld Reuters
De slavenkamer in een Romeinse villa.Beeld Reuters

Twee onbetekenende dieven uit het Zuid-Italiaanse Pompeï stuitten bij het schatgraven op een villa uit de Romeinse tijd inclusief ‘slavenkamer’. Volgens archeologen is de vondst van onschatbare waarde.

Pauline Valkenet

Op het lapje grond tussen de schots en scheef gebouwde huizen staan bomen vol rijpe sinaasappels. In het noorden rijst de hoge Vesuvius boven het groen en oranje van de bomen uit, en in het zuiden schittert het blauw van de Golf van Napels in de ochtendzon. Experts van het Archeologische Park van Pompeï hebben hier vier jaar geleden voor het eerst hun schoppen in de grond gezet, midden tussen de sinaasappelbomen. Ze hebben er een groot gat gegraven dat nu vol steigers staat.

Wie via twee steile trappen naar beneden klautert, kan een kleine kamer binnenstappen. De vloer ervan bevindt zich op zeven meter onder straatniveau. De muren van het kamertje zijn kaal; kleurige fresco’s - die zoveel huizen en villa’s in de opgravingen van Pompeï sieren – waren hier niet. De ruimte heeft alleen een klein raam, hoog in de muur.

Sporen van de tunnels

Opvallend genoeg zitten onderin de muren gaten waar een gemiddelde Italiaan nét doorheen kan kruipen. Het zijn de sporen van de tunnels die twee schatrovers vanuit hun huis aan de overkant van de straat hebben gegraven. Dat de archeologen deze kleine kamer en nog enkele ruimtes van een tweeduizend jaar oude Romeinse villa bloot hebben gelegd, is het rechtstreekse gevolg van de illegale opgravingen van Giuseppe Izzo en zijn zoon Raffaele – waarover later meer.

Een pilentum, een versierde vierwielige kar die voor een bruiloft kon worden gebruikt. Beeld Epa
Een pilentum, een versierde vierwielige kar die voor een bruiloft kon worden gebruikt.Beeld Epa

Eerst terug naar het opgegraven kamertje: dat is dus de soberheid ten top. Toch was deze vondst afgelopen november wereldnieuws. Het Italiaanse ministerie van cultuur deed een jubelend persbericht de deur uit met de titel: ‘Nieuwe exceptionele vondst’. De persvoorlichters schreven: “Bij de opgravingen van de villa van Civita Giuliana is een ruimte gevonden: ‘de kamer van de slaven’. Er zijn bedden en andere objecten aan het licht gekomen waardoor we nieuwe, interessante gegevens over de huisvesting en levensomstandigheden van slaven in Pompeï en in de Romeinse wereld kunnen verzamelen.”

Stoffelijke resten in een ondergrondse graftombe. Beeld Epa
Stoffelijke resten in een ondergrondse graftombe.Beeld Epa

Civita Giuliana is de naam van het rommelige gebied met de huizen tussen de akkertjes met sinaasappelbomen en moestuintjes in de gemeente Pompeï. Het ligt hemelsbreed nog geen kilometer ten noorden van het 66 hectare tellende Archeologische Park, waar elke dag duizenden bezoekers vanuit de hele wereld de goed bewaarde resten van de bedolven Romeinse stad komen bekijken.

In de kale kamer van zestien vierkante meter legden de archeologen drie bedden bloot: twee van 1.70 meter lang en eentje van 1.40 meter. “Daar sliep waarschijnlijk een kind op”, zegt Gabriel Zuchtriegel, de directeur van het Archeologische Park, in zijn lichte werkkamer. De Duitser is sinds vorig jaar de directeur van de opgravingen. In vloeiend Italiaans vertelt Zuchtriegel: “Het zijn eigenlijk houten brancards, met touwen en een lap stof om op te slapen. Er lagen een amfoor en een po onder. In de kamer leefde mogelijk een gezin. Hij diende ook als opberghok, want in een hoek waren terracotta amforen opgestapeld en er lagen teugels van paarden.”

Een kruik in de aangetroffen slavenkamer.  Beeld Epa
Een kruik in de aangetroffen slavenkamer.Beeld Epa

Zuchtriegel vertelt rustig en feitelijk over de recente vondst. Maar zijn archeologenhart gaat er sneller van kloppen. “Ik ben door de kamer van de slaven echt geraakt. Het dak ervan is gelukkig niet ingestort tijdens de uitbarsting van de Vesuvius, die Pompeï in 79 na Christus met een metersdikke laag stenen en gloeiende as bedekte. De kamer is volgelopen met as. De vergane spullen hebben in de verharde aslaag duidelijk gedefinieerde holtes achtergelaten. Door die ruimtes te vullen met gips – een unieke methode die alleen wij hier in Pompeï gebruiken – kunnen we ze nu als objecten bewaren. Zelfs de draadjes van de touwen van de teugels zijn perfect te zien. Dat je een kamer vindt die zo uitzonderlijk goed bewaard is gebleven, komt zelden voor.”

Zuchtriegel is ook zo enthousiast over de recente ontdekking omdat de sobere kamer laat zien hoe de armste laag van de Romeinse bevolking in deze stad leefde. “Bij Pompeï denkt iedereen aan tempels en mooie huizen, aan prachtige villa’s vol kunst en beschilderde vazen. De geschiedschrijvers uit die tijd, en ook de archeologen van de afgelopen eeuwen, waren bijna altijd mannen uit de elite. Zij hadden vooral aandacht voor kunst en fresco’s en waren geïnteresseerd in de paleizen en villa’s van keizers, niet in de eenvoudige onderkomens van boeren en slaven, in hun simpele houten schuren, in hun werkplaatsen. Daarom zijn er maar heel weinig bronnen die vertellen over het leven van de vrouwen, de kinderen en de slaven hier. Dat maakt de vondst van de ‘kamer van de slaven’ wat mij betreft exceptioneel: het laat een gedetailleerd beeld van de werkelijkheid van de sociale onderlaag zien.”

Tunnels en tombaroli

Dat de archeologen van de opgravingen van Pompeï – dat Unesco Werelderfgoed is – de slavenkamer nu voor de hele mensheid hebben ontsloten, komt in feite door twee onbetekenende dieven uit het Zuid-Italiaanse stadje.

Giuseppe Izzo (73) en zijn zoon Raffaele (40) wonen tegenover de sinaasappelboomgaard in een shabby vrijstaand huis. Daar is deze ochtend niets of niemand te zien. Alle ramen zijn dicht en bedekt, en de tuin achter het huis gaat schuil achter een hoog hek. Vader en zoon Izzo hebben een lange carrière in het vinden, opgraven en verpatsen van objecten uit archeologische vindplaatsen in hun stad. De Italianen noemen dit type misdadigers ‘tombaroli’, afgeleid van het woord ‘tomba’: graftombe. De benaming ontstond toen schatrovers graftombes van het Etruskische volk, diep onder de grond in Toscane en Lazio, leeghaalden en de kostbare objecten op de zwarte markt verkochten. Opa Izzo was ook een tombarolo, die de kunst van het tunnelgraven aan zijn zoon Giuseppe en kleinzoon heeft doorgegeven.

“In 2009 kregen we een anonieme melding over clandestien gegraaf door de Izzo’s”, vertelt politieman Salvatore Sorrentino. De vriendelijke brigadier van de Speciale Eenheid ter Bescherming van Erfgoed van de carabinieri heeft zijn kantoor in het enorme gerechtsgebouw van Torre Annunziata. Wanneer hij over deze grote zaak vertelt, gaan zijn ogen glinsteren. “Er is destijds in de bouwval naast hun huis een gat in de vloer gevonden. Daar begon een tunnel die ze hadden gegraven, met schopjes en emmers. Ze konden erin kruipen, en hadden de tunnel versterkt met cement. Dat gat is toen door de politie verzegeld. Bij latere controles, na opnieuw meldingen over illegale activiteiten, zat de zegel er steeds nog op en konden de agenten geen nieuwe tunnels vinden.”

null Beeld Bart Friso
Beeld Bart Friso

Ze hoopten op financiële klapper

Maar uit het zicht van iedereen bleken de twee tombaroli jarenlang te zijn doorgegaan met het graven van hun meterslange tunnels, op jacht naar antieke schatten in de bodem waarmee ze een financiële klapper hoopten te maken.

In het politierapport dat Sorrentino in 2018 schreef – toen vader en zoon inmiddels tegen de lamp waren gelopen – is te lezen wat de twee bijna tien jaar lang hebben uitgevreten. Ze hebben een netwerk van tunnels van minstens zeventig meter lang gegraven, en er een elektriciteitskabel met lampjes opgehangen. Eén tunnel zijn ze vanuit hun kelder gaan graven, en een andere vanuit hun tuin; om de ingang te verbergen hebben ze daar een schuurtje op gezet.

Giuseppe en Raffaele Rizzo wisten ongetwijfeld dat ze bovenop een fabelachtige schat van enorme waarde leefden: hun huis bevindt zich een meter of vijf boven de villa van Civita Giuliana. Die villa, waarschijnlijk het eigendom van een rechter of hoge militair, moet in 79 na Christus echt wat geweest zijn.

Uitzicht op Capri

Uit de beschrijvingen en plattegrond van markies Giovanni Imperiali, die in 1908 met toestemming van de autoriteiten een begin met het opgraven van de villa heeft gemaakt, blijkt dat er aan de ene kant een eenvoudig gedeelte voor de bediening en voor de stal was. Daar waren ook magazijnen voor olijfolie en wijn. Aan de andere kant was het gedeelte dat door de heer des huizes werd bewoond. De markies rept van aflopende terrassen met uitzicht op Capri en de Golf van Napels, en vertrekken die rijk waren gemeubileerd en gedecoreerd met de mooiste fresco’s. Imperiali vond er ook juwelen. Zijn opgraving is later dichtgegooid, maar in Pompeï weten ze dus van het bestaan van de villa van Civita Giuliana, en waar die precies in de bodem verstopt zit.

De twee tombaroli hebben jarenlang als mollen stiekem naar al dat fraais gezocht. Tijdens het politieonderzoek zijn fresco’s bij een restaurateur opgedoken die zij van de muren hebben gesloopt. Brigadier Sorrentino: “In Pompeï ging het gerucht dat Giuseppe en Raffale Izzo een ‘ondergrondse pinautomaat’ hadden”.

Wat de twee allemaal uit de Romeinse villa hebben gestolen, weten politie en justitie niet. Sorrentino zegt dat de Izzo’s nooit iets hebben losgelaten over hun buit of de handelaren met wie ze zaken deden. Wie naar hun slecht onderhouden huis kijkt, krijgt niet de indruk dat de mannen met hun criminele activiteiten zijn binnengelopen. Sorrentino: “Maar reken maar dat ze voor tweeduizend jaar oude Romeinse objecten als standbeelden, vazen, munten, fresco’s, keukengerei en amforen op de zwarte markt heel goed kregen betaald. De Rizzo’s waren de afgelopen jaren tijdens hun rechtszaak prima in staat om vier advocaten te betalen. Als ze nu geen geld meer hebben, komt dat misschien omdat de vader nogal van gokken schijnt te houden.”

Romeinse strijdwagen

Toen het Openbaar Ministerie van Torre Annunziata het proces tegen de twee tombaroli voor begon te bereiden, moesten de aanklagers harde bewijzen vinden. En om die te verkrijgen, moesten professionals met kennis van Pompeïaanse zaken de tunnels van de verdachten blootleggen. Hoe lang waren die precies, en waar liepen ze? Welke ruimtes van de villa zijn de verdachten binnengedrongen, en wat hebben ze daar aan kostbaars gestolen? De aanklagers besloten bij het Archeologische Park aan te kloppen met het verzoek in de sinaasappelboomgaard een officiële opgraving uit te voeren. De directie ging akkoord.

In 2017 zijn de archeologen met de opgraving van de villa van Civita Giuliana van start gegaan. Sindsdien konden ze om de haverklap een feestje bouwen omdat ze weer iets superbijzonders hadden aangetroffen. Zo stuitten ze al snel op holtes met de resten van drie raspaarden, in een grote ruimte die de stal moet zijn geweest.

De persvoorlichters van het Archeologische Park schrijven in 2018 in hun persbericht: “In de eerste fase van de opgraving is een houten voederbak gevonden, en ook een paard en de poten van een tweede dier. Later is de rest van het tweede paard geïdentificeerd, en een derde paard, samen met de overblijfselen van een zadel. Het is gelukt daar afgietsels van te maken. Een van de paarden ligt op zijn rechterzij, met zijn schedel over zijn linkervoorpoot gevouwen. Hij zat vermoedelijk vastgebonden aan de voederbak en heeft zich niet kunnen los wurmen.

Een ijzeren bit

“Het tweede paard ligt op zijn linkerzij en heeft een ijzeren bit. Door het graven van hun tunnels hebben de grafrovers de holte van het derde dier zozeer aangetast dat we geen afgietsel van dat paard hebben kunnen maken. Verder zijn er vijf bronzen voorwerpen op de ribbenkast van het derde paard gevonden. De vorm van deze elementen en vergelijkingen in de literatuur suggereren dat ze behoren tot een bepaald type houten zadel met vier hoorns: twee hoorns voor en twee achter. Het zadel was bedekt met bronzen platen die werden gebruikt om de ruiter stabiliteit te geven, in een tijd dat stijgbeugels nog niet bestonden. Zadels van dit type worden sinds de eerste eeuw na Christus in de Romeinse wereld gebruikt, met name voor militaire parades.”

In mei 2020 kwam er opnieuw nieuws uit de sinaasappelboomgaard: er was een kamer met een fresco met een witte bloem blootgelegd; hier sliep mogelijk een dochter van de eigenaar.

Begin dit jaar volgde een nog veel spectaculairdere vondst: de archeologen hadden een Romeinse strijdwagen opgegraven. Giuseppe en Raffaele Izzo waren daar in een van hun tunnels vlak langs gekomen – mogelijk waren ze er specifiek naar op zoek – maar ze hebben de twee wielen op een haar na gemist, en zijn de hoofdprijs misgelopen.

Bronzen versieringen

Het Italiaanse persbureau Ansa meldde: “Elegant en licht, verbazingwekkend vanwege de complexiteit en verfijning van de tinnen en bronzen versieringen, ongelooflijk in zijn volledigheid, met de sporen van kussens, van touwen en zelfs met de afdrukken van twee korenaren op een stoel. De buitengewone, rood geverfde paradewagen is bedekt met versieringen met een erotisch thema, misschien bestemd voor de cultus van Venus of, waarschijnlijker, voor een aristocratische bruiloftsceremonie.”

De toenmalige directeur van het Archeologische Park had het over een ‘unicum voor Italië’. Hij zei dat het mogelijk een strijdwagen was die alleen tijdens ceremonies werd gebruikt. Daarna hebben de archeologen nog twee omgekomen mannen aangetroffen – waarschijnlijk een welgestelde inwoner met zijn slaaf – en afgelopen november dus de kamer van de slaven.

Laatste wieltje van een grote machine

In zijn kantoor vertelt directeur Gabriel Zuchtriegel dat hij hoopt dat alle bijzondere opgravingen van de villa van Civita Giuliana binnen niet al te lange tijd voor de bezoekers van Pompeï te zien zijn. Wanneer het zover zal zijn, weet hij niet. “We moeten nog veel gegevens analyseren, en zijn nog niet uitgegraven. We willen ook het woongedeelte opgraven. Ik hoop op verdere verrassingen.” Wat verwachten hij en zijn collega’s daar te vinden? “Als we dat zouden weten, zou ons werk saai zijn”, zegt hij lachend.

Verbaasd over het tunnelgegraaf door de buren van de overkant is Zuchtriegel niet: “Dat zijn dingen die helaas gebeuren. Het is een wijdverbreid fenomeen. Dat zie je aan sommige collecties in het buitenland”. Vader en zoon Izzo zijn volgens hem ‘het laatste wieltje van een grote machine’. “Er is een markt voor hun buit. De vraag daarnaar komt vanuit buitenlandse musea en particuliere verzamelaars die niet weten – of net doen alsof ze niet weten – waar de kostbare antiquiteiten vandaan komen.”

Giuseppe en Raffaele Rizzo zijn inmiddels in september veroordeeld in eerste aanleg tot ruim drie jaar gevangenisstraf. Ze moeten bovendien twee miljoen euro aan het Archeologische Park van Pompeï betalen voor de schade die ze hebben veroorzaakt. In afwachting van hun hoger beroep zijn ze op vrije voeten.

Schimmige business

Brigadier Salvatore Sorrentino omschrijft de Izzo’s als ‘doortrapt, maar niet intelligent’: “Want als ze hun mond open hadden gedaan en ons informatie hadden gegeven over hun contacten in deze schimmige business hadden ze een lagere straf gekregen.”

Doordat er nu officiële opgravingen van de archeologen van Pompeï in de sinaasappelboomgaard tegenover hun huis gaande zijn, zijn vader en zoon Izzo in ieder geval wel opgehouden met tunnels graven en schatten roven. Toch? Sorrentino valt even stil en antwoordt: “Onder de tuin achter hun huis ligt het luxe woongedeelte van de villa. Ik durf niet met honderd procent zekerheid te zeggen dat ze niet opnieuw aan het graven geslagen zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234