Zondag 23/02/2020

ColumnDe schaal van Mulders

Ik stel mij de afschuw voor van aliens die in de onpeilbare diepte ons geschenk in ontvangst nemen

Beeld NASA

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Het zijn dagen van weemoed, nu de donkerte ’s avonds al vroeg aan de ramen gaat kleven. Soms denk ik aan dingen hier op aarde, zoals trappist van West­vleteren waar je nog altijd moeilijk aan geraakt nu de bier­telefoon is vervangen door een website. Dinsdag mag ik, na overvloedig proberen, in de Donker­straat twee bakken van 12 graden afhalen.

Soms denk ik aan dingen die verderop suizen langs ’s heeren wegen. Voyager 2, bijvoorbeeld. Deze week werd bevestigd dat de ruimte­sonde zich met zekerheid bevindt in de interstellaire ruimte. Op voyager.jpl.nasa.gov/mission/status/ kun je volgen waar de metallieke langpootmug uithangt. Op het moment dat ik dit schrijf, is dat 11.389.859.481 mijl. En zo gaat dat door, elk uur zo’n 50.000 kilometer.

Evenals zijn voorganger, Voyager 1, heeft Voyager 2 een gouden grammofoon­plaat aan boord. Die bevat het lied van de thuis­blijvende mannen uit Nieuw-Guinea en het Pygmees uitnodigings­lied voor vrouwen. Er zijn geluiden van walvissen en vogels, en begroetingen door mensen in 55 talen. Dat kan verwarrend zijn. “Het salvo aan begroetingen volgt elkaar zodanig op”, vrezen wetenschappers van de Universiteit van Bowling Green in Ohio, “dat buitenaardse wezens het als geruzie interpreteren – als ze überhaupt al kunnen horen.”

Ik stel mij de afschuw voor van aliens die in de onpeilbare diepte ons geschenk in ontvangst nemen. Het zal voor hen aanvoelen als de kat die mij een prooi brengt: “Is dat voor mij? Flink hoor!” Om de buit dan ijlings in het vuilnisvat te kieperen.

Een verre kookpot

De kans is gelukkig miniem dat een van onze ruimte­sondes ooit door een buitenaardse beschaving wordt geborgen. Pas over 40.000 jaar komt Voyager 1 in de omgeving van een ander sterrenstelsel. In afwachting tuur ik naar boven door de telescoop van mijn vader. Hij noemde dat zijn lonkbuis, wat ik een leuk woord vind. De lonkbuis is oud, maar krachtig genoeg om er de ringen van Saturnus mee te ontwaren. Ze zijn niet groot of opzienbarend, maar lijken op de uitstulpingen van een verre kookpot.

Sommigen tellen graag hun geld of hun veroveringen. Ik schep er plezier in dat ik, behalve de maan, af en toe Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus met eigen ogen aan de hemel zie. Op mijn bucket­list van het zonne­stelsel staan alleen nog Uranus en Neptunus. Dat laatste is niet ondoenbaar, met een zichtbare magnitude tussen 7,7 en 8 – qua helderheid vergelijkbaar met de vier Galileïsche manen rond Jupiter.

Ooit interviewde ik een professor in de sterrenkunde. Zij gaf schoorvoetend toe nog geen andere planeet zelf gezien te hebben. Blijkbaar wordt astronomie, als je daar ver genoeg in door­leert, minder een zaak van romantiek dan van wiskunde.

Soms is het de kunst om niet té ver te gaan. Ik maak dan tomaten­soep met balletjes, en denk aan wonderen die woordeloos op ons wachten. Je kunt er niet omheen dat er meer kraters in het universum zijn dan mensen.

“De twee Voyagers zullen de aarde overleven”, pocht nog een wetenschapper. Ik voel mij plaatsvervangend eenzaam.

Mijn vader is drieëndertig jaar dood nu. Hij zei kleir als iets klaar was, wat klonk als een vrouwennaam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234