Dinsdag 14/07/2020

Geneeskunde

Huisartsen doen oproep: "Onderzoek ook alledaagse kwalen zoals hoofdpijn en vermoeidheid"

Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

De Nederlandse huisartsen doen een opmerkelijke oproep. De wetenschap moet veel meer onderzoek doen naar courante, weinig spectaculaire aandoeningen zoals hoofdpijn en constipatie, want daarover is simpelweg te weinig geweten.   

Het klinkt minder spectaculair dan nieuwe ontdekkingen over hoe kankers of hartafwijkingen ontstaan, maar wetenschappelijk onderzoekers zouden zich meer moeten bezighouden met aandoeningen zoals vermoeidheid, hoofdpijn en constipatie. Die komen heel vaak voor, maar zijn nauwelijks bestudeerd. 

Dat stelt het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Het presenteert liefst 787 ‘kennislacunes’ waar huisartsen dagelijks op botsen. Zoals: heeft een oefenschema zin bij chronische duizeligheid? Helpen vezels tegen constipatie? Hoe behandel je jicht het best?

De lijst stoelt op de input van huisartsen, specialisten en patiëntenorganisaties en moet onderzoeksfinanciers een relevante voorzet geven om ook deze vraagstukken te onderzoeken. Vooralsnog zijn die alledaagse kwalen voor financiers minder aantrekkelijk, omdat fundamenteel onderzoek over levensbedreigende maar zeldzamer ziektes tot meer en ronkender publicaties in vakbladen leidt. 

Maar met een fractie van het geld dat jaarlijks naar dat fundamenteel onderzoek gaat, kan voor huisartsen heel wat opgehelderd worden over aandoeningen die veel meer voorkomen, benadrukt het NHG.

'Weten die huisartsen dan niet waar ze mee bezig zijn? Meestal wel, gelukkig, maar voor een belangrijk aantal situaties hebben we geen wetenschappelijk onderzoek om ons te leiden', schrijft professor Ann Van den Bruel. Lees hier haar opiniestuk.

Praktijkervaring

Het plaatje is bij ons erg vergelijkbaar. “Als huisarts zie ik veel klachten waarvoor inderdaad geen wetenschappelijk onderzoek bestaat”, zegt huisarts en professor huisartsengeneeskunde Jan Verbakel (ACHG, KU Leuven en Oxford University).

Hoofdpijn, vermoeidheid en duizeligheid staan in de top drie. Probleem is dat die klachten tot veel verschillende diagnoses kunnen leiden. Zo kan vermoeidheid psychologische oorzaken hebben, maar kan het ook wijzen op een infectie, fybromyalgie, ijzertekort, enzovoort. Duizeligheid kan een goedaardige aandoening van het evenwichtsorgaan zijn, maar ook het gevolg van stress of een haperende circulatie in bloed en hersenen, wat zeer ernstig kan zijn.

“Wanneer kun je de patiënt geruststellen, wanneer verwijs je door en naar wie?”, vervolgt Verbakel. “Vanaf wanneer geef je bij koorts, huid- of luchtwegeninfecties antibiotica aan een kind? Hoe lang behandel je een oorontsteking of constipatie? Hoe lang blijft een grieppatiënt het best thuis, al dan niet met antivirale medicatie? Vanaf hoeveel oorontstekingen plaats je trommelvliesbuisjes? Allemaal erg frequente vragen waar nauwelijks data over zijn.”

Een huisarts moet nu voortgaan op praktijkervaring. “Vaak werkt dat, maar wat als dat na onderzoek toch niet de beste aanpak zou blijken?”, zegt Verbakel. 

Zo bleek in Nederland dat de meest gebruikte zalf voor oogontstekingen de genezing niet versnelt. Bij ons is aangetoond dat huisartsen antibiotica vaak voorschrijven op basis van consensus en ervaring in plaats van op basis van onderzoek naar de effectiviteit, omdat dat er dus vaak niet is. 

Verbakel: “Er zijn grote studies nodig waarin huisartsenpraktijken langer, korter of helemaal geen antibiotica geven bij een specifieke infectie, om er zeker van te zijn wat het best werkt.” 

Nederlands onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat bij een middenoorontsteking afwachten een betere optie is dan antibiotica. Een grote Belgische studie gaf aan dat een sneltest via een vingerprik bij kinderen een ernstige infectie zoals long- of hersenvliesontsteking kan helpen uitsluiten.

Lees ook de opinie van Patrik Vankrunkelsven: Is alles wat wij als huisartsen doen wel wetenschappelijk onderbouwd?

Financiering

De lacunes leiden tot problemen, zoals overbehandeling, verkeerde diagnoses en behandelingen, en een te snelle doorverwijzing naar het ziekenhuis, dat zo overbelast raakt.

Maar ook bij ons komt er beterschap. Huisartsen krijgen in studieverband richtlijnen van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) over welke bloedanalyses relevant zijn bij het vage ‘ik ben zo moe, dokter’, en kunnen via een digitaal platform per klacht de ‘beste praktijken’ raadplegen.

Bovendien heeft het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) de voorbije jaren extra stappen gezet om de huisartsgeneeskunde een meer zichtbare plaats in de financieringskanalen te geven. En er is een oproep vanuit het KCE met financiering voor wetenschappelijke samenwerking tussen België en Nederland waarin de effectiviteit wat huisartsen doen, zal worden onderzocht.

Verbakel: “Die financiering is uniek in haar soort en zal zeker enkele lacunes voor huisartsen in beide landen kunnen dichten.”

Lacunes in het wetenschappelijk onderzoek

In de lijst met 787 kennislacunes van het Nederlandse Huisartsengenootschap staan thema’s zoals pijn, keelpijn en constipatie, waarbij telkens verschillende lacunes horen. Enkele voorbeelden:

-Duizeligheid: wat is de waarde van de vragen die de huisarts typisch stelt aan patiënten met duizeligheid? Dat is niet onderzocht.

Hoofdpijn: er is, onder andere, weinig goed onderzoek naar de behandeling van frequente spanningshoofdpijn.

-Hart- en vaatziekten: hoe kan de huisarts klachten en symptomen van hart- en vaatziekten eerder herkennen en vervolgens snel en juist handelen?

-ADHD bij kinderen: er is onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat huisartsen de diagnose ADHD bij kinderen adequaat kunnen stellen.

-Acuut hoesten: bij welke patiënten met een verhoogd risico op complicaties is behandeling met antibiotica zinvol?

-Depressie: het advies om de behandeling met antidepressiva minimaal zes maanden na het verdwijnen van een eerste depressie voort te zetten berust op consensus.

Pijn: paracetamol staat bekend als een veilige pijnstiller. Er zijn echter berichten dat ook paracetamol dosisafhankelijke cardiovasculaire en gastro-intestinale bijwerkingen kent, maar onderbouwing met voldoende patiëntenaantallen en follow up tijd om mogelijke associatie en dosisafhankelijkheid te kunnen onderzoeken ontbreekt.

De volledige lijst staat hier.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234